Wetenschap

Jagers en verzamelaars primitief? Ze zijn een stuk slimmer dan wij

Beeld ANP

De mens had 200.000 jaar lang zijn kostje bij elkaar gescharreld, toen hij op het idee kwam zelf zijn voedsel te verbouwen. Veel gemakkelijker, zou je denken. Dat viel tegen.

Volken die zich in leven houden met het jagen op dieren en het verzamelen van eetbare planten, worden als primitief bestempeld. Maar ze zijn een stuk slimmer dan wij, én rijker. Om het benodigde bij elkaar te scharrelen, hoeven ze maar een paar uur per dag te werken. En aan meer dan het benodigde hebben ze geen behoefte. De mens die ervoor koos dit leven achter zich te laten en aan landbouw te gaan doen, moest veel langer werken en zag zijn vrije tijd slinken. 

Die bevinding publiceerde de Amerikaanse antropoloog Marshall Sahlins bijna een halve eeuw geleden. En hij gaf daarbij de boodschap af dat ware rijkdom niet moet worden gezocht in de overvloedige westerse samenlevingen, maar bij de stammen van jagers-verzamelaars, die met geringe inspanning konden voorzien in ieders behoefte.

Sahlins stelling was aannemelijk, maar lastig te bewijzen. De tijdsbesteding van mensen varieert enorm, tussen volken en culturen en tussen nu en 12.000 jaar geleden, toen de mens met landbouw begon. Maar Britse onderzoekers publiceerden deze week in vakblad Nature Human Behaviour cijfers die de stelling van Sahlin lijken te bevestigen. Ze deden onderzoek bij de Aeta, de bewoners van de bergachtige streken van Luzon, het grootste eiland van de Filippijnen. 

De Aeta leven in kleine groepen waarin gezamenlijk wordt gewerkt en het eten wordt gedeeld. En ze zijn voor dit onderzoeksdoel zo geschikt, omdat sommige van die groepen uitsluitend jagen en verzamelen, terwijl andere ook aan kleinschalige landbouw doen of rotan en andere materialen bij elkaar zoeken voor de handel. 

De onderzoekers volgden die groepen met de klok in de hand en noteerden hoeveel tijd ze besteedden aan werk en aan sociale activiteiten, spel, rust en slaap. En inderdaad: de groepen die deels waren overgestapt van jagen-verzamelen naar landbouw en andere economische activiteiten, maakten langere werkdagen en hadden minder vrije tijd.

Sekse-ongelijkheid

Het was ook duidelijk wie voor die extra werkuren moesten opdraaien: de vrouwen. De onderzoekers moeten gissen naar een verklaring van deze sekse-­ongelijkheid. Het kan zijn dat de mannen al een volle werkdag hadden en niet nog meer konden werken. Maar waarschijnlijker is dat werk op het land gemakkelijker door vrouwen kon worden overgenomen, omdat jagen traditioneel was voorbehouden aan mannen en de kunst van het jagen van vader op zoon werd overgedragen. Hoe het zij, de overgang naar landbouw kostte de vrouw vrije tijd.

Dit lijkt te bevestigen wat al lang werd vermoed. Maar het roept de vraag op waarom de mens dan in vredesnaam aan landbouw is gaan doen. Niet omdat het gemakkelijker was om aan zijn eten te komen, blijkbaar, want het kostte hem juist meer tijd. Dus er moeten andere redenen zijn geweest. Algemeen geldende redenen, want landbouw is niet een eenmalige uitvinding geweest, maar geleidelijk en onafhankelijk ontstaan in verschillende delen van de wereld in de periode tussen 12.000 en 3500 jaar geleden.

Landbouw was de eerste technologische revolutie in de geschiedenis van de mensheid. En anders dan de industriële revolutie die veel later zou volgen, werd deze revolutie niet in gang gezet door een uitvinding. De industriële revolutie had zijn stoommachine. Zo’n uitvinding had de landbouwrevolutie niet. Het is meer dan waarschijnlijk dat zelfs de meest primitieve mens het verband kende tussen plant en zaad en dus op het idee had kunnen komen om te zaaien teneinde later te kunnen oogsten, schreven Samuel Bowles en Jung-Kyoo Choi enkele jaren geleden in vakblad PNAS

Bowles, een Amerikaan, en Choi, een Koreaan, ontwikkelden een model dat de opkomst en verspreiding van landbouw zou kunnen verklaren. Dat landbouw geen technologische vernieuwing was die meteen alles veranderde, zeggen zij, blijkt wel uit het feit dat landbouwers en jager-verzamelaars vele eeuwen naast elkaar zijn blijven bestaan.

Beeld ANP

Bevolkingsdruk

Een veel geopperde verklaring voor de opkomst van landbouw is bevolkingsdruk. Maar die verklaring gaat niet op, de allereerste vormen van landbouw ontstonden in het Midden-Oosten, terwijl de bevolking in die regio toen al acht eeuwen slinkende was. Omgekeerd is het wel zo dat landbouw de mens in staat stelde veel meer monden te voeden. Maar dat is de vrucht op langere termijn van die revolutie en verklaart niet haar begin.

Het begin, zeggen Bowles en Choi, is een samenspel geweest van twee cruciale factoren: landbouw en particulier grondbezit. Om gewassen te kunnen verbouwen heb je land nodig. En dat land moet van jou zijn, anders gaan de geliefde soortgenoten met de oogst aan de haal. Omgekeerd is voor het ontstaan van particulier grondbezit landbouw nodig. Het heeft geen zin een perceel te omheinen en te verdedigen als je het niet bebouwt. Die twee factoren kunnen alleen samen tot bloei komen, wat wetenschappers co-evolutie noemen. 

Het verhaal zou simpel zijn als er nu een overheid tevoorschijn kwam die het land in stukken verdeelt en de nieuwe eigenaren de opdracht geeft daarop gewassen te verbouwen. Maar landbouw ontstond vele millennia voor er een overheid was. Waar dat gebeurde moet er dus op de een of andere manier een kritische massa mensen zijn ontstaan die besloten te gaan zaaien en elkaars gewassen te respecteren. 

Een scherpe overgang is dat niet geweest, dus een exact begin is niet terug te vinden. In het begin werd er misschien een enkel gewas verbouwd en de rest verzameld, was er nog geen veeteelt maar alleen jacht. De mens heeft niet in een klap afscheid genomen van het jagen-verzamelen en boerderijen ingericht. Hét begin zul je dus niet terugvinden. 

Maar wetenschappers als Bowles en Choi maken modelberekeningen om te zien of iets als landbouw verbreid kan raken in een populatie, ook al vergt landbouw meer tijd dan eten verzamelen. In die modellen wordt meegenomen hoe mensen zich gedragen: of ze delen of stelen, of ze een nieuwigheid overnemen van elkaar, of ze elkaars bezit respecteren, hoe hun conflicten kunnen ontstaan en hoe ze die voorkomen. Gedragingen waarvoor wordt geput uit studies bij levende volken. 

Zwoegen

In de modelberekeningen zijn dat de knoppen waaraan kan worden gedraaid. En dan blijkt dat landbouw inderdaad voet aan de grond kan krijgen. Vermoedelijk hebben de gunstige klimaatomstandigheden aan het eind van het Pleistoceen, 12.000 jaar geleden, dat zetje gegeven, omdat het productiviteitsverschil tussen verzamelen en verbouwen toen klein moet zijn geweest. 

De overgang is zo geleidelijk geweest dat de mens echt niet werd geconfronteerd met het feit dat hij ineens veel harder moest werken voor dezelfde hoeveelheid calorieën. Pas nu die eerste technologische revolutie voorbij is, is te zien wat die toen voor de mens betekende. Hij kon veel meer monden voeden. Maar de overgang van verzamelen naar landbouw leidde ook tot een verarming van zijn dieet, waardoor zijn gezondheid moet zijn verminderd. En hij had minder vrije tijd. Het zwoegen was begonnen.

Lees ook:

Landbouw werd een paar keer uitgevonden

Vondsten in het Midden-Oosten werpen nieuw licht op de allereerste boeren op de aardbol.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden