James de fietsendief

'Als mensen echt om hun fiets geven, zetten ze hem toch niet zo slecht op slot?' James wijst naar 'een gezegde van de Masai in Afrika'. Dat stelt dat alle koeien in de wereld hun eigendom zijn, een geschenk van God aan alle Masai. Met fietsen is het net zo: alle fietsen in Amsterdam zijn van James en hij verspreidt ze onder de behoeftigen, en doet dat ook nog voor een heel schappelijke prijs.

Daan van Leeuwen

James is een 38-jarige man met Surinaamse vader en Nederlandse moeder. Hij is geboren en getogen in Amsterdam. Ik kende James al enkele jaren via mijn werk in een aanloopcentrum voor drugsverslaafden. James kwam daar niet vaak, maar als hij langskwam was hij altijd erg aanwezig. Veel collega's beschouwden hem als een lastige bezoeker omdat hij vaak zo druk was. Maar ik kon altijd goed met hem opschieten en we hadden veel lol samen. Dat wil zeggen: James maakte de grappen en ik lachte erom.

Destijds had ik hem al eens verteld dat ik voor mijn studie een onderzoek zou gaan doen naar de drugsgebruikers in de Amsterdamse binnenstad. Hij wilde dolgraag mijn informant zijn, want hij zou me ,,alles kunnen laten zien wat je wilt weten”. Ook op straat kwam ik hem regelmatig tegen. Dan liep hij te brullen en te zwaaien met zijn fles drank als hij mij zag: ,,O jee! De student komt me halen, help me!”

Als het dan zover is, wil James graag mee een biertje drinken in het dichtstbijzijnde café. De fiets die hij staat te verkopen geeft hij aan een kennis. Ik bestel twee bier. We gaan zitten aan een tafeltje waar ik de bandrecorder op leg en James begint direct te praten. Zijn hele lichaam doet mee. Hij wiebelt op z'n stoel van links naar rechts en van voor naar achter en maakt wilde armgebaren. Hij bewondert de bandrecorder en vraagt hoe het eigenlijk met mij gaat. Dan blijkt dat hij me voor heel iemand anders aanziet, een medewerker uit een andere instelling voor drugsgebruikers. Nadat dit is rechtgezet, en ik teleurgesteld constateer dat James blijkbaar meer indruk op mij gemaakt heeft dan ik op hem, gaan we door met het gesprek.

Nadat James niet welkom meer was in de instelling waar hij een kamer had, is hij op een klein bootje gaan wonen. Ongeveer 10 jaar geleden is hij uit nieuwsgierigheid met drugs begonnen. Nu gebruikt hij nog cocaïne en methadon als vervanging van de heroïne die hij vroeger gebruikte. Per dag is hij zo'n 20 euro kwijt aan de drugs, hij financiert dit door fietsendiefstal. Als later de kennis van James binnenkomt en de fiets voor 10 euro is verkocht, is James boos: ,,De sukkel snapt niets van handel, die fiets was zeker 20 euro waard!” Het verpest de markt, vindt James.

Volgens hem worden de fietsen voor lagere prijzen verkocht door het opjaagbeleid van de politie. De verkoop moet zo snel mogelijk gaan om de pakkans te verkleinen. Daarom moeten James en zijn collega's meer fietsen stelen dan voorheen om hetzelfde bedrag te verdienen, zo legt hij uit.

Ik bestel nog twee bier en we praten verder over de fietsenhandel, politie, familie, afkicken, overdosis, de hulpverlening, stelen, studenten en waarom hij in de positie zit waar hij nu in zit. Zonder legitimatiebewijs - dat is hij kwijt - krijg je nergens werk, zonder postadres geen uitkering en daardoor ook geen verzekering. James vraagt me nog wat kleingeld en moet ervandoor want de jongen die zijn fiets verkocht heeft is ziek, oftewel: heeft drugs nodig.

Twee dagen later zoek ik James op voor het GG & GD-gebouw bij het Weesperplein in Amsterdam, waar hij 's ochtends zijn portie methadon ophaalt. Hij staat aan de achterkant van het gebouw en lijkt erg in de war. Hij praat moeilijk en denkt dat iemand al zijn belangrijke papieren gejat heeft.

Via de Albert Heijn - James koopt hier elke ochtend een fles drank - lopen we naar zijn 'woning', een klein bootje, waar we net met z'n tweeën in passen. Het ruikt er zuur en er liggen voedselresten, kleding en boeken op de grond. Aan de wanden heeft hij doeken opgehangen met behulp van schone injectienaalden. James is inmiddels weer gekalmeerd en legt uit dat hij net wat coke gerookt had en dat viel niet zo lekker. Hij zet zijn dagelijkse shot methadon en ik zit er op nog geen halve meter afstand ongemakkelijk bij. Het gaat moeizaam: de naald is verstopt en James loopt eindeloos te pielen in z'n lies op zoek naar de juiste ader. Uiteindelijk besluit hij hem dan maar in z'n kuit te zetten.

We gaan naar buiten. James gaat een dag uit zijn leven tonen. Als eerste gaan we naar een aanloopcentrum speciaal voor buitenlandse drugsverslaafden in Amsterdam. James heeft daar gisteren zijn kleren laten wassen en die gaan we nu ophalen. Zodra we binnen zijn mag ik geen Nederlands meer spreken, hij doet zich namelijk voor als Duitser. We drinken koffie. James begint zich te gedragen zoals ik hem ken uit 'mijn' aanloopcentrum: overdreven druk.

James besluit dat het tijd is om dope te gaan scoren. Ook Alfons heeft zin, en met z'n drieën vertrekken we richting Weesperplein op zoek naar dealers. Alfons is een stille jongen uit IJsland die sinds zeven jaar in Amsterdam leeft. Hij verdient geld met het verkopen van de daklozenkrant en gebruikt cocaïne, heroïne en vooral veel sterke drank.

Alfons en James hebben beiden hun eigen fles bij zich, maar vragen steeds slokjes van elkaar. Bij metrostation Weesperplein blijken we niet de enigen die hier hopen een dealer tegen het lijf te lopen. In totaal staan er zo'n tien mensen in verschillende groepjes op hun drugs te wachten. Het is een zenuwslopend gebeuren, er wordt constant van de ene uitgang naar de andere gelopen en geschreeuwd. James en Alfons overleggen wat ze moeten doen. Ze hebben geen zin om nog langer te wachten, en dus stappen we met z'n drieën in de metro richting Bijlmer. Zoals altijd begint James druk tegen alle mensen te ouwehoeren, Alfons zit afwezig uit het raampje te kijken.

Aangekomen op metrohalte Bijlmer worden allereerst de fietsenrekken even geïnspecteerd op 'makkelijke fietsen'. James vindt er één, maar besluit hem nog niet te pakken aangezien er veel politie is. Onder een viaduct vinden we uiteindelijk een groepje van vier personen. James vraagt mij om drie euro zodat hij een groot balletje coke van acht euro kan kopen. Ik weiger, dus moeten Alfons en James genoegen nemen met een klein balletje van vijf euro. De dealer neemt het geld aan, spuugt een balletje in James' hand en loopt snel weg.

Alfons en James roken om de beurt achter een muurtje uit hetzelfde pijpje. James wordt weer helemaal paranoïde en denkt dat hij al zijn spullen kwijt is. Hij blijft eindeloos z'n zakken en buiktasje onderzoeken op de inhoud en schichtig om zich heenkijken. Alfons blijft opvallend relaxed, de cocaïne lijkt helemaal geen invloed op hem te hebben. Ik waarschuw voor vier agenten die onze kant op komen en we lopen terug richting metro.

Alfons stapt een halte eerder uit omdat hij de daklozenkrant gaat verkopen. Helaas heeft hij nog maar één krantje en moet het dus vooral van de fooien hebben. James geeft hem nog twee gevonden homoporno-dvd's mee, die hij kan verkopen aan een kennis.

James en ik gaan terug naar het bootje, waar we een fiets ophalen. James heeft die eerder gestolen en thuis op slot gezet. De band wordt geplakt en we vertrekken richting de fietsenbrug voor de Oudemanhuispoort. Het is inmiddels flink gaan regenen en erg koud. Het schiet niet op met de verkoop, door ,,het kloteweer en de arrogante kutstudenten”, zegt James. Er zijn meerdere verkopers. Zij bestuderen elkaars fietsen en delen complimenten uit als iemand een mooie fiets te pakken heeft. Net als we besluiten te vertrekken komt er een nieuwe fietsendief aangefietst. Deze man heeft een goede slag geslagen: een fiets met sleutels en al. Het mooie is dat er aan de sleutelbos ook sleutels van een nieuwe Audi zitten en hij weet waar die wagen geparkeerd staat. James wordt erg enthousiast en stelt voor de wagen direct op te halen en te verkopen. Maar ze besluiten te wachten tot het donker wordt.

We gaan koffie drinken bij 'mijn' aanloopcentrum. James eet wat brood, het enige wat ik hem deze dag zie eten. We vertrekken weer naar buiten, het is inmiddels 5 uur, begint donker te worden en ik vrees dat het niet gaat lukken de fiets nog te verkopen. Maar James is een doorzetter en vijf minuten later heeft hij een Amerikaanse studente gevonden die interesse lijkt te hebben. We lopen een steegje in.

Hij gaat akkoord met een prijs van tien euro, omdat hij het een leuk meisje vindt.

Eigenlijk had James helemaal geen zin om nog een portie dope te gaan halen, maar na de moeizaame verkoop wil hij zichzelf toch nog trakteren. Zodoende reizen we voor de tweede maal af richting Bijlmer. We nemen Klaas mee, een Nederlandse man van in de dertig. Hij staat voor de Albert Heijn - waar James een nieuwe fles drank koopt - en heeft ook wel zin in iets lekkers uit de Bijlmer. James vertelt dat Klaas één van de beste drie bedelaars uit Amsterdam is. Altijd beleefd blijven, legt Klaas uit.

In de metro blijkt Klaas - die z'n eigen flesje sterke drank bij zich draagt, waar James één slokje van krijgt - net zomin op zijn mondje gevallen te zijn als James, en zodoende kan de hele coupé meegenieten van onze aanwezigheid. Het komt door het scoren van dope, legt Klaas uit. Hij voelt zich dan net een klein kind dat cadeautjes krijgt en wordt er erg opgewonden van.

Bij de Bijlmer aangekomen is het donker. Het winkelende publiek en de agenten zijn verdwenen, maar waar zijn toch alle dealers en gebruikers gebleven? Tijdens het zoeken loopt James letterlijk tegen een fiets zonder slot aan, die neemt hij mee. We vinden de drugsgebruikers samengepakt voor een opvanghuis waar een vrouwelijke dealer goede zaken staat te doen. James koopt twee balletjes cocaïne en Klaas drie. Later bedenkt Klaas dat hij er dan altijd één bruin (heroïne) gratis bij krijgt. Hij rent terug en komt even later terug met het bruine balletje.

Beide mannen beginnen nu flink op elkaar te schelden. Klaas wil op een speciale plek gebruiken en daar zo snel mogelijk heen. James heeft minder geduld en begint tijdens het lopen al uit zijn pijp te roken, wat het tempo vertraagt. Klaas ontploft van woede. James zegt dat ik me er niets van aan moet trekken, zo gaan drugsgebruikers nu eenmaal met elkaar om.

De plek waar Klaas heen wil, blijkt een van de leegstaande Bijlmerflats die gesloopt gaan worden. We nemen de lift naar de bovenste etage en gaan zitten in het gangpad.

James begint direct te roken en loopt zenuwachtig te ijsberen. Klaas gaat er rustig voor zitten. Na zijn voorbereiding, hij heeft alles tussen zijn benen uitgestald en is bezig zijn pijp schoon te krabben, vertelt hij dat hij nu heel stil zal worden, een ander persoon. Ik verwacht dat dat wel mee zal vallen. Maar het valt niet mee. Hij zit doodstil in z'n flash (het moment dat de drugs beginnen te werken en de effecten het hevigst zijn), kijkt strak voor zich uit en zegt niets meer. De enige beweging die hij maakt is het bijvullen en roken van zijn pijp, hij wisselt telkens de bruin en wit af. Dan begint Klaas eindelijk zachtjes te praten en ik zie hoe ellendig hij zich voelt. Hij mompelt: ,,Zie je wel, ik ben volkomen overbodig en alleen maar een last.” Hij zit voorovergebogen en zegt niets meer.

James is intussen weer erg paranoïde geworden. Hij denkt dat hij mensen hoort komen, en hangt met zijn oor tegen de muur omdat hij gelooft dat er iemand over hem praat. De paniek slaat helemaal toe als het klinkt alsof de lift omhoog komt. Hier woont toch niemand? Als de liftdeur opengaat, blijkt de Afrikaanse vrouw die naar buiten komt net zo bang voor ons als wij voor haar. Met haar fiets en tassen vol boodschappen negeert ze ons en loopt naar een van de appartementen waarvan ik dacht dat ze allemaal leeg stonden. Klaas mompelt verontschuldigingen en belooft alles netjes op te ruimen.

James en ik hebben genoeg van de flat en gaan naar beneden. Klaas vraagt of we op hem willen wachten. Maar na een halfuur stelt James voor om weer naar zijn bootje te gaan. Klaas verwacht toch niet dat we echt blijven, zegt hij.

Bij station Duivendrecht steelt James een fiets, door het wiel los te schroeven en het slot van de voorvork te schuiven. Ik sta op de uitkijk. Samen fietsen we richting AmsterdamCentrum. Hij protesteert als ik het woord stelen in de mond neem, en geeft het voorbeeld van de Masai in Afrika. Zij hebben een gezegde dat stelt dat alle koeien in de wereld hun eigendom zijn, het is een geschenk van God aan alle Masai. Met fietsen is het net zo: alle fietsen in Amsterdam zijn van James en hij verspreidt ze onder de behoeftigen, en doet dat ook nog voor een heel schappelijke prijs. Niemand steelt fietsen voor de lol, zegt hij; hij heeft er minstens zoveel moeite mee als de personen wier fiets gestolen wordt. Voor hen is het minder moeite geld te verdienen voor een nieuwe fiets dan de moeite die hij moet doen om te stelen en te verkopen.

Hij geeft toe dat hij zijn daden goedpraat en dat het moeilijk leven is met het schuldgevoel. Maar zo kwetst hij de mensen minder dan door overvallen te plegen, iets wat hij in het verleden wel gedaan heeft. Bovendien: ,,Als mensen echt om hun fiets geven, zetten ze hem toch niet zo slecht op slot?”

James denkt dat drugsgebruikers in het algemeen socialere mensen zijn dan niet-gebruikers. Niet-gebruikers laten zich makkelijker dingen aanpraten. Als iets een trend is, doen nietgebruikers daar vaker aan mee zonder zelf na te denken, denkt James. Drugsgebruikers worden minder beïnvloed en doen hun eigen ding. ,,Je leert mensen pas echt kennen in oorlogstijd en als ze verslaafd zijn, alleen dan komt de ware aard van de mens naar boven”, aldus James.

Hij zegt dat veel gebruikers de neiging hebben zichzelf als uitzondering te zien op de stereotiepe verslaafde. Maar zelf is James niet anders. Andere gebruikers, denkt hij, geven het na verloop van tijd op en lopen alleen met hun hoofd naar beneden, ze zijn geknakt. Hijzelf niet.

Hij denkt veel na over het leven van gebruikers en over wat het inhoudt om verslaafd te zijn. Ook hierin ziet hij een verschil met andere verslaafden. De rest neemt de situatie voor lief en staat verder nergens bij stil.

Bij het bootje aangekomen, rond acht uur, besluit James dat het tijd is voor een shot cocaïne. In het kaarslicht is hij weer eindeloos bezig te zoeken naar een plekje waar de naald de juiste ader kan penetreren. Als het eindelijk goed zit drukt hij de spuit leeg en zet er direct een shot methadon achteraan op dezelfde plek.

De uitwerking is dit keer nog dramatischer dan in de ochtend. Het geluid op de bandrecorder lijkt afkomstig uit een slechte horrorfilm. James lijkt totaal in paniek te raken. Hij beweegt wild en slaakt angstkreten:

,,Ooohw! Shit!”

Ik vrees dat ik de flash van James verpest door mijn aanwezigheid. Hij verontschuldigt zich telkens en benadrukt dat ik hem moet negeren. Ik doe mijn best, maar het is onmogelijk aangezien we praktisch naast elkaar zitten en hij wild beweegt en schreeuwt.

Opvallend is dat James over zijn gedrag kan praten alsof hij er afstand van neemt, maar ondertussen toch gewoon doorgaat. Zo vertelt hij dat het onzin is dat hij op deze momenten bang is voor de politie, natuurlijk komen die niet. Maar terwijl hij vertelt zit hij angstig naar buiten te turen en lijkt hij klaar om te vluchten voor de waterpolitie.

Als de ergste angst wegzakt, kunnen we langzaam weer met elkaar praten. Het gebruiken veroorzaakt elke keer een slecht gevoel, vertelt hij. Ik verbaas me er al de hele dag over hoe ongelukkig mensen lijken te worden gedurende de flash. Volgens James is het een soort zoektocht. Het valt keer op keer tegen, maar juist daarom wil je het een aantal uren later weer proberen in de hoop dat het dan wél lekker is.

Als het tien uur is gaat James richting stad om een fiets te verkopen. De andere fiets laat hij - goed op slot - staan bij het bootje.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden