Jacobs, Pisuisse en Speenhoff zingen nu gerestaureerd

Het Theater Instituut Nederland schenkt ruim aandacht aan het feit dat het Nederlandse cabaret dit jaar honderd jaar oud is. Zo belegt het een symposium over 'het cabaretbedrijf', het organiseert 'theaterontmoetingen' met onder anderen Toon Hermans en Freek de Jonge en het heeft een expositie ingericht met foto's en documenten van onze drie cabaretpioniers: Eduard Jacobs, Jean-Louis Pisuisse en J.H. (Koos) Speenhoff.

FRANK VERHALLEN

Het meest bijzondere initiatief van het instituut sluit indirect bij deze tentoonstelling aan: de uitgave van drie afzonderlijke cd's met historische opnamen van Jacobs, Pisuisse en Speenhoff, zoals die tussen 1903 en 1933 op grammofoonplaten zijn verschenen. In het 'audiolaboratorium' van Harry Coster zijn die voortreffelijk 'gerestaureerd' tot soms redelijke, maar meestal opmerkelijk goede geluidskwaliteit. Daardoor vergt het beluisteren van deze opnamen amper extra inspanning.

Daarnaast zijn de cd's fraai vormgegeven en elk bevat een boekje met bronvermelding van alle opgenomen nummers, voorzien van boeiende biografische informatie over de hoofdpersoon. De enige omissie is het ontbreken van de teksten; bijvoeging daarvan had de uitgave nog meer cachet kunnen geven.

De cd met 22 liedjes van en door Eduard Jacobs (1868-1914) is het meest verrassend, omdat Jacobs' werk bij een groter publiek alleen via tekstuitgaven bekend was. Nu kunnen wij zijn stem erbij horen. In het werk van cabarethistorici als Wim Ibo en Alex de Haas konden we al lezen hoe het indertijd klonk: een wat benepen stemgeluid, veelal aangewend voor realistische liedjes, die hij zingzegt bij eigen, wat plompe pianobegeleiding.

Van Jacobs zijn in totaal 67 plaatopnamen bewaard gebleven, meldt Henk van Gelder in het cd-boekje. Dat zijn met name de liedjes van ná 1907, toen Jacobs niet alleen meer zijn felgetuigende nummers zong over en voor de hoeren en hun klanten in de Amsterdamse wijk De Pijp, maar inmiddels noodgedwongen voor een groter publiek en dus een breder repertoire had gekozen. Toch bevat de cd tal van opnamen die, amusant, pikant en geëngageerd als zij zijn, een goed beeld schetsen van de eerste decennia van deze eeuw. Vooral wat betreft de tegenstelling tussen arm en rijk.

Twee van Jacobs' meest karakteristieke liedjes hierover, de klassiekers ' 't Aristocraatje' en 'Op de Ruysdaelkade', moeten we helaas missen op deze cd. De oorspronkelijke opnamen zijn te slecht of verloren gegaan. Maar het eveneens 'gecoverde' 'Brief van een dienstmeisje aan haar moeder' kunnen we wèl horen in een opname van Jacobs uit 1907.

Met de stem van de veelzijdiger Jean-Louis Pisuisse (1880-1927) waren we evenmin goed vertrouwd. Wel met zijn leven, of beter zijn tragische einde. Pisuisse en zijn echtgenote werden op het Rembrandtplein doodgeschoten door haar afgewezen minnaar, een voormalig lid van het ensemble van Pisuisse.

Ook het repertoire van Pisuisse kennen we beter dan dat van Jacobs, aangezien het in latere jaren door zeer velen is vertolkt. Bijvoorbeeld: 'M'n eerste', 'De peren', 'Het wijnglas' en 'De Franse gouvernante'. We vinden die liedjes terug tussen de 19 opnamen van deze cd. Dat is meer dan de helft van de liedjes die hij in totaal heeft opgenomen. Hij liet slechts drie keer, tussen 1913 en 1919, liedjes opnemen, met pianobegeleiding van onder anderen Max Blokzijl.

Anke Hamel schrijft in het cd-boekje dan ook, dat Pisuisse vooral een uitvoerend artiest was en geen plaatartiest, zoals Jacobs en Speenhoff dat wel waren. Het lijflied van Pisuisse en van het Nederlandse cabaret, 'Mens durf te leven', had ik ook graag op de cd terugbeluisterd. Maar helaas is dat òf nooit opgenomen òf, en dat is waarschijnlijker, verloren gegaan.

Tot slot J.H. Speenhoff (1969-1945). Zijn stem kenden we al beter, evenals zijn valse gitaarspel. Met die kritiek was hij vertrouwd. In een van deze liedjes zingt men hem aan de hemelpoort dan ook toe: 'Stem je gitaar, want dat heb je nooit gedaan.'

Van Speenhoff verschenen wel al eerder grammofoonplaten. Deze cd bestaat uit 25 liedjes, die in omgekeerde chronologie zijn gezet. Het eerste dateert van 1933; het laatste van 1903. Jacques Klöters meldt tal van wetenswaardigheden in het uitvoerigste boekje van de drie. Zo schrijft hij onder meer dat Speenhoff in totaal meer dan 450 liedjes heeft opgenomen.

Net zoals de beide andere, herbergt ook deze cd overbekend repertoire, zoals 'Twee aardige mensen' en 'Jantjes broekie', maar vooral veel onbekend werk. Ook in dit geval is het geluidsmateriaal voornamelijk betrokken uit de particuliere geluidsarchieven van verzamelaars, onder wie Klöters zelf en Paul Smits.

Laatstgenoemde geeft ook zelf cd's uit met historische geluidsopnamen uit het begin van deze eeuw. Zo verscheen vorig jaar, onder de titel 'Casino Variété', een cd met opnamen van 'Rotterdamse artiesten', onder wie dezelfde J.H. Speenhoff, maar ook Louis Davids en Nap de la Mar. De geluidskwaliteit van deze cd is stukken minder dan die van de andere cd's. Je zou wensen dat restaurateur Harry Coster ook bij dit project was ingeschakeld. Toch maakt het de cd als geluidsdocument natuurlijk niet minder bijzonder.

De besproken uitgaven zijn niet algemeen verkrijgbaar, maar dienen besteld/afgehaald te worden. CABARETKLASSIEKEN, Drie cd's Eduard Jacobs, Jean-Louis Pisuisse en J.H. Speenhoff, bij Theater Instituut Nederland, Herengracht 168 te Amsterdam. Prijs: ¿ 30,- per stuk. Als 'set' ¿ 75,-; CASINO VARIETE, bij de Archiefwinkel, Coolsingel 91 te Rotterdam en bij de Centrale Discotheek Rotterdam, Mauritsweg 4 prijs f30,-

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden