Jan Jaap van der Wal Ik zal letterlijk nooit meer klagen

Jan Jaap van der Wal (Leeuwarden, 1979) is cabaretier. Hij werkt onder andere mee aan het satirische nieuwsprogramma ’Dit was het nieuws’. Sinds 2006 is hij artistiek leider van Comedytrain, een podium voor stand-up comedians. Van der Wal verzorgt dit jaar de traditionele eindejaarsconference die door de Vara zal worden uitgezonden.

I

Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

„Ik heb God niet als het antwoord op al mijn vragen meegekregen. God stond eerder voor rust, voor bezinning. Verhalen vertellen, dingen overbrengen; dat heb ik in de kerk – maar later ook op school, van de bevlogen leraren die er nog altijd zitten – geleerd. Goed, ik kon ooit de bijbelboeken uit mijn hoofd opdreunen, maar wat heeft dat met geloven te maken? Wat ik mij vooral herinner zijn de gesprekken die ik tijdens catechisatie met de dominee voerde. Hij sprak over God, natuurlijk, maar wist altijd een link te leggen met actualiteiten uit het dagelijks bestaan. Veel van zijn uitspraken zijn bij mij blijven hangen, bijvoorbeeld: als je iets wilt zijn, moet je alles weghalen wat je niet bent. Dat had voor mij niets met God, Abraham of Isaac te maken. Ik begrijp wel dat religie een houvast kan zijn voor mensen, maar ik heb er zelf geen relatie meer mee. Zeker niet als het gaat over een God die bepaalt wat je wel of niet mag doen. Blijven communiceren, verantwoordelijkheden dragen, elkaar serieus nemen: dat is de kern van mijn opvoeding. Er is niet één antwoord. Blijf twijfelen.”

II

Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

„Ik geloof niet in een God die op een dag is begonnen met het scheppen van de wereld, ik geloof niet in een man met een baard en een jurk die mij opwacht als ik doodga. Ik geloof wel dat er iets meer is dan wat wij waarnemen, maar dat is niet per definitie beter dan wat er nu aan de hand is, waar wij nu zijn.

Ik geloof wel in iets wat zich misschien het best laat omschrijven als de ’heilige geest’. Op het podium, maar ook in liefde en vriendschappen; het gevoel dat iets heel diep gaat, het ’weten’ dat er iets mis is, onverklaarbare dingen die een bepaalde religiositeit raken. Ik ben er niet amechtig naar op zoek, maar het gebeurt, het bestaat, en het zorgt ervoor dat ik nederig blijf. Niet in de godsdienstige zin – ik buig niet – maar wel met het idee dat er veel meer is dan ik kan bevatten.”

III

Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

„Van mij mag je goden belachelijk maken – die christelijke God is trouwens inmiddels wel wat gewend – maar de grap moet wel ergens vandaan komen. Ik ben Jan Wolkers niet. Of Fons Jansen. Ik voel geen enkele frustratie wat de kerk betreft, dus in die zin zal een grap van mij over God veel minder interessant zijn. Ik maak grappen om verwarring te zaaien, om het publiek op een andere manier naar de dingen te laten kijken. Ik hoor regelmatig ’ohohohoo’ vanuit de zaal, terwijl ik gewoon dingen vertel die gebeurd zijn. Je krijgt ’ohohohoo’ omdat mensen het liever niet willen horen, terwijl schrijnende dingen voor mij, als cabaretier, nou juist interessant zijn. Ik hou ervan om zaken waar mensen zeker van zijn in twijfel te trekken.

In mijn vorige programma had ik het over Marco Borsato. Die man vertegenwoordigt voor veel mensen de ultieme goedheid. Ideale schoonzoon, ideale huisvader. Als je zo iemand als een duivel neerzet, zorg je ervoor dat mensen op een ándere manier gaan kijken. Dát wil ik bereiken. Ik zeg niet dat Marco Borsato een duivel is, ik zeg alleen: als je iets kritiekloos accepteert, is er geen ruimte meer voor twijfel en het is juist de twijfel die blijft prikkelen, die ervoor zorgt dat je blijft vergelijken. Het is misschien niet zo’n goed bruggetje, maar toch: dit is ook wat wij de moslims verwijten; dat ze maar blijven hangen in die Koran en niet durven te twijfelen aan wat de profeet ooit heeft gezegd. Ze moeten het in perspectief gaan plaatsen, hun geloof langs de meetlat van de tijd, van de maatschappij, leggen. Halsstarrig geloven is nergens goed voor, volgens mij.”

IV

Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

„Het komt niet voort uit het gevoel niets te mogen missen, maar ik breng mezelf, onbewust, voortdurend in situaties waarin ik het eigenlijk veel te druk heb. Soms moet ik op zondagavond even in een zakje blazen om mijn adem weer goed te krijgen. Zullen we het de Trouwlezer gunnen en zeggen dat ik vanwege vroeger juist op die dag tot rust kom? Ik vind het wel lekker, zo’n rustdag. Zondag. Zakje blazen.

Ik verlies mezelf niet snel uit het oog, je hoeft me nooit op te komen rapen, hoewel, ik heb wel eens gedacht: ik zal toch niet zo iemand zijn van wie ze straks zullen zeggen dat hij ’helaas te vroeg van ons is heengegaan’? Iemand heeft wel eens tegen mij gezegd: ’Als je het druk hebt, moet je nóg iets gaan doen. Dan zie je wat je weg kunt snijden, dan zie je pas wat echt belangrijk is’. Tot nu vind ik kennelijk alles belangrijk.”

V

Eer uw vader en uw moeder

„Mijn vader is een rustige, beschouwende man die goed naar de dingen kan kijken. Mijn moeder is degene die het prettig vindt om op de voorgrond te treden en dat past haar ook. Ik ben de perfecte combinatie van die twee.

Er is nog geen situatie geweest waarbij ik meer met de een dan met de ander om zou moeten gaan – ze zijn er allebei en ze zijn nog bij elkaar – dus ze vormen voor mij het blok ouders. O wacht, je doelt op het verhaal van de hazenlip? Ja, toen ik in het ziekenhuis werd geboren, werd ik bij mijn moeder weggehouden omdat de zuster bang was dat ze zou schrikken als ze mij zou zien. Een slechte psycholoog zou zeggen: ’Nu wordt het me allemaal duidelijk! U kunt geen relaties aangaan omdat uw moeder vroeger.’ Nee, sorry, daar ben ik te veel Fries voor. Ik geloof dat je ook gewoon boos kunt zijn op die zuster: dat had ze niet moeten doen, klaar. Maar ik vind het ook wel weer grappig: wat had ze willen doen? Mij meenemen en die hazenlip weggummen? En hoe lang had ze mij dan bij mijn moeder weg willen houden? Nee, het is gebeurd en daar is alles mee gezegd. Bovendien heeft mijn moeder mij daarna nog veel vaker weg moeten geven: ik ben in de eerste drie jaar van mijn leven wel zes of zeven keer geopereerd. Ik geloof niet dat ik door die start een hechtere band heb met mijn moeder dan met mijn vader. Ze zijn me allebei even lief. Onze relatie is goed.

Het gaat allemaal heel snel met mijn carrière en ik heb wel eens het idee dat ze het niet helemaal begrijpen, maar dat verlang ik ook niet van hen. Als het over werk gaat, heb ik niet de behoefte om al die dingen met mijn ouders te delen. Ze volgen me, ze geven commentaar – ook inhoudelijk – ze zien me vooruit gaan en ze zijn trots. Het enige wat ze nog steeds een beetje raar vinden is dat ik ineens van iedereen lijk te zijn geworden. Als we samen op stap zijn en iemand wil mijn handtekening, of met mij op de foto, dan schiet ik in een soort modus, ik speel mijn rol, terwijl mijn ouders daar toch vooral als mijn vader en moeder bij staan te kijken.

Het gebeurt natuurlijk in ieder gezin: ouders willen graag hun kind als kind blijven zien en het kind wil zich los maken. Toch gaat dat bij ons in goede harmonie. Ik ga redelijk vaak bij mijn ouders op bezoek en zij respecteren de keuzes die ik maak. Dat is ook een vorm van eerbied: we nemen elkaar serieus.”

VI

Gij zult niet doodslaan

„Misschien voelt wat ik schrijf of zeg wel eens als een messteek, maar ik zal nooit fysiek geweld gebruiken. Helaas worden mensen die haat en geweld prediken duidelijker gehoord dan de mensen die voor vrede en diplomatie prediken. In die zin ben ik natuurlijk, als cabaretier, verloren. Ik wil niemand dood hebben, maar ik zie sommige mensen wel als de verpersoonlijking van het kwaad. Zo heb ik dit jaar een foto uit de krant geknipt waarop je George Bush met twee ex-militairen op de rug ziet. George in het midden. Armen over hun schouders. De ene jongen heeft geen benen – die loopt op van die eigenaardige stelten – de andere jongen heeft één been en Bush, ja, die heeft gewoon twee benen. Ze hebben net een stukje gejogd. Aan het zweet op de rug van een van de jongens kun je zien dat hij heel erg zijn best heeft gedaan. Je gaat tenslotte niet iedere dag met de president van de Verenigde Staten joggen. Dat vind ik zo’n ongelooflijk eng beeld: eerst stuur je die mannen een verschrikkelijke oorlog in, vervolgens laat je ze half kapot geschoten terugkomen en dan ga je, voor het oog van de camera, een eindje met ze joggen. Gij zult niet doden geldt natuurlijk voor de dictator die in alle openheid misdaden begaat, maar wat George Bush doet is erger: hij is doortrapt slecht. Zijn slechtheid is een slechtheid die je eigenlijk niet in de gaten hebt.”

VII

Gij zult niet echtbreken

„Ik ben een trouw persoon. Zo heb ik mezelf ook geïntroduceerd aan het begin van mijn relatie. Als je dat niet bent, als je eigenlijk nog van alles wil, moet je dat van te voren duidelijk maken. Voor mij was duidelijk dat dit verder ging, hier wilde ik tot op de bodem gaan. Wat dat is? Het is de ondoorgrondelijkheid van de liefde. De man die er genoegen in heeft alles dood te relativeren, staat hier met een mond vol tanden. Ik ben gewoon verliefd en dat gevoel wordt iedere dag sterker. Zodra de verliefdheid over is, worden er andere stoffen aangemaakt die onze relatie weer verder op weg helpt. Tja, zo voel ik het nu eenmaal.

Nee, ik word niet aan verleidingen bloot gesteld. Ik ben toch geen voetballer? Of een popster? Bovendien: cabaretiers zijn uiteindelijk de braafste mensen ter wereld. Ze zijn, in dit opzicht, waarschijnlijk braver dan het publiek dat bij hen in de zaal zit.”

VIII

Gij zult niet stelen

„Ik weet niet of armoede diefstal is, het is in ieder geval een misdaad het grote verschil tussen arm en rijk te laten voortbestaan. Ik las laatst in een artikel dat zestig procent van de wereld toegang heeft tot de consumptiemarkt. Zestig procent is in staat dingen te kopen, of het nu een brood is of een i-Phone. De gedachte die andere veertig procent van de wereldbevolking erbij te halen is nu definitief vervangen door de gedachte de wensen van die zestig procent volstrekt irreëel te maken. ’Met de i-Phone kunt u waar dan ook, wanneer dan ook muziek downloaden!’ Is dat een levensbehoefte? Nee, maar het wordt gebracht alsof dat wél zo is. Dát is de misstand; dat je je niet richt op de mensen die het minder hebben, op een eerlijke wereldhandel. Wat je als individu zou kunnen doen? Niet op Geert Wilders of op de VVD stemmen want dat zijn mensen die de ontwikkelingshulp willen afschaffen. Het probleem van die grote processen is dat je er in je eentje niet zoveel tegen kunt beginnen. Waarom bemoeien de Amerikanen, de Russen en de Chinezen zich met Darfur? Omdat er een economisch belang is. Handel in wapens, handel in olie. Ze willen echt het land niet helpen. Maar wat moet ik nou in mijn eentje tegen China? Er niet meer naartoe gaan? Nou, daar zullen ze van wakker liggen! Ik probeer, op mijn eigen manier, iets op lokaal niveau te doen. Ik heb een stichting opgezet. Ik geef geld en dat is altijd oneerlijk omdat de een wel iets krijgt en de ander niet. Het blijft een dilemma. Ik troost me met de gedachte dat rijkdom niet gaat over wat je hebt, maar over wat je ermee doet. Iedereen is op zijn eigen manier rijk. Ik heb, toen ik voor het Liliane Fonds reizen door ontwikkelingslanden maakte, gezien hoe mensen spiritueel rijk konden zijn; hoe ze soms arm maar toch niet ongelukkig waren. Ik was me die verschillen altijd al bewust, maar ik heb, toen ik terugkwam, wel een groot feest gegeven om mijn leven te vieren. Ik accepteer dat ik rijk ben. Ik voel me er zeker niet schuldig om. Maar ik zal ook letterlijk nooit meer klagen.”

IX

Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

„Er wordt, al dan niet bewust, chaos gecreëerd in Nederland. Chaos rondom de missie in Afghanistan, chaos rondom het klimaat, chaos rondom de moslims. Waarom? Nou ja, dit wordt misschien wel een erg conspiricy-achtig, maar ons kabinet heeft bepaald en beslist dat de samenleving uit elkaar is geraakt. De boel is verwaterd, het individualisme viert hoogtij. Als creatieveling vind ik dat helemaal geen ramp, maar zij geloven dat het beter is om de boel weer bij elkaar te brengen en ik heb het idee dat ze dit willen bereiken door mensen, volgens Amerikaans recept, angstig te maken voor van alles. Een gemeenschappelijke vijand creëren, precies zoals de neoconservatieven in Amerika dat doen. Ik zal niet zeggen dat onze regering net zo eng is, maar ik ben wel blij als ik minister Vogelaar hoor zeggen dat Geert Wilders met zijn wilde fantasieën over een tsunami van moslims vooral angst creëert. Ik wil die grote angsten bagatelliseren en ook helderheid brengen in troebele discussies. Als iemand voorstelt de Koran af te schaffen, roepen de meeste mensen dat zoiets belachelijk is, maar als minister Plassterk overweegt bepaalde erotisch getinte clips van MTV te verbieden, vindt iedereen dat een goed idee. Terwijl dat natuurlijk precies hetzelfde is. In beide gevallen gaat het om iets dat al lang in gang is gezet, waarbij je eerst terug moet naar de basis om het aan te kunnen pakken. Daar is intelligentie voor nodig en ik zie dat de mensen die dat goed kunnen uitleggen, die op een objectieve manier iets kunnen vertellen, dun gezaaid zijn. Ik? Nou, ik vind het prettig om iets vanuit een bepaalde rust aan te horen en het lukt me soms ook om dingen te doorzien. Dat is natuurlijk heel pretentieus en het kost me veel denkwerk voordat ik iets durf te benoemen, want er hoeft maar één persoon uit het publiek op te staan die zegt: ’Ja, en jij dan?’, en dan is je hele verhaal weg.

Zo kan ik alleen kritisch zijn over het werk van Caroline Tensen en Ruud Gullit voor de Postcodeloterij zo lang ik mezelf ook geen riante salarissen laat uitbetalen voor mijn werk voor het Liliane Fonds. Ruud Gullit verdient een miljoen per jaar. Hij ziet zichzelf niet als ontwikkelingswerker, hij is ambassadeur en hij vindt dat hij zoveel mogelijk mensen lid moet maken van die loterij. Dan kan hij voor zichzelf zeggen: ik ben in mijn taak geslaagd. Maar ik heb geconstateerd dat er reizen voor hem worden georganiseerd omdat hij nu eenmaal een contract heeft. Het is dus niet: we gaan helpen en we zetten Ruud in, maar: we hebben Ruud, waar zullen we nu eens heen gaan? Iets soortgelijks geldt voor Caroline Tensen die, op kosten van de Postcodeloterij, in een goed hotel logeert en dan de volgende dag gaat huilen met een negerkindje op haar arm. Dan gaat het dus niet meer over dat kindje. Dan gaat het over Caroline Tensen. Afijn, dát soort dingen wil ik graag duidelijk maken.”

X

Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

„Laatst trad ik op in Beverwijk. Nederland is klein dus je komt ieder jaar een keer in Beverwijk. Ieder jaar lopen wij van het theater naar een restaurant en ieder jaar passeren we een raam waarachter ik, ieder op een eigen bank, twee oudere mensen zie zitten. Ze hebben allebei een koptelefoon op en kijken televisie. Ieder jaar denk ik: daar zitten die mensen weer, maar dit keer dacht ik dat zij ook naar mij keken en dachten: nee he, daar heb je die man weer die steeds bij ons naar binnen kijkt. Uiteindelijk is mijn leven misschien wel net zo saai als dat van hun. In die zin hoef je nooit jaloers te zijn; het leven is maar net wat je ervan maakt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden