Jan van der Giessen 1899-2008

Van de ongeveer 1400 honderdplussers in Nederland was Jan van der Giessen sinds juni 2006 de alleroudste. En dat voor iemand die sinds zijn twaalfde jaar rookte.

Hij was de laatste man in Nederland die de negentiende eeuw nog had meegemaakt – heel even dan. Want toen Jan van der Giessen veertien dagen oud was, veranderde de negentiende eeuw in de twintigste.

Maar in Rozenburg, waar hij opgroeide als zoon van een winkelier, duurde het nog jaren voordat de zegeningen van de twintigste eeuw merkbaar werden. Sinds 1872 lag het dorp aan de Nieuwe Waterweg, die Rotterdam een bijna kaarsrechte verbinding gaf met de zee, waardoor meer en meer scheepverkeer langskwam. Het eiland Rozenburg, waarop het gelijknamige dorp lag, bleef nog jaren zoals het was – totaal anders dan nu. Het was nog landbouwgebied. Er stonden nog lang geen olietanks, er was nog geen industrie. Waterleiding kreeg het dorp pas in 1955.

Ze waren ondernemend, bij Van der Giessen. In de winkel van vader Willem, aan wat nu de Emmastraat heet maar toen ’de Buurt’, kon je zo ongeveer alles kopen – daar kwam diens bijnaam ’Jan Artikel’ vandaan. Het was de Hema in het klein. Van grutterswaren – nog onverpakt, natuurlijk – en koppen en schotels, naaigaren, tot ansichtkaarten van Rotterdam aan toe. De kleine Jan ging met z’n vader mee als die zijn waar met paard en wagen bij de boeren aan de man ging brengen. Later deed hij dat zelf, zonder zijn vader.

Zijn moeder was, na zes kinderen, jong aan tbc gestorven. Jan was toen vijf, maar zou het in zijn lange latere leven weinig over dat ontijdige overlijden hebben. Vader hertrouwde snel. Op de trouwfoto uit 1906 kijkt iedereen ernstig: Vader Van der Giessen en zijn tweede vrouw, die hij ’grootje’ Van de Vink noemde, de vijf jongetjes in matrozenpakjes, de enige dochter Betje. Het nieuwe echtpaar zou samen nog één kind krijgen: opnieuw een zoon.

Jan van der Giessen werd tijdens de Eerste Wereldoorlog samen met zijn broer een paar jaar boer, want met het verbouwen van spruitjes viel goed geld te verdienen. Vader had de winkel inmiddels opgedoekt en combineerde op zeven hectare grond die hij had gekocht een kippenboerderij met de kweek van aardbeien. Naast de spruitjes ging Jan van der Giessen in naaimachines. Hij verkocht het merk Vesta – kennelijk onverslijtbaar; nog altijd zijn er veel antieke Vesta’s te koop. Elke aanstaande bruid die – om de uitzet te naaien – er een kocht, bezorgde hij de machine achterop de fiets.

Toen hij Jaantje Voogt ontmoette, ook uit Rozenburg, bracht dat hem op het idee om net als haar vader in verzekeringen te gaan. Hij kreeg een agentschap van de Hollandse Algemene Verzekeringsbank, afgekort Hav-bank – nu onderdeel van Fortis – en werd in 1920 officieel makelaar in verzekeringen. Jaantje en hij trouwden in 1925 en kregen tussen 1930 en 1940 vijf kinderen: drie zoons, twee dochters.

Jan van der Giessen werd in de jaren dertig politiek actief voor een plaatselijke partij die hij zelf oprichtte: ’Algemeen Belang’. In de gemeenteraad vormde hij het tegenwicht tegen twee antirevolutionairen, twee christelijk historischen en een liberaal. Wie mocht denken dat de gemeentepolitiek van Rozenburg in die jaren saai was, vergist zich. Met burgemeester mr. Noé Vernède kon het hoog oplopen. Volgens Van der Giessen was Vernède ’een jonge advocaat die niets begreep van de boeren in Rozenburg’. Hij liet hen gerust bekeuren als ze op de weg kluiten klei verloren tijdens het vervoer van bieten, en kon in de crisisjaren ook in ernst voorstellen om de uitkeringen maar eens te halveren. Dan had men aan Van der Giessen een slechte. Echt uit de hand liep het toen Vernède keer op keer een vergunning weigerde voor een nieuw huis voor Van der Giessen. De aannemer die het zou bouwen werd kwaad en kwam op het gemeentehuis verhaal halen, de burgemeester trok een revolver. De aannemer kreeg een boete en hechtenis; de burgemeester werd beboet omdat hij zijn wapen tevoorschijn gehaald had.

Dat de twintigste eeuw op het eiland Rozenburg nog niet echt was begonnen begon lastig te worden naarmate het met Van der Giessens verzekeringswerk beter ging. Het bracht veel reizen met zich mee toen hij hoofdinspecteur werd – voor het eerst was hij nu in loondienst – en hij heel Nederland af moest om verzekeringsagenten na te lopen. Hij had ja gezegd op die functie, op voorwaarde dat hij een auto ter beschikking kreeg – waarmee hij een van de eersten was die een auto had zonder een ’notabele’ te zijn. Een rijbewijs halen was in die jaren niet moeilijk: je reed met een dokter een rondje over het eiland – dat toen nog geen vier auto’s telde – en je kreeg er een. Maar dat de veerpont van Maassluis naar Rozenburg na 21 uur niet meer voer was wel erg lastig. Dan kon Jan van der Giessen soms niet meer thuis komen, tenzij hij tien gulden – ongeveer het weeksalaris van een arbeider – betaalde, want dan wilde de veerman wel speciaal voor hem varen. Zijn werk vereiste ook dat er een telefoon was. Van der Giessen was een van de eersten die er een had. Alleen kon je die in Rozenburg niet buiten de openingsuren van het postkantoor gebruiken. Want daar zat een juffrouw achter een paneel die met pennen de verbinding legde. Tegen haar moest je bijvoorbeeld zeggen dat je naar Dordrecht wilde bellen.

Dat soort ongemak was de reden dat het gezin Van der Giessen eind mei 1936 naar het veel minder geïsoleerde Schiebroek verhuisde. Nog een keer zat burgemeester Vernède het raadslid dwars. Op de 26ste had Van der Giessen zich laten uitschrijven uit Rozenburg. Op de 27ste mei verhuisde hij. Op de 28ste was hij van plan zich in Schiebroek in te schrijven. Die dag wilde hij ook in Rozenburg officieel afscheid nemen van de gemeenteraad. Kon er dus die dag een vergadering komen? Vernède weigerde dat: Van der Giessen stond nergens ingeschreven en was dus geen Nederlander.

Jan en Jaantje van der Giessen bleven altijd in Schiebroek wonen en vormden er het centrum van een talrijke familie, die elk jaar in augustus een maand met elkaar op vakantie ging. Dat moest wel altijd aan zee zijn, want als je aan de Nieuwe Waterweg was opgegroeid, en als je er in 1907 met je neus bovenop had gestaan toen het SS Berlin bij Hoek van Holland was vergaan, dan wilde je tijdens je vakanties over water kunnen uitkijken, vond hij.

Jan van der Giessen hield zich niet bepaald aan de adviezen die Hartstichting of Koningin Wilhelmina Fonds geven om een lang en gezond leven te leiden. Hij rookte sinds hij twaalf was, aanvankelijk sigaretten, later pijp en sigaar. Tot op het laatst had hij altijd een asbak en een pijpenrek onder handbereik. „Ze hebben bij de AOW een slechte aan me”, zei hij wel eens als het over zijn lange leven ging, maar hij had er geen recept voor. Hij was eigenlijk niet zo verbaasd dat hij stokoud werd, want z’n vader en zuster werden allebei ook flink ouder dan 90. Zijn gepensioneerde leven duurde 43 jaar – iets korter dan zijn lange werkende leven, dat immers al vroeg was begonnen. De eerste twintig jaar van zijn pensioen waren wel leuker dan de latere jaren, want in 1985 overleed Jaantje plotseling, in haar slaap. Nadien redde hij zich wel, maar hij was de vrouw kwijt met wie hij elke dag een potje had gescrabbeld, met wie hij de ruzies of een woord wel of niet ’kon’ beslechtte met het woordenboek, en van wie hij meestal won. Zijn jongste zoon, altijd vrijgezel gebleven, had het ouderlijk huis nooit verlaten en zorgde nu voor hem.

Met zijn voorgeprogrammeerde telefoon hield hij contact met z’n hele familie en op dinsdag zou hij het vragenuurtje van de Tweede Kamer nooit overslaan – om zich prettig te ergeren aan de profileerzucht van politici. Hij zag wel steeds slechter, maar de tv was ook goed te gebruiken als radio en hij had de afstandsbediening in de vingers. Juist omdat hij slecht zag wilde hij per se in zijn eigen huis blijven. Wat had je eraan om in een verzorgingshuis de ene dag door een Moniek en de volgende dag door een Karel of een Anton te worden geholpen? Thuis wist hij tenminste, ook zonder goed te kunnen zien, hoe hij met zijn rollator bij de wc moest komen.

Begin maart struikelde hij thuis over een dorpel, viel en brak een heup, lag een week in het ziekenhuis en zou revalideren in een verpleegtehuis, maar dat kwam niet zo best op gang. Nu zijn wens om thuis te blijven niet uitkwam – „dat dat me nou moet overkomen”, zei hij – hoefde het voor hem allemaal niet meer.

Johannes Leendert van der Giessen werd op 17 december 1899 op Rozenburg geboren. Hij overleed op 19 maart 2008 in Rotterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden