Ik heb een droom

Jan Siebelink: 'Het wonder zit in het alledaagse'

an Siebelink. Beeld Jorgen Caris

“Ik heb twee terugkerende dromen, beide zijn heel helder. In de ene bevind ik me in een groot gebouw, meestal een schoolgebouw dat soms herkenbaar is als het Marnix College in Ede waar ik les heb gegeven. 

Ik ben bang en gedesoriënteerd want alle deuren zijn eruit, ik kan niet weg. Dan komt er een soort toeristentreintje aan en even lijkt het probleem te worden opgelost: de mensen stappen uit en gaan onmiddellijk bellen om hulp te zoeken voor mij. Van die hulp komt echter niets terecht. Heel langzaam verwatert de droom: iedereen verdwijnt en ik blijf alleen achter.

Je kunt zeggen: dit gaat over Sartreriaanse existentiële eenzaamheid. Uiteindelijk staan we er immers alleen voor, maar in mijn dagelijks leven ervaar ik dat niet zo. Ik ben getrouwd, we hebben kinderen. Mijn vrouw hanteert de computer, daar kan ik niets mee. Toch wijst die droom op iets waar ik heel bewust voor heb gekozen: als schrijver wilde ik altijd onafhankelijk zijn en mij niet onderwerpen aan subsidiegevers. Mijn salaris verdiende ik als leraar, boeken schreef ik in mijn vrije tijd. In feite was ik een kleine middenstander, net als mijn vader die baas was over zijn kwekerij in Velp en op dat stukje land zelf kon bepalen wat hij deed.

In de tweede droom staat mijn vader in zijn karakteristieke houding in de broeikas: met een gieter geeft hij een broesje aan de planten op de schappen. Hij is verstard, in een andere wereld, dus ik kan hem nooit de vraag stellen die op mijn lippen brandt: papa, hoe wist je dat wij een onderaardse bron hadden, zag je het water opbruisen? Die bron op onze kwekerij had hij met anderen in de oorlog geslagen nadat de waterleiding was gebombardeerd tijdens de Slag om Arnhem. Ik was trots op mijn vader want de hele buurt kwam met emmers en teilen water halen uit onze pomp.

De droom laat zien dat de kwekerij voor mij nog altijd een bron van inspiratie is. Ik hoef er maar met een stok op te slaan en er ontspringen beelden en verhalen, mijn schrijverschap is er uit ontstaan. Voor een jongen was zo’n kwekerij een paradijs: ik hield van de ruimte, de geuren en de planten, maar ik zag ook het keiharde ploeteren van mijn vader en de eeuwige schulden. Ik wist zeker dat ik later op een of andere wijze zou vertellen wat hier gebeurde.

Steeds keer ik weer terug naar deze bron, ook in mijn nieuwe roman: over de buurjongen van Hans Sievez uit ’Knielen op een bed violen’ die Sievez’ kwekerij overneemt. Hij is een nieuw personage voor mij: heel eenvoudig, lichtelijk beperkt, maar in al zijn gewoonheid is hij toch een buitengewoon bijzonder man. Het wonder zit in het alledaagse. Ik ben van hem gaan houden. Zelden heb ik met zoveel plezier een boek geschreven, het ging als vanzelf.”

Jan Siebelink (79) schreef een omvangrijk oeuvre. Zijn bekendste werk ‘Knielen op een bed violen’ is in 2015 verfilmd. Deze week verscheen zijn nieuwe roman, ‘De buurjongen’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden