Japans-Koreaanse spanning verklaard in een onbekend Haags museum.

Twee maanden was een Koreaanse vredesdelegatie van drie man met de Transsiberische Spoorlijn onderweg geweest om in 1907 tijdens de Vredesconferentie in Den Haag te getuigen van de pogingen van Japan om Korea te koloniseren.

Korea was op dat moment nog een ongedeeld, onafhankelijk land met een keizer. Het protest zou legitiem genoeg zijn. Maar de drie Koreanen werd de toegang tot de conferentie geweigerd. Nederland, zelf nog volop een koloniale macht, en andere westerse landen wilden Japan niet tegen zich in het harnas jagen.

Een paar dagen na deze beschamende weigering overleed één van de delegatieleden onder nooit opgehelderde omstandigheden in het De Jong-hotel in de Haagse Wagenstraat, waar de drie mannen logeerden. Het is in dit pand dat de inmiddels 69-jarige Zuid-Koreaanse zakenman Kee-Hang Lee tien jaar geleden in eigen beheer een museum begon ter ere van de overleden Yi Jun, die in Noord- én Zuid-Korea als volksheld wordt vereerd.

Het is wel even zoeken naar de ingang. Op de begane grond zit een sjofel café, en de deur rechts ervan oogt ook nogal louche. Maar bij de bel staat 'Yi Jun Peacemuseum' en wie aanbelt wordt verzocht door te lopen, de smalle trap op naar de eerste verdieping.

Bovenaan de trap verklaart Lee ongevraagd de weinig representatieve entree. “Dit was tien jaar geleden een kraakpand. Ik kon het pand van de gemeente kopen, zij hebben ook geholpen de krakers eruit te krijgen. Het huis was in vreselijke staat. Het café op de begane grond zat er al, en mocht blijven.“

Hij verontschuldigt zich dat hij geen Nederlands spreekt, hoewel hij al dertig jaar in Nederland woont. Hij kon voor zijn werk steeds met Engels wegkomen en dacht elk moment dat hij spoedig weer zou terugkeren naar Korea.

Lee's vrouw komt een gebloemd bord brengen met een geschilde en in partjes gesneden peer. Het echtpaar reist elke dag op en neer van hun woonplaats Amsterdam naar Den Haag om het museum voor het publiek toegankelijk te houden. Bezoekers zijn er weinig. “De meesten zijn Koreanen en Japanners. Dat is jammer, want ook voor Nederlanders is dit museum interessant.“

Japan had zich al bijzonder gehaat gemaakt tijdens de bezetting van Korea in de negentiende eeuw. De weerzin in Korea was dus groot toen Japan begin vorige eeuw opnieuw begon Korea in te kapselen en de Koreaanse regering met geweld onder druk zette om contracten te tekenen waarin ze verklaarde het land aan Japan over te doen. Precies deze gang van zaken had de Koreaanse delegatie in 1907 in de pas gerestaureerde Haagse Ridderzaal uit de doeken willen doen op de Tweede Vredesconferentie, die net als de Eerste conferentie in 1899 bedoeld was om een internationaal rechtsbestel te ontwikkelen.

In het museum in de Wagenstraat, dat er, eenmaal boven gekomen, prachtig verzorgd uit blijkt te zien, ligt nog een doorslag van de lijst van landen die de Nederlandse regering aanvankelijk voor deze conferentie had willen uitnodigen. Korea staat erop, maar kreeg uiteindelijk geen officiële uitnodiging.

De Koreaanse delegatie slaagde er wel in gehoor te vinden in de internationale pers, en ook hiervan is in het museum veel materiaal te vinden. Met name de Amerikaanse journalist William Stead maakte zich sterk voor de Koreaanse delegatie, die uiteraard nog meer aandacht kreeg door de dood van Yi Jun. In de onafhankelijke vredeskrant 'Courrier de la Conférance de la Paix', die in het kader van de conferentie werd uitgegeven, werd het pleidooi dat de Koreaanse delegatie had willen houden uiteindelijk integraal afgedrukt. In een pand aan de Haagse Prinsessegracht hielden de overgebleven twee Koreaanse delegatieleden een soort persconferentie.

Drie jaar later annexeerde Japan Korea daadwerkelijk. Van 1910 tot 1945 werd het land onder een strikt regime kort gehouden. Een Japans schoolsysteem werd ingevoerd. Koreanen werd verboden in de handel te werken en boeren verloren hun land doordat ze door Japanners werden onteigend. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het allemaal nog een graadje erger. Koreanen moesten Japanse namen aannemen en traditionele feesten werden verboden. Kranten mochten niet meer in het Koreaans verschijnen. Honderdduizenden Koreanen werden naar Japan gedeporteerd en moesten in de mijnen en fabrieken werken. Vele mannen werden in het Japanse leger gerekruteerd om namens Japan tegen buurland China te vechten. Vrouwen werden gedwongen om als zogenoemde troostmeisjes de Japanse soldaten te dienen.

De herinneringen aan die periode hebben bij de Koreanen zoveel haat gekweekt, dat ze nog altijd voor grote spanningen zorgen in de verhoudingen met Japan.

Kee-Hang Lee wijst op een foto van Yi Jun en vertelt dat hij erg beroemd is in zowel Noord- als Zuid-Korea. Hij werd in 1859 geboren in het nu Noord-Koreaanse plaatsje Pook Chung, maar werkte later als rechter in de nu Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul. In Zuid-Korea wordt algemeen aangenomen dat hij zelfmoord pleegde, een daad die Koreanen als heel eervol en gepast zien na de beschamende afwijzing door de internationale gemeenschap. Archiefonderzoek heeft nooit helderheid gebracht over de doodsoorzaak, maar volgens Lee werd in die periode in Japanse kranten gesuggereerd dat Japanse spionnen hem om het leven hebben gebracht.

“Hoe dan ook staat Yi Jun symbool voor een ongedeeld, zelfstandig Korea waar vrede en gerechtigheid heersen. Veel mensen vragen zich af wat er gebeurd was als hij en de andere twee delegatieleden in 1907 internationaal gehoor hadden gevonden. De Japanse bezetting en de ellende van de opdeling van Korea in een Noord en Zuid na de Tweede Wereldoorlog, hadden dan nooit plaatsgehad, is onze stellige overtuiging“, zegt Kee-Hang Lee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden