Jan des Bouvrie: Ontwerpen én verkopen

(Trouw)

Nederland heeft wereldwijd een fantastische reputatie op het gebied van design. Niet alleen economische slimheid ligt daaraan ten grondslag, ook de overtuiging dat design het leven beter maakt.

In de Bussumse meubelzaak van zijn ouders was het sappelen – altijd balanceerden ze op de rand van faillissement. Het Arsenaal in Naarden, de zaak van Jan des Bouvrie (1942) en zijn vrouw Monique, oogt bepaald niet zieltogend. Het is er een komen en gaan van energieke, goedgeklede medewerkers en op de binnenplaats wuiven palmen boven de luxe loungebanken. Toch zijn de overeenkomsten tussen de twee generaties Des Bouvrie groter dan de verschillen. De ouders hadden zich aangesloten bij de stichting Goed Wonen die de burger in het naoorlogse Nederland wilden voorzien van kwalitatieve, betaalbare en smaakvolle meubels. Jan des Bouvrie heeft in zijn lange carrière altijd dezelfde missie gehad: „Ik vind dat iedereen moet kunnen genieten van een leuk ontwerp. Ik word blij als mensen zeggen: Jan, we hebben je bank al 35 jaar en nu zit onze dochter erop.”

Het was een vruchtbare, creatieve omgeving waarin hij opgroeide. „Bij Goed Wonen waren allemaal bevlogen mensen aangesloten”, zegt hij. „Honderd meubelzaken, maar ook ontwerpers en producenten, allemaal vol van het vak.” Des Bouvrie leerde zo ontwerpers als Benno Premsela en Kho Liang Ie kennen. De eerste kon prachtig vertellen over schoonheid en eenvoud, de laatste adviseerde zijn ouders om de ’moeilijk lerende’ Jan – een zware dyslecticus – naar de Rietveld Academie te sturen. „Dat heeft mijn leven veranderd”, zegt hij.

Hij vindt het enig dat hij jongeren nu ook op het goede spoor kan zetten. Sinds 2001 is er een Jan des Bouvrie Academie, met een hbo-variant in Deventer en een vmbo-opleiding in Amsterdam. Hij geeft niet dagelijks les, maar hij gaat er regelmatig langs om de jongeren te motiveren. Laatst, in Amsterdam, was hij weer onder de indruk van de werkstukken die ’zijn’ leerlingen hadden gemaakt. „Ik zeg tegen ze: Jullie zijn net als ik. Jullie leren moeilijk, jullie zijn lastig voor je ouders en voor school. Maar dat komt omdat jullie creatief zijn. Creatieve mensen zijn chaos. Daar moet lijn in worden gebracht.”

De leerlingen maken kennis met zijn visie, die hij ontwikkelde in de winkel van zijn ouders. „Meubels kopen is niet het doel van de consument. Mensen willen advies. Ik zette een tekentafel neer en ging plattegrondjes tekenen voor mensen. Wat er gebeurde als ze er een wandje uit zouden halen. Iedere detaillist moet een interieuradviseur in dienst nemen. De consument weet niets van indeling, materialen of een lichtplan.”

Maar de winkel werd al snel te klein voor hem. Het verantwoorde assortiment was aan het merendeel van de Nederlanders niet besteed. „Die kochten bij hun trouwen oud eiken en zaten daar hun hele leven op. Ik dacht: Als ik dit blijf doen, wordt het niets.”

Hij begon zelf met meubels te experimenteren. Met de kubusbank uit 1969 scoorde hij zijn eerste, grote succes. Maar hij liet het niet bij ontwerpen alleen, hij nam op on-Nederlandse wijze de promotie van zijn producten ter hand. „Ik kende Paul Huf die er mooie foto’s van maakte, waarmee we in bladen als de Avenue kwamen.” Als geen ander wist hij de media te bespelen, werkte mee aan tijdschriften en verscheen op tv. „Ik ben erom verguisd.” Maar het bleek een probaat middel om zijn doel te bereiken: mooie dingen maken én verkopen.

„Ik werk nu voor de Gamma. Op een feestje sprak ik twee studenten die daar achter de tap stonden: ’Meneer de Bouvrie, we hebben onze studentenkamer voor 600 euro met uw spul ingericht’. Dat is toch enig? Die rolgordijntjes zijn goed gemaakt. Dat vind ik net zo belangrijk als een nieuw bankje voor de firma Gelderland. Ik werk in de breedte.”

Benno Premsela zei bij de opening van zijn eerste overzichtstentoonstelling: ’Het gaat niet om de meubels. Jan heeft Nederland na de oorlog veranderd.’ Dat vond hij een enorm compliment. Zonder schroom somt hij zijn bijdragen op: „Ten eerste de open keuken. In Nederland woont inmiddels 25 procent van de mensen zo, in Duitsland maar vier procent en in Frankrijk nog minder. Nederland is erg gevoelig voor ontwikkeling.” De laatste jaren probeert hij ons aan de veranda te krijgen. „Binnen en buiten moet een eenheid zijn, dat vind ik heel belangrijk.” Maar zijn grootste verdienste – het is bijna een cliché – is zijn levenslange passie voor wit. Maar hij is stapel op kleur, benadrukt hij. Het wit dient als een schildersdoek, dat ingevuld mag worden. „Schilderijen, bloemen. En mensen zijn ook kleur.”

Minstens zo trots als op zijn eigen prestaties, is hij op de huidige generatie ontwerpers, die hij joviaal beschrijft als ’allemaal vrienden’. Met genoegen ziet hij ze uitgroeien tot internationale sterren. „Ik vind het heerlijk als ik zie dat Marcel Wanders in Miami een hotel mag inrichten, dat hij op hetzelfde niveau bezig is als Philippe Starck. Het geeft hem een soort Oranjegevoel: „Als ik in Milaan rondloop en ik zie al die Nederlandse ontwerpers krijg ik hetzelfde gevoel als wanneer op de Olympiade zo’n jongen de tien kilometer zwemmen wint.”

Zijn grote favorieten onder de nieuwe lichting zijn Job Smeets en Nynke Tynagel, die samen Studio Job vormen. „Job is een meester.” Graag wil hij een ontwerp nomineren, maar er is een probleem: het recente werk van Studio Job vindt hij eigenlijk geen design meer, maar kunst. Daarom kiest hij voor een serie meubels uit 2006: de paper collection. Een kast, een tafel en lampen, gemaakt van papier en karton. Ze zijn zo geconstrueerd en afgewerkt dat ze net zo stevig zijn als meubels van sterker materiaal – gebruiksvoorwerpen dus.

Op de tweede plaats zet hij de slaapbank van Martin Visser, ’een gigant’. Op nummer één staat ’een man die de wereld veranderde’: Gerrit Rietveld. De Roodblauwe fauteuil, dat kan niet anders. „Grote architecten ontwierpen ook altijd meubels”, zegt Des Bouvrie. Hij plaatst Rietveld in het rijtje van zijn grote helden: de Fransman Le Corbusier en de Duitser Mies van der Rohe. „Hun gebouwen zijn zo goed omdat ze ook verstand hadden van interieur: ze ontwierpen van binnenuit.”

(Trouw)
(Trouw)
De drie mooiste ontwerpen volgens Jan des Bouvrie: (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden