Jack Kooistra

interview | Waar de politie het er soms bij liet zitten, bleef Jack Kooistra op nazi's jagen. Bijna 70 jaar na het einde van de oorlog wordt de 85-jarige Fries nog steeds benaderd door nabestaanden die willen weten wat er met hun opa is gebeurd.

Jack Kooistra is Indië- en Nieuw Guineaveteraan, voormalig rechtbankverslaggever, maatschappelijk werker en scheidsrechter. Maar de Leeuwarder verwierf bekendheid als wandelend oorlogsarchief en als de man die een belangrijke rol speelde bij het opsporen van menig oorlogsmisdadiger. Zoals in 1992 de schrik van Roden, Jacob Luitjens, die hij in Canada vond samen met het KRO-programma 'Reporter'. Elf jaar later volgde Herbertus Bikker, alias de Beul van Ommen, die hij in zijn huis in Duitsland overviel met een tv-ploeg. Zijn missie leverde hem de bijnaam Friesenthal op: de Friese Wiesenthal. Onlangs werd hij 85, maar zijn levenswerk is nog lang niet voltooid.

Het begon met de visboer. Geert Venema heette hij, hij kwam uit Ryptsjerk en reed met zijn bus rond door de omliggende dorpen. "Die komt nooit meer terug", mompelde moeder Kooistra. Het was mei 1940, de oorlog was net begonnen, Venema's naam stond in de krant, samen met die van andere gesneuvelden. Jack was tien en knipte het stukje uit de Telegraaf van zijn oma. Dit kon weleens heel belangrijk worden, dacht hij. En hij vroeg zich af: waarom doen de Duitsers dit? Inmiddels telt Kooistra's archief zo'n 160.000 namen van slachtoffers, daders en andere betrokkenen en werkt hij hard aan het digitaliseren ervan. Achthonderd staan er al online.

Al minstens tien jaar is hij afscheid aan het nemen. Zeker vijf keer schreef hij zijn laatste boek. Drieëneenhalf jaar na zijn afscheid als rechtbankverslaggever bij het Friesch Dagblad - hij was toen 81 - loopt hij nog elke dag op de redactie rond. Om aan boeken te werken, of, zoals nu, aan de website die zijn enorme archief digitaal moet ontsluiten. "Ik moet er niet aan denken om elke dag met de benen omhoog te zitten. Of kwijlend achter zo'n stoepferrari", voegt hij toe, terwijl hij een rollator uitbeeldt.

Maandag nog. Om negen uur ging de telefoon. Hij herkende meteen de stem van de man die hem wel vaker belt. En aan wie hij dan altijd vraagt: "Heb je mama weer gehoord?"

De beller zat in de jaren vijftig in een boot bij Makassar, toen zijn maat vlak naast hem in de lies werd geschoten. "Mama, mama", gilde die terwijl hij stierf. De man hoort zijn gesneuvelde makker nog steeds in zijn dromen. Alleen gilt hij dan: "Mama, mama, die kogel was voor hém bedoeld", doelend op de inmiddels 89-jarige veteraan.

Kooistra heeft het verhaal al honderd keer aangehoord. "Joh, zeg ik steeds weer tegen hem, leer er nou mee omgaan, kom eroverheen. Maar dat lukt hem niet, zegt hij. Vannacht had hij wéér slecht geslapen. Kennelijk heeft hij het gevoel dat hij verder bij niemand terechtkan."

Het werd Kooistra's missie: oorlogsnabestaanden een luisterend oor bieden. En duidelijkheid. Wat is er gebeurd met onze vader, met onze broer? Dikke kans dat hij het weet. Honderden mensen had hij aan de lijn die al jaren op zoek waren naar de waarheid en in tranen ophingen, dankbaar voor de bevestiging, hoe hard die ook was, dankbaar dat ze nu eindelijk konden beginnen met rouwen. Vaak hadden ze dan al bot gevangen bij de officiële instanties en autoriteiten, die vastzitten aan regeltjes en privacyoverwegingen waar Kooistra als particulier weinig mee te maken heeft.

De zoektocht van nabestaanden is nog altijd niet gestopt. Sterker: de derde generatie belt Kooistra nu, benieuwd naar wat er precies met opa is gebeurd.

undefined

Dreigtelefoontjes

Door zijn onorthodoxheid weten niet alleen zoekenden hem te vinden. Tot een jaar of twintig geleden - de generatie sterft uit - wisten ook mensen hem te vinden die informatie over de schutting wilden kieperen. Veel gegevens dankt Kooistra aan rechercheurs en andere ambtenaren die gefrustreerd raakten omdat hun werkgevers niets met de informatie deden. Omdat oorlogsmisdadigers zo de dans ontsprongen. Het maakt hem razend: koningin Wilhelmina had beloofd dat de verantwoordelijken hun straf niet zouden ontlopen, maar ondertussen bouwde de ene na de andere een decadent bestaan op in Canada of Zuid-Amerika. Kooistra werd eens getipt over een oorlogsmisdadiger die op een zeker moment op een zekere plek de grens zou passeren. Hij meldde het bij de politie, die de man liet lopen. Woest was hij.

Kooistra werkte undercover voor zijn eigen onderzoek, maar had ook opdrachtgevers die hem inschakelden, allemaal naast zijn gewone werk. Zijn missie bracht hem in penibele situaties. Zijn vrouw werd van de weg gereden, hij kreeg brandende kranten door de bus, anonieme telefoontjes: mooie jurk heeft ze aan vandaag. Altijd had hij een verhaal klaar, een valse naam voor als iemand vragen zou stellen, was continu alert op auto's die hem volgden. Nog altijd geeft hij niemand zijn adres of telefoonnummer, en checkt hij onder de auto op explosieven - je weet maar nooit welke neonazi wraak wil nemen. De namen van zijn opdrachtgevers gaan mee het graf in. "Ik ben altijd op mijn hoede."

Eén keer was hij heel bang. Het was ergens begin jaren tachtig, hij had tegen zijn vrouw gezegd dat hij voor de krant ergens naartoe moest, maar in werkelijkheid zat hij in het Duitse Uelzen bij een bijeenkomst van Alte Kameraden, waarover hij had gelezen in het SS-blaadje Der Freiwillige. Toen er Duitsers aan zijn tafeltje aanschoven, vertelde hij wat hij altijd zei, dat hij bij de Hitlerjugend was geweest. "Wijlen mijn vader stond waarschijnlijk op uit zijn graf, maar ik moest wel, en die mannen vonden het natuurlijk prachtig."

De schrik was enorm toen hij even later op het podium werd geroepen: 'Und hier ist ein Holländer!'. "In die tijd was ik net veel op televisie als nazi-jager. Ik was doodsbang dat iemand uit de zaal me zou herkennen. Geen idee wat er dan was gebeurd, maar het was vast niet bepaald zachtaardig geweest."

Hij vertelt het op de redactie van het Friesch Dagblad, waar hij tot november 2011 dagelijks zijn rechtbankverslagen tikte. Zijn afscheid werd gevierd met een speciale rechtszaak waar driehonderd man op afkwamen. Kooistra werd veroordeeld tot een vaste column in gedetineerdenblad Bonjo.

undefined

Bittere koffie

Het mooiste verhaal is toch wel die afspraak met de weduwe Rost van Tonningen, het moet 1990 zijn geweest. Kooistra had haar gebeld en gezegd dat hij historisch gezien in haar verhaal geïnteresseerd was - de waarheid, feitelijk, hij wilde weten wat haar drijfveren waren. Hij nam een assistent mee: een Joodse man, een derde stond op de uitkijk.

"We hadden gezegd dat de Jood Sepp heette, katholiek was en de zoon was van SS-Obersturmfuhrer Stritzki. De weduwe kirde dat ze die nog had gekend, dat het zo'n aardige man was. Maar wat denk je? Die hele Stritzki bestond helemaal niet!"

Ze deed open, vertelt Kooistra: een statige, erudiete dame met een stok. "De pilaar voor de woning was geschilderd in NSB-kleuren. Ze liet hen het huis zien: overal portretten van Hitler en van haar overleden man. In de vergaderkamer stond een typemachine met een velletje papier erin en een indruk van Hitler. Had ze van hem gekregen bij haar huwelijk."

De mannen kregen koffie en 'geweldig lekkere cake'. Na het tweede kopje verdween 'Sepp Stritzki' naar het toilet, en toen het derde kopje werd aangeboden schopte hij Kooistra tegen de schenen: afslaan, je hoeft niet meer! 'Goh, wat smaakt-ie bitter', zei de weduwe, die zelf wél een derde kopje nam.

Later biechtte de man op dat hij stiekem in de koffiepot had geplast. "Als wraak omdat driekwart van mijn familie is omgekomen in Auschwitz en Sobibor."

Och, de verhalen, hij kan er nog wel dertig boeken over voltikken. Maar de tijd hè, de tijd. "Ik zou wel drie levens kunnen hebben om alles te doen wat ik wil. Magere Hein is mijn grootste vijand. Die sluipt elke dag door mijn woonkamer." Kooistra doet zijn uiterste best om de man met de zeis op afstand te houden. Elke ochtend nog loopt hij hard. Om zes uur gaat de wekker, een kwartier later loopt hij. "En altijd in korte broek hè. Deze winter heb ik maar één keer een lange broek aan gehad."

Financieel gaat het niet goed, hij komt amper rond, zegt hij. Soms ligt hij er wakker van, voelt hij zich schuldig dat hij zijn vrouw niet méér kan bieden. De politiek is hij helemaal zat, Rutte noemt hij 'de vleesgeworden misselijkheid', Samsom 'een verrekkeling'. "Wat heeft die nou gedaan voor de armen?"

De man van 'mama, mama' is een Indië-veteraan van 89, vertelt hij, van wie nu de huishoudelijke hulp die hij zeven jaar had, is wegbezuinigd. Een nieuwe moet hij zelf betalen. Schandalig, zegt hij, hoe Nederland met zijn veteranen omgaat. Zelf diende hij in Indië en Nieuw-Guinea. Het Veteraneninstituut gaf hem een eenmalige uitkering van tweehonderd euro. "Ik heb me nog nooit zo vernederd gevoeld."

Het is heel paradoxaal, zegt hij, want hij vocht juist tegen nazisme en neonazisme. "Maar ik moet toegeven dat ik NSB'ers heb meegemaakt die de buren dekens gingen brengen. Die onderduikers hadden. Een NSB-boer die aardappelen bracht naar mensen die geen eten hadden. Heel wat anders dan dit politieke gespuis."

Goed, fout, zo zwart-wit is het allemaal niet, verre van. "Eigenlijk is de echte vijand het fundamentalisme - van welke ideologie dan ook, of het nou de islam is of de zwartekousenkerk."

undefined

Wie is Jack Kooistra?

Jack Kooistra wordt op 24 maart 1930 geboren in het Friese Zwaagwesteinde. Als hij tien is breekt de Tweede Wereldoorlog uit en daarmee een levenslange fascinatie. Kooistra begint met verzamelen, naast zijn reguliere bezigheden. Op zijn zestiende wordt hij scheidsrechter en zal dit blijven tot zijn 51ste, van 1950 tot en met 1953 dient hij in Indië en Nieuw-Guinea. Eind jaren vijftig gaat hij werken als maatschappelijk werker en in die tijd start ook zijn loopbaan in de journalistiek. Hij begint als freelancer bij de Volkskrant en stapt later over naar De Telegraaf. In 1968 gaat hij bij het Friesch Dagblad werken, waar hij zal blijven tot 2011, laatstelijk als rechtbankverslaggever. Kooistra heeft tientallen boeken op zijn naam staan en kreeg verschillende onderscheidingen voor zijn werk, waaronder een ridderorde.

undefined

Friese Wiesenthal weet nog altijd niet van ophouden

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden