Jan Palach

STEVO AKKERMAN

Ik was toch in Praag en het was 16 januari, de dag waarop Jan Palach zich in 1969 in brand stak op de stoep voor het Nationaal Museum. Dus stak ik de veel te drukke weg over die het museum sinds 1978 scheidt van het Wenceslasplein en meldde me bij het onopvallende gedenkteken, dat schuil lijkt te gaan in de tegels. Er lagen bloemen, er brandden vier kaarsen, maar er was verder niemand. 1969 is lang geleden en de herinnering aan Russische soldaten in de straten van Praag lijkt te zijn vervlogen - er zijn hier nu andere Russen. Zakenlieden, diplomaten, spionnen. Veel spionnen, aldus de Tsjechische inlichtingendienst.

Palach, 21 jaar oud, student aan de Karelsuniversiteit, had zichzelf in brand gestoken om te protesteren tegen de Sovjet-bezetting, waarmee Moskou een einde had gemaakt aan de Praagse Lente, het experiment om te komen tot een 'socialisme met een menselijk gezicht'. Eigenlijk moet ik me preciezer uitdrukken: Palach had niet zozeer de Russen op het oog, maar zijn eigen landgenoten, die zich dreigden neer te leggen bij de 'normalisatie' die de Sovjets doorvoerden. Palach kon niet leven met de doodse stilte van die dagen. Dichter Miroslav Holub verwoordde het een week na zijn sterven zo:

En hier rent een fakkel zonder standbeeld.

En het is eenvoudig. Daar waar eindigt

de mens begint de vlam.

En dan hoort men in de stilte het gemurmel

van wormen van de as. Want

die miljarden mensen houden in feite

hun mond.

Toen ik in 1991 in Praag arriveerde om er correspondent te worden, was 1969 nog dichtbij. De Russen waren er nog en de Tsjechen wilden hen weg hebben. De angst was verdwenen; de tank die op een sokkel stond om de Russische bevrijders van 1945 te eren, was roze geverfd. Maar het wantrouwen bleef - toen die zomer een coup werd gepleegd tegen Gorbatsjov, stroomde het Wenceslasplein vol en overal viel te horen dat het alweer gedaan was met de vrijheid: de lange arm van Moskou zou Praag nooit loslaten.

Ik memoreer dat allemaal, omdat ik het zo moeilijk te begrijpen vind dat Tsjechië tegenwoordig een president heeft die bij Poetin op schoot zit en zich door Trump op de schouders laat slaan. Milos Zeman, dat is 'm. Vorige week gaf hij een interview aan de Washington Post: "Ik was het enige Europese staatshoofd dat Trump publiekelijk steunde, al voor de verkiezingen. Ik benadruk 'voor', omdat veel politici pas na de verkiezingen zo moedig durfden te zijn."

Wat Zeman en Trump bindt, is niet moeilijk te zien. Het is vooral liefde voor Poetin. Beiden keren zich tegen de sancties die tegen Rusland werden ingesteld na de Krim-annexatie, beiden verdedigen die annexatie, beiden hebben - al dan niet via hun entourage - financiële banden met Moskou. Dit is wat Poetin over Zeman te zeggen heeft: "Het is een genoegen dat er politici in Europa zijn die onafhankelijk durven te zijn."

Met zo'n vriendschap heb je geen bezetting meer nodig.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden