James Joyce en het scheermes van Occam

James Joyce, misschien wel de grootste romanschrijver van de twintigste eeuw, zat altijd op zwart zaad en hij had onafgebroken dorst. Dat maakte hem tot een gevreesd lener van geld. Toen hij op een keer de vader van de dichter Yeats tegenkwam begroette hij hem aldus: ,,Goedemorgen, meneer Yeats, zou u zo vriendelijk willen zijn mij twee shilling te lenen?'' De oude Yeats, op de hoogte van de reputatie van Joyce, antwoordde: ,,Geen denken aan. Ten eerste heb ik geen geld bij me, en al had ik het wel, en ik zou het u lenen, dan zou u het meteen aan drank besteden.'' Joyce, pupil van jezuïeten, zat nooit om een spitsvondige repliek verlegen. ,,We kunnen niet spreken over iets wat niet bestaat.'' Toen Yeats al weer doorgelopen was verklaarde Joyce zijn reactie aan een vriend die hem vergezelde: ,,Zie je, het scheermes van Occam verbiedt het gebruik van overbodige argumenten. Toen hij zei dat hij geen geld had, had hij het daarbij moeten laten. Hij had het recht niet om te praten over het mogelijke gebruik van het niet-bestaande.''

De vriend van Joyce was zo onder de indruk van de repliek van Joyce, dat hij zich het voorval vijftig jaar later nog in zijn memoires vermeldde. En dat was precies wat Joyce beoogde: hij liet geen gelegenheid voorbijgaan om te pronken met zijn kennis, vooral op het gebied van de filosofie. Zo citeerde hij ook graag Thomas van Aquino, 'de grootste filosoof aller tijden', aan wie hij zijn vroege esthetica had ontleend en wiens geschriften hij in het Latijn beweerde te lezen. (Waarschijnlijk is deze bewering van dezelfde orde als die van Gerard Reve, die zei dat hij elke winter de gehele 'Wereld als wil en voorstelling' van Schopenhauer las.) Ook had hij het een en ander van Nietzsche, 'de machtige tovenaar', gelezen en ondertekende hij ooit een brief met 'James Overman' (James Ãœbermensch). In 'Das Kapital' van Karl Marx was hij niet verder gekomen dan de eerste zin, die hij zo absurd vond dat hij het boek meteen aan de kant had gelegd.

Nee, het gaat te ver om te zeggen dat Joyce zich in de Europese filosofie verdiept zou hebben. Zoals hij zich rijkelijk bediende uit de Westerse literatuur, zo pikte hij ook gedachtefragmenten op uit de werken van grote filosofen, om ze nagenoeg onherkenbaar in zijn romans te monteren. Zijn gebruik van 'Occams scheermes', zoals hierboven beschreven, is illustratief voor zijn werkwijze. Hij plaatst dit beginsel, dat in de wetenschapsfilosofie een belangrijke rol heeft gespeeld en nog speelt, in een triviale situatie en bereikt daarmee een komisch effect.

Maar er is één filosoof met wie hij serieus in de slag is gegaan en op wiens inzichten de vertelstructuur van 'Finnegans Wake' heet te berusten: Giovanni Battista Vico (1668-1744). Deze 'rondhoofdige Napolitaan' leerde dat we beter in staat zijn kennis te verwerven over de geschiedenis dan over de verschijnselen van de natuur. Dat komt omdat we ons wel in de makers van de geschiedenis, de mensen, kunnen verplaatsen, maar niet in de maker van de natuur, God. Vico is de eerste die gewezen heeft op het belang van taal, mythe en overlevering, als bronnen voor het begrip van de primitieve fasen van de geschiedenis van de mensheid.

Het onderzoek naar het ontstaan en de ontwikkeling van de taal bijvoorbeeld levert ons kennis op over historische feiten waarover geen schriftelijke documentatie beschikbaar is. Zo bergt de literatuur een schat aan gegevens in zich die ons de weg wijzen in de vroegste geschiedenis. Volgens Vico verloopt de geschiedenis van elke beschaving volgens een uniforme cyclus: op het tijdperk van de goden volgt dat van de helden, waarna het tijdperk van de mensen de cyclus afsluit. Elk fase begint als het ware met een ontlading van menselijke energie, die gaandeweg afzwakt en ruimte schept voor nieuwe energieën. Elke cyclus eindigt met verval in de barbarij, waarna de hele kringloop opnieuw begint.

De fundamentele gedachte van Vico wordt door de grote Italiaanse filosoof Benedetto Croce (1866-1952) in zijn esthetica opnieuw geformuleerd: ,,De mens schept de menselijke wereld, hij schept haar door zichzelf te veranderen in de gegevenheden van de samenleving; door de wereld te denken herschept hij zijn eigen scheppingen, legt opnieuw de weg af die hij al heeft afgelegd, reconstrueert het geheel in het ideële vlak en kent het aldus met volledige en waarachtige kennis.''

Joyce, die met de roman 'Finnegans Wake' niet minder dan de geschiedenis van de mensheid wilde verbeelden, heeft zich die beknopte formulering van Vico's boodschap waarschijnlijk ter harte genomen: we kennen de wereld pas echt als we haar op het niveau van het ideële, met andere woorden, in de kunst, hebben herschapen.

Wanneer lezers, die geen wijs konden worden uit de meest raadselachtige en pretentieuze roman uit de wereldliteratuur, de grote meester om uitleg vroegen, gaf hij hun steevast hetzelfde advies: lees 'Scienza nuova' van Vico! Het valt te betwijfelen of de radeloze lezers er veel mee zijn opgeschoten. Wat het hun wel opgeleverd zou kunnen hebben is het inzicht dat er in de 'waanzin' van 'Finnegans Wake' systeem zit - en dat is al heel wat. Daarmee hebben ze de eerste stap gezet op de lange en kronkelige weg van het begrip.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden