Jagen

Jagen doe je omdat je het leuk vindt, dat valt moeilijk te ontkennen

Nu poeliers en slagers alweer druk doende zijn met het bestellen van wild voor de naderende feestdagen, wordt het tijd na te denken over de jacht. Dat lijkt misschien een afgeleide van de veel urgentere vraag hoe jonge mensen het over hun hart kunnen verkrijgen op weerloze burgers te schieten, maar het psychologische raadsel waarvoor de jager ons plaatst, is misschien nog groter.

Anders dan school-shooters of terroristen wekken jagers namelijk nooit de indruk uit pure haat of moordlust de trekker over te halen of het patroon leeg te schieten. Het vrijwillig neerleggen van warme, ademende en voordat ze de kogel krijgen nog springlevende wezens heeft bij hen iets nobels, lijkt het - een taak die zij nu eenmaal op zich moeten nemen, want als zij het niet doen, wie dan wel? Klikt u maar eens één site voor jagers open en u stuit meteen op hun zin voor verantwoordelijkheid: "De Jagersvereniging is er voor iedereen die geïnteresseerd is in verantwoord beheren en benutten. Wie duurzaam oogst uit de natuur voelt zich verantwoordelijk voor het behoud ervan. Jagers zorgen voor balans in het Nederlandse landschap."

Is dat eigenlijk zo? Zorgen jagers voor 'balans in het Nederlandse landschap'? Natuurbeschermers denken daar nogal eens anders over. Zoals milieufilosoof Jozef Keulartz in juni van dit jaar in Trouw uitlegde, heeft de grootschalige jacht in Nederland natuurlijke selectie juist afgeremd en wordt het aantal toegestane dieren per honderd hectare bewust zo laag gehouden dat 60 procent van de edelherten en 80 procent van de wilde zwijnen op de Veluwe jaarlijks 'moeten' worden afgeschoten.

De discussie speelt ook in een schietgrage natie als Amerika, waar jagers zichzelf graag presenteren als echte natuurmensen, terwijl natuurbeschermers andere methoden van beheer doorgaans veel effectiever vinden.

Jagen doe je voor je plezier, dat valt moeilijk te ontkennen, zelfs als u Keulartz en gelijkgezinde biologen niet volgt. Er is in Nederland toch niemand die je dwíngt wilde dieren om te leggen? Toch wordt ook het jachtplezier door jagers omgebogen in iets moois, namelijk in liefde voor de natuur, voor bos en hei, voor de frisse buitenlucht en alles wat daarin leeft.

Toch vreemd. We willen best geloven dat jagers ervan genieten voor dag en dauw door de bossen te struinen, of dat ze veel weten van de flora en fauna in hun land. Dat doen niet-schietende natuurvrienden ook. Maar hoe kun je tegelijkertijd beweren van de natuur te houden én een van de meest ontwikkelde en aan de mens verwante voortbrengselen daarin, het wilde dier, voor de lol kapotmaken ¿ zodat het niet meer kan kijken, horen, vliegen, ruiken, eten, vrijen enzovoorts? Waarom zou je jezelf bewust verlagen tot de onverschilligheid van het roofdier, dat nu eenmaal niet naar de supermarkt kan en zich dus geen afkeer van zijn eigen moordlust kan permitteren? Waarom zou je de afstomping of zelfs schaamtevolle lust die soldaten en slagers na hun first kill ook wel schijnen te ervaren, bewust opzoeken?

Machtswellust, iets anders kan het niet zijn, machtswellust die wordt verward met liefde.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden