Jarig Muziekgebouw is nog altijd springlevend

Het Muziekgebouw aan 't IJ brengt al tien jaar nieuwe muziek naast Bach. 'Bruisen? Zeker, met worteling in de laatste honderd jaar.'

Hij had een droom, de toenmalige inspirator en latere Muziekgebouwdirecteur Jan Wolff. Er moest een fantastische zaal komen voor hedendaagse klanken, met een akoestiek om je vingers bij af te likken. De IJsbreker, waar Wolff de actueelste noten promootte, maar dan groter. En zo geschiedde. In 2005 opende het Muziekgebouw aan 't IJ in Amsterdam zijn deuren. Op de concertkalender hebben meesterpianisten en grote zangers een plaats, maar ook elektronische muziek en jazz, al dan niet in samenwerking met het Bimhuis dat zich onder hetzelfde dak bevindt. De diversiteit is te horen tijdens het jubileumweekend van 11 tot en met 13 september.

De akoestiek van de Grote Zaal is perfect: een pianist of stemtovenaar kan zich niet beter wensen, ieder willekeurig ensemble is in z'n nopjes en elektronisch versterkte bandjes doen het er ook prima. Daar komt bij dat het uitzicht naar buiten fenomenaal is, de constructie van ruige materialen en veel glas is groots: het Muziekgebouw aan 't IJ is een kunsttempel met allure.

De afgelopen tien jaar heeft zich van alles afgespeeld. Directeur Tino Haenen vertrok, een zwarte bladzijde: angstige verwachtingen of het gebouw het vol zou kunnen houden. Daarna de podiumkunstencrisis: het mes werd in de budgetten gezet.

We leggen het zalencomplex en zijn programmering onder de loep. Is Wolffs droom uitgekomen? Is dit de IJsbreker 2.0? Bruist het er inderdaad van de nieuwste muziek? Hoe stevig staat het Muziekgebouw in zijn schoenen?

Algemeen en artistiek directeur Maarten van Boven: "Wolffs akoestische droom is op prachtige wijze in vervulling gegaan. Geen musicus die niet enthousiast is na een concert in de Grote Zaal, en ook de bezoekers zijn vol lof. We onderhouden de geluidskwaliteit goed: ieder piepje of kraakje wordt onmiddellijk verholpen. Wist je dat de perforatie in de zitting van de stoelen daar niet zomaar zit? De stoelen zijn zo gemaakt dat ze eenzelfde akoestisch absorptievermogen hebben als het menselijk lichaam. De muziek komt altijd optimaal tot z'n recht, of we nu een vol huis hebben of niet."

Stijgende inkomsten

Met dat volle huis zit het wel goed. De bezoekersaantallen stijgen alleen maar. Zakelijk leider Boudewijn Berentsen: "Sinds 2013 zijn we door de gemeente gekort met een half miljoen per jaar. Dat was even slikken, maar de inkomsten zijn omhooggegaan: we hebben hogere publieksinkomsten, we halen het nodige uit verhuringen, festivals weten ons te vinden en verschillende fondsen werken mee."

Van Boven: "Het publiek ontwikkelt zich tot cultureel omnivoor. Musici en componisten ook, niemand trekt zich meer iets aan van de grenzen tussen de verschillende disciplines. Dat hermetische imago van nieuwe muziek bestaat nog wel, maar verdwijnt langzaam. Hedendaagse werken spreken steeds meer tot de verbeelding en openen zich voor een groter en ook breder publiek. We willen een rol spelen in de vernieuwing van de muziek, we dagen de spelers uit om hun ideale programma samen te stellen. Ze kunnen hier avontuurlijke stukken brengen die elders niet zo snel geprogrammeerd worden. De luisteraar is daar nieuwsgierig naar.

"We zijn continu op zoek naar manieren om de concertpraktijk te veranderen naar de behoeften van nu - je moet goed letten op de tijd waarin je leeft. Maar die cocktailbar en die bekende Nederlander, daar doen we niet aan. En kijk naar de serie 'The rest is noise' of naar het Online Radio Festival dat we hier onlangs hadden: met bepaalde programma's kun je buiten de zaal treden. Dat werkt versterkend voor de muziek en voor de beleving. En het gebouw leent zich er uitstekend voor."

Berentsen: "Een knieval doen of een performance zodanig laagdrempelig maken dat de kern en de kwaliteit van de muziek worden aangetast: absoluut niet. En dan kom je toch weer bij de kracht van de zaal uit: wat er klinkt, moet de mensen verleiden. De concerten in 'The rest is noise' zijn halve clubavonden, daar komt jong publiek op af, niet omdat we wanhopig naar nieuwe formules zoeken, maar omdat de programmering deugt.

"We zijn het huis van de nieuwe muziek. En de ensemblecultuur waar Wolff zich sterk voor maakte, vormt de basis van het Muziekgebouw. Deze gezelschappen zijn te horen in de Donderdagavondserie waarin de nieuwste muzikale ontwikkelingen voorbijkomen, de compositieopdrachten die we verstrekken, maar ook in de eigen series van diverse Nederlandse ensembles. Het gebouw is onder meer de thuishaven van Asko|Schönberg, Amsterdam Sinfonietta en Cappella Amsterdam; die houden hier ook kantoor.

"De ensembles hebben in de bezuinigingsronde een enorme knauw gekregen en houden maar net het hoofd boven water. Dat is lang een zorg geweest: als ze het maar redden, de komende jaren. Zij hebben ons nodig, en wij hen net zo hard."

Het huis van de nieuwe muziek? We vinden ook de series 'Oude muziek', 'Piano' en 'Grote zangers' met niet uitsluitend vers materiaal. Bruist het aan 't IJ wel van de nieuwste klanken? Shane Burmania kan het weten, hij werkt al negen jaar in het Muziekgebouw. Eerst in de garderobe - een studentenbijbaantje - en nu programmeert hij 'The rest is noise': ongehoorde muziek. "Bruisen? Zeker, met worteling in de laatste honderd jaar. Als podium hebben we een toonaangevende functie, maar als de muziek te ver op de troepen vooruitloopt, verlies je het contact met je publiek. Het is een wisselwerking, de programmering en het publiek luisteren naar elkaar.

"Een willekeurige andere zaal in Nederland heeft misschien ook een serie 'Piano' of 'Oude muziek', maar als je onze programmering bekijkt, is die typisch 'Muziekgebouw': programma's die je elders zelden hoort, in een gezonde mix van oud, nieuw, bekend en onbekend."

Hippe zaken

Burmania is met hippe zaken bezig. In 'The rest is noise' klinkt datgene wat niet valt te labelen of nog maar net bestaat, de spelers produceren elk een eigen genre op zich. Burmania plukt onder meer artiesten uit de scene in Berlijn en Londen en schotelt de luisteraars voor wat ze nog niet kennen. "Het Muziekgebouw staat voor het ontdekken van iets nieuws, het avontuur aangaan. Dus ook muziek die niet traditioneel is gecomponeerd. We zoeken creatieve geesten, geen copycats. Het gaat om goeie muziek, of dat nu geschreven noten zijn of geïmproviseerde. De architectuur doet veel met de musici en met het publiek. In het begin duurde het even voordat we wisten hoe we de ruimtes konden bespelen. Het voorgebouw, de hal, heeft een enorme echo, daar kun je niet alles doen. Maar nu we de akoestiek doorhebben, kun je ervoor zorgen dat de muziek de architectuur versterkt en omgekeerd. Wat we programmeren moet hier wel passen. Sommige muziek werkt het beste in een donkere, natte, warme kelder: gruizige acid house, met stroboscopen en zo. Daarvoor zijn onze Grote en Kleine Zaal te beschaafd."

En de bekende Donderdagavondserie? Die bevond zich in de eerste Muziekgebouwjaren, onder Tino Haenen, op een onverslaanbaar hoog niveau. De beste ensembles uit de wereldsteden maakten er hun opwachting. "Internationale programmering is kostbaar, daar zat naar verhouding te weinig publiek in een tijd dat die factor onder een vergrootglas lag. Datzelfde niveau streven we wel na, hoewel de serie nu iets milder is en minder internationaal. Maar alles zit in de lift, ook de internationale contacten, samenwerkingen met buitenlandse zalen. Een kwestie van de antennes op scherp houden en hard werken. Als je ziet waar we vandaan komen, met die bezuinigingen, is het een wonder dat de oorspronkelijke invulling van het gebouw nog overeind is gebleven. We staan sterk. De idealen van de IJsbreker zijn langzaam maar zeker verdiept en verrijkt."

Jubileumweekend

Het feestweekend in het Muziekgebouw aan 't IJ begint op de dag dat componist Arvo Pärt tachtig jaar oud wordt. Cappella Amsterdam en Amsterdam Sinfonietta spelen zijn muziek, waaronder delen uit 'Kanon Pokajanen'.

11 september 20.15 uur

Op zaterdag is er een concert van de acht huisensembles van het Muziekgebouw. Amsterdam Sinfonietta, Asko|Schönberg, Calefax, Cappella Amsterdam, Ives Ensemble, Nederlands Blazers Ensemble, Nieuw Ensemble en Slagwerk Den Haag spelen o.a. drie wereldpremières van Willem Jeths, Mathilde Wantenaar en Geneviève Murphy.

12 september 20.15 uur

Op zondag is er een kamermuziekprogramma waarvoor Alexander Melnikov, Quatuor Danel, Florian Boesch en Justus Zeyen aantreden met Schumann, Schubert en Tsjaikovski.

13 september 20.15 uur

Alle info op www.muziekgebouw.nl/10jaar

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden