Levenslessen

Jan Swinkels: 'Je kunt de mens niet reduceren tot een stel hersens'

Beeld Merlijn Doomernik

Vorige week hield psychiater Jan Swinkels (1950) zijn afscheidsrede. Ruim 35 jaar werkte hij in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam met ernstig depressieve patiënten. "Als ik een klein beetje geluk kon meegeven, dan greep ik mijn kans."

Les 1: Toon levensmoed!
"Ik heb, wat ze noemen, tacit knowledge: kennis op grond van ervaring. Het is niet de kennis die je haalt uit boekjes, maar de kennis die je verwerft na bijna veertig jaar als psychiater te hebben gewerkt - het is de kennis die je helpt om wat sneller aan te voelen wat bij een patiënt speelt en wat hij of zij nodig heeft.

Tot voor kort sprak ik in het AMC regelmatig nieuwe co-assistenten toe en hoe ouder ik werd, hoe meer ik me verbaasde over hoeveel die jongens en meisjes nog niet weten. Ze willen vast allemaal goede artsen worden, ik zie wel ambitie, maar ze staan nog aan het begin van hun carrière en moeten werkelijk alles nog leren. Ze missen nog die tacit knowledge die je nauwelijks van een ander kunt leren en alleen maar in de praktijk kunt opdoen.

Nu ik net vijfenzestig ben, en als psychiater op de toppen van mijn kunnen, moet ik dat AMC en al die jonge dokters achterlaten. Ik ben niet pessimistisch, maar het gebrek aan ervaringskennis baart me soms zorgen.

Mijn werkkamer is leeg. Er komen nieuwe dingen, de moestuin is leuk, maar ik ga het zo vreselijk missen, dit ziekenhuis, de afdeling, de collega's, de patiënten. Ik nestel me erg. Ik weet dat ik nu levensmoed moet tonen, erop kan vertrouwen dat die jonge artsen zullen groeien in hun vak en dat het hier ook wel draait zonder mij. Maar toch ... vijfenzestig, het is wel jong."

Les 2: Alles wat afwijkt is bijzonder
"Mijn vader zat jarenlang op de grote vaart, als hoofd van de machinekamer. Toen ik een jaar of zeven was, bracht hij Hilton mee naar huis, een vluchteling uit Brits Nieuw-Guinea, die als verstekeling aan boord was gekomen. Hilton was zwart en kon schateren van het lachen. Dat wás wat in Heemstede, eind jaren vijftig. Als we boodschappen deden of bij de Chinees aten, zat heel Heemstede met open mond naar hem te kijken. Ik nam Hilton zelfs eens mee naar school, omdat mijn klasgenoten niet wilden geloven dat die zwarte huid echt niet afliet.

Mijn vader was mijn moreel kompas. Ik kon hem niet kwader krijgen dan wanneer ik een gehandicapt kind of iemand met een andere huidskleur beledigde. Alles wat afwijkt is bijzonder, vond hij. Mijn moeder was de motor achter mijn ambities. Dat ik psychiater wilde worden vonden mijn ouders maar raar, ik kon toch iets leukers gaan doen dan me mijn leven lang met het leed van anderen bezighouden.

In de wekelijkse rubriek 'Levenslessen' delen bekende en minder bekende Nederlands wat zij door de jaren heen geleerd hebben.

Toch denk ik dat mijn vader, met zijn introductie van Hilton en zijn moreel kompas, me een voorliefde bijbracht voor afwijking. Als psychiater heb ik heel wat gezien en ik kijk nergens meer van op."

Les 3: Je afkeren van leed is een hoofdzonde
"Eén van mijn allereerste patiënten was een ras-Amsterdamse. Ze was halverwege de vijftig en leed aan een bloedziekte die in die jaren nog dodelijk was. Ik was co-assistent in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis en op een ochtend had de hematoloog haar verteld dat er geen behandelmogelijkheden meer voor haar waren. Na de visite liep ik nog even bij haar binnen. Ik vond het doodeng, die dood, en wílde wel, maar durfde er niet goed over te beginnen. Het was een zonnige dag, zij zat rechtop in haar bed, ik pakte een kruk en ging naast het bed zitten. 'Lief dat je er nog even bent', zei ze, 'je vindt het erg hè, dat ik doodga?' 'Ja', zei ik, 'het is me wat.' 'Het valt wel mee', zei ze, 'dat doodgaan. Miljarden mensen vóór mij hebben het al gedaan.'

Het was een tijd waarin over de dood nauwelijks werd gesproken. En tegenover die overdaad aan emotie van mij zei deze vrouw, moeder van een paar kinderen: 'Sterven is niet erg, ik had er al op gerekend.' Ze hielp me op weg om arts te worden en leerde me dat een mens niet te ingewikkeld hoeft te doen over de dood."

Les 4: Zie de mens!
"Als jonge psychiater in opleiding kwam ik terecht bij Martin Kuilman, aan de Sint Willibrordusstichting in Heiloo. 'Ik ga je op de meest chronische afdeling van het instituut zetten, grif in je geheugen wat je daar ziet', zei Kuilman. Ik trof daar mensen van wie in de status was opgeschreven 'maakt wippende beweging op de divan, schizofrenie' - punt. Uit alles bleek dat de patiënten waren opgegeven. Op een avond ging ik naast een patiënt zitten, hij oogde uitgeblust, was al jaren opgenomen en zei nooit iets. Samen keken we naar de toen populaire serie 'De Kleine Waarheid', op televisie. 'Huilt u?' vroeg ik de man. Hij antwoordde: 'Ik huil al jaren, maar niemand ziet het.'

Wat heb ik dié woorden altijd bij me gedragen. Je kunt het nóóit hebben over 'die schizofreen', patiënten zijn ménsen! Het gaat niet om de vraag welk label we opplakken, maar om de vraag: wat is er met deze meneer of mevrouw aan de hand?

Beeld Merlijn Doomernik

Zie de mens! Het is de titel geworden van mijn afscheidsrede. Als ik als psychiater aan al die jonge studenten heb kunnen overdragen hoe belangrijk het is om de mens niet te niet reduceren tot een stel hersens alleen, dan ben ik tevreden."

Les 5: Behandelen is beter maken en een beetje geluk meegeven
"Ik had een ernstig depressieve man in mijn kamer, ik zag hem al een tijdje. Op een dag had hij zijn vrouw bij zich. 'Ik wil scheiden', zei zijn vrouw, 'want hij heeft allemaal buitenechtelijke relaties.' Ik zat tegenover dat echtpaar en ik zag dat er moeilijkheden waren tussen die twee, maar het was ook zo vreselijk duidelijk dat ze van elkaar hielden.

Hebt u nou nóóit gedacht, vroeg ik aan die vrouw, als u in de krochten van uw ziel kijkt: wat een knappe man, bent u nooit in uw leven een man tegengekomen met wie u wel eens een beschuitje had willen eten?

Inderdaad, moest die vrouw toegeven, ze had ook wel eens verlangens gehad, maar om allerlei redenen had ze daar nooit iets mee gedaan. Hij wel, en dat maakte haar kwaad, want zij vond het oneerlijk dat zij een kuis leven had geleid terwijl hij er maar op los leefde.

Alles wat ik deed was een beetje begrip proberen te kweken bij deze mevrouw, het bleek wezenlijk voor het herstel van haar man. 'Jullie houden van elkaar, toch?', vroeg ik. Het hoorde niet bij mijn rol als psychiater, maar het leek me zo doodzonde als deze twee mensen na veertig jaar huwelijk uit elkaar zouden gaan.

Damiaan Denys, mijn collega, vindt dat wij psychiaters er niet zijn om de mens gelukkig te maken. Ik ben het maar ten dele met hem eens: altijd als ik een klein beetje geluk kon meegeven, in de slipstream van mijn behandeling, dan greep ik mijn kans."

Les 6: Liever praten dan pillen
"In één van mijn laatste weken in het AMC zag ik, samen met een assistent, een vrouw die al langer leed aan stemmingsklachten. Ik zag haar voor het eerst en las in haar dossier dat ze eerder al eens was behandeld met medicatie voor een manisch-depressieve stoornis.

De vrouw was een paar jaar weg geweest, vertelde ze, toen ik vroeg naar haar leven. Ze had in Spanje gewoond, was daar getrouwd en weer gescheiden en was nu, met haar kinderen, terug naar Nederland gekomen. Ze had gehoopt hier nog een beetje bij de mannen in de smaak te vallen en een nieuw leven te kunnen beginnen, maar erg veel aandacht van het andere geslacht bleek ze op haar leeftijd niet meer te krijgen. Ze overwoog om weer terug te gaan naar haar ex-man in Spanje. Ik sprak een aardig poosje met haar en stond stil bij haar levensverhaal.

Het protocol zegt: als de patiënt manisch-depressief is, dan moet hij aan de medicatie. Maar zou deze mevrouw ook drie jaar lang pillen hebben geslikt als er wat eerder goed was doorgevraagd naar haar levensverhaal? Zou het niet zo zijn dat ze na vijf, zes gesprekken gericht op het hervinden van haar zelfwaardering, het leven weer aan zou kunnen? Drie jaar lang medicatie, ik schaamde me dood."

Les 7: Laten wij, psychiaters, bescheiden blijven
"Bij een andere patiënte zocht ik lang naar de oorzaak van haar somberheidsklachten: had het ermee te maken dat haar man ziek was, moesten we het zoeken in haar vroege jeugd of in haar opvoeding? Tot een paar maanden geleden bemoeide ik me zeer intensief met een patiënte, moeder van twee zoontjes, die hier niet voor het eerst was opgenomen. Hoezeer ik ook mijn best deed, ze knapte niet op. Totdat we uitweken naar een elektroshock-behandeling. Mijn patiënte herstelde wonderbaarlijk, werd een totaal andere vrouw en ik liet haar naar huis gaan.

Niet lang daarna zag ik haar weer. Ze maakte zich zorgen, zei ze. Ze was nog steeds redelijk opgeknapt, maar toch zocht ze soms op internet weer naar methodes om pijnloos zelfmoord te plegen. Ik sprak lang met haar en zag geen reden om haar acuut op te nemen. Drie dagen later hing ze zich op aan de waslijn in het trapgat, haar negenjarige zoontje vond haar.

Ik was kapot van het bericht. Dagen erna liep ik alles nog eens na: had ik steken laten vallen, had ik iets over het hoofd gezien? Nee, constateerde ik uiteindelijk, ik zou het opnieuw zo hebben gedaan. Een maand later kwam haar man hier bij me, samen met de twee jonge kinderen. Hij kwam nog eens bedanken voor alle goede zorgen. Ik vroeg de jongetjes hoe het met ze ging. 'We missen mama, maar we hebben ook rust, want we zijn nu niet meer steeds bang dat ze zichzelf iets zal aandoen', zei het oudste kind. Na het gesprek liepen ze weg met z'n drieën, ik deed de deur achter ze dicht en moest ineens zo vreselijk janken. Ik voelde me zó machteloos. Ik had mijn hele wezen, mijn hele menszijn ingebracht, ik had gedaan wat ik kon om deze patiënte te helpen. Stond ik daar met al mijn tacit knowledge en moest ik toegeven dat ik de strijd had verloren. En hoe het had kunnen gebeuren, haar dood? Ik heb nog altijd geen idee."

Jan Swinkels

Na zijn studie geneeskunde aan de Vrije Universiteit was Jan Swinkels (Heemstede, 1950) bijna veertig jaar werkzaam als psychiater, onder meer in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Hij behandelde vooral patiënten met depressieve klachten. Daarnaast was Swinkels bijzonder hoogleraar richtlijnontwikkeling in de gezondheidszorg. Hij is sinds vorige week met pensioen. Op 23 oktober hield hij zijn afscheidsrede, getiteld 'Zie de mens!'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden