Column

Jan Roos moet behartigen wat kiezers willen, niet wat ze zijn

Jan Roos in het stemhokje bij het referendum over het associatieverdrag van de EU met Oekraine. Beeld anp

De aankondiging van Jan Roos' overstap naar de politiek werd door een klein foutje overschaduwd. Als 'fractieleider' trad hij aan, maar helaas: tot aan de verkiezingen hééft zijn partij VNL helemaal geen fractie. Misschien daarna ook niet, dat moeten we nog zien. Maar tot die tijd kon de voormalige coryfee van GeenStijl hoogstens 'lijsttrekker' zijn. Oh ja, lijsttrekker: het werd haastig verbeterd.

In deze krant is de vraag opgeworpen of kiezers, voordat ze hun stem mogen uitbrengen, niet eerst een acte van bekwaamheid zouden moeten behalen. Rudimentaire kennis van het staatsbestel en de politiek: daar mogen we niet zonder meer op vertrouwen - al is op dat vertrouwen wel het hele bestel gebouwd.

Misschien hadden de sociologe/journaliste Andrea Wagemans en de arts Malys Talib die het stemexamen voorstelden, beter bij de politici zelf kunnen beginnen. Dat kennis van zaken geen voorwaarde is voor politiek activisme, bewees Jan Roos al in de campagne tegen het handelsverdrag met Oekraïne. Wist hij veel wat daar allemaal precies in stond, zo liet hij uitdagend weten. Een paar duizend bladzijden doorvlooien: bèjjegek! Lezen is voor watjes.

Loze kreten
Laten we 'fractieleider' Jan Roos niet al te hard vallen. Een verspreking is snel gemaakt. In kringen als GeenStijl word je daar meteen bloeddorstig op afgerekend, maar ik ben GeenStijl niet. Foutje dus, zand erover. Zwaarder weegt het misprijzen van een would-be politicus voor kennis en informatie. Met loze kreten kun je verkiezingen of een referendum winnen, maar je stuurt er een land niet mee het goede pad op - zelfs niet vanuit de oppositiebanken. Kamerlidmaatschap betekent dossiers lezen en weten wat er in de maatschappij gaande is.

Dat is niet hetzelfde als weten wat er 'in de maatschappij leeft', zoals almaar meer kamerleden hun kerntaak omschrijven. De gevoelens tot uitdrukking brengen die ruim baan krijgen in discussiefora, op straat, in het horecawezen en misschien ook wel bij GeenStijl: daarin menen zij het volk te 'vertegenwoordigen'. Het parlement moet een afspiegeling zijn van de samenleving - en zo weerspiegelt het ook de publieke mening.

Afgevaardigden
Dat is een populaire maar daarom niet minder ernstige misvatting. Het parlement wil helemaal geen representatieve afspiegeling van de samenleving zijn, zoals je die vindt in de 'representatieve' steekproeven van de grote peilingsbureaus. Het is een verzameling 'afgevaardigden': zo spraken de dames en heren van de Tweede Kamer elkaar tot voor kort nog toe.

Ze waren door kun kiezers naar het parlement gezonden zoals een verdachte een advocaat met zich meeneemt naar de rechtbank: omdat zo'n geschoold iemand beter het woord kan doen, meer op de hoogte is van wetten en voorschriften en met de hele gang van zaken gewoonlijk ruimere ervaring heeft dan de beklaagde zelf. Voor een goede advocaat is dat het enige wat telt. En dat is het ook voor een kamerlid. Hij zit niet in het parlement zijn achterban af te spiegelen. Hij doet zijn handwerk om zo goed mogelijk te behartigen wat zijn kiezers wíllen - niet wat ze zíjn.

Politieke wil uitbesteden
Kamerleden zijn, met andere woorden, wat ze zijn opdat al die miljoenen Nederlanders dat níet hoeven te zijn. Zij moeten het politieke métier beheersen zodat hun kiezers zich níet 50, 60, 70 uur per week met die dossiers hoeven bezig te houden. Wij besteden onze politieke wil uit aan mensen in wier visies èn vakbekwaamheid we vertrouwen stellen, waarna we opnieuw vier jaar lang met rust worden gelaten. Daarna kijken we hoe ze het gedaan hebben, en nemen hen opnieuw in de arm - of niet. Een examen hoeven ze daarvoor niet af te leggen.

Zo ziet de logica van het parlementaire bestel eruit, en ik zou nog steeds geen beter alternatief weten. Maar soms vraag ik mij af of al die politici dat zelf nog wel duidelijk zien. De kloof met de burger dichten, herkenbaar zijn niet om wat ze doen maar om wat ze zíjn: ik hoor al dat hachelijks met groot wantrouwen aan. Voor je het weet moet een parlement wèrkelijk een 'afspiegeling' van de samenleving worden en wil de kiezer alleen nog maar een afgevaardigde die een kloon is van hemzelf.

Kloof
Geen wonder dat je dan 'fractievoorzitters' krijgt als Jan Roos en hoe al die getapte jongens ook heten mogen. En krijg je professionele politici die net zo straal voor hun 'stemexamen' zouden zakken als hun kiezers - en er daarom bij die laatsten alleen maar populairder op zouden worden.

Zo tekent zich een onverwachte parallel af tussen vernieuwers van het bestel als D66 en de jongste populisten op de rechtervleugel. Ze willen allebei de politiek 'dichter bij de burger brengen'. Dat is een catastrofale fout. De kloof tussen die twee moet flink breed zijn - voordat de Kamer vol zit met afgevaardigden die aan dossierkennis net zozeer het land hebben als wie hen verkozen hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden