Jan, Jan jr en Bas Blokker hervertellen de Bijbel

Met de Bijbel hebben vader en zoons Blokker niets af te rekenen: ’Wij zijn ongelovig’. De tijd was gewoon rijp voor een herwaardering van de verhalen in de Bijbel. Met ’Er was eens een God’ willen ze Nederlandse cultuur overdragen. ’Omdat wij de indruk hebben dat dat weinig meer gebeurt’.

Je kunt niet zeggen dat de Blokkers (ex-Volkskrant, nu NRC-columnist Jan en zijn – ook schrijvende – zoons Jan jr en Bas) bang zijn voor grote onderwerpen. Van hun hand verscheen een jaar geleden ’Het Vooroudergevoel’, waarin zij de vaderlandse geschiedenis hervertelden aan de hand van wandplaten van J.H Isings (zie inzet).

Na het verschijnen van het boek kwam de mannen ter ore dat Isings ook bijbelse platen had gemaakt. Naspeuring leerde dat het hier niet ging om wandplaten, maar om zestig illustraties bij ’De Bijbel behandeld voor jonge mensen’ (door Wolf Meesters) uit 1950 .

Bij het werken aan ’Het Vooroudergevoel’ was de taakverdeling duidelijk: de vaderlandse geschiedenis werd in drie delen geknipt en elke Blokker nam een periode voor zijn rekening. ’Er was eens een God’, dat morgen verschijnt, kwam net zo tot stand. „Ik wil Pilatus doen”, riep Jan (1927) meteen. Die mocht daarop het Nieuwe Testament op zijn eigen wijze navertellen. De zonen verdeelden het Oude Testament; Jan jr (1952) het nieuwe gedeelte daarvan („Job!”) en Bas (1963) de oerboeken, met Kaïn en Abel bijvoorbeeld.

Het lijkt reuze aanmatigend, je eigen versie van de Bijbel te publiceren. „Maar wij zijn geen doldrieste avonturiers, hoor”, zegt Jan.

Bas: „We dachten niet: welke berg zullen we nu weer eens verzetten? Net als bij het vorige boek wilden we Nederlandse cultuur overdragen, omdat wij de indruk hebben dat dat weinig meer gebeurt.”

Jan junior: „Al helemáál niet meer in mooie goedlopende verhalen, zoals de meester die vroeger op school vertelde.”

De Blokkerbijbel, zegt Jan, heeft niet de pretentie de ’echte’ Bijbel te vervangen. „Nou ja...”, zegt Bas, „wie echt geen zin heeft de hele Bijbel te lezen, kan natuurlijk ons boek lezen.”

Jan junior: „Zie het maar als een introductie. In het onderwijsprogramma van openbare scholen is geen ruimte meer voor bijbelverhalen, hoogstens is er aandacht voor ’het christendom’ in het algemeen.”

Bas: „De leraar van mijn zoontje schetst wél de umwelt van Ilias en de Odyssee, maar níet van de verhalen uit Israël, Egypte en Mesopotamië.”

Jan junior: „Ze zeggen dan: ’dat is geloof, dat hoort niet op een openbare school’.”

Hij maakte dat zelf mee. „Toen ik rector was op een middelbare school ben ik een keer een toespraakje begonnen met een citaat uit de Bijbel. Daarop zei een van de docenten: ’als je dat nog eens doet, hef ik de Internationale aan’. Dat zou hij nooit gezegd hebben als ik mijn rede was begonnen met een uitspraak van Gerard Reve. Dat weet ik zeker.”

Het lijkt wel, zegt Bas, alsof er in een seculiere omgeving een taboe op de Bijbel bestaat. „Ik vind dat kortzichtig.”

De oorzaak daarvan zoekt Jan bij de gelovigen. „Zij doen soms alsof zij het alleenrecht op de Bijbel hebben. Het lijkt wel of-of: óf je weet precies wat er in Jozua zoveel vers zoveel staat, óf je moet van de Bijbel afblijven.”

De tijd was rijp, willen vader en zonen maar zeggen, voor een herwaardering van de verhalen uit de Bijbel. Maar verwacht in ’Er was eens een God’ geen Blokkeriaanse theologie.

„Wij zijn ongelovig”, schrijven ze in de ’gebruiksaanwijzing’ bij het boek. „Dat klinkt erger dan het is. Misschien is het zelfs wel een voordeel: wij hebben met de Bijbel niets af te rekenen. De schoonheid en vitaliteit van de bijbelse geschiedenis raken de ongelovige even trefzeker als degene die haar voor waar houdt.”

„Wij lezen onbevangen”, zegt Jan junior. „We hebben niets te verhapstukken.”

„Wij willen geen polemiek of ironie”, zegt Jan. „En ook geen exegese of theologie. Gewoon, eerbied voor het cultuurgoed. Dat hebben we bij het schrijven steeds voor ogen gehouden.”

Maar, zoveel was ook duidelijk, de hele Bijbel navertellen was onmogelijk. Dus werd het kiezen. „In onderlinge discussies hebben we geprobeerd te bepalen welke verhalen belangrijk zijn”, zegt Bas, „en wat hun essentie is.”

„Neem Mozes”, zegt Jan junior. „Bij hem zijn volgens mij twee zaken van belang: het uittochtverhaal en zijn rol als wetgever. Al kun je daar natuurlijk over discussiëren.”

Dat deden de mannen vijf dagen lang in een huis in Frankrijk. Ze lazen elkaars hoofdstukken, gaven kritiek. „Dat is wonderlijk goed verlopen”, zegt Bas. „Als ik daar met vreemden had gezeten, was het vast ruzie geworden.”

„Wij hebben nu eenmaal een fundament van overeenstemming”, zegt Jan.

Jan junior: „Een gezamenlijke bodem. We hadden het niet zonder elkaar kunnen schrijven.”

’Er was eens een God’ is dus zoveel als de Bijbel volgens Blokker, Blokker en Blokker. Wat leert hun boek ons nu over de auteurs?

„Dat wij graag vertellen”, zegt Jan junior.

Bas: „Ik heb een lichte voorkeur voor schelmenstreken. Kijk, Samuël is een loeder, maar David... dát is een mens. Een prachtige literaire figuur.”

„Of het brandende braambos”, zegt Jan junior. „Dat is zó mooi beschreven dat het niet valt samen te vatten.”

Jan: „Dat wilden we dan ook zo smakelijk mogelijk citeren. In extenso.”

Niettemin moesten de mannen ook besluiten om sommige ’juweeltjes’ niet in hun boek op te nemen. „De twist tussen Sara en Hagar, de vrouwen van Abraham, paste niet meer in het hoofdstuk”, zegt Jan junior. „Dat was vrij pijnlijk.”

Bas: „Het hele verhaal van Boaz en Ruth heb ik afgedaan in een alinea met fraaie bijvoeglijke naamwoorden. Ik kon alleen maar verwijzen naar de prachtige verleidingsscène op de dorsvloer. Hopelijk is dat genoeg voor mensen om het op te zoeken in de echte Bijbel.”

Misschien, zegt Jan, zijn mensen nu wel verbaasd. „Dat ze zeggen: zelfs die Blokker leest de Bijbel. Ja, natuurlijk lees ik de Bijbel.” Ferm: „Dat boek is cultúúr.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden