'Japanse kranten zijn nog erger dan de Pravda'

Groeiende onvrede over kritiekloze houding media 'Loyaliteit van journalisten ligt niet bij het publiek'

"Noem me maar een senior redacteur van een grote Japanse krant. Ik wil niet met mijn naam in jouw stuk." Het gesprek met de journalist mag ook geen interview heten: "Het kost maanden om daarvoor toestemming te regelen bij mijn baas en ik mag inhoudelijk toch niks zeggen." Deze redacteur laat treffend zien dat het mijden van risico's en geslotenheid het devies zijn in de Japanse journalistiek.

Onder Japanners leidt die houding, vooral na de Fukushima-ramp, tot aanzwellende kritiek. Toen aan het begin van de zomer massabetogingen tegen kernenergie een historisch grote opkomst kenden, berichtten kranten en televisie er slechts mondjesmaat over.

Kenichi Asano, hoogleraar journalistiek aan de Doshisha universiteit, is een prominente criticaster. Bij een biertje praat hij honderduit over de zogenaamde 'kisha clubs' of persclubs, die volgens hem en veel ontevreden burgers, de bron zijn van de kritiekloze houding van Japanse media. "De persclubs zijn de ergste vijand van serieuze journalistiek", zegt Asano die de clubs van binnenuit kent. Ruim twintig jaar lang was hij verslaggever bij Kyodo, de Japanse evenknie van het ANP.

Autoriteiten in Japan, van provinciaal niveau tot ministeries, en zelfs grote bedrijven hebben vaak hun eigen persclubs. Alleen 'gevestigde media' worden toegelaten tot deze door journalisten bestuurde clubs. Leden hebben vaak exclusieve toegang tot persconferenties en berichtgeving wordt onderling afgestemd. Voor buitenlandse correspondenten of freelance journalisten die niet bij de grote kranten of tv-stations horen, is de deur naar informatie moeilijker te openen. Ook het bijwonen van een simpele rechtszaak is al moeizaam, omdat de persbankjes in de rechtbank bedoeld zijn voor Japanse journalisten.

"Als verslaggevers 's morgens naar hun werk vertrekken, gaan ze niet naar de redactie, maar naar het ministerie waar ze iedereen kennen en door voorlichters in de watten worden gelegd," vertelt Asano. De organisatie van nieuwsgaring leidt er volgens hem toe dat media niet de waakhond zijn van de democratie, maar juist een schoothond van de machtige bureaucratie.

"De loyaliteit van journalisten ligt niet bij het publiek. Na jarenlang verslag doen van hetzelfde ministerie en de ambtenarij worden ze sluipenderwijs onderdeel van de bureaucratie", meent professor Asano. Het gebrek aan een kritische houding kwam volgens Kenichi Asano aan het licht na de kernramp van Fukushima. "De regering zei dat er geen gezondheidsrisico's waren en de pers nam dat klakkeloos over. De media werden een spreekbuis voor de autoriteiten en stelden geen kritische vragen."

De persclubs ontstonden in 1890 toen de regering de toegang tot informatie voor journalisten wilde controleren. Na de oorlog kreeg Japan een grondwet die de vrijheid van drukpers garandeert en zelfs een expliciet verbod op censuur kent. Vroeger hadden de persclubs een belangrijke functie, vindt de anonieme redacteur van een grote krant: "Media konden zo een gezamenlijk front vormen tegen machtige ministeries. Maar het systeem staat onder druk, er komen zoveel nieuwe media bij dat de gesloten persclubs achterhaald lijken."

De regerende Democratische Partij van Japan (DPJ) kwam in 2009 aan de macht met de belofte het persclub-systeem aan banden te leggen. Een aantal belangrijke ministeries opent nu de deuren voor niet-leden van persclubs, maar ministers kunnen zelf bepalen hoeveel ruimte zij hen bieden. Voor- en tegenstanders erkennen intussen dat clubleden in de praktijk nog steeds een streepje voor hebben.

De redacteur van een grote krant benadrukt de voordelen van persclubs: "Journalisten die bij ministeries of provincies werken zijn vakspecialisten. Zo voorkomen we dat er verkeerde informatie in de krant terechtkomt." Doordat er weinig 'misverstanden' in de krant staan, zijn Japanse kranten uiterst geloofwaardig, aldus de redacteur. Cijfers ondersteunen zijn pleidooi: een maand na de tsunami vorig jaar vond 86 procent van de bevolking de informatie die kranten gaven betrouwbaar.

Voor Asano illustreert dat de tragiek van de situatie. "De Japanse kranten zijn erger dan de Pravda in de Sovjet-Unie. Het treurige verschil is dat Japanners, in tegenstelling tot de Russen destijds, wél geloven wat er in de krant staat."

Zes van de tien grootste kranten ter wereld zijn Japans
"Een krant in de bus 's morgens is voor Japanners net zo vanzelfsprekend als water uit de kraan", vertelt de redacteur van een Japanse krant.

Dat blijkt ook uit de cijfers. Zes van de tien grootste kranten ter wereld qua oplage zijn Japans, blijkt uit het laatste jaarrapport van de internationale vereniging van kranten en krantenuitgevers. Met een oplage van bijna 10 miljoen stuks is de centrum-rechtse Yomiuri Shimbun de grootste krant op aarde. Op plek twee wereldwijd én in Japan staat Asahi Shimbun. De krant heeft een oplage van meer dan zeven miljoen.

De grote Japanse kranten zijn mediaconglomeraten die ook televisie maken en kunstexposities organiseren. De moedermaatschappij van Yomiuri Shimbun beheert naast de krant een pretpark en een honkbalteam dat in de Japanse hoofdklasse uitkomt, de Yomiuri Giants.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden