Jan Engelkes 1915-2009

(FOTO TEAKE ZUIDEMA)

De tijd stond stil op de boerderij van Jan Engelkes. Maar nieuwsgierig naar de wereld was hij wel. „Bin d’r nog veel zwart’n in de stad?”

Boer Jan Engelkes woonde 93 jaar in hetzelfde huis. Vanuit het raam in zijn voorkamer keek hij uit op een landweggetje, daarachter uitgestrekt boerenland. Zijn horizon was weids voor Nederlandse begrippen en eindigde bij een rij bomen. Dat was de grens met Duitsland.

Als boer Engelkes niet buiten aan het werk was, zat hij dikwijls achter dit raam. Hij zag de seizoenen over het land gaan, het licht veranderen, maar hij zag nog veel meer. Geen beweging buiten ontsnapte aan zijn blik. Of het een haas was op het veld of een hert, een tractor die voorbij kwam, de buren die wandelden met de hond of toeristen op de fiets. Vaak pakte hij zijn verrekijker, die boven op de kast lag, om de boel nader te inspecteren.

Hij zag en wist veel. Dat was al zo toen de boer nog een jongen was. In de tijd dat er nog geen televisie en radio waren bracht Jan Engelkes, de jongste van vijf kinderen, op de fiets kranten rond in zijn dorp Sellingen en in de omliggende buurtschappen ten westen van Stadskanaal. ’Krantenjan’ werd hij genoemd, de enige uit de omgeving met nieuws in zijn fietstas.

Maar hij had nog meer bijverdiensten. Jan Engelkes was een berucht stroper. De schrik van de konijnen en herten uit de buurt, want hij wist alle holen en schuilplaatsen te vinden. In de keuken stond altijd een heerlijk geurende vleesstoofpot op het petroleumstel. „Ik heb de bank nooit nodig gehad” zei wel eens trots, zonder daarbij uit te weiden over zijn activiteiten in het clandestiene. Al was hij al geruime tijd gestopt, het bleef jeuken als hij in de verte een haas zag.

Jantje, zo heette zijn vrouw. Zij was geboren en getogen in de boerderij naast de zijne. Jan Engelkes nam het gemengd boerenbedrijf van zijn vader over, ze trouwden, kregen een dochter en daarna nog een dochter. Op een dag reed boer Engelkes naar het land, achter zijn paard twee boerenkarren. De twee meisjes zaten achterop de voorste kar. De jongste van twee sukkelde in slaap en viel van de kar, ze overleed. Jan en Jantje Engelkes spraken zelden over Dina.

Het echtpaar kreeg daarna nog twee zonen. Het leven ging door. Maar aan de muur hing tot aan de dood van Jan Engelkes haar zwart-wit portretje met een gedroogde bloem ervoor.

Een rood gezicht van de buitenlucht en grote handen. Koffie slurpte boer Engelkes van een schoteltje. Hij keek zijn ogen uit als zijn kinderen en kleinkinderen de wonderen uit de wereld meebrachten. De mobiele telefoon. Hij schudde zijn hoofd bewonderend en sloeg op zijn knieën. Maar geen haar op zijn hoofd die er aan dacht zelf aan zo’n ding te beginnen. Veel verder dan een straal van twintig kilometer rond zijn huis kwam hij niet. In het buitenland was hij nooit geweest, behalve in Duitsland, hij woonde immers aan de grens.

Nieuwsgierig was hij wel naar de wereld. Aan mensen uit de stad vroeg hij gretig: „Bin daar nog veel zwart’n?” Ook via de televisie kreeg hij de wereld binnen.

„Vreselijk hè, wat er is gebeurd in”, zo begon hij vaak een conversatie. Nieuwsgierig en bewogen, ja, maar daar op het Groningse platteland lieten Jan en Jantje zich niet opjagen door de wereld. Twintig jaar geleden wasten ze zich nog gewoon bij de pomp met een teiltje in de achterkeuken.

Het dagritme was heilig. Vroeg opstaan, ontbijten, werken, thee met boterham, werken, warm eten, werken, thee drinken, werken, een boterham, schemeren, nazitten en om half tien was het licht in de boerderij uit.

Twee oorlogen maakte Jan Engelkes mee, waarvan de tweede zeer bewust. Het echtpaar had een onderduiker uit het Westen op de boerderij. Maar niet alle ’Duutsers’ waren in hun ogen slecht. In de oorlog maakten ook zij van de nood een deugd. Daar aan de Gronings-Duitse grens werd flink gesmokkeld. Wat de Duitse boeren nodig hadden kregen zij van de Nederlandse en andersom. Jan Engelkes deed natuurlijk mee. Familieleden stonden op wacht en seinden met zaklampen als er gevaar dreigde.

De boer, ook een fanatiek schaatser, was altijd buiten. Ploegen met zijn paard, zaaien, oogsten, hooien, melken, alles deed hij met de hand, tot hij beesten en land verkocht. Zijn paard Soleda wist na zoveel jaren samen precies wat er werd verwacht, de boer hoefde het beest nauwelijks instructies te geven. Buren gebruikten een verstilde foto van de boer ploegend met zijn paard als nieuwjaarskaart. Boer Engelkes was onthaast avant la lettre. Hij passeerde de tachtig, maar bleef fit. Zelfs twee beroertes konden hem niet vellen.

Vijf jaar geleden overleed Jantje, na een huwelijk van ruim zestig jaar. Was hij in het openbaar nooit gul geweest met het tonen van affectie, op haar sterfbed hield hij steeds de hand van zijn vrouw in zijn grote knuist. Hij wilde haar niet loslaten.

Maar ze stierf en ook nu ging het leven door. Zijn vaste dagritme was een houvast. Kwamen er meelevende buren langs terwijl hij net bezig was met zijn favoriete toetje (Campina slagroomvla), dan joeg hij ze weg met een handgebaar. Hij bleef de boerderij en het erf goed verzorgen.

Maar de boer was ook veranderd. Hij was emotioneler. Over zijn vrouw kon hij niet praten zonder tranen in zijn ogen. Hij liet zich door zijn kinderen en kleinkinderen ineens knuffelen. Tegelijkertijd trok hij er meer op uit. Vaak met de fiets, maar ook wel met de auto. Met die laatste was hij een gevaar op de weg, want hij reed niet harder dan twintig en was daarbij tamelijk doof.

Hij bleef nieuwsgierig naar zijn omgeving, al miste hij Jantje de hele dag door. Hij werd iets fragieler. Zijn familie polste hem wel eens over thuiszorg en een alarm om je nek. Daar ging hij niet op in. Voor een griepprik had hij net een afspraak gemaakt, maar toen kreeg hij griep. „Nou, dan hoef ik ook geen griepprik meer”, zei hij. Jan Engelkes in een verzorgingshuis was al helemaal geen optie. Dan zou hij binnen twee dagen dood zijn, dacht zijn familie.

Maar zover hoefde het niet te komen. Boer Engelkes stierf in het huis waar hij ook geboren was. Zijn zoon vond hem, hij lag vredig voor zijn bed. Misschien had hij nog zijn vaste reeks gymnastiekoefeningen voor het slapen gedaan. Door de knieën en dan de armen omhoog zwaaien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden