Jansen wacht op perfecte race

LILLEHAMMER - De ogen van Peter Muller stralen nog niet het geringste spoortje twijfel uit. Zijn pupil Dan Jansen wordt vanmiddag Olympisch kampioen op de 500 meter. Een andere optie is volstrekt ondenkbaar. “Dan is mentaal op 110 procent en fysiek op 150 procent van zijn kunnen. Terwijl hij maar 90 procent nodig heeft om de perfecte sprint te rijden.”

“Drie keer is scheepsrecht”, moedigde tijdens de persconferentie van het Amerikaanse schaatsteam een journaliste de wereldrecordhouder aan. “Vier keer,” corrigeerde Jansen haar beleefd. Driemaal eerder schaatste Dan Jansen op de Winterspelen, maar ofschoon zijn klasse al jaren onomstreden is, viel hij nog geen enkele keer in de medailles. In Sarajevo (1984) en Albertville (1992) miste hij net het brons op de 500 meter. Op de dubbele sprintafstand verging het hem nog veel slechter: tien jaar terug zestiende, in '92 zesentwintigste. In Calgary (1988) viel hij op beide afstanden. Concentratieverlies - het gevolg van het overlijden van zijn door leukemie gevelde zuster Jane - was er de oorzaak van dat hij geen sportief eerbetoon aan haar kon opdragen. “Dan wilde toen per se rijden, maar was met zijn gedachten 2000 mijl verderop, in Milwaukee”, verklaart zijn huidige trainer Muller.

De ABC-camera's zoemden op de Olympic Oval ongegeneerd in op de huilende en vallende Jansen en werden vervolgens niet moe de dramatische beelden eindeloos te herhalen. Jansen was 'hun' man van de Spelen. Vrijdag diende zich op het persuurtje een vergelijkbaar onderwerp aan. Niet om haar schaatskwaliteiten, maar vanwege het feit dat zij als donor (van beenmerg) van haar aan botkanker lijdende broer Jason fungeerde, stond ook Kristin Talbot in het middelpunt van de belangstelling. En passant werd zelfs Jansen en Bonnie Blair gevraagd hun gevoelens over dit warme staaltje dienstbetoon te uiten. “Een sporter met een depressieve moeder en een gestorven broer, ach, dat verkoopt nu eenmaal in de Verenigde Staten”, verzucht Muller. Neo-klassiek in dit verband is de nogal directe en schaamteloze vraag die niet zo lang geleden aan een beroemde quarterback uit het American Football werd gesteld: “Let's get it straight, laten we het even duidelijk stellen: is je moeder blind en je vader dood of is je moeder dood en je vader blind?” Er was geen spoor van verontwaardiging bij de sporter te bekennen. Beleefd hielp hij het misverstand uit de weg. Het is nu eenmaal the American way of life.

Jansen spijt het niet dat de waterval van waterlanders momenteel elders naar beneden stort. “In het kunstschaatsen liggen de verhalen altijd voor het opscheppen,” stelde de commentaarschrijver van USA Today, refererend aan de kwestie Harding-Kerrigan, onlangs tevreden vast. Na de persconferentie is Jansen snel verdwenen. Terwijl Talbot in de officieuze nababbel bestookt wordt met vragen, neemt Peter Muller uitgebreid de tijd om nog even met een groepje Nederlandse schaatsjournalisten van gedachten te wisselen. “Want met jullie en de Noren praat ik nu eenmaal het liefst over schaatsen.”

Praten over schaatsen en vooral Dan Jansen is een feest voor oud-sprinter Muller, die in 1976 in Innsbruck Olympisch goud op de 1000 meter won. “Voor iedere trainer is het een droom met zo'n sportman te werken. Toen ik hem eind vorig jaar tijdens de wereldbekerwedstrijd in Hamar voor het eerst onder de 36 seconden zag rijden, kreeg ik kippevel. Zoiets grandioos had ik als trainer nog nooit meegemaakt. Als Dan op de training een temporonde rijdt, kan ik op een bankje gaan zitten en intens genieten. De coach die met hem werkt, voelt zich als een kind in een snoepwinkel.”

Muller leerde Jansen al kennen toen hij nog maar vier jaar oud was. Het schaatswereldje in de Verenigde Staten beperkt zich eigenlijk tot Milwaukee en het voorstadje West-Allis, waar de plaatselijke kunstijsbaan sinds vorig jaar is overdekt. Muller trainde de huidige wereldrecordhouder als junior, waarna de wegen scheidden. Na het 'debacle' in Albertville vroeg Jansen - net als trouwens de daar wel succesvolle Bonnie Blair - aan Muller hem voortaan te trainen.

Muller veranderde twee facetten in het schaatsleven van Jansen: de techniek om op de snellere indoorbanen een maximaal rendement uit de inspanningen te halen en het opkrikken van het zelfvertrouwen van de altijd wat droef voor zich uitstarende sprinter. Muller: “Ik vond het verbazingwekkend dat de beste sprinter ter wereld nog nooit een gouden medaille had gehaald. Het obsedeerde mij ook. Dan stond meteen open voor een andere trainingsmethodiek. Nu maakt het hem niet meer uit of hij de laatste binnen- of de laatste buitenbocht loot.”

Technisch gezien, stelde de trainer ook het ideale 'slagenrepertoire' voor zijn pupil samen: twaalf op het rechte stuk, veertien in de bocht. De eerste 400 meter moet volgens de geleerden binnen 29 seconden worden afgelegd om van een perfecte sprint te mogen spreken. Muller hangt de theorie van de in Hamar aanwezige Nederlandse schaatsonderzoeker Jos de Koning aan dat de winst vooral op de eerste 200 meter moet worden geboekt. De eerste bocht dient derhalve sneller te worden afgelegd dan de laatste. “Behalve op de ijsbaan zijn we ook vaak op de atletiekbaan geweest,” vertelt Muller. “De sprint van Carl Lewis vertoont veel overeenkomsten met die van Jansen. Atleten steken veel energie in de starthouding. In het schaatsen is een goede starthouding eveneens van eminent belang.” Recordsprongen zoals die in het schaatsen worden gemaakt - en dus illustratief zijn voor het ontwikkelingsniveau van die sport - lijken in de atletiek onhaalbaar. “Van het schaatsen werd tot voor kort hetzelfde gezegd,” corrigeert Muller. “Toen Dan twee jaar geleden in Davos 36,4 reed, werd er geroepen dat de grens ongeveer was bereikt. Nu staat het wereldrecord op 35,76, maar als Dan dat vandaag rijdt, kan hij er tweede mee worden.”

Niet dat Muller daar rekening mee houdt. Jansen is dit seizoen nagenoeg ongenaakbaar gebleken. Van de veertien 500 meters verloor hij er slechts twee: van de Japanners Shimizu en Yasunori Miyabe. Op de 1000 meter acht hij hem eveneens kansrijk, zeker nu hij afgelopen maandag in een testrace in Hamar al sneller dan het wereldrecord van de Canadees Scott was (1.12,4). Des verbazingwekkender vindt Peter Muller het dat Jansen er tot nu als enige in slaagde (vier keer reeds deze winter) door de 36 secondenbarriere te breken. “Het verwonderde mij zeer dat er op het WK in Calgary buiten Dan niemand een 35'er reed. Daaruit blijkt dat het enorm moeilijk is die muur van 36 seconden te slechten. Het feit dat Dan het wel kan, heeft hem psychisch ongelooflijk veel kracht gegeven. Aan de andere kant denk ik: als er nog een is die in de 35 seconden rijdt, volgen er snel een stuk of drie, vier anderen.”

De perfecte race is nog steeds niet gereden. Nog lang niet. Jansen moet de eerste 400 meter nog immer binnen de heilige 29 seconden afleggen, om iets tastbaars te noemen. “Perfectie is er nooit,” zegt Muller. “Daarom kan het wereldrecord op de 500 meter nog tot in lengte van jaren scherper worden gesteld.”

Vandaag de 500 meter mannen

Olympisch kampioen Uwe-Jens Mey (Dui) 37,14

Olympisch record Uwe-Jens Mey (DDR) 36,45

Wereldrecord Dan Jansen (VS) 35,76

Nederlands record Jan Ykema 36,76

Baanrecord Dan Jansen (VS) 35,92

De persoonlijke records

Dan Jansen (VSt) 35,76 (Calgary, 30-1-94)

Junichi Inoue (Jap)36,05 (Calgary, 30-1-94)

Hiroyasu Shimizu (Jap) 36,08 (Calgary, 30-1-94)

Manabu Horii (Jap) 36,09 (Hamar, 5-12-93)

Takahiro Hamamichi (Jap)36,12 (Calgary, 30-1-94)

Alexander Goloebev (Rus)36,14 (Hamar, 4-12-93)

Roger Strom (Noo) 36,15 (Hamar, 4-12-93)

Yoon-Man Kim (Zko) 36,27 (Hamar, 5-12-93)

Sergei Klevtsjenja (Rus)36,27 (Calgary, 30-1-94)

Yasunori Miyabe (Jap) 36,40 (Hamar, 4-12-93)

Igor Zjelezovski (WRus) 36,49 (Alma Ata, 21-12-85)

Kevin Scott (Can) 36,55 (Calgary, 30-1-94)

Gerard van Velde (Ned) 37,0 (Hamar, 10-2-94)

Arie Loef (Ned) 37,18 (Calgary, 29-1-94)

Nico van der Vlies (Ned)37,97 (Calgary, 29-1-94)

Arjan Schreuder (Ned) 38,25 (Calgary, 1-3-91)

De loting voor vanmiddag

Eerste rit: Liu (Chi)-Bouchard (Can), 2. Jansen (VSt)-Sean Ireland (Can), 3. Strom (Noo)-Kim (ZKo), 4. Kelly (Can)-Horii (Jap), 5. Inoue (Jap)-Zjelezovski (WRu), 6. Klevsjenja (Rus)-Yasunori Miyabe (Jap), 7. Bachvalov (Rus)-Van Velde (Ned), 8. Vostroknoetov (Rus)-Shimizu (Jap), 9. Goloebev (Rus)-Njos (Noo), 10. Cruikshank (VSt)-Funke (Dui), 11. Sjaksjakbajev (Kaz)-Loef (Ned), 12. Brunner (Oos)-Kyou-Hyuk Lee (ZKo), 13. Michael Ireland (Can)-Jaegal (ZKo), 14. Schreuder (Ned)-Adeberg (Dui), 15. Balo (Roe)Markstrom (Zwe), 16. Enfeldt (Zwe)-Klepinin (Kaz), 17. Spielmann (Dui)-Carta (Ita), 18. Besteman (VSt)Jae-Shik Lee (ZKo), 19. De Taddei (Ita)-Van der Vlies (Ned), 20. Kostromitin (Oek)-Mills (VSt).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden