Jan Raas kon en kan niet tegen onrecht

Nerveus was Jan Raas naar zijn zeggen geen seconde geweest. Het zijn de laatste kilometers van het WK wielrennen op de weg in Valkenburg. De Franse outsider Chalmel waagt een demarrage. Achter hem beloeren Raas en Thurau elkaar. Minutenlang, naar het lijkt. Zo lang dat niet een favoriet, maar een anonymus hard op weg is de regenboogtrui om zijn schouders te trekken. Niet voor het eerst zou een wielerkoers op die manier worden beslist.

Johan Woldendorp

Raas en Thurau weten dat degene die het initiatief neemt om de ongewenste vluchter terug te halen, niet zal winnen. Thurau houdt zijn zenuwen het kortst in bedwang. De Duitser gaat, de pokerende Raas springt in zijn wiel, ziet de Italiaan Battaglin in de laatste meters nog vallen, wordt zelf door Thurau nog bijna tegen een dranghek gereden, maar rondt het karwei op even bekwame als koele wijze af. Aan de hoogtijdagen in het Nederlandse wielrennen lijkt geen einde te komen. Een jaar eerder liet Moser zich op de Nürburgring in Duitsland door Gerrie Knetemann verrassen, in 1980 zou Joop Zoetemelk de Tour de France winnen. In 1975 was Hennie Kuiper ook al wereldkampioen geworden. Het waren de triomfen de eenheid, van de teamgeest.

Het was ook de epoque van de schier onoverwinnelijke Raleigh-formatie van Peter Post. De Amstelveense ploegleider introduceerde voor die tijd een uniek systeem in het cyclisme: geen uitgesproken kopman die hoe dan ook in de finale uitgespeeld zou worden, maar een hecht collectief waarin iedereen die zich sterk voelde, kon winnen.

De wereldtitel van Knetemann in 1978 was daarvan een goed voorbeeld, legde Raas aan de vooravond van zijn grote triomf in Zuid-Limburg uit in de Haagse Post. De Zeeuw was als eerste gesprongen. ,,Je hebt de kans als je het eerste weg bent, dat je wereldkampioen wordt. Als ik blijf zitten en Knetemann gaat weg, of Zoetemelk, dan moet ik maar afwachten of hij wordt teruggepakt. Ik heb zelf de eerste twee dagen ook wel gedacht: 'Ik had ook wereldkampioen kunnen worden', maar dat moet je gewoon van je afzetten. Je moet toch verder. Het is beter voor mij dat Knetemann wereldkampioen is dan Moser.''

Raas had het er langer dan twee dagen moeilijk mee. Hij was broodrenner geworden om te winnen, niet omdat hij het idee had het mooiste vak van de wereld uit te oefenen. Op kantoor was het ook niet alles - hij had de hbs niet afgemaakt en leek een weinig opwindend bestaan als boekhouder op een groothandel in zaden en diervoeding tegemoet te gaan - maar dat Post hem in 1973 met een bruto jaarloon van 12 000 gulden wilde afschepen, beschouwde hij als een belediging. ,,Raas hield niet echt van de fiets'', zou de ploegleider later opmerken.

Raas aarzelde ook omdat hij er weinig voor voelde knecht te worden. Waterdragers winnen doorgaans niet en voor de Zeeuw had een bestaan als profrenner alleen zin wanneer hij met grote regelmaat kon triomferen. Niet voor niets wilde hij in zijn eerste Tour de France, in 1976, in de bergen naar huis, omdat hij in de Pyreneeën en de Alpen toch geen kans op een ritzege had. Dat was dus verloren tijd. Toen Post ervan hoorde, uitte hij het dreigement dat Raas dan geen enkel criterium zou rijden. De stuurse renner haalde Parijs.

,,Post heeft me toen op de fiets gehouden'', zegt Raas in het boek Bravo, les Hollandais! van Jeroen Wielaert. Niettemin verliet hij dat jaar Raleigh omdat de Amstelvener hem in zijn ogen te weinig kansen gunde. In dienst van Frisol won hij Milaan-San Remo en de eerste van vijf Amstel Gold Races. Toen de sponsor er mee stopte, keerde Raas terug bij Post. Maar wel onder zijn voorwaarden. Met Knetemann regelde hij op perfecte wijze de zaken in het 'veld'. De modelploeg was praktisch onklopbaar.

Doch de kiem voor de breuk die wielerminnend Nederland in 1983 op zijn kop zette en het einde van het systeem Post inluidde, was toen - achteraf - al lang gelegd. Raas kon en kan niet tegen onrecht. Dat merkte de NOS op de dag dat hij wereldkampioen werd - de Zeeuw boycotte de omroep omdat hij de verslaggevers te negatief en te ondeskundig vond - en dat merkte Post, toen die Panasonic als opvolger van Raleigh presenteerde. Raas informeerde bij hem of de maecenas nog naar de renners had gevraagd. ,,Nee'', antwoordde de directeur-sportief, ,,ze zijn in mij geïnteresseerd.'' Raas, die zich vanaf het begin van zijn tijd bij Post al ergerde aan denigrerende opmerkingen van de Amstelvener, vond de maat vol. Hij stapte met de kern van de ploeg over naar een nieuwe sponsor en maakte daarmee een einde aan een tijdperk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden