Janssens niet gewilde winnaar

DIEGEM - Voor de gevestigde waarden in het veldrijden lijken de slechte tijden aangebroken. Eindelijk. De identiteitscrisis in de kleine, afstervende tak van de wielerboom verergert immers met de dag. Het zijn altijd dezelfden die de dienst uitmaken.

De mathematische werking van de natuur harmonieert nauwgezet met de karaktertrekken van het crossen, dat immers alleen in de herfst en de winter wordt beoefend. De kaalslag in het bos wordt hoogst zelden teniet gedaan door fris ontluikende knoppen in het voorjaar. Een fraaie bloesem is even uitzonderlijk als een orchidee in een aardappelveld.

Het heeft er alle schijn van dat de goede tijden in aantocht zijn. Bij de Superprestige veldrit van de vorige week in Overijse werd het erepodium bevolkt door louter twintigers. En ook gisteren, in het tegen Brussel aangeplakte Diegem was het al niet anders: de verrassende winnaar Marc Janssens telt, gelijk de als derde geeindigde Nederlander Wim de Vos, 24 lentes. Nummer twee in de rangorde, amateur-wereldkampioen Daniele Pontoni (die zaterdag in Silvelle, Italie, reeds zijn zevende overwinning in deze maand registreerde), is slechts twee jaar ouder. Ook het Nederlandse perspectief oogt fraai: drie Brabanders - naast De Vos Edward Kuijper en in mindere mate Richard Groenendaal - werpen zich op als de bedreigers van de orde die ook in dit land al veel te lang gevestigd is: de Van der Poelen, de Baarsen, de Van Bakels en zo langzamerhand ook de Hendriksen. Los van Van der Poel die in verband met het plotselinge overlijden van zijn vader het Superprestige-projekt op een laag pitje heeft gezet, zijn het hardwerkende, maar kleurloze types die geen drommen mensen naar het bos lokken.

In de prestatiecurve van De Vos zit inmiddels een behoorlijke regelmaat. De coureur uit Oosterhout reed gisteren alweer de 22ste veldrit van het seizoen en finishte voor de dertiende maal bij de eerste acht. Er staan achter zijn naam twee overwinningen (in het Luxemburgse Contern en het Spaanse Telleriarte) en vijf tweede plaatsen. Maar in het Superprestige-circuit komt hij pas de laatste weken echt los.

Het heeft te maken met de gewenningsverschijnselen in het professionele milieu, waarvoor De Vos dit seizoen bewust heeft gekozen. "Ik moet wennen aan het vele reizen en koersen. Doordat ik veel aan wedstrijden deelneem, heb ik ook een verklaring voor het constante fietsen van de laatste tijd. Ik moet wel, om in beeld te blijven bij de sponsor. Maar ik ervaar het moeten presteren niet als pressie. Ik kan mijn gedachten er goed bijhouden."

Als een doorgewinterde beroepsrenner vertelt De Vos zijn verhaal. Dat gaat over de noodzaak van een bloedtransfusie in het veldrijden ( "met alle respect voor de oudere renners, maar het is van groot belang dat er jonge gewassen uit de grond schieten" ) en zijn op het crossen gerichte ambities. "Ik mis de aanleg om een goede wegrenner te worden," zegt hij eerlijk. "Als amateur kon ik in etappewedstrijden goed meekomen, maar ik heb ook de nodige beperkingen. Het veldrijden en mountain biken ligt mij beter. Het eerste jaar bij de beroepsrenners beschouw ik als een goede investering. Mijn volgende doel is uiteraard het WK in Italie, maar om daar te komen zal ik vooral op het Nederlands kampioenschap moeten presteren. Verwachten doe ik nog niets, omdat ik op basis van mijn naam geen selectie kan afdwingen."

Karakterologisch is Wim de Vos een rimpelloze vijver in vergelijking met de constante springvloed die zijn Belgische generatiegenoot Janssens voorstelt. De zuiderburen namen de spannende finish in Diegem mokkend voor kennisgeving aan. Terwijl de winnaar van het voorprogramma uitgebreid door de speaker van dienst werd geinterviewd, vond de organisatie de 'reanimatie'-winst van Janssens amper een felicitatie waard. En een toelichting op de beslissende demarrage in de laatste ronde werd al helemaal niet op prijs gesteld, bang als ze kennelijk was dat Janssens opnieuw enkele boude uitspraken zou doen.

Overtreffende trap

Roland Liboton mocht dan gek zijn, de huidige bondscoach Erik de Vlaeminck als aktief renner gestoord en Danny de Bie een kwerulant, Marc Janssens heeft het in korte tijd tot enfant terrible in de meest overtreffende trap geschopt. De wereldkampioen bij de junioren (in 1987) is een eigengereide renner die zich door niemand zijn wil laat opleggen. Hij heeft al een hele resem disciplinaire straffen op zijn kerfstok, overigens voor vergrijpen in de onbenullige categorie nuttigen van een glas wijn bij de ploegmaaltijd. De Vlaeminck neemt hij niet serieus - hij komt al lang niet meer op de centrale trainingen, maar volgt een door zijn vader ontwikkelde methodiek - en schept er een satanisch genoegen in profaanbiedingen aan zijn laars te lappen. Zo weigerde hij de afgelopen herfst een stage-contract bij de ploeg van Jean-Luc Vandenbroucke. Hij had er geen trek in twee wegwedstrijden in Italie te rijden. Het gaf toch geen pas, oordeelde hij, iemand hals over kop naar het vliegveld te sturen (wegens ziekte van Baguet) terwijl die al bezig was zich op het cross-seizoen te prepareren. Vandenbroucke zou ook niet echt in hem zijn geinteresseerd. De manier waarop zijn collega-veldrijder Flup van Luchem beroepsrenner werd - op een half jaarcontract - dat vindt Janssens een gruwelijke miskenning van het schone ambt. En dus leent hij zich daar niet voor. "Ik maak me geen zorgen. Als wegrenner kan ik bergop met de besten meekomen. Dat heb ik in de Ronde van Oostenrijk wel bewezen."

Janssens bereikte in Diegem dat de organisatoren van de resterende Superprestige wedstrijden (waaronder nog twee in Belgie) niet meer om hem heen kunnen. Voor gisteren was hij slechts welkom in Valkenswaard, alwaar hij vierde werd. Overijse weigerde hem te contracteren, naar verluidt omdat hij als junior ooit duizend frank (55 gulden) onkostenvergoeding had gevraagd. In de ogen van de inrichters was Janssens prompt een ordinaire geldwolf. In Diegem werd met andere maten gemeten. Fluitend kreeg wereldkampioen Kluge het gevraagde startgeld van 4500 gulden uitgekeerd; voor crossbegrippen een exorbitant bedrag. Bij wijze van hoge uitzondering leverde de Duitser ook nog waar voor zijn geld. Pech wierp hem terug naar een kansloze positie.

Maar Marc Janssens, is hij de nieuwe superstar in het veldrijden? Veel Belgen moeten er niet aan denken. Het beviel hen wel dat de vroegere wereldkampioen junioren zich nauwelijks ontwikkelde. Waarom? zegt Janssens. "Omdat ik te eerlijk ben." En in een sportblad lazen ze zijn onthullende verklaring: "Ik heb nooit willen forceren. En ik durf te zeggen: ik heb nog nooit een spuit gekregen. Dat kan niet van alle veldrijders worden beweerd." Daarvoor kan de BWB - zie de affaire De Bie (fraude bij de dopingcontrole, twee jaar geleden) - hem niet eens voor de tuchtcommissie slepen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden