Jan krijgt een zeilboot en Piet wil op dammen Nederland barst van de sportverenigingen. Toch geven steeds meer kinderen de voorkeur aan sporten, die de vorm hebben van een videospelletje. De Nederlandse Sportfederatie schrok ervan en ontwikkelde een ...

PAPENDAL - Lang geleden, toen het woord 'sportcultuur' nog uitgevonden moest worden, was er geen kunst aan om kind te zijn. Wie wilde voetballen, ging de straat op, wie wilde zwemmen, dook het kanaal in. 's Winters bevroor datzelfde kanaal en werd er geschaatst.

NICOLIEN VAN DOORN

Tegenwoordig kan dat niet meer. De straat staat vol met auto's, het kanaal is vervuild en strenge winters bestaan niet meer. Een kind dat graag beweegt, moet lid worden van een sportclub. In een land waarin zo'n 200 verschillende sporten beoefend kunnen worden, kan de keus niet moeilijk zijn.

Toch geven steeds meer kinderen in Nederland de voorkeur aan sporten die de vorm hebben van een videospelletje. De Nederlandse Sportfederatie (NSF) deed een onderzoek naar de reden van die lamlendigheid en constateerde dat het enorme aanbod aan sporten eerder een nadeel dan een voordeel is. Kinderen zien door de bomen het bos niet meer en kiezen de weg van de minste weerstand. Ze gaan tennissen of volleyballen omdat hun vriendje het doet. Dat vriendje doet het omdat zijn oudere zusje het doet. Het oudere zusje doet het omdat haar vriendinnetje het doet en het vriendinnetje doet het omdat haar vader het doet.

Met zo'n erbarmelijke motivatie, dachten ze bij de NSF, is het geen wonder dat veel kinderen al snel afhaken en van de ene sport naar de andere fladderen, of voor hun verjaardag het allernieuwste videospelletje vragen. Hoe kunnen wij die zombies veranderen in sportfanaten, die de uren aftellen voordat ze weer naar de sporthal mogen? Het antwoord was snel gevonden. Een kind moet een sport beoefenen die echt bij hem past. En zo ontstond het lespakket 'Sport, weten waarvoor je kiest'. Het pakket bestaat uit een video, een sportkeuzetest, werkboekjes, aanvraagkaartjes voor proeflessen en een docentenhandleiding. Basisscholen kunnen het vanaf september aanvragen voor leerlingen uit groep 7.

Eind vorige week presenteerde de NSF het voorlichtingsprogramma op het nationale sportcentrum Papendal. In een sporthal was een middagvullend programma bedacht, dat de genodigden duidelijk moest maken dat elfjarige kinderen in een handomdraai van al hun sportieve problemen verlost kunnen worden. Jan Douwe Kroeske ('Twee meter de lucht in') was ingehuurd als schoolmeester van een gelegenheidsklasje, dat bestond uit kinderen van de Arnhemse Buitenschool en een aantal topsporters. Meester Jan Douwe vertelde zijn leerlingen dat hun klasgenootje Thea Sybesma de verschrikkelijkste sport van alle verschrikkelijke sporten beoefende. "Run bike run, dat is afzien. Weten jullie wat run bike run is?" Nee, meester. "En afzien?" Nee, meester.

Slappe lach

Nico Rienks deed de sportkeuzetest en ontdekte dat hij een geboren roeier is. Nelli Cooman kreeg de slappe lach, zodat meester Jan Douwe haar voor het gemak oversloeg. De elfjarige Carolien bleek alleen geschikt voor bridgen en korfbal en straalde: laat ze nou al jarenlang op korfbal zitten! Voor haar klasgenoot Robin liep de test minder goed af. Zijn favoriete sport is schermen, maar volgens de test heeft alleen windsurfen hem wat te bieden. De teleurstelling was van zijn gezicht te scheppen. "Vind je windsurfen ook wel leuk?" vroeg meester Jan Douwe bezorgd. Robin besloot sportief te blijven en de NSF een afgang te besparen. "O jawel hoor" , stamelde hij.

Het spreekt vanzelf dat zo'n middag niet kan slagen zonder een flink aantal toespraken. NSF-voorzitter Marten Kastermans hield er eentje over de reden waarom de NSF het pakket had ontwikkeld. Bert Kranendonk, woordvoerder van het adviesbureau dat het pakket ontwikkelde, gaf een overzicht van de tientallen sporten waarop hij ooit was afgeknapt. Op het infantiele kleutertoontje, bekend van de Ster-reclame, liet hij zijn toehoorders weten dat paardrijden hem niet beviel, omdat hij een gegeven paard niet in de bek mocht kijken. "De overstap naar hardlopen mislukte" , zo dreutelde Kranendonk rustig verder, "omdat dat een race is tegen de klok en ik de klepel niet kon vinden. Bovendien ben ik geen hardloper, maar een doodloper. Bij het zeilen hield iemand steeds een oogje in het zeil. Eng hoor! Ik ging meteen onder zeil. Toen ik ging skien, moest ik al die bergen verzetten. Zal ik dan maar gaan roeien met de riemen die ik heb?" Verwachtingsvol keek Kranendonk de zaal in. Maar niemand lachte.

Gelukkig waren er ook momenten dat er wel gelachen werd. De microfoon begaf het onder de enorme hoeveelheid lolligheid die meester Jan Douwe erop afvuurde. De uitreiking van het eerste lespakket aan de Eindhovense wethouder van sportzaken duurde langer dan gepland, omdat Kastermans het bewuste pakket niet kon vinden. En bij alweer een toespraak van Kastermans kreeg een van de aanwezige kinderen zo genoeg van de eindeloze woordenstroom, dat hij zijn tijdelijke klasgenoot John Blankenstein om een rode kaart vroeg, waarmee hij de NSF-voorzitter de zaal uit stuurde.

Tussen de ludieke bedrijven door werd langzamerhand duidelijk, wat nou eigenlijk de bedoeling is van het project 'Sport, weten waarvoor je kiest'. Een basisschool bestelt het lespakket en gaat aan de slag. Met behulp van een video krijgen de leerlingen te zien welke sporten er zoal zijn. Wie nog nooit van rolhockey heeft gehoord, komt immers niet op het idee om lid te worden van een rolhockeyclub. De NSF moet er niet aan denken hoeveel talentvolle rolhockeyers er jaarlijks verloren gaan, enkel en alleen omdat niemand weet dat die sport bestaat! Na de 'wandeling' door het moderne sportdoolhof kiest elke leerling drie sporten die hem gaaf lijken. Het kind vult een bon in, de bon komt via de sportbond terecht bij een sportvereniging in de buurt en het kind wordt uitgenodigd voor een proefles.

Het is duidelijk: met een kind, dat stapje voor stapje wordt begeleid naar de sport van zijn keuze, kan niets meer misgaan. Dat beweren ook de negen panelleden, die een voor een het project mogen bejubelen. "Welke sportbond zou hier nou op tegen kunnen zijn?" vraagt Bert Pauw van de atletiekunie zich af. "Minder verloop onder onze leden, dat willen we toch allemaal?" De zaal knikt instemmend: natuurlijk Bert, dat willen we allemaal. "Kinderen hoeven nu niet meer te voetballen omdat hun vader dat vroeger deed" , bedenken judoka Irene de Kok en schaatser Rintje Ritsma. En: "Een van de mooiste acties die er ooit zijn geweest" , juicht Chris Buitelaar van WVC, dat een ton bijdraagt aan het totaalbedrag van een miljoen gulden. "Jammer dat mijn ministerie op de kleintjes moet letten en daarom slechts een bescheiden bijdrage kan leveren."

Bijsmaak

Hoe zou het toch komen dat een dergelijk initiatief voornamelijk cynisme oproept? Hoe valt die bijsmaak te verklaren, dat de 'projectontwikkelaars' zich van achter hun bureau hebben uitgeleefd op een plan dat niets heeft te maken met de werkelijkheid? Waar komt die zekerheid vandaan dat Bert Kranendonk, Marten Kastermans en Jo Lucassen geen kinderen hebben en, erger nog, zelf nooit kind zijn geweest?

Stel je even voor: een onderwijzer vertelt zijn klas een verhaaltje over alle sporten die Nederland te bieden heeft. Zodra hij is uitgepraat, beantwoorden de leerlingen de vragen uit het werkboekje. Dan mogen ze de sportkeuzetest doen. Jan ontdekt dat zeilen het best bij hem past, zijn vriendje Piet blijkt een geboren dammer te zijn. Dus krijgt Jan een zeilboot en zet Piet een dambord op zijn verlanglijstje.

De vader van Kees nam zijn zoon al mee naar het voetbalveld, toen het kind nog maar nauwelijks kon lopen. Op de televisie slaan ze geen wedstrijd over. Vanaf zijn zesde voetbalt Kees twee keer per week in clubverband. Boven zijn bed hangen al zeven vaantjes. Dan doet Kees de sportkeuzetest. Tot zijn grote vreugde rolt er 'korfbal' uit. Zijn vader is al even blij.

De Nederlandse Sportfederatie gaat ervanuit dat tienjarige kinderen bewust kunnen kiezen. Terwijl voor kinderen maar een ding belangrijk is en dat is dat ze 'erbij horen'. Piet wil best op dammen, maar alleen als Jan daar ook voor kiest. En Kees wil niets anders dan dat zijn vader trots op hem is.

Wat de NSF-bestuurders evenminhebben bedacht, is dat de meeste sportverenigingen een schreeuwend tekort aan kader hebben. Veel clubs kunnen de toeloop van nieuwe leden nu al niet aan, laat staan dat ze mankracht hebben om zoiets tijdrovends als proeflessen te organiseren. "Daar hebben we wel degelijk aan gedacht" , verweert Jo Lucassen van de NSF zich, "maar dat is een taak voor de bonden. Bovendien verwachten we niet dat er in september meteen een run op sportclubs ontstaat. Voor de komende twee jaar rekenen wij op een respons van twintig procent. Tijd genoeg dus om aan kadervorming te doen."

Onderwijzer

En hoe reageert de onderwijzer, die jaren geleden gedwongen werd zijn klas gymnastieklessen te geven, waarvoor hij niet was opgeleid? Van het ministerie van onderwijs kreeg hij indertijd te horen, dat de vakleerkrachten uit bezuinigingsoverwegingen afgevoerd werden en hij hun taak moest overnemen. En nu komt het ministerie van WVC hem vertellen, dat hij tijd moet inruimen voor sportvoorlichting, omdat zijn leerlingen daar zo verschrikkelijk veel baat bij hebben. "Die vraag is inderdaad lastig te beantwoorden" , erkent Buitelaar (WVC). Volgens hem onderkent Wallage wel degelijk het belang van vakleerkrachten in het basisonderwijs, maar heeft hij er eenvoudig het geld niet voor. Daar moeten de onderwijzers het dan maar mee doen.

Eigenwijze kinderen die zich niks aantrekken van de sportkeuzetest en gewoon van de ene sport naar de andere blijven fladderen, hoeven niet te wanhopen. Zij kunnen een voorbeeld nemen aan Nelli Cooman. De sprintster heeft zowat alle sporten beoefend die bij de NSF zijn aangesloten, voordat ze ontdekte dat ze aardig kon hardlopen. "Voetbal, ijshockey, volleybal, tafeltennis . . . ik ben eerder klaar als ik zeg welke sporten ik net heb gedaan." Ondanks al dat 'gefladder' werd ze Europees en wereldkampioene.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden