Jacob van Lennep, de parlementarier

Officieel orgaan van het Nederlands Genootschap ter bevordering en verbreiding van nutteloze kennis. Opgericht 14 juli 1989 te Amsterdam. Voorzitter: Jan Kuijk, secretaris/penningmeester: Ruud Verdonck, lid: Rob Schouten. 3e Jaargang nummer 23

Vorige week woensdag ontvouwde deze op de Podium-pagina in ons zusterorgaan Trouw, mede aan de hand van een geestig geformuleerd argument van Van Lennep, zijn bezwaren tegen de gokpraktijk en de gevolgen daarvan. Jammer dat Schutte in dit op zichzelf voortreffelijke betoog een steek liet vallen door Van Lennep het verkeerde politieke geloof toe te dichten. Van Lennep was, anders dan Schutte meent, geen liberaal, maar een conservatief Kamerlid.

Hij was in 1853, toen het kabinetThorbecke als gevolg van de Aprilbeweging was gevallen en nieuwe verkiezingen noodzakelijk bleken, voor het district Steenwijk in de Kamer gekozen als opvolger van een liberale zoutzieder.

Van Lenneps lidmaatschap van de Kamer was geen onverdeeld succes, althans niet in de ogen van de tijdgenoten. Dat hij gedurende zijn drie jaar durend lidmaatschap meer dan zeventig keer het woord heeft gevoerd en dat hij o. a. rapporteur was bij de wet op het binnenlands gedistilleerd, deed er niet zoveel toe. Want hij mocht dan wel conservatief zijn en de telg uit een deftig Amsterdams regentengeslacht - hij bediende zich allerminst van de deftigheid ('de bastaard van de ernst', zoals Van Lenneps tijdgenoot De Genestet definieerde) die toen van een Kamerlid verwacht werd.

Rood

Zo hield hij zich tijdens de zittingen onledig met het schrijven van satirische en commentarierende gedichten. Een voorbeeld. Toen Groen van Prinsterer op een bepaald ogenblik met de liberalen had meegestemd, dichtte Van Lennep:

“Kunt gy, Mijnheer, het raadsel my verklaren,

Dat Groen zijn steun den liberalen bood? ''

“Zie in den tuin, Mevrouw! By 't vallen van de blaren,

Wordt wat tot dusver groen was, rood.''

Van Lennep zorgde er wel voor dat tijdens de zitting zijn gedichtjes in de hand van een medelid kwam, die op zijn beurt het vers verder liet circuleren. De geschiedschrijvers weten zelfs dat zo'n gedicht ooit op de ministerstafel belandde waar het een debat ontregelde.

Dat hoort natuurlijk niet. Zelfs het als satirisch bedoelde weekblad Asmodee noemde Van Lennep “Ko Cassandra van Lennep, den politieken Paljas” toen hij in 1859 nog eens een poging waagde een Kamerzetel te bemachtigen, nu voor het district Amsterdam - zijn thuisbasis dus.

Ook Van Lenneps vrienden waren allerminst gelukkig met de politieke ambities van de gevierde schrijver. Zijn Rotterdamse vriend Aart Veder schreef hem in 1853, bij Van Lenneps eerste kandidaatstelling:

“Maar wat gaat gij nu beginnen, naar ik hoor? Wilt ge nu geheel een politieke persoon gaan worden? Het is te veel van u gewaagd, die zooveel reputatie als dichter, letterkundige en historieschrijver te verliezen hebt, om u nu in zulk een strijdperk te gaan begeven, van waar zoo weinigen, wat talent en karakter betreft, heelhuids terug keeren. Enfin, gij moet het weten.”

Blunder

De grootste blunder als Kamerlid maakte Van Lennep in de ogen van zijn tijdgenoten echter toen hij in 1854 een vrolijke, berijmde en met tekeningen van zijn vriend jhr. P. van Loon uit Utrecht geillustreerde vaderlandse geschiedenis liet verschijnen onder de titel: Tafereelen uit de Geschiedenis des Vaderlands, tot nut van groot en klein; vermakelijk voorgesteld door Mr. J. van Lennep en Compagnie. Aanvangende met de komst der Batavieren en eindigende als het uit is.''

Kritiek en hoon waren Van Lenneps deel en weer was het zijn vriend Aart Veder, die van uit Rotterdam hem probeerde af te houden van zijn plan:

“Men vertelt ons van allerhande snakerijen, door welke gij in uw wetgevend beroep het aangename met het nuttige tracht te vereenigen en onder meer leugens verhaalt men mij dat gij een kluchtige vaderlandsche geschiedenis op rijm wilt uitgeven. Ik ken u daar veel te verstandig toe en niemand weet beter dan gij dat onze Natie, niet ten onregte, ongaarne den roem van twintig eeuwen in een bespottelijk daglicht zou gesteld zien (. . .) De Nederlandsche leeuw laat zich niet straffeloos bespotten.”

Modern

Ondanks alle waarschuwingen is Van Lennep toch doorgegaan, want (en daar toonde de conservatief zich opeens opmerkelijk modern) hij was er van overtuigd dat kinderen en ook mensen - let op het onderscheid dat Van Lennep zelf maakt - iets beter onthouden als zij het gezien hebben, “al was het maar op een prentje”. In zekere zin kan Van Lennep dus ook nog gezien worden als vader van de oorspronkelijke Nederlandse strip. Het werkje bleek niet te zijn wat men van een conservatief kamerlid verwachtte. Maar hem op grond van zo'n opgewekte kijk op het leven als liberaal verslijten, zoals Gert Schutte vorige week deed - nee, dat is falikant verkeerd en een mistekening van de politieke werkelijkheid. Dat vraagt om een krachtige tegenspraak, die hiermee is beproefd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden