Jan Klaassen zonder zijn Katrijns

Anton Heyboer (1924-2005)Beeld ANP

Anton Heyboer (1924-2005) stond de laatste dertig jaar van zijn leven in de spotlights als clown, als karikatuur van die gekke kunstenaar met vijf vrouwen. Nu is er in Den Haag een tentoonstelling van de kunst die hij daarvóór maakte.

Anton Heyboer
Tot 4 februari 2018 in het Gemeentemuseum in Den Haag
Gemeentemuseum.nl 
★★★

Wie is uw vrouw?' vraagt André van Duin bij Anton Heyboer thuis, eind jaren negentig. 'Allemaal!', roepen vijf dames in koor. Zittend in een luie stoel, gehuld in een donkere overjas laat Heyboer even later zien dat hij zonder naar het papier te kijken een tekening kan maken. 'Eentje die na mijn dood waarde zal hebben.' Zijn gezicht is witgeschminckt. Geluidsbandlachsalvo's klinken elke vijf seconden op dit YouTube-filmpje.

Dit is het bekende beeld van Heyboer: de kunstenaar als clown. Misschien begon het lachen wel met 'De drie bruiden van Anton Heyboer', een boek van Henk van der Meyden uit 1974. Daarin stond, zo vermeldde de achterflap, 'het verhaal van het merkwaardige leven dat Anton Heyboer, Nederlands befaamde kunstenaar, in Den Ilp, in een stal en enige schuren leidt met zijn drie vrouwen Marie, Marike en Lotti.'

Het boek werd een bestseller en Heyboer een tv-persoonlijkheid. Kunst leek een accessoire, een goocheltruc van die Jan Klaassen met de vele Katrijns.

Tentoonstelling

In het Haagse Gemeentemuseum is de komende maanden een tentoonstelling te zien die dat beeld nuanceert. Geen pottenkijkerige video's (ze zijn makkelijk online te vinden), nu komt de nadruk op de kunst. Heyboer was in 1975 gestopt met tentoonstellingen en de galeriewereld, maar hij stond in de jaren daarvoor wél drie keer op de prestigieuze Documenta in Kassel, had tentoonstellingen over de hele wereld en werd ook door andere kunstenaars en critici als belangrijk gezien. Wat was dat voor kunst? Heeft die kunst de tijd doorstaan? En waarom keerde hij zich er later vanaf?

Het Gemeentemuseum heeft zelf een bijzondere band met de kunstenaar. De voormalige directeur, Hans Locher, bezocht Heyboer vanaf 1965 regelmatig, praatte met hem over zijn werk en kocht het ook. In 1976 schreef Locher een monografie, tot nu toe het meest volledige serieuze boek over de kunst.

De tekst loopt door onder de afbeelding

Zonder titel, 1975, olieverf en lakverf doek, 200 x 150 cm.Beeld RV

Deze tentoonstelling wil die serieuze toon ook hier opnieuw gebruiken. Lastig, want erg helder zijn de details over het vroege leven van Heyboer niet, de hoofdpersoon was niet bepaald de nauwkeurigste autobiograaf. Had hij een leermeester, wie gaf hem een introductie op het etsen, de techniek die hij tot 1975 voornamelijk zou gebruiken?

De tentoonstelling geeft daar geen antwoord op en begint haastig, alsof ieder persoonlijk detail bij Heyboer naar sensatie riekt, met enkele vroege etsen, kriebelig en met cryptische bijschriften in de tekeningen. Er staat 'paradijsje maait' en 'heilig is het hart van de vrouw'. Slecht leesbare tekst: bij een ets moet je in spiegelbeeld schrijven wil je de tekst kunnen lezen, en dat was een schrift dat Heyboer (nog) niet beheerste.

Meteen in de eerste zaal hangt ook het 'grootste werk dat Heyboer ooit zou maken', een ets samengesteld uit 27 vellen, negen bij drie, die als een puzzel in elkaar passen. Het heet 'Het goede moment' en Heyboer maakte het voor de Documenta van 1964. Pas begin dit jaar dook het op in Duitsland. In Kassel hing het tegenover de nog grotere collage van Henri Mattisse met de papegaai en de zeemeermin, nu in het Amsterdamse Stedelijk. Meer grote namen zouden volgen: Heyboer werd in een tentoonstelling in Los Angeles als een van de veelbelovende grote kunstenaars gepresenteerd, naast Jean Dubuffet en David Hockney.

In de volgende zalen maakt de bezoeker kennis met 'Het Systeem', een door Heyboer uitgedachte lijn- en vormentaal die zijn denkwereld kon verbeelden. Ook de warrig uitgeschreven filosofie ervan hangt in de tentoonstelling. Het gaat over een vast patroon waarbij 'het juk' een belangrijke rol speelt, een symbool voor het lijden van de mens en de oplossing die hij daarvoor vond in de kunst.

Overleven met eigen persoonlijke trauma's 

Heyboer is wat men tegenwoordig een outsider-kunstenaar zou noemen, zonder noemenswaardige kunstopleiding. Hij was geboren in Indonesië, het gezin had vijf jaar op Curaçao gewoond en kwam in 1938 in Nederland, via Voorburg naar Haarlem. In 1943 werd Heyboer als dwangarbeider in Berlijn tewerkgesteld, hij werd ziek en kon ontsnappen. Terug in Nederland begon hij met schilderen en tekenen, in 1951 liet hij zich vrijwillig opnemen in het psychiatrische ziekenhuis in Santpoort.

Daar, zou hij later vertellen, verdween de 'mens' Heyboer, en nam de 'kunstenaar' het over. Kunst werd voor hem een manier om te overleven met zijn eigen persoonlijke trauma's.

In 1974 stopte Heyboer abrupt met het maken van etsen, hij zou gaan schilderen. Tegen Van der Meyden zei hij: 'Ik voelde dat ik iets kon en dat ik het gevecht met de maatschappij, die tot nu toe altijd een vijand was geweest, kon beginnen.'

In zijn solotentoonstelling in 1975 in het Stedelijk toonde hij zo'n dertig schilderijen, maar het succes wordt hem te veel. Hij ging zijn eigen werk, na afloop van de tentoonstelling, te lijf met witte en rode verf, waardoor roze schilderijen zijn ontstaan. Of zijn schilderijen ook nu nog zo'n indruk zouden maken, is dus niet meer te zeggen. Maar het verhaal van de beschadigde mens, die de faam van het serieuze kunstenaarschap verruilt voor de twijfelachtige bekendheid als polyamoureuze kunstclown blijft voorlopig nog volop verwonderen.

'De drie slachtoffers van mijn bestaan', 1978, gelatinezilverdruk en olieverf, 4 bladen van elk 40 x 30 cm.Beeld RV
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden