Jan Cremer: 'Alleen wie in de goot gelegen heeft kan een goed boek schrijven'

Het gesprek wordt even onderbroken doordat de ambassadeur van Mongolië zijn komst laat aankondigen. Jan Cremer veert op om de diplomaat persoonlijk te ontvangen. De heer Hanibal, speciaal uit Brussel overgekomen, heeft een fles wodka van het merk Chinggis Khan voor de schilder meegenomen. Cremer is zichtbaar in zijn nopjes met het hoge bezoek. En met de fles. Jan Cremer t/m 2 juni in Museum Van der Togt, Dorpsstraat 50, Amstelveen. Openingstijden: donderdag t/m zondag van 13 00 tot 17 00 uur.

Het is al weer acht jaar geleden dat Cremer voor het laatst een grote tentoonstelling had in Nederland. Dat was in het Rijksmuseum Twenthe in zijn geboortestad Enschede. Hij werd als een verloren zoon binnengehaald in de 'stad van fabrieken, boeren en rook', zoals hij Enschede in zijn in 1964 verschenen bestseller 'Ik Jan Cremer' beschreef. Bij de opening - Cremer liet de toemalige minister Brinkman en andere notabelen tot het laatste moment wachten eer hij als laatste verscheen - liet de kunstenaar weten pas weer in Enschede terug te keren als er een standbeeld voor hem is opgericht. Dat beeld is er nog niet en zelfs van het voornemen om een straat in zijn geboortestad naar hem te vernoemen is het nog niet gekomen. “Want daarvoor moet ik eerst dood zijn. Zo schijnen de regels in Enschede te zijn”, weet Jan Cremer inmiddels.

Het verschil tussen de huidige tentoonstelling in Amstelveen en die in Enschede is, dat in het Rijksmuseum Twenthe ook veel werk uit privé-collecties was te zien. Het doek 'Prostituee' bijvoorbeeld, in 1957 door Cremer voor een tientje aan een accountant verkocht, en inmiddels verzekerd voor 50 000 gulden. En enkele doeken die Cremer in zijn arme periode op verzoek bij de kopers bij hen aan huis vervaardigde. Het in museum Van der Togt geëxposeerde werk is volgens Cremer eigendom van twee galeries en een Amerikaanse bank en bestemd voor de verkoop. De prijzen variëren van grofweg twee ton (“precies weet ik het niet, 't kan ook wel wat meer zijn”) voor het vierluik Yellow River tot 875 gulden voor een litho.

Zijn meest recente werk bestaat voornamelijk uit tulpen en landschappen, abstract vormgegeven in de voor Cremer kenmerkende primaire kleuren. “Ik vorm de achterhoede van de moderne kunst in Nederland”, geeft Cremer zichzelf een plaats in de kunsthistorie. “Na mij is er geen abstract-expressionist meer geboren. Ik ben nog ambachtelijk opgeleid; heb op de kunstacademie geleerd hoe je met materialen moet omgaan en een schilderij moet opzetten. Ik vraag me af wat studenten tegenwoordig nog leren op de kunstacademie. Als ik examen-tentoonstellingen van kunstacademies bezoek, valt me op dat bij 99 procent van de nieuwe generatie kunstenaars de persoonlijke visie op kunst ontbreekt. Wat je daar ziet is imitatie en plagiaat. Dat is ze aangeleerd door minkukels van leraren; mislukte kunstenaars en steuntrekkers. Het gros van de academie-studenten gaat rechtstreeks van school naar de sociale dienst. Als je niet van de kunst kunt leven, moet je bij de spoorwegen gaan werken, vind ik. Voor de kunstenaars van mijn generatie was er geen uitkering. Armoede was het. Dat vechten voor je brood leidde bij sommigen tot grote prestaties. Alleen de talentvollen bleven over.”

Na jaren van schilderen, zegt hij zich weer op het schrijven te willen richten. Zijn in 1983 verschenen trilogie 'de Hunnen', waarin hij afrekent met zijn jeugd, werd destijds niet door alle recensenten even positief ontvangen, maar is qua stijl en diepgang volgens veel Cremer-fans zijn beste boek.

HP/De Tijd wist onlangs nog te melden, dat Cremer bij uitgeverij De Bezige Bij een miljoen gulden voorschot voor zijn roman in drie delen 'de Hunnen' wist te bedingen en dat de uitgeverij, gezien de matige verkoop, daarmee amper uit de kosten was gekomen. “Wat een flauwekul”, zegt Cremer geïrriteerd. “Mijn Amerikaanse agent heeft dat contract destijds gesloten. En die neemt geen genoegen met een bokking en een pot bier, dat is waar. Maar een miljoen voorschot, was het maar waar! Het is allemaal zo typisch Nederlands. Van de Hunnen zijn 60 000 à 70 000 cassettes à 75 gulden verkocht. Dat heet dan slecht te zijn. In Nederland heb je tegenwoordig al een bestseller als je 1500 boeken weet te verkopen. Alles wat ik schrijf, wordt afgezet tegen de 12 miljoen exemplaren van 'Ik Jan Cremer' die er wereldwijd zijn verkocht. Dat slaat nergens op. Weet je trouwens dat ik destijds voor 'Ik Jan Cremer' 500 gulden voorschot heb ontvangen?”

Dat alles wat er na de Hunnen nog van zijn hand verschijnt minder zalzijn, vindt hij ook een onzinnige stelling. “Ik ben als schilder steeds beter geworden en dat geldt ook voor mijn ontwikkeling als schrijver. En ik heb ideeën genoeg om tot ver in de volgende eeuw mee verder te kunnen.” Hij vindt zichzelf, in alle bescheidenheid, nog steeds de beste schrijver van Nederland. Uit het werk van bijvoorbeeld Ronald Giphart en Joost Zwagerman, exponenten van een nieuwe generatie Nederlandse schrijvers, blijkt volgens Cremer “te weinig levenswijsheid”. “Vertel me: Hoe kun je ooit een goed boek schrijven als je nooit in de goot hebt gelegen met alleen een krant als deken?”, smoort hij elke discussie in de kiem.

Tussen de bedrijven door hoopt hij in zijn geboortestreek, langs de snelweg A 1 bij Hengelo, nog een opmerkelijk kunstwerk te realiseren. Een zestig meter hoge metalen schietspoel - het symbool voor de uit Twente verdwenen textiel-industrie - moet als een baken langs de snelweg, op de lijn Amsterdam-Berlijn-Moskou, verrijzen. Het plan is al weer een paar jaar oud, maar de uitvoering laat op zich wachten.

Eerst zou het gevaarte op het dak van de langs de snelweg gesitueerde studio van Radio en TV Oost verrijzen, maar dat bleek qua constructie onmogelijk. Later zou de spoel op een nog te bouwen zendmast worden geplaatst en 125 meter boven het Twentse land uittorenen, maar de bouw van de mast is inmiddels onzeker. Inmiddels heeft de gemeente Hengelo het plan voor 'de Spoel' omarmd, maar ook dat schiet nog niet erg op. Het feit dat de realisatie van de Spoel circa acht ton gaat kosten, zal daar mede debet aan zijn.

Jan Cremer, die Twente als kind van de streek een eigen Eiffeltoren schenkt. De kunstenaar zelf ziet het wel zitten. “Maar in Twente wonen niet zo veel snelle beslissers”, weet hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden