Jasperina de Jong: 'Pijn in je buik? Jammer dan, doorzetten!'

Ja, Jasperina zingt nog. “Gewoon voor mezelf, thuis. Ik neurie altijd en als ik iets klassieks op de radio hoor, denk ik: even kijken of ik dat ook haal. Haha, mijn stem is nog aardig up-to-date, mag ik wel zeggen.“

Jasperina de Jong (68) stopte in 2002 met haar werkzame leven. Sinds 1960 - het programma 'Niet Sexpres' van Cabaret Lurelei waarin ze Adèle Bloemendaal verving - stond ze op de planken. Haar rijke oeuvre bestaat uit cabaret, musical, onewomanshows, toneel, film en tv. Van dat oeuvre verscheen onlangs een box met zes dvd's, uiteraard gepresenteerd in Klein Bellevue in Amsterdam, vroeger de vaste speelplek van Cabaret Lurelei. Jasperina de Jong noemt het 'het afscheidsfeest dat ik nooit wilde hebben'.

“Gek hè, zo voelde het ineens. Ik ben zomaar pats boem gestopt. Van de ene op de andere dag. Bij de laatste voorstelling is alleen het Journaal 's middags bij me thuis geweest. Ik heb het 's avonds ook tegen het publiek gezegd, dat het de laatste voorstelling was, dat ik zou stoppen. 'Oooooh', ging er door de zaal.“

Was het een logische beslissing om te stoppen?

“Ja. Je houdt toch een keer op? Dit vak is een leefwijze. Je hele dag staat in het teken van 's avonds optreden. Ik ben zó blij dat dat niet meer hoeft. Ik loop nu naar buiten, ook al is het koud, dat kan me niks schelen. Mijn keel doet er niet toe, ik hoef niet meer zo te zórgen.“

Mist u het?

Beslist: “Nee.“

Echt niet?

“Nee. Ja, ik vind het zelf ook raar. Maar na zo veel jaren heb je het gehad. Het is klaar. Het is echt klaar. En ik heb nu zo'n héérlijk leven!

Wat doet dan u de hele dag?

“Dat vind ik nou zo'n rare vraag. Alsof het leven alleen maar bestaat uit werken! Ik hou bijvoorbeeld van tuinieren. En ik heb een sociaal leven dat ik eigenlijk altijd heb moeten ontberen.“

Ivo de Wijs, die sinds 1976 teksten voor u schreef, zei bij de presentatie dat er verschil is tussen een groot talent en een groot artiest. Hij rekende u tot de laatste categorie.

“Talent alleen is niks. Heel leuk als je het hebt, maar het is niks. Ik kan gerust zeggen: ik heb een groot talent. Voor zingen. Voor spelen. Voor dansen. Voor aanwezig zijn. Maar je moet met dat talent werken, het aanpakken, het die kant op sturen waar het heen moet. Toen ik begon, heb ik ervaren dat het echt een vak is. Op mijn 15de - want ik mocht niet eerder van thuis - ben ik op de school van het operaballet gegaan. Daar leer je discipline. Heb je pijn in je buik? Nou jammer dan, doorzetten. Dat is niet slecht voor een mens. Mij werd altijd gezegd en soms zelfs verweten dat ik zo'n grote discipline heb.“

Carrièreplanning ?

“Nee, ik wou dit vak in en ik wilde graag meedoen. Binnen de kortste keren was ik de leading lady. Ik was 22 toen, ik wist niet wat me overkwam. Ik werd een vakvrouw genoemd, een ster, cabaretière. Dat vond ik toen een kroon, daar was ik helemaal nog niet aan toe.“

Het overkwam u, het vak, kon u ook meteen alles zingen?

“Joop Stokkermans heeft vanaf 1968 voor mij gecomponeerd, dat vind ik bijzonder. Maar hij schreef dingen waarvan ik dacht: dat kán ik helemaal niet. Hij vond natuurlijk dat ik het wel kon. En dan kon ik het ook. Dat is ook raar hè?!“

Voelde hij dat aan of moest hij u over een drempel trekken?

“Er werd veel van me gevraagd. Als ik piepte: ik kan het niet, ik kan het niet, zei hij: je kunt het wel. Alleen geloofde ik daar zelf niet in op dat moment. Maar ja, het arrangement was al gemaakt, het orkest zat er, het moest gewoon. Even huilen, even naar buiten, even zitten, even een sigaretje zelfs en dan deed ik het. En dan was het er ook.“

Heeft u veel sterke vrouwen in uw omgeving gehad?

“De generatie van mijn oma en mijn moeder was nog afhankelijk van mannen. Dat is erg hoor, het was niet anders. In wezen was ik ook zo opgevoed. Dat je dienend was naar je man toe. Maar daar heeft mijn man ongewild - hij heeft er misschien wel spijt van gehad - onmiddellijk een eind aan gemaakt. Ik vergeet nóóit dat moment dat ik ontzettend moe was en er een grote afwas stond. Ik zei: 'Ik doe die afwas morgen wel'. Dat was mijn tekst. Toen zei hij: 'Dat doen we morgen sámen'. Tingeling! Ik was niet zo geëmancipeerd, hij was het. Alleen: het was niet tegen dovemansoren gezegd.“

Het lijkt me moeilijk, u heeft zo lang alles met uw man Eric Herfst besproken, op artistiek vlak, toen werd hij ziek en hij overleed in 1985...

“Dat is ook verschrikkelijk. Maar je kunt soms ook verlangen naar de dood van iemand. Om hem te verlossen. En niet alleen hem, maar ook mijn zoon en mij. Want het is zo'n lijdensweg. Maar het is 21 jaar geleden. Ik heb heel lang gedacht: wat zou hij ervan vinden? Je kent elkaar zó goed. Dat heeft wel geholpen. Ineens is dat over. Dan kan het je niet meer schelen wat Eric ervan zou hebben gedacht. Dat is niet een gebrek aan liefde, aan de gedachte aan hem, maar dat is gewoon...“

Het slijt?

“Nee, het gaat gewoon voorbij, het is klaar.“

Bij de presentatie zei u het ook al: nu is het klaar.

“O ja? Ik vind het zo geestig. Mijn kleindochter logeerde bij mij en ik hoorde haar stommelen boven. Ze bracht zelf haar koffertje naar beneden en ik hoorde haar zeggen: 'Zo, mijn taak is klaar'.“

Heeft ze misschien van oma?

“Weet ik niet of dat zo is, maar het is wel mijn woord, ja. Ik hou van het woord 'klaar'.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden