Japan loste ereschulden af in ruil voor gevangenen

Onder de wat cryptische titel 'Japanse besognes' verscheen onlangs de handelseditie van een omvangrijk proefschrift over de betrekkingen tussen Nederland en Japan na de Tweede Wereldoorlog. Besognes immers betekent zowel: lastige werkzaamheden als ambtelijk bezig zijn, en hoewel dat exact omschrijft waar het bij de Nederlands-Japanse betrekkingen om ging, zal de argeloze lezer dat er niet meteen uithalen.

Jammer, want de inhoud van het boek is een toonbeeld van helderheid, soepele schrijfstijl en raak formuleren. Kortom, de ideale vorm van moderne geschiedschrijving, en wel over een onderwerp dat in de afgelopen decennia stiefmoederlijk is bedeeld, terwijl juist de Nederlands-Japanse betrekkingen in politiek opzicht zo heftig zijn geweest.

De media, immers, hebben altijd uitvoerig aandacht geschonken aan de Bersiap-periode (die schemertoestand in Indonesië vlak na de oorlog), de kwestie-Nieuw-Guinea en de Japanse ereschulden, die moesten worden betaald aan Nederlanders, die langdurig zijn geïnterneerd geweest.

Japan, zo blijkt, is niet zomaar een verafgelegen land waarmee Nederland vanaf 1600 vriendschappelijke betrekkingen onderhoudt. Het is door zijn ligging in Azië een onderdeel geworden van de historische driehoek: Nederland / Japan / Nederlands-Indië / Indonesië, wat onder meer uitmondde in de bezetting van Indië door Japan in 1942. Toen in 1945 Indonesië de onafhankelijkheid uitriep, was voor veel Nederlanders die republiek niet meer dan een 'Japans maaksel'. Vooral omdat Japanse ex-militairen hun wapens hadden overgedragen aan Indonesische verzetsstrijders. Maar op welke wijze en op welke schaal was eigenlijk nooit zo duidelijk.

Historicus Van Poelgeest geeft op bijna voorbeeldige wijze een antwoord op deze vragen. Je leest bij hem letterlijk hoeveel Japanners overliepen en om hoeveel wapens het ging. En dat met cijfers uit onverdachte bronnen. Zijn conclusie luidt: ,,Het nationalisme was weliswaar door de Japanners bevorderd, maar kende toch zijn eigen wortels en was in staat zich zelfstandig te handhaven.''

De visie van Van Poelgeest op de strijd - eerst diplomatiek en later zelfs militair - rond Nieuw-Guinea is zeer verhelderend. Japan speelde daarbij een belangrijke rol. Het weigeren van landingsrechten voor vliegtuigen met Nederlandse militairen in burger, en het 'verbieden' van een vlootbezoek van de 'Karel Doorman' zijn belangrijke zetten geweest in het diplomatieke schaakspel. Ze hebben zeker mede geleid tot de overdracht van het laatste restje koloniaal Nederland langs de evenaar. Van Poelgeest vermeldt dat het vliegkampschip 'Karel Doorman' op 3 september 1960 wordt teruggeroepen door Den Haag met een verwijzing naar Spreuken 15:17, te weten: ,,Beter is een gerecht van groene moes, waar ook liefde is, dan een gemeste os en haan daarbij.''

Het zijn zulke terloopse anekdotische vermeldingen die het boek zo'n prikkelend karakter geven, maar wat juist opvalt is dat de schrijver vooral put uit historisch verantwoorde bronnen, namelijk de originele documenten in de staatsarchieven.

Nieuw voor mij was dat Nederland bij het officiële vredesverdrag met Japan een speciale rol voor dat land had weggelegd in de vorm van mankracht, materieel en kredieten voor de openlegging van Nieuw-Guinea. Het laat weer eens zien dat wij de Papoea's toch niet zo hoog hadden zitten, als de regering ons later wilde doen geloven.

De steun van Amerika aan Japan - om het te redden 'uit de klauwen van het internationale communisme' - vormt ook een boeiend gegeven bij de Nederlands-Japanse onderhandelingen over de herstelbetalingen en de smartengelden aan militairen en burgers.

Lastig was dat Nederlands-Indië was overgegaan in de republiek Indonesië, dus aan wie moest worden betaald, aan Nederland of aan Indonesië? Die onderhandelingen verliepen altijd met 'het mes op tafel'.

Dat geldt evenzeer voor het smartengeld, want Nederland moest als 'tegenprestatie' een groot aantal Japanse oorlogsmisdadigers vrijlaten of hun straf beduidend verminderen. Wat ook weer blijkt is dat Japan de betaling van 385 gulden per burgergevangene in 1956 als een eindbod beschouwde met de aantekening dat hiermee alle schulden waren vereffend. Het laat zien waarom de initiatieven om de onderhandelingen hierover opnieuw te openen, zo weinig perspectief bieden.

Als eindconclusie kun je zeggen dat het zonneklaar is dat Japan met betrekking tot Indonesië 'ten langen leste in de Indische voetsporen van Nederland is getreden'. In bijna zeshonderd bladzijden wordt uiteengezet hoe het zo gekomen is. Een baanbrekend boek!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden