Jalabert maakt in soepele stijl de honderd vol

HOEI - Vijftien criteriums meegeteld, boekte Laurent Jalabert gisteren op de muur van Hoei de honderdste overwinning in zijn profcarrière. Hij vierde zijn 'century' als zovaak op indrukwekkende wijze. Kort voor de finish van de Waalse Pijl sprong hij als een hinde weg van zijn medevluchter Luc Leblanc en gunde zijn moegestreden landgenoot geen enkel recht op weerwoord.

Jaja had nummer honderd al veel eerder in dit seizoen kunnen boeken. De beste wielrenner ter wereld, volgens de UCI-ranglijst, weet als één van de twee kopmannen in de Once-formatie (naast Alex Zülle) hoe hij zijn knechten gemotiveerd houdt. Ziet hij in een minder aansprekende wedstrijd dat een ploeggenoot even grote zegekansen heeft als hij, dan krijgt die heel galant een vrijgeleide naar de overwinning. In het Criterium International kneep hij in de tweede etappe glimlachend in de remmen voor Garcia, die vervolgens ook de eindzege mocht opstrijken. Afgelopen zondag gaf hij in de Spaanse eendagswedstrijd GP Primavera Zarrabeitia een forse duw in de goede richting. Beiden voelden zich de koning te rijk. Een lange staat van dienst bij Once ten spijt, hadden de twee nog minder dan een handvol overwinningen op hun erelijst staan.

Jalabert investeerde daarmee niet alleen in zijn eigen toekomst - wanneer het er echt om gaat weet de Fransman zich verzekerd van hun onvoorwaardelijke steun - hij paaide met die gestes ook de Spaanse wielerliefhebbers. Het steekt hen al jaren dat buitenlanders de grote vedetten zijn in het 'blindeninstituut', dat door de verkoop van loten één van de grootste bedrijven op het Iberisch schiereiland is. Jaja, die net aan de andere kant van de Pyreneeën woont, voelt zich door zijn lange verbondenheid met Once zo langzamerhand één met de Spanjaarden. De wielertrots van de Franse natie zou, zo liet hij onlangs optekenen, graag een dubbele nationaliteit bezitten. Hij is bezig met zijn zesde jaar onder ploegleider Manolo Saiz, heeft een contract tot 1999, maar nu al spreken Jalabert (27) en de ploegleiding de intentie uit nóg langer met elkaar door te gaan.

Tempo omhoog

De eerste drie jaar van zijn professionele loopbaan, bij Toshiba, sprong Jalabert met negen overwinningen nauwelijks in het oog. In de jaren die volgden schroefde hij het tempo kwantitatief en kwalitatief drastisch omhoog: in 1992 negen overwinningen, in '93 achttien, in '94 elf, in '95 dertig, in '96 vijftien en dit seizoen tot dusver acht. Buiten het collegiale gedrag tegenover zijn ploeggenoten, was Jalabert ook al ver over de honderd heen geweest, wanneer hij door enkele ernstige valpartijen (het spectaculaire ongeluk in de Touretappe in 1994 in Armentières, veroorzaakt door een fotograferende politie-agent, staat nog steeds op ieders netvlies gebrand) niet enkele gedwongen rustpauzes had moeten inlassen. 1996 Was in dat opzicht ook zo'n rampjaar.

De huidige suprematie doet sterk denken aan 1995, toen Jalabert in Hoei de tiende seizoenzege registreerde. Na dit kalenderjaar één rit en het klassement in de Ronde van Mallorca, twee etappes en het eindklassement in Parijs-Nice en twee ritten in de Ronde van Baskenland te hebben gewonnen, vindt Jaja in alle bescheidenheid dat hij momenteel beduidend sterker is dan twee jaar geleden. “Lichamelijk ben ik minder goed dan toen, maar psychisch ben ik des te meer gegroeid. Iedereen zag mij in 1995 als leider en potentieel Tour de France-winnaar. Geheel ten onrechte. Pas nu heb ik het gevoel een echte leider te zijn.” Jalabert schrijft die ontwikkeling volledig op het conto van Saiz, die in zijn ogen de ideale directeur-sportief is. “Manolo is streng, hij is zo rechtlijnig dat hij nooit van een door hem bedacht plan zal afwijken en hij heeft af en toe echte woede-uitbarstingen, maar met een vriendelijke ploegleider achter het stuur had ik bij lange na niet mijn huidige niveau gehaald.”

De derde overwinning van dit wielerseizoen noemt Jalabert één van de meest cruciale. De proloogzege in Parijs-Nice was voor hem een ongekende primeur - nog nooit won hij een tijdrit - en dat sterkt hem in het idee dat hij in de Ronde van Frankrijk eindelijk serieuze aanspraken op het 'gouden habijt' kan maken. In 1995 kwam hij als vierde in Parijs aan, op ruim acht minuten van Indurain. Voor dit seizoen heeft Jalabert zich drie doelen gesteld: de Ardense klassiekers, de Tour en het WK in San Sebastian, in zijn tweede vaderland dus. Daartoe startte hij de voorbereiding op de competitie een maand later dan normaal. Ook al een teken die hij fysiek niet, maar geestelijk wel sterker is geworden. De eerste slag in het 'Ardennenoffensief' is dus binnen, en daarmee legde Jalabert zichzelf een ongelooflijke druk op. De dubbelslag (zowel de Waalse Pijl als het meer prestigieuze Luik-Bastenaken-Luik winnen) was tot nu toe weggelegd voor slechts vier coryfeeën: Moreno Argentin in 1991, Eddy Merckx in 1972 en '73, Stan Ockers in 1955 en Ferdi Kubler in 1951 en '52.

Zoetemelk

De laatste, en trouwens enige, Nederlandse triomfator in de Waalse Pijl dateert van 1976. Hij heet Joop Zoetemelk en reed 21 jaar geleden in finishplaats Verviers ook nog de verkeerde weg in. Als de voortekenen niet bedriegen, treedt op enige termijn Michael Boogerd in diens voetsporen. Niet omdat hij de eerste landgenoot was die in de vijftien jaar dat de Muur van Hoei in het parcours is opgenomen, bij één van de doorkomsten voorop reed, wel door de groei die de Hagenaar als coureur doormaakt. Ploegleider Van Houwelingen had hem bij afwezigheid van Rolf Sörensen zelfs tot kopman gepromoveerd, die keurig door Moerenhout uit de wind werd gehouden. Boogerd was op de veertiende plaats, nog geen minuut achter Jalabert, de beste Nederlander. Dat hij zich tijdens de eerste klim zo nadrukkelijk manifesteerde was eigenlijk een minpuntje in zijn sterke optreden. Voor een kopman is dat een halve zelfmoordactie, maar ja, het gaf wel een kick. “Dat besef ik ook wel,' luidt de verwijzing van Boogerd, “het is strategisch niet slim om als een gestoorde aap de muur op te rijden.”

Boogerd, vorig jaar in Aix-les-Bains ritwinnaar in de Tour de France, verdiende zijn tijdelijke status op grond van zijn prestaties in het voorseizoen, die ook nog werden gereduceerd door twee darminfecties en een gekwetste achilleshiel. “Anders had ik in vijf Spaanse etappewedstrijden bij de eerste vijftien gereden. Nee, het legde hem geen druk op, de verantwoordelijkheid als kopman te nemen. “Het schept verwachtingen. Je moet je ploeggenoten laten zien dat je het kunt.” Zijn sterkste staaltje voerde Boogerd bij de tweede passage van de muur op, toen hij de macht had om met Hervé, Bartoli en Chiappucci de brug naar een kopgroep van zestien renners te slaan. “Het afzien is hetzelfde als altijd. Het verschil is dat ik twee jaar geleden zat af te zien in de tweede groep en nu in de eerste.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden