’James Bond was één grote grap’

(Trouw)Beeld Patrick Post

Sir Roger Moore (81) toert over de wereld om zijn autobiografie aan de man te brengen. En die gaat natuurlijk vooral over zijn succes als James Bond. ’Eendimensionale helden zijn gewoon het leukst om te doen’.

Sir Roger Moore (81) heeft ruim twintig jaar na zijn laatste Bond-film een strammer lijf en enige ademnood. „Anne Frank laten we zitten. Die trappen hier zijn een nachtmerrie!”. verzucht hij bij binnenkomst in de Amsterdamse hotelsuite. Maar hij bezit nog steeds een Bond waardige handdruk, de welluidende dictie én twinkeling, zij het dat laatste nu achter een heel grote bril. Geen man die het leven heel ernstig neemt.

Zijn zwierig joie de vivre klonk al door in de Bondfilms en in de tv-series ’The Saint’ en ’The Persuaders’ en wordt bevestigd in zijn pas verschenen autobiografie ’My Word is My Bond’ (’Voor altijd James Bond’). In het boek veel gegrinnik om practical dan wel dirty jokes en andere dubbelzinnigheden (Pussy Galore!) en amusante verslagen van alle bijna-ongelukken op de sets.

Het gaat helemaal nergens over en is toch heel aardig onderhoudend, net als Roger Moore’s films. Sir Roger is al sinds oktober met zijn vierde vrouw Lady Christina op tournee om zijn autobiografie aan de man te brengen en met veel succes. Bond gaat nog steeds boven alles. Van Londen tot Hongkong, iedereen wilde hem hebben.

Het internetgerucht dat de schelmachtige start van Moore’s acteercarrière zal worden verfilmd met Johnny Depp in de hoofdrol, heeft afgelopen week het onderwerp zelf ook bereikt, al kan hij die geruchtenstroom zeer wel ook zelf in gang hebben gezet: „Ja, ik had mijn agent in Hollywood aan de lijn erover”, meldt Moore, de ogen groot opengesperd achter de brillenglazen. „Van mij mag hij. Groot acteur, Depp, en zo kan ik ook weer wat verdienen.”

In ’Voor altijd James Bond’ lezen we dat Roger Moore (1927) opgroeide in Stockwell in Londen als enig kind van een politieman en een huisvrouw. „Mijn ouders hoefden geen tweede meer. Ik was perfect.” Hij doorstond de evacuaties tijdens de Tweede Wereldoorlog, en rolde na het leger en een kortstondige carrière als striptekenaar via de figuratie het theater en de film in. Modellenwerk volgde: veel breipatronen. Het leverde hem in latere jaren dankzij vriend en collega Michael Caine de bijnaam The Big Knit op.

In de jaren vijftig trok Moore met zijn eerste vrouw, zangeres Dot Squires, naar New York waar het eerst niet zo wilde vlotten, al mocht hij bij zijn officiële filmdebuut met Elizabeth Taylor zoenen en leerde hij bij zijn vijfde film van Lana Turner hoe dat beter kon.

Moore: „Lana Turner had wat vraagtekens bij mijn techniek, ja. Oké, zei ze, je kunt geweldig kussen maar een dame van boven de vijfendertig moet aan haar decolleté denken. Passie graag, maar zonder duwen. Ik was haar eeuwig dankbaar.”

Na wat bijrollen in B-films kreeg Moore het vurig gewenste contract bij MGM, maar na twee jaar werd hij alweer ontslagen. Het bleef lang wat stilletjes tot ’Ivanhoe’ (1956), een tv-rol die hij dankbaar aanvaardde, zij het met enige spijt. Televisie was toch wat minder.

Moore: „Je had in die tijd de A-lijst (de echte sterren), de B-lijst (de contractacteurs) en de C-lijst (de schnabbelaars). Die uit de B-lijst probeerde altijd bij de A-lijst op de feestjes te komen. Andersom hoefden ze natuurlijk niet. Maar ik heb me er prima vermaakt. Hollywood was wonderful, een stuk meer relaxed dan nu, veel minder verkeer. En er waren veel Britten: James Mason, Diana Dors, David Niven. We gingen samen bowlen.”

Na nog meer B-films volgden de tv-series ’The Saint’ en ’The Persuaders’ (samen met Tony Curtis). Als Simon Templar in ’The Saint’ en als Lord Brett Sinclair in ’The Persuaders’ groeide Roger Moore uit tot de spreekwoordelijke Engelse gentleman. In ironie een voorganger van Hugh Grant, charmant en beleefd tot in den dood, en Roger Moore struikelde er dan niet eens bij. Zijn James Bond is de enige Bond die eerst even ’Sorry’ zegt voordat hij iemand van een klif afgooit. Hoe kwam Moore aan dat typisch Britse, aristocratische image?

Moore: „Ja, het is wel vreemd hè, voor de zoon van een eenvoudige politieman. Eerst was dat gedistingeerde ook wel een pose. Je doet wat om je een houding te geven. Maar later was het toch iets wat regisseurs en castingdirectors in me zagen. Ze hebben trouwens ook wel heel verschillende trekjes: Templar, Sinclair en Bond. Ze lijken vooral allemaal zo sprekend op mij en klinken precies als mij, omdat ik het ben.”

’The Saint’ draaide zeven seizoenen. ’The Persuaders’ maar één. Hoewel de laatste serie, inclusief onvergetelijke begintune, immens populair was in Europa, sloeg zij in Amerika niet aan. Fans zullen zeker teleurgesteld zijn over het hoofdstuk dat Moore in zijn autobiografie aan ’The Persuaders’ wijdt: alleen wat gemor over Joan Collins en louter beleefdheden over de samenwerking met Tony Curtis, die door Moore ’excentriek’ maar ook ’een goede vriend’ wordt genoemd.

Overigens pakt Tony Curtis het in zijn onlangs verschenen memoires niet beter aan. Ook hij blijft steken in gemeenplaatsen en wat gemor over Joan Collins. Moore heeft het boek van zijn voormalige collega nog niet gezien, meldt hij desgevraagd, wat verbaasd.

In 1973 volgt de doorbraak naar ware wereldroem met zijn eerste James Bondfilm: ’Live and Let Die’. Er zouden er nog zes komen. De laatste ’A View to a Kill’ in 1985 als Moore al 58 jaar is. „Ik begon me skiënd, klauterend en kussend een beetje te voelen als de oude Gary Cooper die in ’Love in the Afternoon’ de dertig jaar jongere Audrey Hepburn het hof maakt”, schrijft Moore.

Anders dan zijn voorganger Sean Connery, die James Bond een monster noemde dat hem opvrat, voelde Moore zich echter nooit gevangen in de succesrol.

Moore: „Ik was alleen maar heel dankbaar en dat bleef zo. De Bondfilms horen bij de vier of vijf grootste releases in een jaar. Het bracht me roem, geld, nieuw werk. Eendimensionale helden zijn gewoon ook het leukst om te doen. James Bond was voor mij een stripheld; de films waren één grote grap. Het was wel jammer dat de producenten hem zo serieus namen.”

In zijn boek moppert Moore wat op die regisseurs en producenten die zijn Bond steeds genadelozer wilden hebben. Het nu toch best brave ’A View to a Kill’ (die met Grace Jones, de achtervolging op de Eiffeltoren en de climax op de Golden Gate Bridge) was hem al te bloederig. Tijdens het interview wuift hij die bezwaren weer weg.

Had hij zelf nu niet liever een meer Indiana Jones-achtig type als de nieuwe Bond gezien, in plaats van de ruige Daniel Craig? Moore: „Ach, het is wat de generatie van nu wil: een James Bond zoals Jason Bourne uit ’The Bourne Identity’. Daniel Craig doet het heel goed. Ik heb ’Quantum of Solace’ nog niet gezien, maar hij had fantastische openingsweekeinden, hoorde ik. En de jongeren gaan er weer heen, vijf of zes keer zelfs, en dan in het café napraten. U en ik kunnen misschien wat leukers verzinnen, maar zij doen het. They sit there and talk Bondfilms.

¿Templar, Sinclair, Bond. Ze lijken vooral allemaal zo sprekend op mij, omdat ik het ben.¿ (FOTO PATRICK POST)Beeld Patrick Post
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden