NaschriftJan Vesters 1951-2020

Jan Vesters bracht de Roze Lente naar Utrecht

Jan Vesters.Beeld Sandra van Weelderen

Jan Vesters had een sociaal hart. Hij zorgde er in Utrecht voor dat minderbedeelden een stem kregen en dat homo’s meer zichzelf konden zijn. Zijn Roze Lente werd een begrip in de stad.

Jan Vesters was een gedecideerde doener die streefde naar zichtbaarheid voor ieder mens. Hij was de man achter de gedenksteen op het Utrechtse Domplein ter herinnering aan achttien homoseksuele mannen die in 1730 werden veroordeeld en gewurgd voor sodomie – het zogeheten Homomonument. Hij zette zich consequent in voor mensen die gediscrimineerd werden, in armoede leefden of tot een minderheid behoorden. Zijn doel was een socialer, inclusiever en minder homofoob Utrecht.

Al van jongs af aan was Jan politiek betrokken, eerst bij de PSP, later bij GroenLinks. Als beleidsmedewerker van de gemeente was hij vaak in de wijk te vinden. Verbinden en netwerken kon hij als geen ander. Overal sprak hij mensen aan om te horen wat er leefde. Daarnaast kon je hem niet blijer maken dan met een goed gesprek over een vraagstuk waar hij zich hard voor maakte. Brainstormen en zijn theorieën staven, daar hield hij van. Hij las zich grondig in, bestudeerde wetenschappelijke rapporten, sprak met geleerden én de gewone man en vormde daarna zijn opinie.

Als hij zag dat een beleidsstuk of wetsvoorstel niet goed in elkaar stak, schroomde hij niet in de pen te klimmen. Drie dagen voor zijn overlijden stuurde hij nog een vlammende mail naar Kamerlid Kathalijne Buitenweg over een wetsvoorstel dat hij graag anders zag. Jan was scherpzinnig, eigengereid en liet niet over zich heen lopen. Hij hield niet van getut. Mensen met wie hij samenwerkte wisten: als Jan het ergens niet mee eens was, hoorde je dat – op een rustige toon, maar wel recht voor z’n raap.

‘Ik leef van de geef’

Als ambtenaar had hij een blik die verder reikte dan de regels, hij schreef nota’s zo dat hij zeker wist dat het beleid dat hij voor ogen had ook gerealiseerd zou worden. Hij was koersvast, liet zich niet afleiden of verleiden. Hij wist haarfijn hoe hij een lastig dossier met slimheid, strategisch inzicht, een tactische pen en de juiste kennis zo kon beïnvloeden dat het werd aangenomen. Hij omzeilde weerstand door het maken van muizengaatjes in weerbarstige dossiers.

Het Fonds Sociale Integratie werd onder zijn handen een actief fonds, waarbij hij ervoor waakte dat niet alleen mensen met een grote mond of veel macht, maar juist ook de minder daadkrachtige aanvragers geld ontvingen. In zijn privéleven was hij ook groothartig. Jan zei vaak: “Ik leef van de geef”. Zelf woonde hij knus, maar minimalistisch. Hij begon aanvankelijk zijn carrière vanuit een Melkertbaan. Dat hij daar tien jaar in bleef en op bijstandsniveau werd uitbetaald, maakte hem niets uit.

Familiekiekje met Jan in het midden.

Die sociale betrokkenheid kreeg hij van huis uit mee. Jans vader, schoenfabrikant Thieu Vesters uit Kaatsheuvel, stak dorpelingen in nood ook geregeld iets extra’s toe. En zijn sociale en extraverte moeder, Mien Span, zorgde als een directeur voor het gezin met tien kinderen, maar had tevens een luisterend oor voor anderen. Jan, geboren in 1951, was een moederskindje, hij was de jongste: boven hem zaten nog drie zussen en zes broers. Toen hij na de lagere school naar internaat De Ruwenberg in Sint-Michielsgestel ging, brachten zijn oudere broers hem met de auto weg.

Het was goed toeven in het warmhartige katholieke gezin en hij had trissen vriendjes met wie hij graag kattekwaad uithaalde. Voetbal, buiten struinen en hockey waren favoriet. Jan was de vaste keeper, want hij was lang en motorisch niet zo handig. Daarbij kwam ook nog eens een ongeluk dat hij als puber kreeg. Met De Efteling om de hoek klom hij geregeld met vriendjes over het hek. Maar die dag werden ze betrapt en klom hij over de hoge omheining, waarbij zijn veter bleef hangen en hij ongelukkig op één been terechtkwam – hij hield er zijn hele leven een klapvoet aan over.

Jan verlangde naar een andere toekomst

Hoewel zijn vader het liefst zag dat al zijn zoons schoenfabriekjes zouden beginnen, verlangde Jan naar een andere toekomst. Wat wist hij niet, zolang het maar weg was uit Kaatsheuvel. Hij vertrok op zijn achttiende naar Parijs en daarna Berlijn, waar hij in een fabriek werkte. Maar toen hij voor Turkse gastarbeiders een vuist maakte voor gelijke betaling werd hij ontslagen.

Eenmaal terug in Nederland trouwde hij met zijn jeugdliefde Willeke en ging studeren aan de kunstacademie in Breda – een weinig succesvolle exercitie. Het stel verhuisde naar Utrecht, waar Jan antropologie ging studeren. Hij nam zitting in het federatiebestuur van de PSP en werkte als vrijwilliger bij collectief eetcafé De Baas, een broedplaats voor wereldverbeteraars. Hij had sterk het idee dat de samenleving maakbaar was en dat hij en zijn activistische kornuiten die naar hun hand konden zetten. Een tijdlang was hij ook actief voor het Antidiscriminatiebureau. Hij weekte zich los van zijn katholieke, Brabantse afkomst.

Jan Vesters als jongeman.

Na enkele jaren liep zijn huwelijk op de klippen: ze gingen als vrienden uit elkaar en Jan betrok een woning in De Regentes: een woonvereniging bedacht om het oude schoolgebouw te sparen voor de sloop. Dat was Jan ten voeten uit, hij leefde de dingen waar hij voor stond. Intussen stoeide hij met zijn identiteit. Hij volgde tantracursussen die hem wat uit het hoofd en meer in zijn lijf brachten. En hoewel vrienden al doorhadden welke richting zijn zoektocht op ging, duurde het nog een tijd voordat Jan openlijk zei dat hij op mannen viel.

De lhbti+-gemeenschap droeg hij vanaf het eerste moment een warm hart toe. Maar hij merkte dat het toenmalige gemeentelijke ‘holebi-beleid’ te weinig effect sorteerde. Hij vond dat de stad een langdurende roze golf nodig had om de zichtbaarheid en acceptatie van homoseksualiteit te vergroten. “Maar het moest geen feestje voor homo’s en lesbo’s worden”, riep hij. In 1997 mondde zijn plan uit in de drie maanden durende ‘Roze Lente’. De hele stad kleurde roze op initiatief van de gemeente en organisaties. 

Op 21 juni werd de ‘Roze Lente’ afgesloten met het Midzomergrachtspektakel – inmiddels uitgegroeid tot een tiendaags lhbti+ festival, het Midzomergrachtfestival, een begrip in Utrecht en Jans verdienste. Hij genoot van de ontstane openheid, maar had moeite zijn plek in die gemeenschap te vinden. Hij vond het er soms hard aan toegaan, dat paste minder bij zijn gevoelige ziel. Hij verlangde naar een vaste (lat)relatie, maar ondanks vele verliefdheden lukte dat niet.

Met goed gezelschap in de natuur

Jan hechtte aan zijn autonomie en sobere leefwijze met veel oog voor het milieu. Hij verbleef graag in goed gezelschap in de natuur, wandelde langs de singels in Utrecht en door natuurpark Bloeyendael, altijd met een thermosfles en wat koekjes in de tas. Vakanties deed hij op de fiets met een karretje vol kampeerspullen. En als hij meeging op vakantie met familie of vrienden sliep hij in zijn eigen tent. Hij kon dan uren in de tuin zitten lezen. Ook keek hij graag naar documentaires. En het tv-programma ‘Buitenhof’ sloeg hij geen enkele zondag over.

Jan op vakantie in zijn favoriete houding.

Jan genoot van grote gezelschappen en gedijde goed in groepen. Zijn vrienden werden zijn nieuwe familie. Je kon altijd aan zijn gezicht aflezen of hij het ergens mee eens was of niet, al uitte hij zijn eigen voorkeuren en wensen niet vaak hardop. Hij leunde niet graag op anderen, maar zorgde liever: hij was jarenlang aidsbuddy. Zelf liet hij hulp lastig toe. Hij had pech met zijn lijf en kampte met diverse klachten. Hoewel hij nooit klaagde, wisten de mensen om hem heen dat het zwaar was. Depressieve periodes kwamen vaker voor. En de druk op zijn hoofd was soms onhoudbaar. Prikkels verdroeg hij slecht en zo werd zijn wereldje kleiner.

Toch hield hij de veerkracht om wekelijks met zijn rollator te wandelen met vrienden – al stopte hij om de klipklap. Toen hij dit jaar hoorde dat hij acute leukemie had, was hij klaar om te sterven. Hij was zijn hele leven al gefascineerd geweest door de dood. Als jonge knul rende hij bij begrafenissen in het dorp weleens vooruit om stiekem voor in de kerk op de baar te gaan liggen. Hij was niet bang voor de dood en had al jaren een euthanasieverklaring. In de laatste weken van zijn leven verslapte zijn aandacht voor de ander niet. Aan zijn huisarts vroeg hij hoe deze fase toch voor hém was? Dat was Jan ten voeten uit: altijd liefdevol in contact en met oog voor zijn medemens.

Johannes Antonie Marius Vesters werd geboren op 19 januari 1951 in Waalwijk en overleed op 7 juli 2020 in Utrecht.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden