Jalabert brengt offer voor realiseren van gekoesterde droom

VITRü - Het gezicht van Laurent Jalabert is geen thermometer die sterk wisselende gemoedsexpressies verraadt. In woord explodeerde het vreugdegehuil, in gebaar drong hij zijn emoties zover mogelijk naar de achtergrond. Maar inwendig was de Fransman diep geroerd door de gele trui die hij in Vitré van zijn landgenoot Jacky Durand overnam.

JOHAN WOLDENDORP

“Ik heb voor de 'verjaardag' van de afschuwelijke valpartij in Armentières een supercadeau gekregen. Een gele trui betekent veel voor een Franse wielrenner. Het is een symbool van kwaliteit, talent en inzet. In mijn geval wil ik er aan toevoegen: het is te gek, het is fantastisch.” Jaja, zoals hij liefkozend wordt genoemd, maalt normaal gesproken niet om het gouden habijt. Hoezeer de sprinter van weleer zich de afgelopen maand vooral als klimmer manifesteerde en hoe graag de Fransen hem naar voren willen schuiven als de opvolger van Bernard Hinault die in 1985 voor het laatst de Tour de France won, de gele trui is voor Jalabert nooit een doelstelling geweest. “Ik richt mijn vizier helemaal niet op het hooggebergte en het eindklassement. Als het meezit, kan ik misschien tiende worden, maar dat vind ik geen doel om na te streven. In de bergen ben ik knecht voor Zülle. Hij is een veel betere klimmer en tijdrijder dan ik. Ik wil etappes winnen en in de groene trui Parijs binnenrijden.” Net als in 1992 dus. Enige progressie op het gele velletje (waarop dagelijks het algemeen klassement wordt geprint) ligt overigens wel in de rede. In 1991 eindigde hij als 71ste, het jaar erop als 34ste. De afgelopen twee jaar haalde hij de Champs-Elysées niet.

Alleen gisteren wilde Jalabert graag een offer brengen voor het realiseren van een droom, minimaal één dag leider zijn van het algemeen klassement. De ploeggenoten van Once werden niet moe hem in die ambitie te steunen. Toen Eric Vanderaerden en Frans Maassen hun energie in een vrij korte, maar kansloze vlucht stopten, laste directeur-sportief Manolo Saiz aan de voor-avond van de ploegentijdrit een gerichte, zware training in. Nadat het tweetal in de boeiende finale was teruggepakt, waagden Skibby, Fondriest en in latere instantie Tsjmil nog een poging een massasprint te voorkomen. Die groepsspurt kwam er inderdaad niet, zij het volgens een ander scenario dan dat drietal probeerde te schrijven. Uiteindelijk sprintten 37 renners om de zege. Mario Cipollini, die naar zijn zeggen al drie dagen koorts heeft, registreerde ten koste van Lombardi, Abdoesjaparov, Baldato, Moncassin, Hamburger en de als zevende gefinishte Jalabert zijn vijftiende seizoenzege. Een rit in de Ronde van de Middellandse Zee, de eendagskoersen Monte Carlo-Alassio en Luis Puig en voor het overige etappe-overwinningen in de rondes van Valencia (2), Romandië (2), Italië (2) en Catalonië (3) gingen aan het bereiken van die kleine mijlpaal vooraf.

De laatste wedstrijd - de ronde van Catalonië - was voor Saiz de definitieve bevestiging dat zijn Franse vedette de sterren aan een heldere hemel ging tellen; loslopende politieagenten voorbehouden. Jaja is trouwens bereid een deel van de schuld van de afschuwelijke valpartij in Armentières voor eigen rekening te nemen. Hij keek in de ultieme meters te diep naar beneden, terwijl je als sprinter in het heetst van de strijd toch enig zicht op het wegdek rondom je moet houden. Echte schrik heeft hij er niet aan overgehouden, al nam hij afgelopen zondag in de regen wat minder risico's. Zo aanlokkelijk is het niet weer een paar maanden als het evenbeeld van de Elephant Man door het leven te stappen. Maar al met al zat Jalabert vorig jaar een stuk eerder op de fiets dan de doktoren voorspelden en telde hij uiteindelijk ook de zegeningen van een zwaar ongeval: “Het leert je de pijngrens te verleggen.”

Dat laatste sloot mooi aan bij de plannen die Saiz al enkele jaren met Jalabert heeft. Hij is meer dan een sprinter, hij is een type Sean Kelly, de Ier die behalve spurts ook klassiekers en kleine rondes kon winnen. Psychisch was Jalabert voor het ongeluk niet in staat die cocktail van talent te verzilveren. Saiz probeerde hem wijs te maken dat niemand hem kon verslaan, maar de kleine Spanjaard liep steeds tegen de muur op die de mentale weerbaarheid scheidde van de glamourwereld van het erepodium na weer een mooie sprint. In de winter stond de ploegbaas bij wijze van spreken met een zweep klaar om Jaja tot fanatiek trainen aan te zetten. De renner bleek er ineens vatbaar voor: kilometers maken en drie keer in de week een krachttraining; dat alles overgoten met het 'sausje' van een streng diëet. Bij de aanvang van het seizoen was het vetgehalte nog nooit zo laag geweest. Bij het tekenen van de presentielijst van zijn eerste wedstrijd in 1995, de Ronde van Mallorca, woog hij 66,5 kilo. Sinds begin februari is er nog geen grammetje bijgekomen. “Ik ben zelfs lichter dan in de Tour van vorig jaar. En ik voel me er goed bij. Vooral in de bergen.”

In de weken na de Ronde van Mallorca won Jalabert vrijwel alle grote wedstrijden waaraan hij deelnam: Parijs-Nice, Milaan-San Remo, het Criterium International en de Waalse Pijl. Na Luik-Bastenaken-Luik, waarin hij te gretig was en ten langen leste Gianetti de overwinning gunde, stuurde Saiz hem vijf weken op vakantie. Vakantie is trouwens een groot woord voor wie hem in de bergen van de Tarn (in de omgeving van zijn woonplaats Mazamet) en het krachthonk bezig zag. Op het gecomputeriseerde hoogtemetertje op zijn fiets registreerde hij het aantal meters dat hij op een trainingsritje klom: op een mooie dag in mei waren dat er 4500, bijna twee keer zo veel als zijn gemiddelde. Het gevolg: in de Ronde van Catalonië klom hij in de koninginnerit met de besten mee.

Marge

Gezien de ambities van Once is het waarschijnlijk dat gele truidrager Jalabert de marge van vijf seconden met nummer twee (de Fransman Brochard) vanmiddag behoorlijk gaat vergroten. Jan Raas ziet Jaja het felst begeerde kledingstuk zelfs naar de Alpen brengen. “Once heeft met het oog op de ploegentijdrit echt niet te veel energie verspeeld. Die jongens gaan een perfecte tijdrit rijden.” Al heeft Raas nog steeds geen sponsor voor volgend jaar en zijn de renners in principe vrij met andere ploegen te onderhandelen, de Zeeuw stapt momenteel als een gelukkig mens door het leven. Dat Abdoesjaparov te kort schoot in de 'massasprint' deerde hem niet. Dat na Dekker (zondag) Maassen zich in de kijker reed, deed hem onnoemelijk veel deugd. Een hoogtestage in juni en andere tekenen van een optimale voorbereiding op de Tour ten spijt, geraakt de Limburger maar niet uit het peilloos diep ogende dal. Na de Amstel Gold Race, waarin hij tegen zijn gewoonte opgaf, dicteerde hij min of meer zijn necrologie aan de journalisten. Aan die gemoedstoestand kwam de laatste paar maanden maar weinig verbetering. “Als ik iemand in de ploeg succes gun, is het Maassen”, zegt Raas. “Het deed me goed dat hij meeging met Vanderaerden. Ik wist bij voorbaat dat het niets zou worden. Het was duidelijk dat Once voor de gele trui ging rijden. Let op, binnenkort gaan we Van Bon nog zien. Het geeft de burger moed. De mensen in Nederland weten dat we er nog zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden