Naschrift

Jacobus Toet (1938-2017) leerde ons kaviaar eten

Beeld x

Hij bracht de kaviaar naar Nederland. Visserszoon Koos Toet vertoefde veel tussen de high and mighty, maar was het liefst in zijn Scheveningen.

Koos Toet werd beroemd als Jacobus Toet, dat was zijn merknaam. Wijnkenner en gastronoom Pieter Taselaar gaf hem die naam toen hij in de jaren tachtig voor het eerst op tv iets zou vertellen over kaviaar, in een programma van Willibrord Frequin. Tijdens de voorbereiding vroeg Taselaar: Hoe heet je nou eigenlijk?" "Koos", zei Koos. "Maar wat staat er op je paspoort?" "Daar staat Jacobus." Vanaf dat moment was het geregeld. Visverkoper Koos werd Jacobus Toet, van beroep: kaviarist.

Jacobus Toet werd geboren op 19 mei 1938. Zijn familie en voorouders zaten in de vis. In het Schevenings museum hangen nog foto's van deze bekende Scheveningse familie. Vader Jacobus Toet was standwerker makreel en paling op de markt en moeder Joukje Hille hielp op de kraam en deed het huishouden. Zij was van origine een Amsterdamse en nam Koos geregeld mee naar klassieke concerten, dat vond zij belangrijk voor zijn ontwikkeling. Koos had een broer en twee zusjes.

Tekst loopt verder onder de foto

Beeld x

Op zijn zestiende stopte hij met de mulo en ging noodgedwongen werken voor zijn vader. In zijn korte broek stond hij achter de marktkraam. Zijn vader kon boeiend vertellen over politiek en amuseerde zo het koopgrage publiek. Op een dag liet hij het plots over aan Koos, maar die stond maar wat te stotteren: "Uh, dames en heren, uh... mooie vis te koop." De klanten dropen af en hij kreeg van zijn vader een flinke schop onder zijn kont. Koos zou nooit meer 'uh' zeggen. En zocht snel naar eigen handel.

Niet veel later verkocht hij in een witte doktersjas dr. Ossengalzeep en liet via een truc met inkt (en een bak vol bleek) aan klanten zien hoe goed zijn zeep toch wel werkte. Daarna knutselde hij een geldmachine in elkaar waarmee mensen geld of tramkaartjes konden namaken. Twee jaar duurde dat handeltje, toen werd hij door de politie opgepakt voor valsemunterij. 's Middags stond hij alweer buiten, want hij verkocht toch alleen maar een goochelmachine? Ach, hij had er ook genoeg van om mensen te foppen, en ging in militaire dienst.

Tekst loopt verder onder de foto

Beeld x

Ook daar regelde hij een handeltje. Hij kocht een partij Engelse condooms op en verkocht die aan soldaten − met flinke winst. Omdat de handel uitkwam, moest Koos voor de krijgsraad verschijnen. Hij kreeg twee maanden verzwaard arrest en werd overgeplaatst naar een andere kazerne. Daar werd hij niet warm of koud van; hij had intussen zoveel geld verdiend dat hij na diensttijd een mooi maatkostuum liet maken bij de Haagse kleermaker Stahlecker. Die gewoonte hield hij zijn leven lang.

De handelaar pur sang wist dat hij alleen succes zou hebben als hij ergens verstand van had. En dat was van vis. Hij hoorde dat daar in Duitsland veel geld mee te verdienen viel en begon in 1959 een viskraam in het chique warenhuis Kaufhof. In Volendams kostuum vertelde hij dat zijn vader de vis nog had gevangen en zijn moeder die had gerookt. Klanten smulden van zijn verhalen.

Rug recht en doorgaan

Gouden tijden volgden. Niet alleen zakelijk, want hij ontmoette de Keulse schoonheidsspecialiste Dorothée Hänsch. Het stel trouwde en kreeg twee dochters: Vanessa en Miriam. Als zijn dochters weleens nageroepen werden vanwege hun Duitse moeder, zei Koos tegen hen: "Kijk eens in de spiegel. Dan zie je een Toet en die houdt altijd de rug recht en gaat door!"

Behalve diverse Duitse viszaken opende hij in Scheveningen een haringkiosk, een patatzaak, een Bratwurst-stand, een kledingwinkel, een suikerspinnenkraam en een broodjeszaak. In het verkoopspel was hij meesterlijk. Met zijn hoffelijke, vriendelijke houding trok hij snel de aandacht naar zich toe. En hij kon snoeihard onderhandelen.

Garnalen uit Chili, witvis uit Argentinië

Wanneer iets tegenzat, keek hij meteen naar nieuwe mogelijkheden. Toen op een dag in het nieuws kwam dat in de Hollandse haring wormen zaten, droogde binnen een week zijn handel op en moest hij dertig mensen ontslaan. Hij startte vlot erna met de import van garnalen uit Chili en toen die handel inzakte, stapte hij net zo makkelijk over op witvis uit Argentinië. Hij reisde altijd zelf naar die landen, zag er piekfijn uit, boekte het duurste hotel en maakte zo contact met rijke zakenmensen. Een tip van zijn vader die goed uitpakte.

Tekst loopt verder onder de foto

Beeld x

Als je aan hem vroeg hoe het ging, zei hij altijd: "Met Toet gaat het goed, nee, met Toet gaat het heel goed." Zijn ego was groot, maar zijn vrouw hield hem nuchter. Zij was de stabiele realist en dat tegenwicht had hij ook nodig. Ze leefden gewoontjes. Als ze uit eten gingen, werd het vaak Hollandse pot. En met kerst at hij graag een toastje met paling en dronk een goed glas wijn. Hij betrok wel zijn gezin bij de successen; zijn vrouw en kinderen gingen vaak mee naar zakendiners en op buitenlandse reizen. Ze werkten later allemaal in het familiebedrijf.

Beluga

Kaviaar kwam in zijn leven toen hij via een bevriende KLM-stewardess hoorde dat overgebleven volle blikjes kaviaar uit de businessclass werden weggedaan, omdat ze buiten de koeling waren geweest. Dat vond hij zonde. Hij kocht de blikjes op en verkocht ze door aan Amsterdamse nachtclubs. Om meer over het zwarte goud te leren, ging hij stage lopen bij beroemde kaviaarimporteurs in Hamburg en Parijs. Om vervolgens zelf naar Iran te vliegen om de eerste Nederlandse kaviaarimporteur te worden. De Iraanse (Beluga)kaviaar vond hij de beste; Russische smokkelkaviaar kwam er bij hem niet in.

Theo Heuft van Yab Yum, later een goede vriend, was een van zijn grootste afnemers. Volgens hem was een mooie lepel kaviaar een orgasme op je tong. Honderden kilo's leverde de firma Toet, destijds voor vijfhonderd gulden per kilo. Koos opende een kaviaarwinkel in Scheveningen. Daar kwam de crème de la crème van de Nederlandse zakenwereld en ook genoeg 'stoute jongens', zoals hij ze noemde. Daarin maakte hij geen verschil: handel was handel. Mama Toet, zoals iedereen Dorothée noemde, serveerde de kaviaar.

'Fondation du caviar'

Jacobus was intussen zelf een beroemdheid geworden door zijn lezingen en proeverijen voor de zakenwereld en showbizz. Hij stond nogal eens in de societyrubriek van Stan Huygens in De Telegraaf. Zodra hij merkte dat iemand kaviaarliefhebber was, maakte hij daar handig gebruik van. Zo benaderde hij voormalig minister van buitenlandse zaken en kaviaarfan Joseph Luns en vroeg hem president te worden van zijn zelf opgerichte 'Fondation de la chaîne du caviar'. En hij hield eens een proeverij bij het koningshuis. Maar hij verzamelde net zo lief sigarenbandjes voor een buurtgenoot in een scootmobiel, zo was Koos ook.

Eind jaren negentig. De economie floreerde en voor de millenniumviering sloeg hij 4000 kilo Iraanse kaviaar in. Een ongeëvenaarde omzet volgde. In 2004 opende hij een chic filiaal in Amsterdam, maar de winkel bleef leeg en na twee jaar volgde het faillissement van de gehele firma Toet. Kort daarop overleed Dorothée aan een hersentumor: zijn leed was compleet. Hij kon maar niet verkroppen dat hij, die altijd overal een oplossing voor vond, niets voor haar kon doen.

In zijn boek 'Van marktkoopman tot kaviarist' schreef hij: 'Haar overlijden greep me zo aan dat ik het vanaf dat moment niet meer zag zitten. Ik was de weg kwijt en dat beïnvloedde mijn leven.' Koos kwam nooit meer echt in vorm, vertelt zijn familie. Wel kon hij nog genieten van zigeunermuziek, de kinderen en kleinkinderen en zijn handeltjes.

Spijt

In 2006 volgde een doorstart waarbij het bedrijf en zijn naam niet meer eigendom van Koos waren. Vooral van dat afstaan van zijn naam had hij spijt, maar het terugkopen mislukte en dat deed pijn. Hij verliet drie jaar later het bedrijf Jacobus Toet − dat nog altijd bestaat − en ging verder in Scheveningen als De Kaviarist. Zonder Dorothée was de magie weg, toch bleef hij nog jaren gepassioneerd over zalm en kaviaar vertellen. Begin 2017 kreeg hij last van een alvleesklierontsteking en lag weken in het ziekenhuis. Vorige maand lieten scans uitzaaiingen zien. Vlak voor zijn dood verkocht hij vanuit zijn ziekbed nog vijf kilo kaviaar aan een paar goede relaties.

Jacobus Toet werd geboren op 19 mei 1938 in Scheveningen en overleed op 25 december 2017 in Scheveningen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden