'Jammer dat we niet door kunnen'

De Nederlandse militairen in Uruzgan hebben de val van het kabinet met verbazing gadegeslagen. Ze voelen zich aangetast in hun eergevoel, al heerst er ook loyaliteit aan de politiek. „Onze buitenlandse collega’s komen ons vragen waarom we uitgerekend nu weggaan. We hadden ons werk graag afgemaakt.”

Via internet en de knipseldienst van Defensie volgden de Nederlandse militairen in Tarin Kowt, Uruzgan en op het zuidelijker in Afghanistan gelegen Navo-vliegveld Kandahar de afgelopen weken zo goed en kwaad als het kon de politieke discussie die thuis over hun werk werd gevoerd.

De val van het kabinet en het daaruit voortvloeiende ’nee’ tegen nog eens een verlenging van hun nu vier jaar durende missie tussen de barre bergruggen leidde tot veel discussie. Aan de eettafels in de kantines en in de koffiehoekjes tussen de gepantserde werk- en slaapcontainers was de verre Haagse politiek opeens gesprek van de dag.

Op bezoek in Afghanistan zou je veel opgeluchte Nederlandse militairen verwachten. Hun krijgsmacht mag immers eind dit jaar het onherbergzame Uruzgan achter zich laten, met zijn blijvende talibandreiging en de steeds slimmere explosieven onder de grauwe paden waarop patrouilles moeten worden gelopen. Eindelijk afscheid van de straatarme stoffige provincie met zijn verzengende hitte in de stoffige zomermaanden. Van een cynisch goodbye Uruzgan blijkt echter onder de Nederlandse troepen nauwelijks sprake. Integendeel: veel militairen voelen zich aangetast in hun eergevoel, omdat ze de klus in Uruzgan niet op een ordelijke manier kunnen afmaken zoals ze hadden gewenst.

Een rondgang op de Nederlandse legeringskampen in Afghanistan, in de marge van het bezoek dat minister Eimert van Middelkoop afgelopen week bracht aan zijn manschappen, levert een beeld op van loyaliteit en teleurstelling. Loyaliteit jegens de politiek, die nu eenmaal beslist, en teleurstelling omdat de missie in Uruzgan door diezelfde politiek op zo’n rommelige manier werd beëindigd.

Op vliegveld Kandahar, waar de helikopters en F-16’s staan voor steun aan de troepen Uruzgan, zien de Nederlanders om zich heen de grootste Navo-basis ter wereld verrijzen. De Amerikanen worden massaal ingevlogen voor het ’transitie-offensief’ van president Obama. De betonmolens draaien als gekken en de permanente gebouwen die het Amerikaanse leger nu neerzet in deze groeiende stad van 30.000 militairen tonen aan dat de Amerikanen hier nog heel veel jaren denken te gaan blijven.

Dat Nederland zich op zo’n moment terugtrekt uit Uruzgan valt zwaar bij het groepje Hollanders dat een sapje zit te drinken. „We slaan een modderfiguur. Onze buitenlandse collega’s komen ons vragen waarom we uitgerekend nu weggaan. Het is jammer. Onze mensen waren in Uruzgan iets goed aan het opbouwen. Dat hadden we graag afgemaakt.”

De reacties op kamp Tarin Kowt, waar de 1500 militairen van de leidende Nederlandse Task Force Uruzgan samenwerken met Australiërs, Fransen en Slowaken, zijn niet veel anders. „Natuurlijk wisten we dat onze missie zou eindigen, maar de rommelige manier waarop dat nu gaat is zo teleurstellend”, klinkt het in dit brandpunt van de Uruzgan-missie.

Het wachten is op duidelijkheid over de Navo-bondgenoot die de leidende positie in de provincie van ze wil overnemen. „We willen het liefst ons werk zo goed mogelijk kunnen overdragen”, zeggen de militairen. Er kwamen juist vorderingen, bezweren ze. Al verloopt de overdracht van taken aan Afghaanse militairen nog zo moeilijk door desertie onder de Afghanen of door het wel erg lage niveau van de lokale soldaten die straks zoveel mogelijk patrouilles moeten overnemen.

Gesprekspartners van de Nederlanders in het gebied rond basis Tarin Kowt zien op tegen het komende vertrek. De gouverneur van Uruzgan, Hamdam, zegt tegen Van Middelkoop dat het gros van zijn bevolking het bericht ’not happy’ heeft ontvangen. Hij vraagt de Nederlandse minister of die zijn regering nog tot andere gedachten kan brengen, maar krijgt te horen dat zo’n koerswijziging er niet meer in zit. Hamdam kijkt uit het raam van zijn werkkamer. „Er was vooruitgang. Toen ik hier kwam, zaten de taliban ’s nachts tot op vijftig meter van mijn muur. Dat is nu niet meer zo.”

Op naar een buitenpost van de Nederlandse troepen. De zestig Nederlanders op de afgelegen basis Mirwais in het Chora-dal hebben het nu een stuk rustiger dan in 2007, toen hier zwaar gevochten moest worden tegen een taliban-offensief, tot op de hoge flanken van het omliggende gebergte.

Ook hier luidt de vraag wat ze vinden van het stop-besluit uit Den Haag. Een meegereisde hoge officier sust dat Nederlandse militairen natuurlijk altijd loyaal beslissingen van hun gekozen politici zullen opvolgen. De jonge vrouwelijke soldaat in het kleine kamp met uitzicht op de spelende kinderen van Chora windt er echter weinig doekjes om: „Ik zou nog wel een keer terug willen naar deze post. Ik vind het gewoon jammer dat we hier niet door kunnen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden