Jacques Wallage: "Alles is zo politiek"

(\N)

Jacques Wallage vertrekt na elf jaar als burgemeester van Groningen. Hij gaat met (vervroegd) pensioen op het moment dat ’zijn’ PvdA klap op klap krijgt. De Haagse politiek verbaast hem steeds meer. „De rust is verdwenen.”

Terwijl hij de stationcar start en van het tuinpad naar de straat manoeuvreert om zijn gast naar het station te rijden, gaat Jacques Wallage nog even door over de betekenis van zijn joodse identiteit die binnen al ter sprake kwam. Ter illustratie vertelt hij een verhaal van de Amerikaanse schrijver Philip Roth. Wallage: „Een joodse man loopt met zijn gebochelde vriend langs een synagoge. ’Kijk’, zegt de jood. ’Dat is de sjoel waar ik vroeger heen ging. Vroeger was ik namelijk joods.’ ’Ja’, zegt zijn gebochelde vriend, ’en vroeger had ik een bochel.’

Het stuur draaiend: „Mijn ouders hanteerden de orthodoxe definitie van jodendom. Alleen wiens moeder joods was, was in hun ogen joods. Of, zoals mijn vader altijd zei: ’Wij nemen geen nieuwe klanten meer aan’. Maar ben je het eenmaal, dan blijf je het. Dan kom je er nooit meer van af.” Lachend: „Daar helpt geen lieve ... eh, ja... geen lieve moedertje aan.”

Jacques Wallage was zich er al vroeg van bewust dat hij uit een joods gezin stamde. Zijn ouders, hoewel niet religieus, waren lid van de joodse gemeente in Groningen. Zij hadden joodse vrienden. En Sjakie, zoals hij vroeger werd genoemd, hoorde thuis de verhalen over het lot dat zijn familie had getroffen.

Over zijn ouders, die met zijn oudere broer konden onderduiken bij een Friese boerenfamilie die haar leven op het spel zette om dat van anderen te redden. En over de ouders van zijn moeder, die wél werden afgevoerd naar de vernietigingskampen van de nazi’s en niet meer zouden terugkeren. Jacques werd net na de oorlog geboren, in 1946. Zijn ouders zagen zijn geboorte als een teken van hoop op een nieuw begin.

Toch sprak hij heel lang niet of nauwelijks in het openbaar over zijn afkomst. Niet dat daar geen gelegenheid voor was. Zijn 39 jaar omspannende carrière in het openbaar bestuur – raadslid, wethouder, Tweede Kamerlid, staatssecretaris, fractievoorzitter in de Tweede Kamer en burgemeester – bood alle kans om in het openbaar te spreken. Maar hij zag pas later in dat het hebben van een identiteit een voorwaarde is om te kunnen integreren.

Als jong, veranderingsgezind wethouder keerde hij zich tegen de restauratie met gemeentegeld van de vervallen synagoge aan de Folkingestraat, waar zijn grootvader van moeders kant een slagerij dreef. Nu is die straat dé aanlooproute van het station langs het Groninger Museum naar de binnenstad. Als burgemeester opende hij er later de gerestaureerde sjoel, blij dat hij destijds zijn zin niet had gekregen.

„Ik was, en ben nog steeds niet religieus”, kijkt hij nu terug. „Ik zag het jodendom alleen als een geloofsgemeenschap waar ik niet bij hoorde. Maar dat bleek slechts het halve verhaal. Het ging immers ook over de geschiedenis van mijn ouders en mijn grootouders. De verbondenheid daarmee bleek met de jaren veel sterker te worden.”

Zijn familiegeschiedenis heeft Wallage tot in zijn vezels alert gemaakt op alles wat in zijn ogen riekt naar het buitensluiten van bevolkingsgroepen.

„Een respectloze omgang met de identiteit van anderen is risicovol voor de samenleving. Hans Janmaat (vroegere politicus van de Centrumpartij en de Centrumdemocraten, red.) begon in de jaren tachtig over ritueel slachten. In de jaren dertig was dat dé dekmantel voor antisemitisme. De discussie van nu over de vraag of moslims moskeeën mogen hebben, lijkt op die van destijds over de vraag of joden synagogen mochten hebben. Ja, het mocht toen wel. Als je ze maar niet zag vanaf de straat.

„Bij de discussie over hoofddoekjes kun je denken aan keppeltjes. En toen Rita Verdonk als minister voor integratie er een kwestie van maakte dat een orthodoxe imam haar geen hand wilde geven, zei ze er niet bij dat haar bij een orthodoxe rabbijn hetzelfde had kunnen overkomen.”

Jacques Wallage wordt in september 63 jaar. Maar hij heeft door de jaren heen altijd iets jongensachtig weten te behouden. Die indruk wordt nog versterkt door het ontbreken van het grijze pak en de stemmige das, waarin hij doorgaans in het openbaar optreedt. Op deze zonnige zondag, thuis in Groningen, doet hij de voordeur open in een luchtig shirt, een losjes flodderende zomerse broek en leren sandalen aan blote voeten. Hij gaat voor naar een uit baksteen opgetrokken bijgebouwtje in de achtertuin waar hij zijn werkkamer heeft.

Aan één korte wand een bank. Aan de tegenoverliggende muur een lage kast waarvan het bovenblad vol staat met foto’s in lijstjes. Eén lange wand is volledig gevuld met boeken: literatuur, politiek, en werken over het jodendom en Israël. De vierde wand is van glas, met openslaande deuren naar de tuin.

Naast het bureau dat naar de tuin gekeerd staat, nestelt Wallage zich in een rotan schommelstoeltje, een overblijfsel van zijn vroegere studentenkamer.

Vanuit zijn stoel heeft hij zicht op de fotouitstalling, met op de eerste rij de door hem bewonderde Joop den Uyl, leider van de PvdA toen die nog groot was.

Eerst maar de actualiteit?

„Dat dacht ik al. Goed, eerst maar de actualiteit. Natuurlijk ben ik niet blij dat de PvdA bij de Europese verkiezingen heeft verloren. Ik ben wél blij dat wij weinig aan Wilders hebben verloren. En ik ben niet rouwig dat wij vooral aan de pro-Europese partijen GroenLinks en D66 hebben verloren.

„Maar de verkiezingen gingen niet over Bos of Wilders. Inzet was de Oude Wereld. Die wankelt. De recessie zorgt voor enorme veranderingsprocessen. De sociaal-democraten hebben overal enorm klop gekregen. In Engeland speelde de bonnetjeskwestie mee. En wij hadden de politieke rattenvanger Geert Wilders met zijn PVV. Net als Pim Fortuyn destijds deed, bundelt hij nu het maatschappelijk onbehagen.

„Verschil is er wel: Wilders zegt wat de mensen willen horen. Fortuyn zei wat hij zélf wilde horen. Maar welke verklaring je ook neemt, het zijn allemaal variaties op het hoofdthema: kunnen we mensen in een tijd van crisis en grote veranderingen houvast bieden? Dat lukt onvoldoende.

„Sociaal-democraten en christen-democraten zijn vanouds gewend om tegenstellingen te overbruggen. Maar een tweedeling als deze hebben we nog niet gehad: tussen mensen die zich thuis voelen en mensen die zich ontheemd voelen. Tussen optimisten en pessimisten. Tussen mensen die de moderne samenleving als een belofte zien, en zij die haar als een bedreiging ervaren. Ik zie het ook in mijn eigen omgeving. Mensen die links en progressief zijn, maar tegelijk bang en bezorgd. In tijden van onzekerheid zie je dat mensen achter de scherpst formulerende nieuwlichter aanlopen. Maar ik ben ervan overtuigd dat dat een doodlopende weg zal blijken.”

Wat dacht u toen Wouter Bos zei dat hij niet op lijsttrekker Thijs Berman had gestemd?

„Nou ja, daar wil ik liever niets over zeggen.”

Het deed denken aan 1994 toen de scheidende CDA-leider Ruud Lubbers zei dat hij niet op de nieuwe lijsttrekker Elco Brinkman zou gaan stemmen, maar op nummer 3 van de CDA-lijst, Ernst Hirsch Ballin.

„Daar deed het mij ook aan denken. Maar vergeet niet: de mensen in de landelijke politiek staan vandaag de dag onder een enorme spanning. We hebben te maken met de grootste crisis sinds de jaren dertig. Hoe hou je de moed erin? En hoe voorkom je dat een politieke rattenvanger met een schel fluitje probeert zijn aanhang te vergroten?

„Eén ding weet ik wel: je maakt een grote denkfout als je als gematigde partij ook populistisch gaat doen. Dan word je medeverantwoordelijk en zal de geschiedenis je neerzetten als een fellow traveller van het populisme.”

Op de kieskring Middelburg na vergaarde Geert Wilders in de kieskring Groningen het laagste aantal stemmen. Dat maakt Wallage trots op de stad waar hij opgroeide, studeerde en politiek actief werd. Maar dat geldt ook voor de ontwikkeling die Groningen doormaakt. „De drugsoverlast is gehalveerd. Het grof geweld is gestabiliseerd, terwijl het landelijk nog steeg. De stad Groningen heeft zich ontwikkeld als een economische motor, waarbij we zwaar hebben ingezet op kennis. We hadden ons nooit goed gerealiseerd hoeveel kennispotentieel hier in de stad zat. Toen ze in Den Haag discussieerden over gemeentelijke herindelingen, werkten wij samen met andere gemeenten in de regio, waaronder Assen. Samen ontvangen we internationale bezoekers. Als men zich dan in Assen wil vestigen, vinden wij dat prima.”

Nog een paar dagen is Wallage burgemeester. „Een functie die beter bij mij past dan alle andere politieke functies die ik heb gehad. Het is zó constructief”, zegt hij.

Afgelopen donderdag nam hij al afscheid van de stad. Woensdag, 1 juli, komt er na bijna elf jaar officieel een einde aan. Het pensioenfonds stuurde hem een brief. „Als u nog een jaar langer doorwerkt, krijgt u straks meer pensioen, rekenden ze voor. En als ik tot mijn 65ste zou doorgaan, zou mijn pensioen nóg wat hoger uitkomen.” Maar hij vindt het mooi geweest. „Mijn houdbaarheidsdatum staat onder druk”, zo verwoordt hij het zelf. „Niet iedereen begrijpt het. Mensen op straat vragen me: waarom gaat u weg? ’Ik word dit jaar al 63’, zeg ik dan. ’Nou en?’, reageren ze. ’En ik dóe het ook al bijna elf jaar.’ ’Ja, nou en?’ ’Nou, het wordt wel eens tijd dat iemand anders het gaat doen’, zeg ik dan. Maar echt begrijpen doen ze het niet.”

Hij is van plan in Groningen te blijven wonen. Maar hij heeft zijn echtgenote moeten beloven de stad wel een beetje los te laten.

Groningen gaf niet altijd reden om trots te zijn, weet Jacques Wallage. „Mijn vader was helemaal geen gewelddadige man. Maar toen hij in de jaren dertig lid werd van de biljartclub, moest hij boksles nemen zodat hij zich kon verdedigen tegen mensen die hem met geweld wilden beletten naar binnen te gaan. Alleen maar omdat hij joods was. En mijn ouders en mijn oudere broer konden tijdens de oorlog geen onderduikadres vinden in Groningen. Daarvoor moesten ze naar Friesland.”

Zijn ouders waren aanhangers van de VVD. Bewondering voor de PvdA-politicus Ivo Samkalden deed hen besluiten om naar de sociaal-democraten over te stappen.

Wallage zelf werd op zijn achttiende lid. „Op emotionele gronden”, zoals hij zegt. „Mijn vader en mijn oom dreven samen een handel in huishoudelijke artikelen en galanterieën. Af en toe konden ze uitbreiden, doordat een naastgelegen krot vrijkwam. Als jongen keek ik toe hoe de oude bewoners verhuisden. Wij hadden het goed thuis. Ik had een eigen kamer. En dan zag ik hoe in een krot dat nog kleiner was dan de bovenverdieping van ons huis zeven mensen hadden gewoond. Niet rationeel te verdedigen sociale ongelijkheid. Daarom ben ik destijds lid geworden van de PvdA.”

Uw partij is net als de andere middenpartijen bepaald niet populair meer. Maar het lijkt erop dat veel kiezers jegens de PvdA meer afkeer voelen dan jegens CDA en VVD. Hoe verklaart u dat?

„Voor veel mensen staat de PvdA natuurlijk synoniem voor de macht.” Cynisch: „Nou. Voor die mensen heb ik goed nieuws. Dat duurt niet lang meer.” Weer serieus: „Met ruim minder dan 20 procent van de stemmen heb je misschien nog wel invloed maar geen macht meer, als je die ooit al had. Maar het is wel waar dat in bijna alle grote steden PvdA-burgemeesters zitten. Onder ambtenaren zijn D66 en PvdA oververtegenwoordigd. En we hebben nog steeds een indrukwekkend kader voor bestuursfuncties, bijvoorbeeld in de volkshuisvesting. Aan de andere kant: de PvdA heeft korter geregeerd dan het CDA en de VVD. Toch richt zich vooral op de PvdA een enorme woede die niet makkelijk te duiden is. Dat heeft vooral te maken met die tweedeling waar ik al eerder van sprak.”

Heeft het er misschien ook mee te maken dat bestuurders, óók van de PvdA, laakbaar gedrag kunnen vertonen?

„Dat zijn pijnlijke uitzonderingen. Het is terecht dat zoiets aan de kaak wordt gesteld als zich dat voordoet. Kijk naar de voorbeelden in Amsterdam en Rotterdam. Maar wat als het gevolg is dat het respect voor woningbouwcorporaties afneemt? Je bent bij het vernieuwen van de stad wel voor een groot deel van die organisaties afhankelijk. Dan ondermijn je dat.

„Nee, natuurlijk moet je er niet over zwijgen als iemand in de fout gaat. Maar er komt nu niemand meer op voor de goede, bekwame en integere volkshuisvester. En voor de PvdA is dat hetzelfde als in de eigen voet schieten. Waarom is het in Nederland wel gelukt met de stadsvernieuwing en in Engeland bijvoorbeeld niet? Omdat wij in de volkshuisvesting goede, competente volkshuisvesters hadden.”

Wallage was achttien jaar in politiek Den Haag actief: als ’gewoon’ Tweede Kamerlid, als staatssecretaris en als fractievoorzitter van de PvdA ten tijde van het eerste kabinet-Kok.

Maar hij is zich na zijn vertrek steeds meer gaan verbazen over het functioneren van de Haagse politiek. Die houdt zich te vaak bezig met zaken die heel ver af staan van de belevingswereld van de gewone mensen, vindt hij. „Veel van wat daar gebeurt, heeft maar een zeer beperkte betekenis voor wat in de stad gebeurt. Soms denk ik: zolang ze er maar voor zorgen dat het gemeentefonds (de voornaamste inkomstenbron voor de lokale overheden, red.) netjes wordt gevuld.

„Neem veiligheid. De energie die is gestoken in de discussie over het politiebestel, dat wil je niet weten. Puur ideologisch geladen. En de discussie over de voetbalwet. Wij hebben de inzet van de politie bij wedstrijden van FC Groningen gehalveerd. Dat komt deels door het nieuwe stadion, maar ook door een project waarbij ex-hooligans hooligans begeleiden. En neem de coffeeshops. In Den Haag is een heel debat gaande over hoeveel meter coffeeshops van een school moeten staan. Wat is bij ons de aanpak? Gewoon scherp controleren. Als een coffeeshop één keer aan een minderjarige verkoopt, volgt een waarschuwing. Doen ze het nog een keer, dan gaat de zaak dicht.”

Wallage gaat zelf niet vrijuit, realiseert hij zich. „Ik maakte zelf ook deel uit van de Haagse politiek. De afstand tot de praktijk is ontluisterend. Maar toen ik fractievoorzitter was van de PvdA, destijds de grootste coalitiefractie, dacht ik ook dat het er allemaal toe deed. Achteraf ben ik erg geschrokken van Den Haag. Het is er... zo politiek. Het gaat altijd om de macht, om de vraag wie het langste stuk touw in handen krijgt. Toen ik in 1998 in Groningen terugkeerde, heb ik moeten afleren heel scherp te formuleren om maar in de krant te komen. En ik heb moeten afleren om tegenstellingen uit te vergroten.”

Alles is zo politiek. Is dat niet een vreemde uitspraak voor een politicus?

„Ja, ik bedoel dat alles in Den Haag zo verpolitiekt is. Politiek is natuurlijk het uitoefenen van macht. Maar dan wel met eerbied voor de feiten. En die is in Den Haag geringer dan in een college van burgemeester en wethouders. En ook in de tijd dat ik onder Lubbers en Kok staatssecretaris was, was het toch meer gericht op het objectiveren van een probleem. Lubbers keek heel secuur hoe alles in elkaar stak. Hij zei altijd: ’Je kunt er ook anders naar kijken’. Ik heb de indruk dat dat mechanisme nu minder functioneert. Ik denk dat de ideologische spanning tussen de PvdA en het CDA, en hun hoofdpersonen, zwaar doortikt. De rust is verdwenen. De omloopsnelheid is toegenomen. Alles is politiek geworden en daardoor is de ruimte om te besturen minder geworden. De Haagse politiek is extreem gevoelig geworden voor wat er buiten gebeurt. Wilders is een deel van dat probleem. Maar ook de media spelen een rol.”

Wallage vindt dat zijn partij te veel naar rechts hangt en niet stevig genoeg stelling neemt tegen de denkbeelden van Wilders. Toch blijft hij de PvdA – ’soms met pijn in de buik’ – trouw. „Ik ben destijds lid geworden uit betrokkenheid met de underdog. Dan ga ik niet opstappen nu de PvdA zelf de underdog is geworden.

„Ik heb geen uitgesproken strategie voor de PvdA om kiezers vast te houden. Je moet als politieke partij laten zien dat de thema’s van burgers je werkelijk bezig houden. Maar wij moeten dat doen vanuit sociaal-democratische beginselen. Dus moeten wij duidelijk maken dat wij mensen niet uit elkaar laten spelen. Dat wij niet meedoen aan zondebokpolitiek. Ik ben er van overtuigd dat voor zo’n opstelling steun is in het land.

„Dat geldt trouwens niet aleen voor de PvdA, maar ook voor CDA en VVD. Het is bittere ironie dat nu iemand aan de overkant van de oceaan laat zien dat je wel mensen kunt bundelen, dat huidskleur geen factor is. Het voorbeeld van Obama zou tot inspiratie moeten leiden. Ik denk dat burgemeesters die bindende boodschap beter begrijpen dan velen in de nationale politiek.”

Hij valt even stil. Zegt dan zacht: „Het is al zo ver gekomen dat ik een keer werd aangesproken door een Marokkaanse vader die mij uitlegde dat zijn zoontje op tijd naar bed gaat. Maar dat hóeft hij mij helemaal niet uit te leggen. Net zo min als mijn collega van het Duitse Oldenburg, een veertiger, mij hoeft uit te leggen dat hij het heel erg vindt wat er tijdens de oorlog met de joden in zijn stad is gebeurd.”

Op weg naar het station, niet ver van zijn huis, haalt Wallage één hand van het stuur en wijst naar rechts. In de berm steken zes bronzen handen omhoog, ieder op een eigen voetstuk. „Kijk”, zegt hij. „Daar staat het joods monument.”

Jacques Wallage: ¿Toen ik fractievoorzitter was dacht ik ook dat het er allemaal toe deed.¿ (FOTO MARCO HOFSTÿ)Beeld Marco Hofste
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden