Jacques Vriens held van de kinderjury's

Vandaag wordt in het Kinderboekenmuseum in Den Haag een overzichtstentoonstelling geopend over het werk van kinderboekenschrijver Jacques Vriens. De schoolmeester die schrijver werd, maar nog steeds dat vingertje heeft.

Hij maakte het jaren geleden mee in zijn klas. Een meisje in groep 8 kreeg leukemie. De schok was groot bij de klasgenoten, toen ze eenmaal beseften hoe ernstig de ziekte was. Ze leefden mee, juichten als het meisje tussen de kuren door weer even op school kon zijn, en pinkten tranen weg als het mis ging. ,,Het is een ongelooflijk ingrijpende gebeurtenis geweest'', vertelt Jacques Vriens, destijds directeur van basisschool De Kleine Kapitein in het Brabantse Bakel. ,,Ik wist: dit móet in een boek.''

Vriens, geraakt door het verdriet om zijn leerlinge en onder de indruk van de emoties in zijn klas, was ook toen al een veelgelezen kinderboekenschrijver. Bij ouders vooral bekend om de voorleesboeken voor jonge kinderen: over de gekke avonturen van Tommie en Lotje of de feestdagen met Wouter en Mieke. En bij oudere kinderen geliefd om de schoolverhalen: over de klas van meester Jaap en belevenissen van andere 'bovenbouwers'.

Toch heeft het een tijd geduurd voor het er kwam: het boek dat geschreven moest worden, over Anke. Vriens staat al lang niet meer voor de klas. Zes jaar geleden besloot hij zich helemaal aan het schrijven te wijden. Maar dat schooljaar met Anke bleef hem bij. Een jaar dat voor kinderen in groep 8 toch al bijzonder is vanwege hoogtepunten als het laatste schoolkamp, de zenuwen voor de Cito-toets en de afscheidsmusical. Vriens wil met zijn nieuwste boek 'Achtste-groepers huilen niet' vooral laten zien dat al die dingen, ondanks het verdriet om een klasgenootje, toch doorgaan.

,,Ik heb er heel lang over gedaan voor ik een goede vorm had gevonden voor het verhaal. Wat me opvalt aan boeken die over de dood gaan is dat er heel plechtig wordt gedaan. Als mensen sterven willen we het zo mooi zeggen. Dan gaan we op zoek naar andere woorden. Dat deed ik aanvankelijk ook. Ik schreef en ik herschreef. Vriens gaat literair doen, leek het wel. Tot ik dacht: waarom eigenlijk? Zo ben ik niet, zo zeg ik de dingen niet. Toen drong het tot me door: het verhaal over Anke is eigenlijk een gewoon schoolverhaal, net als de Meester Jaap-boeken en veel van mijn andere boeken. Pas toen ik niet meer zo krampachtig zocht naar passende woorden en zinnen, kon ik het boek schrijven.''

U zegt het met enige zelfspot: Vriens gaat literair doen. U bent een van de meestgelezen kinderboekenschrijvers, populair bij kinderjury's, maar weinig genoemd door vakjury's.

,,Men heeft kennelijk zijn twijfels. In '79 en '91 heb ik wel Zilveren Griffels gekregen voor twee boeken voor jonge kinderen. Maar ik lees in recensies inderdaad dingen als: 'Niet zo literair misschien, maar veel kinderen zullen het met plezier lezen'. Nou, meer pretenties heb ik niet. Natuurlijk moet een boek goed geschreven zijn, goed van taal zijn. Ik vind dat er ook verrassingen in moeten zitten en dat een verhaal spannend moet zijn. Maar het moet voor kinderen toegankelijk blijven. Belangrijk vind ik ook dat je kinderen serieus neemt. Je kunt zeggen 'Pittig onderwerp, leukemie' en 'Moet dat nou?'. Maar het gebeurt toch? Kinderen worden ziek en gaan dood. Het kan zich in iedere schoolklas aandienen. Ik heb willen laten zien hoe je samen zo'n groot verdriet een plek kunt geven. Dit verhaal hoort naast de verhalen over verliefd zijn, vriendschappen en pesterijen op school.''

Twee jaar terug verscheen 'Weg uit de Peel'. Janneke droomt van een beter leven en vlucht uiteindelijk met haar geit de verraderlijke moerassen in. Ze gaat haar vriend, de zoon van de stroper, achterna. Verrassend, een historisch kinderboek van Jacques Vriens.

,,Die drang om een historisch boek te schrijven had ik al een tijd. Kan ik dat, vroeg ik mij af? Ben ik een Thea Beckman? Op school vond ik het heerlijk om geschiedenisles te geven. Ik vertelde eindeloos veel verhalen. Maakte het soms te bont en ging met de geschiedenis aan de haal. Ach, de kern klopte altijd wel, maar als ik bijvoorbeeld merkte dat de aandacht verslapte liet ik met veel gebaar een kathedraal instorten ofzo. Of ik speelde voor hoe Willem van Oranje vermoord werd en liet me op de grond vallen.''

,,De bewogenheid voor 'Weg uit de Peel' kwam toen ik, na jaren les te hebben gegeven in Amsterdam en Abcoude, in 1984 weer terug in Brabant kwam, als directeur van De Kleine Kapitein in Bakel. Daar heb ik me verdiept in de geschiedenis van De Peel. Ik heb er ook mensen ontmoet die uit eigen ervaringen konden vertellen over hoe hun ouders of grootouders turf staken in De Peel. Dan ga je je afvragen, wat gebeurt er met je als je als kind daar in díe tijd opgroeit.''

,,Pas na mijn afscheid van het onderwijs had ik de tijd om bronnenonderzoek te doen en me te verdiepen in de sociale geschiedenis. Want ik wilde niet, zoals op school, weer met de geschiedenis aan de haal gaan. Ik woon nu vlakbij Maastricht. Weet je dat het een van de eerste steden was met een grote industrie? Het Kinderwetje van Van Houten is in de vorige eeuw aangenomen na onderzoek naar kinderarbeid hier in Limburg. Ik ben me aan het inlezen. Wie weet.''

U heeft bijna 25 jaar in het basisonderwijs gewerkt. Opgebrand?

,,Ik ken die verhalen van oudere leerkrachten, moe van het onderwijs. Maar dat was het zeker niet. Ik wilde al eerder meer tijd uittrekken om boeken te schrijven, maar twijfelde lang of het financieel gezien wel kon. Toen ik in 1992 het Kinderboekenweekgeschenk mocht schrijven, realiseerde ik me pas: ik ben bekend als kinderboekenschrijver. Tot dan was schrijven een hobby en kwam de school op de eerste plaats.''

,,Ik deelde mijn taken als directeur met een adjunct, want ik wilde nooit alleen een meneer in een kamertje worden. Dat vergaderen, regelen en organiseren zou ik geen dag missen, maar dat voor de klas staan . . . Ik heb een half jaar nagedacht of ik wel zonder kon. Zonder dat lief en leed dat je deelt in de klas. Dat heb ik later in de Meester Jaap boeken proberen weer te geven. Dat getuttel met die kinderen, de hele dag door. Zorgen dat ze zich lekker voelen in de groep, veilig ook. Ze hoeven niet de hele dag juichend door de school te lopen, maar ik wilde dat ze graag naar school kwamen, omdat er iemand stond die ze aardig vonden. Pas als een kind zich prettig voelt bij je, kun je met een staartdeling aankomen.''

De leerkracht als opvoeder?

,,Daar ontkom je niet aan. Je hebt een unieke kans als leerkracht. Je ziet de hele dag van alles gebeuren met de kinderen en tussen de kinderen onderling. Zo'n klas is de maatschappij in het klein, je zit er met je neus bovenop en je kunt er wat betekenen. Als er grote ruzie is op het plein kun je na de pauze roepen: 'Dat mag niet meer' en gewoon je geschiedenisles afdraaien, maar liever zie ik een leerkracht die zegt: 'Niks geschiedenis, in de kring nu, ik wil weten wat er is gebeurd'. Dan merken kinderen dat je hen - en dus ook hun ruzies - serieus neemt. Dát is belangrijk.''

Is de kinderboekenschrijver ook opvoeder gebleven?

,,Meester Jaap is toch een beetje mijn alter-ego. Het is hier en daar moralistisch wat hij doet. Ik heb in al mijn boeken wel een boodschap, ja zeker. Over hoe je met elkaar omgaat. Die meester in mij sla je er niet meer uit. Ik was het met ziel en zaligheid, dat neem je mee als schrijver.''

U groeide op in de jaren '50. Er was in het gezin geen leescultuur. Het enthousiasme voor kinderboeken kwam pas toen u leerkracht werd.

,,We luisterden wel veel naar de radio. Hoorspelen voor kinderen, het radioprentenboek. De kracht van het hoorspel is dat het een ernorm beroep doet op je verbeelding. Ieder ziet het verhaal op zijn eigen manier voor zich. Dat is ook de kracht van het voorlezen. Ik heb als schooldirecteur de leerkrachten altijd gestimuleerd iedere dag voor te lezen. Dan geef je de verbeelding weer een kans om aan de slag te gaan, wat met televisie niet gebeurt.''

,,Toen ik zes was begonnen mijn ouders een hotel in Helmond, met een toneelzaaltje erachter. Daar oefenden de plaatselijke harmonie en het amateurtoneelgezelschap. Al snel gingen mijn broer en ik daar met kinderen uit de buurt ook toneelspelen. We bedachten een verhaal, oefenden een uur of wat, en dan mocht de buurt komen kijken. Ik was nogal bazig, het moest altijd zoals ik het in mijn hoofd had. Maar het ontaardde keer op keer in een chaos en dan liepen er spelers boos weg. Ik was denk ik acht jaar, toen ik bedacht - nadat het weer vreselijk uit de hand gelopen was - dat ik beter eerst kon opschrijven hoe ik het wilde. Wat een ontdekking: toen deed iedereen opeens wel wat ik zei. In die tijd is het verhalen schrijven begonnen.''

,,Wat er te lezen was aan kinderboeken ontdekte ik in '69 pas op mijn eerste school in Amsterdam Buitenveldert. Eens in de paar weken kregen we bezoek van de jeugdbibliothecaresse. Een klein gezet dametje met boodschappentassen vol kinderboeken, alsof ze net van de Albert Heijn kwam. Zo maakte ik kennis met Roald Dahl, Paul Biegel en zoveel meer schrijvers. Ik werd op het goede spoor gezet door die vrouw. Ik zie toch nog vaak dat leerkrachten teruggrijpen naar hun eigen jeugdboeken en dan niet verder komen dat Pietje Bell, Dik Trom of Arendsoog om voor te lezen in de klas. Jammer.''

Ooit nog voor de klas?

,,Als kinderboekenschrijver sta ik er regelmatig. Dan wordt ik ontvangen als Sinterklaas en heb ik alleen de lusten, niet de lasten.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden