JAN EYKELBOOM HERTAALT 'OMEROS' VAN DEREK WALCOTT In God we troust, vertrauw op God of Op hop van zegen

Op het eerste gezicht lijkt het een krankzinnige onderneming: een episch gedicht waar nauwelijks dialoog in voorkomt te laten opvoeren in de Rotterdamse schouwburg. Een marathonsessie die een complete nacht in beslag zal nemen. Wat is het geheim van 'Omeros', de hypnotiserende versroman van de Caribische Nobelprijswinnaar Derek Walcott? Een gesprek met vertaler Jan Eykelboom.

Het huis van de dichter/vertaler Jan Eykelboom ligt in de schaduw van de Groote Kerk in Dordrecht, de stad waarvan hij sinds enkele jaren ereburger is. Het manuscript van zijn vertaling van 'Omerus' ligt voor hem op tafel. Het is een produktief jaar voor hem geweest: na zijn gedichtenbundel 'Kippevleugels' opnieuw eigen werk: 'Hora incerta', gevolgd door zijn vertaling van de Engelse dichter Craig Raine: 'De ui, herinnering'.

'Omeros', dat in het najaar in de boekhandel zal liggen, is het voorlopige hoogtepunt in zijn indrukwekkende carriere als vertaler van Engelstalige poezie.

“Ik sprak Walcott voor het eerst in Rotterdam tijdens Poetry International 1989”, vertelt Eykelboom. “Hij kwam daar min of meer in het kielzog van Joseph Brodsky, zijn collega aan de universiteit van Boston. Brodsky heeft een belangrijke rol gespeeld in de literaire carriere van Walcott, want hij heeft al in een vroegtijdig stadium in zijn essays gewezen op de grote kwaliteit van Walcotts poezie en hem 'de beste dichter in de Engelse taal van deze tijd' genoemd. Ik vind dat daar geen woord te veel mee gezegd is. Onze ontmoeting was van korte duur. Ik stelde me voor als zijn vertaler, en het enige dat hij zei was: “Bent u zelf dichter? Dan is het goed”.

Er was wat Eykelboom betreft geen sprake van onmiddellijke affiniteit met Walcotts werk. “Mijn voorkeur was altijd uitgegaan naar de poezie van mensen als Philip Larkin en Emily Dickinson: hun compacte, buitengewoon geconcentreerde taalgebruik staat eigenlijk lijnrecht tegenover de soms nogal barokke woordkeus van Walcott. Toen ik me begon te verdiepen in 'Omeros', raakte ik zo onder de indruk dat ik besloot het puur voor mezelf te gaan vertalen. Op dat moment was er nog geen uitgever die belangstelling had, en Walcott was internationaal nog niet echt doorgebroken. Het feit dat het RO-theater besloot het verhaal in etappes op de planken te brengen in het kader van het Afro-Caribische festival dat ieder jaar in Rotterdam georganiseerd wordt, betekende voor mij een enorme stimulans om het karwei af te maken. De hele onderneming raakte in een stroomversnelling toen hij vorig jaar de Nobelprijs kreeg en er verschillende uitgevers op de stoep stonden om de vertaling in handen te krijgen.”

Leent dit gedicht zich eigenlijk wel voor een theaterbewerking?

“Het is zonder meer een gedurfd experiment, te meer daar het gedicht niet zoveel dramaturgische aanknopingspunten biedt. Er is een dunne verhaallijn die de wederwaardigheden van een aantal zeelui en wat kleurrijke personnages op Walcotts geboorte-eiland St. Lucia beschrijft. De grote kracht van zijn poezie is zijn associatievermogen dat hem in staat stelt de meest alledaagse gebeurtenissen om te toveren tot mythologische proporties.

Op de vleugels van zijn verbeelding maakt Walcott moeiteloos de overstap naar van St. Lucia naar Afrika om vervolgens de scene te verplaatsen naar Noord-Amerika, zodat allerlei zaken onmiddellijk een historisch perspectief krijgen.

De acteurs en actrices wisselen elkaar om het half uur af en dragen de tekst die ze volledig uit het hoofd kennen - op zichzelf al een prestatie - aan het publiek voor. Er is bewust gekozen voor de intimiteit van de kleine zaal van de schouwburg, want je moet een soort situatie creeren waarin de verteller een heel direct contact met zijn publiek heeft. Het gedicht is in eerste instantie opgesplitst in zes delen, die ieder afzonderlijk op verschillende avonden en met uiteenlopende bezettingen zijn opgevoerd. De ene keer werd het publiek uitgenodigd op het toneel plaats te nemen, de andere keer zat iedereen rond een enorme tafel. Ik ben heel benieuwd naar de integrale presentatie. Alle voorstellingen zullen achter elkaar opgevoerd worden, inclusief de allerlaatste hoofdstukken die nog niet aan bod zijn gekomen. Uiteraard zullen er diverse entr'actes zijn, want anders is die concentratie niet vol te houden. Tijdens de repetities heb ik grote bewondering gekregen voor de manier waarop Pieter Vrijman de regie heeft aangepakt. Hij is erin geslaagd de tekst op bepaalde punten zo aan te passen dat het voor het publiek beter toegankelijk wordt. In het origineel is er sprake van een vissersbootje dat 'In God we troust' heet. In de vertaling heb ik daar 'Vertrauw op God' van gemaakt, maar dat werkt alleen als je het voor je ziet. Pieter suggereerde er 'Op hop van zegen' van te maken, zodat je de verbastering nu ook kunt horen, terwijl je tegelijkertijd een verwijzing hebt naar onze eigen vissersklassieker. Walcott heeft een repetitie bijgewoond en was echt ontroerd door de manier waarop de acteurs met zijn tekst omgingen. Hij wil dan ook alles in het werk stellen om dit unieke evenement bij te wonen. Dat zal overigens niet eenvoudig zijn, want de dag daarvoor is hij in Londen om de premiere bij te wonen van zijn toneelversie van de Odyssee, een stuk dat door The Royal Shakespeare Company zal worden opgevoerd''.

Is het niet moeilijk voor iemand zonder klassieke achtergrond om alle verwijzingen naar Homerus op hun waarde te kunnen schatten?

“Dat is geen enkel probleem. De vissers die de hoofdrol spelen dragen weliswaar namen als Hector, Achilles en Philoctetes en natuurlijk ontbreekt ook de schone Helena niet, maar dat zijn namen die op zijn geboorte-eiland St. Lucia nog steeds voorkomen. De overeenkomst met de Odyssee berust op het feit dat het een vissersverhaal is, dat is het betrekkelijk losse raamwerk waarbinnen alle gebeurtenissen een specifiek Caribische kleur krijgen. Philoctetes, oorspronkelijk de strijdmakker van Achilles, die door de mensen gemeden wordt vanwege de stinkende wond aan zijn been, wordt hier een visser die een infectie heeft opgelopen aan zijn been door een verroest anker. Walcott gaat heel vrij om met de gegevens uit het klassieke epos. Dat ligt ook helemaal in de lijn van de manier waarop hij tegen de geschiedenis aankijkt. 'In het Caribisch gebied', heeft hij eens gezegd, 'beschouwen we de geschiedenis niet als een verzameling feiten maar als fictie'. Er zit een humoristische passage in zijn gedicht waarin hij een dialoog voert met zijn beroemde voorganger.

Homerus zegt daar: 'Een dwaler is de held van mijn boek', waarop de vertellende ik-figuur antwoordt: 'Ik heb het nooit gelezen ( ...) niet helemaal'. Het optrekken van de wenkbrauwen verlamde mij als het schild van Medusa, en ik werd koud op het moment dat ik het zei. 'Die goden met dubbele namen als Hollywood-producenten' hoorde ik mijn mond kletsen terwijl mijn borstkas ijs werd. 'Goden en halfgoden zeggen ons weinig meer'. 'Vergeet de goden', gromde Homerus, 'en lees de rest'. Toen was er die stilte die elke gekwetste auteur kent, gebroken door de kreet van een fregatvogel terwijl we allebei staarden naar het verdere water.''

Ook vormtechnisch heeft Walcott naar eigen oplossingen gezocht: hij hanteert de pentameter in plaats van de klassieke hexameter, en die keuze voor de vijfvoetige versregel maakt het geheel wat losser, wat ritmischer dan het wat stuggere metrum van de Homerische zesvoeter. Wat minder opzichtig, maar wel aanwezig is het relaxte ritme van de Calypso. Verder heeft hij gekozen voor de drieregelige strofe, de terzine, die hij aan Dante ontleend heeft''.

Levert dat niet veel vertaaltechnische problemen op?

“Mijn belangrijkste uitgangspunt is van meet af aan geweest het ritme en de klank van zijn poezie tot zijn recht te laten komen. Je zit natuurlijk altijd met woorden die alleen maar te vertalen zijn door begrippen met meer lettergrepen. Dat heeft soms als consequentie dat je bepaalde rijmwoorden niet als zodanig kunt vertalen, terwijl je op andere plekken rijm toevoegt omdat de melodie van de tekst daarom vraagt. Met dat rijm van Walcott is trouwens toch iets eigenaardigs aan de hand. Sommige mensen beweren dat zijn verzen eigenlijk niet rijmen. Zelf geeft hij er de voorkeur aan het 'imperceptible' te noemen, nauwelijks waarneembaar. Dat komt, denk ik, omdat hij het op een onnadrukkelijke manier tussen de regels doorstopt: hij gebruikt veel halfrijm en klankrijm. Op andere momenten zet hij je op het verkeerde been door het gebruik van oogrijm: klanken die op het eerste gezicht lijken te rijmen, maar als je ze uitspreekt een heel andere klank bevatten zoals in de twee slotregels waar 'Onion' op 'Going on' rijmt.

Wat je tijdens het vertalen ook steeds weer opvalt is dat Walcott een dichter is met een ongelooflijke woordenschat. Een Anglist bekende me laatst dat hij tijdens het lezen regelmatig het woordenboek had moeten raadplegen. Het eigenaardige is dat je dat wel vaker ziet bij schrijvers die publiceren in een taal die ze zich later eigen hebben gemaakt: denk maar aan Vladimir Nabokov of Joseph Conrad. Walcott heeft wat hij zelf noemt een 'sound colonial education' gehad. Zijn begaafdheid bleef niet onopgemerkt en het bezorgde hem een studiebeurs voor het University College of the West Indies in Jamaica. Hij is overigens een van de weinige uitverkorenen van het voormalige Empire die zijn studie niet in Oxford of Cambridge heeft gevolgd, daarvoor was zijn wiskunde niet goed genoeg! Dat heeft er in ieder geval voor gezorgd dat hij met beide benen in zijn eigen Caribische cultuur is blijven staan. Dat komt ook naar voren in zijn taalgebruik. Zijn Engels wordt hier en daar afgewisseld door het 'patois', het Frans zoals dat door de negerbevolking op zijn eiland wordt gesproken. Het is een eerbetoon aan de cultuur waarin hij is opgegroeid, want het belang van een eigen taal voor je gevoel van identiteit is een steeds terugkerend thema in zijn werk. St. Lucia kent wat dat betreft een lange geschiedenis van overheersing door verschillende mogendheden.''

“Taal is dan vaak een laatste houvast. Het residu van uiteenlopende culturen vind je nog in zo'n dialect terug. Die problematiek speelt natuurlijk bij ons ook. Wij Nederlanders hebben, vind ik, een nogal slordige verstandhouding tot onze taal. Neem nou dat voorstel van Ritzen om colleges aan de universiteit in het Engels te geven. Gruwelijk! Wij zijn niet bezig onze taal te verliezen, we geven haar gewoon weg!”

Walcott heeft uw vertaling onder ogen gehad, en het horen voordragen. Heeft hij zich nog uitgesproken?

“Hij kent de Nederlandse taal natuurlijk niet, dus de geschreven tekst zegt hem niet zoveel. Maar toen hij de acteurs ermee bezig hoorde, knikte hij goedkeurend. “It's got the right beat”, zei hij, en dat beschouw ik als een groot compliment.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden