Jan Brokken Liefde manifesteert zich altijd in daden

Jan Brokken (Leiden, 1949) is schrijver. Hij debuteerde in 1975 met 'Mata Hari'. Vierentwintig titels ¿ romans en reisboeken ¿ later verscheen 'De Vergelding', een dorp in tijden van oorlog, een reconstructie van gebeurtenissen die volgden op de dood van een Duitse soldaat in Rhoon, het dorp waar Brokken is opgegroeid.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
"Ik woonde op Curaçao. Op een middag, om een uur of twee, ging de telefoon. Boelie van Leeuwen (Nederlands Antilliaanse schrijver en dichter, AV). Hij zegt: 'Ja, Jan, ik heb net Het laatste oordeel, dat verhaal over je vader, gelezen en ik moet je toch eens ernstig toespreken jongen.' Ons gesprek zou tot zeven uur 's avonds duren. Hij kon niet begrijpen waarom wij ¿ 'jonge Europese intellectuelen' ¿ God hadden losgelaten. 'Dat betekent dat je alle verantwoordelijkheid op je eigen schouders neemt. Waarom? Waarom doen jullie zo moeilijk? Het is toch veel makkelijker om mét God te leven dan zonder God?'

Hij had gelijk, natuurlijk. En toch ben ik die moeilijke weg gegaan. Wat met een kinderlijk geloof begon ¿ God hield zich volgens mij schuil achter een luikje boven in de hervormde kerk van Rhoon ¿ eindigde met de overtuiging dat een alles bestierende God eenvoudigweg niet kón bestaan. Desalniettemin ben ik blij dat ik als domineeszoon ben opgegroeid; een betere introductie in de Europese cultuur is ondenkbaar. Alles wat met schilderkunst, muziek en zelfs literatuur te maken heeft, is in die joods-christelijke traditie verankerd.

Die God van achter het luikje mag dan niet meer bestaan; ik ben zo van het geloof doordrenkt dat ik Hem ¿ als ik iets doe wat misschien niet helemaal in de haak is ¿ nog altijd daar, op mijn schouder, voel zitten."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
"Er was veel muziek in huis. Mijn moeder, mijn broers en ik speelden piano. Vooral mijn moeder kon prachtig spelen. Ik viel 's avonds in slaap met de klanken van Schubert, Brahms en Bach. Mijn ouders bezochten ook concerten, en ze hielden allebei veel van literatuur, maar ik kan mij niet herinneren dat ze mij ooit naar een museum mee hebben genomen. Ik denk dat ze er door hun opvoeding gewoon geen belangstelling voor hadden.

Mijn kennismaking met de beeldende kunst was echt een revelatie. Dat ging zo. Na de School voor Journalistiek ging ik studeren aan het Institut d'Etudes Politiques in Bordeaux en kreeg ik verkering met Marie-Claude. We bezochten samen exposities, we gingen naar het theater en naar de bioscoop. Tijdens de zomermaanden, de kerst- en de paasvakantie reisden we door Frankrijk, Spanje en Italië waar we de voortreffelijkste kunst in musea en kathedralen zagen. Het genot van het oog. Dat is een absoluut gemis in mijn protestantse opvoeding geweest.

Misschien ben ik daardoor wel zo beeldend gaan schrijven, en ook zo'n enorm filmliefhebber geworden. Rond mijn zeventiende, achttiende, was ik er absoluut zeker van dat ik cineast zou worden. De Nederlandse Ingmar Bergman. Het was haast een obsessie voor me. De films van Bergman, domineeszoon, gaan namelijk allemaal over dezelfde worsteling: hoe te breken met God, met je eigen vader en met het hele wereldbeeld dat je van jongs af aan hebt meegekregen."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
"Omdat in Frankrijk alle scheldwoorden iets te maken hebben met poep ¿ Merde! Enculé! ¿ kreeg Marie-Claude er aardigheid in om hier, toen ze de taal eenmaal sprak, het woord godverdomme voortdurend te gebruiken. Op een gegeven moment moest ik tegen haar zeggen dat ik het eigenlijk heel erg vond. Zo agressief.

Als het om een of andere reden nodig is dat iemand in mijn boeken vloekt, schrijf ik het wel op, maar dan heb ik er toch tien keer over nagedacht. Is dit nou wel echt nodig? Het is geen angst, geen echo; ik geloof dat ik vooral mijn ouders niet wil beschamen. Zo hebben ze mij niet opgevoed. Die twee hebben ze ons willen meegeven: niet vloeken en hoffelijk zijn. Je voorstellen in gezelschap, opstaan voor een ouder iemand, het portier voor mijn vrouw opendoen voordat ik zelf in de auto stap. Of dat, wat net gebeurde: ik nam een stroopwafel zonder jou er eerst een aan te bieden. Da's niet zoals het hoort. Sorry."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
"Toen ik net in Amsterdam kwam wonen, hing er op zondag nog een andere sfeer. Mensen kuierden over de grachten en maakten praatjes met de buren. Er was geen markt, de winkels waren gesloten, geen drukte, geen gedoe. Amsterdam was van de Amsterdammers. Het deed me altijd een beetje denken aan Rhoon op zondagmorgen. Dat vond ik een van de mooiste momenten: hoe iedereen over de dijk naar de kerk liep en daarna, dezelfde weg terug, om bij elkaar op de koffie te gaan."

V Eer uw vader en uw moeder
"Alles, nou, misschien niet alles, er zit ook nog eigen verantwoordelijkheid in, maar toch heel veel, heb ik meegekregen van mijn ouders. Mijn moeder kon goed schrijven en ze was zeer nieuwsgierig naar andere culturen. Toen ze op het eiland Sulawesi aankwam, is zij direct het Makassaars gaan leren. Het is goed mogelijk om de taal te leren spreken, maar het Arabisch schrift van het Makassaars is voor een Europeaan waanzinnig moeilijk. Na jaren studie is het mijn moeder gelukt. Dat zijn dingen die ik van haar heb.

Van mijn vader heb ik de drang om zoveel mogelijk te weten. Hij heeft theologie gestudeerd en zich gespecialiseerd in de islam. In 1935 werd hij uitgezonden naar Indonesië om onderzoek te doen bij islamitische bewegingen, vooral op Sulawesi en de Saleijer-eilanden.

Toen hij eind jaren veertig ¿ met mijn moeder en mijn twee oudere broers ¿ naar Nederland terugkwam, kon hij niets meer met die islam. Hij werd dominee in Rhoon en ging eens per maand naar bijeenkomsten van de Arabische kring. Ik denk dat het voor hem, een man die over grenzen heen wilde kijken, moeilijk is geweest om hier te aarden. Bovendien had hij een kampsyndroom. Hij slikte kalmerende middelen en had de neiging om te veel te drinken. Ik moest hem vaak met mijn moeder samen naar zijn bed slepen ¿ dat waren echt vreselijke taferelen.

Toen de groep orthodox gelovigen in Rhoon groter werd en mijn vader als te vrijzinnig werd ervaren, probeerden ze hem uit het ambt te zetten. Op een avond kwamen ze zelfs met brandende kaarsen langs ons huis lopen, hardop biddend dat Rhoon verlost zou worden van dominee Brokken. Ik was een jaar of twaalf, ik dacht echt dat ze de pastorie in brand zouden steken. Ik was al een buitenstaander ¿ thuis omdat ik de tropen niet had meegemaakt en niet in een kamp had gezeten, daarbuiten omdat ik de zoon was van de dominee ¿ maar toen kwam daar nog een enorme angst, de angst voor het dorp, bij.

Angst scherpt je zintuigen; ik heb altijd het gevoel gehad dat ik in een angstige omgeving verkeerde. Ja, daar heb ik nog steeds last van. Zodra mensen gaan samenklonteren voel ik mij ernstig bedreigd. Ik ben nog nooit in een stadion geweest; het idee dat het uit de hand zou kunnen lopen, maakt mij heel erg angstig. Ik kan wel lezingen geven voor grotere groepen, maar dat is iets anders; van de mensen die in zo'n zaal bij elkaar zijn, weet ik dat ze mij geen kwaad willen doen. Dat was mijn grootste angst als kind: aangevallen te worden.

Door al die spanningen kreeg ik een allergische ziekte die almaar erger werd. Zo rond mijn zestiende kon ik nog amper mijn knieën buigen, mijn voeten werden klompen en ik kreeg mijn ogen bijna niet meer open. Mijn moeder kwam in die tijd bij mijn bed zitten en las boeken aan mij voor. Met 'Oorlog en Vrede' heb ik op die manier voor het eerst kennisgemaakt ¿ ik heb het boek daarna nog vaak herlezen. Het was een daad van liefde, liefde manifesteert zich altijd in daden. Mijn moeder heeft mij echt door die moeilijke jaren heengesleept.

Ze was een indrukwekkende vrouw, ook qua uiterlijk. Laatst herinnerde iemand mij er nog aan dat ze er, met haar hoed en haar pakje, in de kerk ook altijd even vorstelijk uitzag. Ze had een sterk karakter, een grote waardigheid, maar ze was ook heel kritisch. Het beste was nooit goed genoeg. Dat is iets wat mij is bijgebleven. Hoewel ze nooit een boek van mij heeft kunnen lezen, denk ik bij elk boek waar ik zelf wel tevreden over ben: ja, maar zou mijn moeder het ook goed hebben gevonden?

Met mijn vader heb ik een zeer gecompliceerde band gehad. Hij was ooit mijn absolute held. Elke zaterdag reden we op zijn brommertje ¿ een Amstel, met zo'n duozit ¿ naar de haven om boten te kijken. Sigaretje in z'n mondhoek, een hand aan het stuur, en dan heel rustig, al pratend die dijk over. Hij kon prachtig vertellen. Over zijn reizen, over Indië, over de boten die we zagen uitvaren. Fantastisch. Tot die rottigheid begon en hij aan de drank raakte en geen tegenstand leek te kunnen bieden aan de mensen die hem bedreigden. Ik vond het vreselijk dat hij zich zo liet gaan. Mijn liefde sloeg om in... ik zal niet zeggen haat, maar wel in grote ergernis. We verloren het contact, we raakten elkaar kwijt.

Op het eind van zijn leven is het toch nog goed gekomen. Hij heeft de publicatie van mijn eerste boeken meegemaakt. Als ik bij hem langskwam in het bejaardenhuis zei hij: 'Pak de atlas er eens bij, Jan, want ik heb een stuk in je boek gelezen waarin de Senoefo's voorkomen en nu wil ik eens kijken waar...' En als we daar dan over het boek gebogen zaten, dacht ik: ja, dit is 'm, dit is mijn vader van vroeger. Ik had hem net op tijd weer teruggevonden."

VI Gij zult niet doodslaan
"In Rhoon werd de dood van één Duitse soldaat met de executie van zeven onschuldige burgers vergolden. Dat is de gebeurtenis waar het in 'De Vergelding' om draait. En de vraag is: werd die Duitser vermoord of was het een ongeluk? Ik geloof dat hij door een sabotagedaad om het leven is gekomen, en ik heb mijzelf tijdens het schrijven voortdurend afgevraagd: waarom hebben die mensen dat gedaan? Ik was er niet op uit om iemand te veroordelen, maar ik probeerde me in te leven en te begrijpen hoe ze zo ver gekomen waren. En ja, onder die omstandigheden had ik de moord waarschijnlijk óók gepleegd.

Maar ik heb ook meer begrepen van de meisjes die met moffen sliepen ¿ wat zo goed als zeker het motief van de wraakactie is geweest. Wat ik heb willen laten zien, is voor welke zware beslissingen iedereen kwam te staan, elke dag opnieuw. Nemen we deel aan de zwarthandel? Halen we onderduikers in huis, zo ja welke? Laten we ons daarvoor betalen of niet? Aan welke gevaren stellen we onze kinderen bloot? Het was voor die tweeduizend inwoners van Rhoon vanaf 10 mei elke dag oorlog. Het was de oorlog van gewone mensen, vooral van vrouwen. Vrouwen komen in de officiële geschiedschrijving nauwelijks voor ¿ behalve als ze Hannie Schaft heten of Trouw hebben rondgebracht ¿ maar hoe was het nou voor de moeders van grote gezinnen, hoe was het voor de weduwen, of bijvoorbeeld voor Dirkje de Ruyter ¿ een van de hoofdpersonen uit dit drama ¿ wier man naar Engeland vluchtte en een oorlogsheld zou worden, maar zijn vrouw met drie kinderen ¿ van wie een zwaar gehandicapt ¿ achterliet? Ze probeerde alles om haar gezin in leven te houden en ging, toen ze nergens hulp kreeg, ten einde raad voor de Duitsers werken.

Ik ben van na de oorlog, opgegroeid met strikte ideeën over wie goed was en wie fout. Later schreven historici zoals Chris van der Heijden dat ons verleden vooral grijs was geweest; dat er veel minder 'goeden' waren geweest dan er altijd was gezegd en dat het merendeel van de bevolking gewoon de andere kant had opgekeken, alsof er geen oorlog was. Ik weet nu dat dit beeld niet klopt. Het was elke dag oorlog. Voor iedereen."

VII Gij zult niet echtbreken
"Het eerste wat mij opviel, was haar lach. Ze had zo'n enorme joie de vivre. Ik kwam behoorlijk geschonden uit dat dorp, wankel en bang. Zij gaf mij weer zin in het leven. Hoe ze in haar familie met elkaar omgingen, ik keek mijn ogen uit. Zo'n Zuid-Franse familie die in het weekend bij elkaar komt in een huisje aan zee, ruzie maakt over elk onderwerp dat zich aandient, grote gebaren, dramatisch gedoe, om elkaar na afloop om de hals te vliegen en te zoenen, tot de volgende keer! Die passie, dat theater; ik vind het prachtig! Ik geloof zelf dat ik er prima tussen pas, maar de familie van Marie-Claude lacht me nog geregeld uit. Als ik zeg dat we, bijvoorbeeld, om kwart voor tien zouden kunnen vertrekken, roepen zij: 'Wil je niet liever om achttien voor tien afspreken, Jan?' Ze noemen me een protestant. Zelf spreken ze om tien uur af en zijn dan om elf uur nog niet vertrokken.

Of het voorbestemming is, weet ik niet, maar dit kan ik er wel over zeggen: als ik dit leven ooit zou eens over zou mogen doen, dan wil ik graag weer schrijver worden en op mijn negentiende jaar Marie-Claude opnieuw ontmoeten."

VIII Gij zult niet stelen
"Natuurlijk werd er op mij gelet. Ik moest, opgeprikt en opgedirkt, voorin de kerk zitten. Als ik met een meisje had gezoend op de dijk, werd dat onmiddellijk naar mijn vader doorgebeld. Ik mocht natuurlijk niet stelen, maar ja, ik heb ook mijn puberteitscrisis gehad en toen ik student was, pikte ik wel eens een lp of een biefstukje uit de supermarkt.

Uiteindelijk ben ik het domineeszoonschap gaan zien als een mooie vorming waar ik de wereld mee ben ingegaan. En weet je overigens wat de keerzij van de beklemming was? Als zoon van de dominee bén je ook iemand. Dat gevoel heb ik nog wel eens als ik een lezing geef: nu luistert iedereen naar wat ik te vertellen heb. Het is niet voor niets dat zoveel domineeskinderen dominee zijn geworden, of cabaretier. Het gaat toch een beetje in je systeem zitten."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
"Simon Carmiggelt zei een keer tegen mij: 'Je moet de waarheid tevoorschijn liegen.' Daar heeft hij, wat de literatuur betreft, gelijk in. Soms maak je, door bepaalde dingen weg te laten, of te veranderen, zaken duidelijker. Een klein leugentje is niet erg, maar je moet niet de teneur van een verhaal veranderen. En dan heb ik het niet over de waarheid, hè? De Waarheid bestaat niet eens; ze komt in vele soorten."

X
Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Ik heb moeten vechten tegen gevoelens van jaloezie. Als ik weer eens dacht dat andere schrijvers meer aandacht kregen dan ik, of onterecht in de prijzen vielen, sloeg ik mezelf erdoorheen met de gedachte dat ik dat succesvolle boek van hem of haar zelf nooit had willen schrijven. Alleen zo kon ik doorgaan, hield ik mezelf op de rechte weg. Nee, die weg leidde niet naar een bepaald doel.

Succes is voor mij: zo dicht mogelijk in de buurt komen van het boek dat ik in gedachten heb. Steeds opnieuw. Met 'De Vergelding' is het aardig gelukt.

Meestal kan ik een boek pas na een paar jaar herlezen, maar laatst las ik een paar pagina's van 'De Vergelding' achter elkaar, en ik dacht: hier staat geen woord op de verkeerde plaats. Zoiets geeft echt een enorme voldoening. En dat er dit keer meer lezers zijn die het oppikken, is natuurlijk ook geweldig.

Ik zal nooit zoiets roepen als 'eindelijk gerechtigheid'. Er is geen gerechtigheid in de kunst. Het is het onderwerp, de tijd, en soms een dosis mazzel. Of ik zo'n mazzelaar ben, durf ik nog niet te zeggen, maar het begint er wel een beetje op te lijken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden