Review

Jan Cremer houdt weer van Enschede

HENGELO - Geen champagne en kaviaar, maar humkessoep, zuurkool met worst en bokbier. En muziek van Gert en Hermien en de Trockener Kecks. Schrijver/kunstenaar Jan Cremer bewandelt bij voorkeur niet de al platgetreden paden. Zo ook gisteren bij de presentatie van zijn nieuwste boek 'Wolf'.

Cremer troonde zijn vrienden en enkele goede collega's in een touringcar van Amsterdam mee naar zijn geboortestreek Twente. De verzameling van exponenten uit de hoofdstedelijke 'grachtengordel' bleek aardig te assimileren met de lokale artiesten en vip's, zodat het een geanimeerde bijeenkomst werd in de studio van Radio en TV Oost in Hengelo.

Dat kwam niet in de laatste plaats doordat in de rechtstreekse radiouitzending, waarin de verschijning van Wolf wereldkundig werd gemaakt, ook een rol was weggelegd voor de evenals Cremer in Enschede geboren Gert-Jan Droge. De gewezen society-verslaggever mocht Cremer interviewen en kon het niet nalaten even pesterig op te merken, dat 'de titel Wolf natuurlijk gegapt is van Gerard Reve'. Cremer beweerde uiteraard dat het andersom was, waarmee de toon voor een aardig gesprek was gezet.

'Wolf' is niet helemaal nieuw. Althans in die zin, dat de roman het autobiografische deel van Cremers-trilogie 'De Hunnen' bevat. Cremer maakt er geen geheim van, dat hij moeite heeft met het kortwieken van zijn 1 500 pagina's tellende levenswerk, dat tien jaar geleden verscheen. “Alles wat ik schrijf is voor de eeuwigheid. Elf jaar heb ik aan 'De Hunnen' gewerkt. Als 1 500 pagina's dan terug worden gebracht tot 500, voelt dat als een amputatie. Ik heb het zelf ook niet willen doen. Twee redacteuren van uitgeverij 'De Bezige Bij' hebben die klus gedaan.”

'Wolf' blijkt vooral te zijn uitgegeven op verzoek van buitenlandse uitgevers. Cremer heeft uiteindelijk ingestemd met het onder de titel van 'Wolf' doen uitgeven van het autobiografische deel uit 'De Hunnen', omdat daarmee de kans op verschijning in het buitenland aanzienlijk is vergroot. “Voor een buitenlandse uitgeverij kost de vertaling van De Hunnen alleen al twee ton”, weet de schrijver. “Willen ze die drie delen op de markt brengen, dan heb je het al snel over een investering van een dik half miljoen. Met 'Wolf' is men een stuk goedkoper uit.”

Terwijl de dochters van Gert en Hermien, Sheila en Sandra (wereldberoemd in Twente sinds ze in Playboy poseerden), na pa en ma hun muzikale bijdrage mogen leveren aan de literaire feestvreugde, bestudeert Gert-Jan Droge in de hal van het studiocomplex de wandschildering die Cremer hier afgelopen zomer aanbracht. Droges ouderlijk huis staat hemelsbreed op 300 meter afstand van de Emmastraat in Enschede waar Cremer opgroeide. Droge is een paar jaar jonger dan Cremer, maar ook al waren zij leeftijdgenoten geweest dan nog hadden zij niet met elkaar gespeeld. “Mijn vader was tandarts en er was in de jaren vijftig toch sprake van een behoorlijk standsverschil. Ik werd destijds door volwassenen ook aangesproken met 'de jonge heer Droge'.”

Droge wilde vanaf de dag dat hij geboren werd naar eigen zeggen al weg uit de stad, die destijds nog draaide op de textielindustrie. “Niet dat ik wat tegen Enschede heb, maar ik wist ook niet wat ik er zou moeten doen.” Ook Jan Cremer heeft zich in woord en geschrift meer dan eens minder vleiend uitgelaten over Enschede. “De stad waar ik geboren werd, bestaat uit fabrieken, boeren en rook”, schreef hij in zijn bestseller 'Ik Jan Cremer', waarmee hij in 1964 Nederland schokte. Maar de tijd lijkt ook hier de wonden te helen.

Cremer verklaarde gisteren althans zonder een spier te vertrekken voor de radio-microfoon: “Om als internationaal schrijver door te kunnen breken, moet je in Enschede zijn geboren. De stad is een onuitputtelijke bron van inspiratie voor mij geweest.” Dichter Bert Schierbeek, ook al Enschedeer van geboorte, mocht het eerste exemplaar van Wolf in ontvangst nemen. “Dankzij jou bestaat Enschede nog”, deed Schierbeek er een schepje bovenop.

Rijk de Gooyer mocht nog een hoofdstuk voordragen uit 'Wolf'. De Gooyer had er bij het maken van zijn keuze duidelijk geen rekening gehouden dat het meest verlichte volksdeel van Staphorst op zondag ook naar Radio Oost luistert. In het door De Gooyer voorgelezen hoofdstuk wordt althans beschreven wat de jonge Cremer ('Wolf') allemaal overkomt als de betekenis van het woord 'neuken' hem nog niet helemaal helder is. “Het moet erger zijn dan doodmaken. Als je het zegt, verstarren de blikken en krijg je een draai om je oren.”

Nadat de Trockener Kecks de door Cremer geschreven 'Ballade van de boer' hebben vertolkt, stort het gezelschap zich op de zuurkool, Twentse ham en humkessoep. “En als we straks weer met de bus naar Amsterdam gaan, zingen we uit volle borst 'Ik heb een potje met vet . . .”, belooft Gert-Jan Droge.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden