Jatten brengt je maar in problemen

Veel jongeren die een strafdaad begaan, komen snel weer in de problemen. Hoe kan je hun gedrag veranderen, zodat ze op het rechte pad blijven? Een commissie zoekt uit welke therapieën succes hebben. Een ervan is een groepstraining uit Amerika. De jongeren leren onder meer om moreel te redeneren.

Harriët Salm

Op een tekening staan twee pubers naast een geparkeerde sportwagen – duidelijk niet van hen – waar de sleuteltjes inzitten. Kom op, laten we gaan rijden, zegt de een. Wat doe je als je de ander bent? luidt de bijbehorende vraag.

Deze ’probleemsituatie’ krijgen criminele jongeren voorgelegd als onderdeel van een nieuwe training in moreel redeneren. Psychotherapeut Bas Brown: „We proberen de jeugdigen tijdens de groepssessies op denkfouten te wijzen, zodat ze anders gaan redeneren en zich in de toekomst anders gaan gedragen.”

Brown is bij het Amsterdamse psychiatrisch centrum De Bascule eindverantwoordelijk voor de uit Amerika overgewaaide training Wsart. Dat staat voor Washington State Aggression Replacement Training. In de staat Washington blijkt de training goed te werken.

Jatten die auto, luidt soms het antwoord op de vraag bij het plaatje met de mooie wagen, vertelt Brown. „Dat praten deze jongeren in hun hoofd recht. Bijvoorbeeld door te denken: ach, de eigenaar is rijk genoeg of hij is toch verzekerd, die krijgt wel weer een nieuwe.”

Dat is moreel niet juist, maar hoe leer je ze dat? Allereerst door ze met elkaar te laten praten, want als volwassenen vertellen hoe het moet, dan luisteren ze toch niet. Maar dat gebeurt wel onder leiding van twee trainers die zorgen dat het debat niet de verkeerde kant op gaat.

Tijdens de groepssessie, waar tussen de vier en tien jongeren aan deelnemen, zetten zij het moreel hoogste antwoord bovenaan op een flap-over, vertelt Brown. Dat antwoord is bijvoorbeeld: ik zeg tegen mijn vriend dat we niet gaan rijden, want die auto is niet van ons. Het meest laakbare antwoord – stelen – komt onderaan.

Die volgorde is bewust gekozen. Brown: „Door bovenaan te starten met het meest hoogstaande, houd je de discussie positief. Degenen die dat antwoord zouden geven, mogen uitleggen waarom. Dat is belangrijk, want het debat moet geen asociale lading krijgen. Je stuurt dus ongemerkt.”

Ethel – 19 jaar, dreadlocks – heeft een ander antwoord op de situatie met de sportauto, vertelt ze. „Ik zou de sleuteltjes terugbrengen naar de eigenaar.”

Haar antwoord stond eveneens in de top op de flap-over en zij hield de andere deelnemers voor: „Jatten brengt je maar in problemen.”

De van afkomst Surinaamse rondde dit voorjaar als een van de eersten in Nederland deze groepstraining af. Nu komt ze af en toe nog individueel praten met de psycholoog. Het gaat haar goed, vertelt ze, ze woont sinds kort zelfstandig op kamers.

Ze pleegde in 2005 een zeer ernstig geweldsdelict. Details houdt ze liever voor zich. Ze was 16 jaar en moest niet alleen maandenlang naar de jeugdgevangenis, maar kreeg ook van de kinderrechter de opdracht deze nieuwe training te volgen.

„Ik moest van de rechter werken aan mijn sociale omgang met anderen, beter met boos zijn omgaan en moreel leren redeneren”, zegt ze. Die drie vaardigheden staan centraal in de therapie, waarbij het moreel redeneren het meest vernieuwende element is.

Jeugdigen die met justitie in aanraking komen, zijn vaak niet in staat moreel juiste keuzes te maken. De meesten hebben een moeilijke jeugd gehad. Brown: „Als angst een rol gaat spelen en ze in problemen zijn, worden velen van hen naar het laagste niveau teruggeworpen: dan geldt gewoon het recht van de sterkste. Wij proberen hun morele niveau wat op te krikken.”

Ook Ethel kende geen gelukkige jeugd, vertelt ze. Ze groeide op in een groot gezin, haar moeder deed de opvoeding alleen, haar vader woont in het buitenland. „Laat ik dit zeggen: er zijn dingen gebeurd die meisjes van zo’n jonge leeftijd niet horen te gebeuren.”

Ze haalde haar vmbo-diploma, net voor ze in de jeugdgevangenis belandde. Nu klaart haar gezicht op en wordt Ethel spraakzamer: „Het klinkt misschien gek, maar ik heb daar de leukste tijd van mijn leven gehad.”

Dat kwam vooral doordat de meeste meisjes die zij in de jeugdgevangenis tegenkwam, korter bleven. „Ik was hoog in rang. Iedereen keek tegen me op. Ze wisten: die zit allang hierzo. Ik heb echt nooit aan iemand verteld wat ik gedaan heb, maar dat ik er zo lang zat, zei genoeg.”

Neemt niet weg dat ze ook door haar verblijf in de jeugdgevangenis ’wel wat therapie kon gebruiken’ om haar gedrag bij te sturen, erkent ze. „Bijdehand, dat is wel het woord, denk ik. Als ik bijvoorbeeld een docent op school niet mocht, dan ging ik net zo lang door tot ik uit de klas gestuurd werd. Ik overschreed daarbij wel eens wat grenzen, ja.”

Tegen het einde van de periode waarin ze vastzat, ging Ethel, inmiddels 17 jaar, daarom naar de nieuwe training van De Bascule. „Ik voel me hier op mijn gemak. Je kan alles zeggen wat je denkt, er is geen goed of fout, zeggen ze hier, en dat werkte voor mij.”

Moreel redeneren kwam vaak neer op het thema verraad, zegt Ethel. „Als je vrienden iets doen wat niet mag, wat doe je dan? De leden van de groep waren het telkens eens: je houdt altijd het liefst je mond. Dus als je hoort dat Juan morgen gaat ontsnappen, vertel je het zeker de groepsleiding in de instelling niet.”

En als je weet dat morgen een groepsleider in elkaar geslagen wordt, was de volgende vraag van de trainers. Ethel: „Ik zou wel proberen om het tegen te houden. Maar ik zou nooit uit mezelf naar de leiding toegaan om het te vertellen, dat doe je niet.”

Wat doe je dan als je zus in de leiding zit en het slachtoffer dreigt te worden, redeneerde de trainer door. Ethel lacht. „Dat verandert de zaak. Want ik heb minder met de groep dan met haar. Dus kom ik sterk voor haar op en doe ik alles om het te voorkomen.”

Stel: je weet van je broer dat hij drugs verkoopt aan kinderen van tien, ga je dan naar de politie? Ethel: „Nee, ook dan: mondje dicht. Die kinderen kopen het zelf, maar ik zou wel praten met mijn broer.”

Leidt het nadenken over deze situaties werkelijk tot gedragsverandering? Ethel zegt van wel. „Serieus: als je in het echt in zo’n situatie terechtkomt, denk je toch wel even aan dat plaatje van die sportauto of de discussie over Juan. Dan heb je toch geleerd wat je hoort te doen en dat schiet door je heen. Dan denk je: hé als ik dit doe, kan ik in de problemen raken. En dan doe je het toch liever niet.”

Ook Brown is overtuigd van het nut. „Het blijkt ook uit onderzoek: discussies over morele waarden maken voor de jongeren expliciet wat hun waarden zijn. Ik ben egocentrisch, denken ze dan bijvoorbeeld. Je zaait interne twijfel, want ze weten natuurlijk ook wel hoe de buitenwereld daarover denkt. Zo komen ze tot een hogere moraal.”

Dit najaar begint Ethel op het mbo, ze wil automonteur worden. Zij weet zeker, zegt ze, dat ze geen delict meer zal begaan. „Dat gebeurt niet meer, dat weet ik gewoon.”

Ethel is om privacyredenen een gefingeerde naam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden