Jan Hoek plukt supermodellen van de straat

de schepping

Toen hij tien was, richtte fotograaf Jan Hoek (32) met zijn vriendje de 'anti-paardenclub' op. Dat deden ze om meisjes te pesten die dweepten met paarden. Op school hingen ze posters op met tekeningen hoe zij het liefst dit dier zagen: op het bord of verdronken in een put. Met daarbij de teksten: 'Ziet het er niet heerlijk uit? Eet meer paard'. En: 'Als het paard verdronken is, maakt men de put groter'.

Controverses schuwde Hoek toen ook al niet. "Ik had als kind al de behoefte om in te gaan tegen dingen waar je geen onvertogen woord over mocht zeggen. Hoe meer ik gedwongen werd iets lief en leuk te vinden, hoe groter de behoefte om me daar tegen af te zetten. "

Die tegendraadsheid is ook karakteristiek voor zijn fotografie. Daarin neemt hij graag clichébeelden op de korrel. De heroïneverslaafde Kim portretteert hij als supermodel. Met humoristische foto's corrigeert hij het stereotiepe beeld van de Masai als natuurkrijger. Daklozen fotografeert hij niet 'poepend op straat'. Hij neemt hen mee naar een studio en zet hen daar op een troon of tegen een achtergrond van pilaren. Zonder dat er verder iets is verandert aan hun kleding of dat hij zijn modellen heeft gestyled, krijgen de zwervers voor zijn camera een heel andere uitstraling. Hoek: "Daar staan geen daklozen die toevallig in een studio zijn beland. Het zijn sterren die je trots aankijken. Ik verander ze in koningen en keizers, al is het maar voor even."

Vier jaar geleden studeerde Jan Hoek af aan de Rietveld Academie, afdeling beeld en taal. Sindsdien gaat zijn carrière als fotograaf als een speer. Hij won prijzen en kreeg tentoonstellingen in diverse musea. Trots vertelt hij dat Joop van Caldenborgh voor zijn nieuwe museum Voorlinden in Wassenaar de complete serie 'Sweet crazies' heeft aangekocht: zestien portretten van schizofrene zwervers in Ethiopië.

Hoek pikt zijn amateurmodellen meestal letterlijk op van de straat en vindt ze soms via Marktplaats. Aan geijkte schoonheidsidealen heeft hij lak. Hij heeft een voorkeur voor mensen in de rafelranden van de samenleving: zwervers met een psychische stoornis, transsekswerkers, heroïneverslaafden. "Mensen vragen me vaak waarom ik alleen maar vreemde mensen fotografeer. Hoezo vreemd? Wat wij vreemd vinden, is gebaseerd op clichébeelden."

Hij vindt zijn modellen overal ter wereld. In elk land dat hij bezoekt, laat hij als herinnering een tatoeage zetten: een zelfportret van de tatoeëerder. Hij heeft er inmiddels tien. Hij stroopt zijn mouw op om zijn meest recente tatoe te laten zien. Dit keer is het wel een heel bijzonder 'zelfportret': een paardenhoofd.

Een paardenhoofd?

Grinnikend: "Kom ik toch weer uit bij de anti-paardenclub. Deze tattoo heeft mijn jeugdvriendje Stijn Kosterman gezet. Samen met Stijn, die nu beter bekend is als rapper Steen, heb ik die club opgezet. Ik had al een tattoo uit Nederland, maar dit was een cadeautje van Steen dat ik niet wilde weigeren. Er is de laatste tijd veel te doen over hem geweest, omdat hij een homohater zou zijn. Er zijn protesten geweest tegen zijn optredens, er zijn Kamervragen over hem gesteld. Maar Steen is geen homohater. Daarom heb ik het voor hem opgenomen in mijn column in het kunstmagazine Vice. Daar was hij zo blij mee dat hij me wilde bedanken met deze tattoo."

Wat hebt u geschreven in die column?

"Dat ik zelf homo ben én fan van Steen en dat dat prima samen gaat. Ik ben misschien niet de meest onpartijdige persoon om hem te verdedigen, maar ik weet sinds de anti-paardenclub dat Steen en ik veel gemeen hebben. We hebben er allebei een hekel aan dat je bepaalde dingen niet mag zeggen. Hadden wij een hekel aan paarden? Nee, natuurlijk niet. Het ging ons vooral om het gedweep van die paardenmeisjes. Hoe gepikeerder ze reageerden, hoe leuker wij het vonden. Ik denk dat de muziek van Steen uit hetzelfde idee is ontstaan. Hij heeft geen hekel aan homo's. Wel denk ik dat hij er een hekel aan heeft dat je gedwongen wordt iets leuk of goed te vinden. Daar wil hij zich tegen afzetten. Daarin staat hij niet alleen, zo zit ik ook in elkaar."

Hij klapt zijn laptop open om posters van de anti-paardenclub te laten zien. "Er zit best humor in, kijk maar. Met veel humor ingaan tegen cliché's, dat is wat ik nu ook doe met mijn foto's."

Eigenlijk hadden we voor dit interview moeten meegaan op één van zijn reizen om te zien hoe hij te werk gaat, vindt Hoek. Maar met behulp van zijn laptop en heel veel foto's valt er best een reconstructie te maken van het scheppingsproces van zijn portretfoto's. Wat ook helpt is dat de fotograaf levendig kan vertellen, met veel oog voor soms bizarre details.

Hoe kwam u op het idee om fotograaf te worden?

"Mijn vader is dokter en mijn moeder gaf les op de kunstacademie. Ze heeft ook het kunsttijdschrift Mister Motley voor jongeren opgericht. Als kind wil je natuurlijk niet op je ouders lijken en iets anders doen. Na de middelbare school ben ik gaan werken, vooral journalistieke dingen. Samen met Renske de Greef heb ik een boek geschreven over seks in Afrika. Daarvoor bezochten we allerlei bordelen. Van het een kwam het ander en ik kreeg steeds meer opdrachten. Dat werd te zwaar, ik had geen regie meer over mijn leven. Bovendien miste ik het dat ik nooit had gestudeerd. Ik ben toen naar de Rietveldacademie gedaan. Daar kreeg ik les van fotograaf Paul Kooiker en hij heeft me op het spoor van de fotografie gezet."

Vier jaar geleden studeerde hij af met de film 'Me & My Models'. Daarin figureren de meest uiteenlopende amateurmodellen. Al die foto's plakte hij achter elkaar, waarbij hij vertelt over zijn soms wonderlijke ontmoetingen. Zo was er een man wiens dikke witte hondje hij graag wilde fotograferen. Maar de man wilde seks met hem. "Ik heb eerst honderden naaktfoto's van hem moeten maken voordat ik eindelijk zijn hond voor de camera kreeg."

Voor deze film reisde u ook naar Ethiopië, waar u 'sweet crazies' fotografeerde. Sprak u deze verwarde zwervers gewoon aan op straat?

"Dat was ik eerst wel van plan, omdat ik gemakkelijk contact leg met mensen. Dat bleek toch niet zo'n goed idee. Niet alleen omdat ik de taal niet spreek, maar ook omdat hun stemming plotseling kan omslaan. Sommigen zijn ook niet van blanken gediend. Ik heb een assistent gezocht die uitlegde wat de bedoeling was."

Betaalt u uw modellen?

"Ik gaf de sweet crazies 20 euro en een foto. Ja ja, ik weet dat dat in de journalistieke wereld not done is. Er is me ook verweten dat ik als blanke westerling naar Afrika ga om daar de allerarmste gekkies te fotograferen. En zo het beeld bevestig van Afrika als het land van arme, gekke mensen. Maar dat doen journalisten toch ook? Die fotograferen daar hongerbuikjes onder het motto dat het hun werk is om ellende vast te leggen. Ik vind dat zo'n kromme moraal. Ik had die zwervers ook tussen het vuil op straat kunnen fotograferen, zoals ze meestal worden afgebeeld. Ik laat hen juist op een andere manier zien, als trotse mensen die misschien wel cooler zijn dan wij."

Maar u scoort wel en wint prijzen over de ruggen van deze arme sloebers heen?

"Fotografie is nooit vrij van dilemma's. Foto's zonder dilemma's zijn ook heel saai. Ik probeer met mijn foto's die dilemma's juist bloot te leggen. Omdat ik daklozen gebruik als model, en ook nog in Afrika, ontstaat er meteen een ethische discussie. In de modefotografie wordt die discussie verbloemd. Die wereld is geaccepteerd, terwijl daar ook modellen worden gebruikt. Misschien wil het model dat op de cover van de Vogue verschijnt, helemaal niet zo afgebeeld worden. Maar het is wel haar belang om mee te werken, net zoals de fotograaf, de Vogue en ook het publiek bepaalde belangen hebben. Dat is bij mijn foto's niet anders."

Waar ligt voor u de grens?

"Ik wil respectvol omgaan met de mensen die voor me poseren. Al heb ik wel gemerkt dat mijn grenzen soms anders liggen dan die van mijn modellen. De heroïneverslaafde Kim, die ik hier om de hoek heb ontmoet voor de Albert Heijn, droomde ervan om een supermodel te worden. Ik heb heel veel foto's van haar gemaakt waarbij ze poseerde als echt model. Achteraf heb ik me daar schuldig over gevoeld, omdat ze natuurlijk nooit een topmodel kan worden. Was het wel ethisch wat ik had gedaan? Kim maakte zelf een einde aan mijn twijfel. Ze vond dat ze er best mooi uitzag. Door mijn foto's realiseerde ze zich ook dat ze haar lijf niet verder kapot wilde maken. Samen met haar vriend is ze gaan afkicken. Later ben ik nog met hen op vakantie gegaan naar Oostende, ook om hen weer te fotograferen natuurlijk. Maar ik heb ze ook 1400 euro vakantiegeld gegeven."

Bent u nooit een grens gepasseerd?

"Het is soms lastig te bepalen waar de grens ligt. Ik ontmoette een zwerver op straat met allemaal kammen in zijn haar. Een hele mooie man en ik mocht hem fotograferen. Hij had een lange jas aan, die viel open en daaronder droeg hij niets. Ik had hem zo kunnen afbeelden. Dat heb ik niet gedaan, omdat ik dat te ver vond gaan."

"Een andere keer dacht ik zelf dat ik een respectvolle foto had gemaakt. Ik had in Ethiopië een zogenaamde holy man ontmoet in een kleurrijk gewaad. Ik nam hem mee naar een studio, waar ik hem wilde fotograferen met een regenboog op de achtergrond. Er lag ook een speelgoedtijger en die kleurde daar zo mooi bij, dat ik hem met die knuffeltijger aan zijn voeten heb gefotografeerd. Hij vond het zelf prachtig, maar de mensen van de studio werden boos. Ze vonden het onrespectvol dat ik een heilige man met een knuffeltijger had afgebeeld. Dat degradeerde hem tot een kind. Ik zat er wel mee, want dat was niet mijn bedoeling."

Hoe heb u dat opgelost?

"Ik heb op die knuffel de kop van een echte tijger gefotoshopt. Al kun je je natuurlijk afvragen of dat wel respectvol is: een knuffeltijger met een echte kop."

In de serie De Schepping vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Vandaag fotograaf Jan Hoek over de daklozen en 'gekkies' die hij overal ter wereld vastlegt. En over zijn anti-paardenclub van vroeger.

In schiedam en amsterdam

Jan Hoek is in 1984 geboren in Utrecht. Na de middelbare school werkt hij als redacteur en hoofdredacteur bij de jongerenwebsite Spunk. Met Renske de Greef maakt hij het boek 'Seks in Afrika'.

Van 2008 tot 2012 studeert hij beeld en taal aan de Rietveld Academie.

In 2015 wint hij de Charlotte Köhlerprijs, een aanmoedigingsprijs voor jong talent.

In het Stedelijk Museum Schiedam heeft hij t/m 25 september een solo-expositie: New Supermodels. In het Scheepvaart Museum in Amsterdam zijn t/m 29 september foto's van Jan Hoek te zien op de expositie The Ultimate Sailor: under construction.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden