Jacques de Kadt - De man die altijd gelijk kreeg

,,Jacques de Kadt was een uitgesproken voorstander van een militaire aanpak van totalitaire dreigingen. Van Duitsland vóór 1939 en van de Sovjet-Unie na 1945: 'Veiligheid is slechts mogelijk als we de wereld onze orde opleggen. Zo niet dan zal zij ons een van háár totalitaire ordeningen opleggen.'' Volgens Paul Frentrop kan De Kadt de denkers in de huidige PvdA inspireren, die verzuchten dat links behoefte heeft aan een nieuw 'beschavingsideaal'. ,,De Kadt was een socialist die vond dat het volk zich moest verheffen. Hij vond het economische minder belangrijk dan het culturele. Hij liet zien waarom de ene cultuur beter is dan de andere en hoe belangrijk het is de betere cultuur, de westerse beschaving, te verdedigen en te vernieuwen.'

Dat een profeet in eigen land niet wordt geëerd, is geen nieuws. Maar dat in tijden van onzekerheid en verwarring geen gebruik wordt gemaakt van de inzichten van iemand die achteraf het grootste gelijk van de wereld heeft gekregen, doet twijfelen aan de vooruitgang.

Wij beschikken over het werk van iemand wiens wijsheid ook heden ten dage goed van pas zou kunnen komen, namelijk Jacques de Kadt. Nu zouden zijn opvattingen waarschijnlijk als neo-conservatief worden bestempeld, zoals die van iedereen die het beleid van Bush en Sharon steunt. Maar De Kadts ontwikkeling laat zien dat zo'n etiket niet altijd nauwkeurig de inhoud weergeeft.

De Kadt was in zijn jonge jaren aangetrokken tot het communisme maar zag als een van de eersten de totalitaire vorm die dat geloof in de Sovjet-Unie kreeg en werd een fervent criticus van de linkse kerk. In 1926, toen hij nog een actieve communist was, keerde hij zich al fel tegen de dogmatische starheid van de Kommunistische Internationale. En in 1935 volgde in zijn 'Van Tsarisme tot Stalinisme' de definitieve afrekening.

Een andere totalitaire dreiging oogde toen echter gevaarlijker. De Kadt voorzag meteen toen Hitler in 1933 de macht greep, dat een oorlog onvermijdelijk was. Democratieën en totalitaire regimes kunnen niet naast elkaar bestaan, zo wist hij. Drie maanden nadat Hitler als Rijkskanselier was geïnstalleerd, schreef hij al: 'Wie de nazi's ook maar enigszins kent, weet dat hun doel geen ander is dan het oude doel der Pruisische militairen van vóór 1914: de overheersing van heel Europa en uiteindelijk van heel de wereld door het uitverkoren volk van Berlijn en omstreken.' Sindsdien drong hij er daarom op aan Hitler preventief aan te vallen, want hij wist wat er anders zou gebeuren. In februari 1935 schreef hij dat de gewapende strijd zou losbarsten, zodra de Führer zijn bewapening voldoende had versterkt. In maart 1936 voorzag hij dat dat nog slechts twee tot drie jaar zou duren 'eer minder dan meer'. Maar Groot-Brittannië en Frankrijk waren toen niet in staat tot een preventieve oorlog. En andere tegenstanders leek Hitler niet te hebben. De Leidse hoogleraar geschiedenis Hans van den Doel herinnerde er ons onlangs in zijn oratie aan dat 'uitsluitend Tsjechoslowakije, Zwitserland, Scandinavië, de Lage Landen, de Britse eilanden en Frankrijk in het begin van 1938 nog een liberale en democratische ordening kenden'.

Toch voorzag De Kadt in tegenstelling tot bijvoorbeeld Menno ten Braak en James Burnham dat Hitler de komende oorlog zou verliezen. Die zou volgens hem immers niet tot Europees grondgebied beperkt blijven, maar een wereldoorlog worden. Daarin zou Duitsland uiteindelijk niet opgewassen blijken tegen de verzamelde krachten van zijn tegenstanders. Hoewel het Belgische leger bij het uitbreken van de oorlog groter was dan het Amerikaanse, wist De Kadt: 'De leiding van de westerse beschaving is aan Amerika gekomen.'

De Kadt was niet behept met het anti-amerikanisme dat nu zo inherent is aan links denken. Hij was maar wat blij met die nieuwe verdediger van de westerse beschaving. Al vond hij de Amerikaanse cultuur primitief en barbaars, de behandeling van de 'negers' schandelijk en het kapitalisme daar te ongebreideld, toch nam hij duidelijk afstand van de anti-Amerikaanse opvattingen die hier vanaf de jaren zestig in intellectuele en artistieke kringen opgang maakten. Het wantrouwen jegens de VS en de voorkeur voor het bereiken van een vorm van samenwerking met de Sovjet-Unie schreef De Kadt toe aan de gevoelens van vernedering over de steun die West-Europa van de Amerikanen ontving: 'Het is de arme familie die ... een geweldige hekel (heeft) aan ... rijke bloedverwanten.'

Voor De Kadt was het in 1939 al duidelijk dat het fascisme verslagen zou worden, maar dat we daarna voor de eigenlijke strijd zouden komen te staan: die tegen de Russische wereldmacht. Dat stelde hij aan de orde in Het fascisme en de nieuwe vrijheid, een boek dat in 1939 net vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verscheen. Die titel was bedacht door zijn vriend Geert van Oorschot. Zelf had De Kadt het boek 'Het Fascistisch Intermezzo' willen noemen.

Dat boek vormde de basis van De Kadts faam. Querido, toen een belangrijke 'linkse' uitgeverij, gaf op initiatief van de daar toen als verkoper werkende Van Oorschot het woord aan iemand die zich van alle anti-fascisten in die tijd onderscheidde doordat hij ook tegen het communisme was. Destijds kreeg het boek de hoogste lof van Menno ter Braak en Eddy du Perron, toen de top van de intellectuele elite. En die lof is nooit verminderd. Bij het verschijnen van een nieuwe uitgave in 1980 schreef Henk Hofland: 'Het boek hoort tot het kleine aantal klassieken in de Nederlandse politieke cultuur. Meer dan veertig jaar nadat de eerste druk verscheen is Het fascisme en de nieuwe vrijheid nog een modern boek. Het bevat een les in politiek denken.'

J.L. Heldring schreef toen: 'Waarom is Jaques de Kadts Het fascisme en de nieuwe vrijheid, in 1939 voor het eerst verschenen, nog altijd actueel? Omdat fascisme nog steeds gebruikt wordt als scheldwoord - meestal echter voor verschijnselen die helemaal niet fascistisch zijn. Daardoor ontstaat het gevaar dat het echte fascisme niet onderkend en niet bijtijds herkend wordt.'

Het bijzondere van De Kadt was dat hij inging tegen een gemakzuchtige demonisering van het fascisme. Hij nam de fascistische ideologie serieus. Hij onderzocht waarom die in Duitsland meer aantrekkingskracht had dan het gewone socialisme. Hoewel later gemakshalve vergeten werd dat het nationaal-socialisme een vorm van socialisme was, gericht tegen het al te materialistische kapitalisme, hield De Kadt dat haarscherp voor ogen. Dat maakte hem bij socialisten natuurlijk niet populair.

Maar De Kadt bleek wel steeds gelijk te krijgen. Hij voorspelde al vóór 1950 dat het Westen, op basis van zijn industriële vermogen, de krachtmeting met de Sovjet-Unie ('het Pruisen van het Oosten') zou winnen. Iets wat velen toen betwijfelden. Twee decennia later pas zou de Amerikaanse president Reagan dat economisch vermogen van de Verenigde Staten voluit inzetten, waarop de Sovjet-Unie desintegreerde. Het is jammer dat De Kadt dat succes nauwelijks meer bewust mee heeft mogen maken. In de jaren tachtig liepen zijn geestelijke vermogens terug. Hij overleed op 16 april 1988. Een jaar voor de val van de Berlijnse muur.

De verleiding is natuurlijk groot om de vraag te stellen wat De Kadt van de huidige problematiek rond de islam gevonden zou hebben. Leerzaam is dat hij in 1939, om uit te leggen wat fascisme precies inhield, Hitlers ideologie vergeleek met de islam.

Het fascisme had immers ook een mythe van het absolute, van de ene waarheid, die zich in het uitverkoren volk (ras bij de Duitsers, geloof bij de islamieten) zou belichamen. Een mythe van een waarheid die geen afwijkingen duldt. Zoals de islam die de tekst van de koran als onaantastbaar beschouwt. Een mythe die dus totalitair is en zich tegen individualisme keert (met bij de islam de zelfmoordaanslagen als uiterste ontkenning van ieder individualisme). ,,Zonder deze mythe, die haar gelovigen de plicht oplegt een heilige oorlog ter verovering van de wereld en ter verdelging van de ongelovigen aan te gaan, zonder deze mythe, zou het fascisme niet dat nieuwe 'mohammedanisme' zijn geweest dat zijn fanatieke scharen tegen de westerse beschaving opzweept', aldus De Kadt in 1939.

Zo'n vergelijking maken mocht toen nog. Anderen deden dat ook. 'Nieuw mohammedanisme' noemde Ed. Berth, de leerling van de door De Kadt bewonderde Fransman Georges Sorel (1847-1922), zowel het stalinistisch bolsjewisme, als het facisme. 'Mohammedanisme, een andere islam', zo kenmerkte de Zwitserse theoloog Kart Barth (1886-1968) het nationaal-socialisme. Hij zei eind 1936: 'De kerk kan niet anders dan in het nationaal-socialisme een nieuwe islam zien, de Duitse Mythos als een andere Allah en Hitler als een nieuwe Mohammed.'

Nu is het Westen verdeeld over de vraag of moslimfundamentalisme met militaire middelen beantwoord moet worden. De Verenigde Staten menen van wel, Europa meent van niet. Wat zou de mening van De Kadt zijn? Hij was een uitgesproken voorstander van een militaire aanpak van totalitaire dreigingen. Van Duitsland vóór 1939 en van de Sovjet-Unie na 1945. 'Veiligheid is slechts mogelijk als we de wereld onze orde opleggen. Zo niet dan zal zij ons een van háár totalitaire ordeningen opleggen.' Hij was dan ook fel tegen het in de sociaal-democratie onverwoestbare pacifisme.

Met name de stelling dat totalitaire landen zichzelf moeten ontwikkelen tot nette democratische naties, werd voor de Tweede Wereldoorlog ook veel gebruikt in antwoord op de dreiging die Duitsland uitstraalde. De Kadt moest daar niets van weten. Hij toonde haarfijn aan waarom het gedroomd paardrijden is erop te hopen dat in zo'n totalitaire staat na verloop van tijd wel nette gematigde partijen de macht in handen zouden krijgen. Dus was militair ingrijpen de enige optie: ,,De oorlog is de enig werkelijk grote mogelijkheid tot de ondergang van het fascisme. De oorlog is tevens, in een wereld met fascistische staten, de voor de hand liggende mogelijkheid in de internationale politiek. Maar de oorlog is ook een zaak waarbij de 'democraten' zelf betrokken zijn, een zaak die niet op de brede rug van de 'ontwikkeling' is af te schuiven. En dus praat men duizendmaal liever over de 'ontwikkeling', die in de fascistische landen alles voor ons in orde zal maken zonder dan we een hand behoeven uit te steken, dan over de oorlog, die we zelf zouden moeten voeren.' De parallellen met de huidige discussies over liever extra ontwikkelingshulp bieden of praten in de Verenigde Naties dan militair in te grijpen ter bestrijding van terrorisme, zijn te opzichtig om te negeren.

De Kadt stond vlak na de Tweede Wereldoorlog even in aanzien, op basis van zijn eerdere waarschuwingen tegen het fascisme. Joop den Uyl zei in 1947 dat De Kadt als politiek denker in Nederland 'op eenzame hoogte' stond. Onder voorzitter Vorrink vond de PvdA in 1950 De Kadts schotschrift 'De consequenties van Korea' zo goed, dat het aan partijleden werd aangeboden voor 2 gulden 50 in plaats van voor de winkelprijs van 6 gulden. Maar intellectuelen keken op hem neer. De Kadt wist wel waarom: ,,Ik behoor niet tot het 'corps'. Ik ben (geen intellectueel kan 't woord uitspreken zonder zijn neus te verwringen) een autodidact, een dilettant en een halfweter - alles op z'n gunstigst getaxeerd.'

Naarmate links Nederland steeds meer begon te voelen voor een of andere vorm van samenwerking met de Sovjets kwam De Kadt met zijn waarschuwingen tegen de dreiging van de Sovjet-Unie meer onder vuur te liggen. ,,In de jaren zestig en zeventig werden de oordelen die Jan Rogier ('een rancuneuze gifpisser') en Marcus Bakker ('een politieke gifmenger') over hem velden, gretig nagepraat', aldus Rob Hartmans in 1993 in De Groene Amsterdammer. Waarbij de communisten niet vergeten zullen zijn dat De Kadt al in 1948 een wettelijk verbod van deze partij had bepleit. Toen een jaar later de CPN verklaarde dat haar leden in geval van een Derde Wereldoorlog niet hun eigen regering maar de Sovjet-Unie zouden steunen, stelde De Kadt voor 10.000 communisten in arbeidskampen onder te brengen. Een suggestie die toen bij de PvdA een willig oor vond, maar in de huidige aanpak van moslimfundamentalisme nog niet is gehoord.

Hartmans schreef: ,,Pas bij zijn dood in 1988 werd De Kadt weer van alle kanten lof toegezwaaid vanwege zijn scherpe inzichten en veelal rake oordelen. Toen twee jaar later Ronald Havenaar onder de titel 'De tocht naar het onbekende' De Kadts intellectuele biografie publiceerde, stonden kranten en weekbladen vol beschouwingen over die jarenlang miskende denker, wiens gelijk in het revolutiejaar 1989 zo overtuigend was bewezen.'

De Kadt was 'een scherpzinnig waarnemer', aldus begin dit jaar Hans van den Doel. Bart Tromp vergeleek De Kadt in een in 1991 postuum gepubliceerde bundel van diens artikelen, getiteld 'De deftigheid in het gedrang', met George Orwell. Maar tegelijkertijd maakte Tromp De Kadt tot een provinciaal door hem 'De Orwell uit Oss' te noemen. Dat was De Kadt zeker niet, maar inderdaad is hij buiten Nederland nog minder opgemerkt gebleven dan in Nederland, hoewel hij in zijn jonge jaren verkeerde in gezelschap van mensen als Leon Trotski. Maar De Kadt is misschien wel intelligenter dan Orwell. De Kadt riep immers al sinds 1933 op tot een preventieve oorlog tegen Hitler, terwijl George Orwell nog tot september 1939 vasthield aan ontwapening.

Maar links blijft nog steeds zuinig met lof voor De Kadt, de man die steeds gelijk kreeg. De linkse kerk is met De Kadt, die het falen van het socialisme zo goed had geanalyseerd, net zoveel moeite blijven houden als de katholieke kerk met Galileo, die aantoonde dat de zon niet om de aarde draaide.

In 1993 schreef Dick Pels in zijn boek Het demokratisch verschil. Jacques de Kadt en de nieuwe elite: ,,Inmiddels oogt De Kadts reputatie aanzienlijk florissanter dan in de jaren zeventig, toen het nog volstrekt anathema was om in kringen van linkse politicologen, historici en weekbladjournalisten een klein woord ten gunste van De Kadt te laten vallen. Maar de meest straffe critici van toen zijn ouder, droeviger en wijzer geworden, niet alleen over het socialisme maar ook over het leven zelf, en ook ex-links heeft gaandeweg ontdekt dat de zogenoemde 'fascistoïde salondictator' toch in belangrijke mate het gelijk aan zijn zijde had.'

Maar ook toen nog kon Groenlinkser Jan Willem Duyvendak zich er in een recensie van Pels' boek niet toe brengen in te gaan op wat De Kadt te melden heeft. Hij schreef: 'Ik wil mijn commentaar dan ook concentreren op enkele van Pels' eigen stellingen, en niet verzeild raken in het zoveelste debat over de waarde van het denken van De Kadt.'

Ik wil dat wel. Want van De Kadt kunnen we nog steeds leren. ,,Het is de trots van Nederland dat we hier juist niet de ene cultuur beter vinden dan de andere', schreef de hoofdredacteur van NRC Handelsblad tegen Pim Fortuyn op 6 mei 2001, de dag dat die werd vermoord. De Kadt zou het daar niet mee eens zijn geweest. Hij liet juist zien waarom de ene cultuur beter was dan de andere en hoe belangrijk het is de betere cultuur te bewaren. ,,Verdediging en vernieuwing der westerse beschaving, ziehier de taak die in de gang der geschiedenis thans aan de orde is', aldus De Kadt.

De dreiging van de totalitaire regimes van Hitler en Stalin was de actualiteit waar De Kadt mee te maken had. Maar het hoofdthema van zijn werk, was een thema dat in de 21ste eeuw in Nederland ook door Pim Fortuyn aan de orde is gesteld: de rol van de elite in de verzorgingsstaat. Hij had het een en ander te zeggen over wat Wouter Bos anno 2004 als zijn belangrijkste missie beschouwt: de PvdA afhelpen van haar imago van regenteske bestuurderspartij. De Kadt vond dat verstandige mensen het voortouw moesten nemen bij de verdediging van de westerse normen en waarden.

Voor De Kadt was het conflict tussen democratie en dictatuur belangrijker dan de tegenstelling tussen socialisme en kapitalisme. Hij was een socialist die vond dat het volk zich moest verheffen. Hij predikte niet de afgunst ten opzichte van beter bedeelden. Hij vond het economische minder belangrijk dan het culturele. ,,Het scheppen van welvaart was een opdracht die bij De Kadt niet voortvloeide uit ethische verontwaardiging, maar uit het besef dat zonder materiële zekerheid de massa zich niet zou kunnen optrekken aan de bekwaamsten', aldus Ronald Havenaar.

Wouter Bos schrijft in het nieuwe concept-programma van de Partij van de Arbeid, dat iedereen recht heeft op een fatsoenlijk bestaan. De Kadt keek veel verder. Hij beschreef al een halve eeuw vóór het eerste paarse kabinet wat het grootste gevaar is als de sociaal-democratie de macht in handen krijgt: ,,Dan krijgen we een wereld met slechts één ideaal: het geluk, dat wil zeggen het comfort, het rustige, tamme leven der overgrote massa, de heerschappij der middelmatigheid; een wereld die zou zijn als één grote plas, vuil gebruikt water.' Ook daarin kreeg hij weer gelijk. Jos de Beus schreef op 20 september 2003 in de Volkskrant: ,,Links is leeg geworden. Er is géén groot project meer dat een achterban van achtergestelden en gevestigden verenigd in edelmoedigheid, opofferingsgezindheid en duurzaamheid.' In Hans Wansinks reactie op 22 mei van dit jaar, weerklonk een echo van De Kadt toen hij stelde dat links door rechts wordt verbannen naar 'het kamp van de indolentie en de stagnatie'.

De Kadt had hogere idealen dan ieder een fatsoenlijk bestaan te bieden. Zijn uitgangspunt was: 'Het bestaan zin te geven is het doel van het socialisme.' Hij voerde onder die vlag al wat nu in Nederland de discussie over normen en waarden is gaan heten; een discussie die voor velen zo moeilijk is omdat die uitstijgt boven de economische verschillen tussen liberalisme en socialisme. Ook daarmee liep De Kadt vooruit op latere denkers. Zo schreef in 1996 de Israëlische filosoof Avishai Margalit in zijn De fatsoenlijke samenleving: ,,Ik heb geprobeerd de fatsoenlijke samenleving niet onder te brengen bij de bekende 'ismen' zoals liberalisme of socialisme. Als etiketten onvermijdelijk zijn dan past de betiteling 'socialistisch volgens Orwell' nog het best bij mijn idee van een fatsoenlijke samenleving. Dat moet overigens niet worden verward met 'Orwelliaans socialisme', dat een boerderij van gelijke en meer gelijke dieren is, en niet een op gelijkwaardigheid gebaseerde, menselijke samenleving. Orwell was zonder meer een grote inspiratiebron voor het idee van de fatsoenlijke samenleving, en het soort socialisme dat door hem werd verdedigd wordt belichaamd in de notitie van de fatsoenlijke samenleving.' Had Margalit De Kadt gelezen, dan zou die hem minstens zo geïnspireerd hebben als Orwell, vermoed ik. En De Kadt zou ook de denkers in de huidige PvdA kunnen inspireren, die verzuchten dat links behoefte heeft aan een nieuw 'beschavingsideaal', maar niet verder komen dan een vage zoektocht naar nieuwe cliënten, met hun oproep dat links iets moet bedenken dat de tweede en volgende generaties migranten aanspreekt.

De Kadt heeft veel geschreven: 20 boeken en zeker 1500 artikelen, waaronder veel boekrecensies. ,,Veel daarvan blijft niet alleen politiek en historisch van waarde, maar blijft door de gedreven stijl, de vaak superieure vondsten en briljante zinswendingen ook literatuur van formaat', schrijft Bart Tromp in 1991.

In dat jaar leken totalitaire dreigingen niet meer te bestaan na de val van de muur en de bevrijding van Koeweit. Maar nu zien we de dreigingen, die De Kadt zo goed analyseerde, weer opdoemen. De Kadt riep de elite van de maatschappij op zich in te zetten om het kwaad een halt toe te roepen. Die roep wordt nu node gemist. Frits Bolkestein zegt een boek te willen schrijven over de rol van intellectuelen in de politiek. Maar de intellectuelen die het werk van De Kadt kennen, zoals Bart Tromp en Henk Hofland, geven zijn ideeën niet door aan de volgende generatie. Integendeel, zij nemen ten aanzien van de huidige problematiek rond de islam standpunten in die De Kadt zonder moeite ontzenuwd zou hebben. Ian Buruma gaf daar een verklaring voor. Hij schreef op 20 september 2003 in NRC Handelsblad, dat in de nasleep van 1989 de beloften van het socialisme begonen te verbleken. 'Maar één ding bleef: het anti-Amerikanisme.' Buruma meent dat 'een virulente vorm van anti-Amerikanisme bij sommigen alles overheerst en daarom kan leiden tot een soort morele verlamming als het aankomt op moorddadige regimes buiten het Westen'. Hij stelt dat de moderne anti-Amerikanisten zichzelf gewoon conservatief moeten noemen, want dat is wat ze zijn.

De Kadt was dat niet. Hij was een verlichte denker, die geloofde in vooruitgang. Daarom zou volgens mij het publieke debat in Nederland aan niveau winnen, als de geschriften van Jacques de Kadt weer een levend onderdeel van ons collectieve geheugen uit zouden maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden