Jack Kemp: sportief, belezen eigenzinnig èn presidentieel

SAN DIEGO - “Soms vraag ik me af waar ik binnen de Republikeinse partij pas”, peinsde vorig jaar een prominent partijlid. Sinds zaterdagavond is het duidelijk: als zijn partij komend najaar zou winnen dan is hij niet alleen de tweede man, hij dan is ook een hartslag af van het presidentschap van de Verenigde Staten.

Met zijn keuze voor Jack Kemp heeft de Republikeinse presidentskandidaat Bob Dole eens te meer bewezen zijn eigen gang te gaan. Hij koos niet voor de gouverneur uit het Midden-Westen, die hem een kleine honderd stemmen in het kiescollege kon aanleveren, hij koos evenmin voor een 'maatje' die door dik en dun zijn opvattingen steunt. Met Kemp heeft Dole gekozen voor een 'running mate' die in velerlei opzicht zijn spiegelbeeld is. Daarmee heeft Dole het zichzelf en zijn partij niet gemakkelijk gemaakt. Het duo Dole-Kemp kan een succes worden, het heeft evenzeer de mogelijkheden in zich van een verkiezingsramp.

Het meest onwaarschijnlijke koppel sinds het duo John Kennedy/Lyndon Johnson in 1960, is de afgelopen dagen al vastgesteld. In Republikeinse kring wordt dat wat gebagatelliseerd, maar er zit meer dan een kern van waarheid in. Zoals Kennedy en Johnson elkaars tegenvoeters waren en elkaar tot de bodem van hun hart verfoeiden, zo zijn tot het afgelopen weekeinde Bob Dole en Jack Kemp elkaars spiegelbeeld geweest. Wat politieke ideeën aangaat èn in hun optreden verschillen ze als dag en nacht.

Bob Dole is zakelijk en als het hem tegen zit wordt hij vals. Als hij al zijn gevoelens uit, past het zo slecht bij zijn imago dat menigeen er zich ongemakkelijk bij gaat voelen. Zoals bij de begrafenis van Richard Nixon, toen hij ineens in tranen was. Kemp is daarentegen een en al persoonlijke aanpak. Hij is de grote voorvechter van de belastingverlaging, maar houdt tegelijkertijd vast aan de sociale voorzieningen. Zaterdag tijdens zijn introductie als 'running mate' citeerde hij binnen een kwartier Martin Luther King, zonder dat het een goedkoop succesje leek.

Intrigerend

Jack Kemp is een van de meest intrigerende politici die de Republikeinse partij op dit ogenblik kan inbrengen. Sinds het begin van de jaren tachtig geldt hij als 'presidentieel', maar hij is telkens te eigenzinnig geweest om de steun te krijgen van alle geledingen van de partij. In 1988 deed hij een poging de kandidatuur te krijgen, naast zwaargewichten als de toenmalige vice-president George Bush en de toenmalige leider van de Republikeinen in de Senaat Bob Dole. Na de voorverkiezingen in de staat South Carolina wierp Kemp de handdoek in de ring. Hij achtte zich kansloos en zijn geld was op.

Tijdens de voorverkiezingen van 1988 vlogen de huidige 'bondgenoten' elkaar regelmatig en soms venijnig in de haren. Kemp geloofde heilig in belastingverlaging, ervan overtuigd dat het zou leiden tot economische groei; Dole moest er niets van hebben. Het zou uiteindelijk alleen maar resulteren in een nog grotere staatsschuld, omdat Washington niet bereid zou zijn de overheidsuitgaven terug te dringen.

Uit die campagne stamt een uitwisseling van schimpscheuten die kenmerkend was en misschien zelfs nog wel is voor de waardering voor elkaar. Dole sneerde dat het enige waar Kemp op uitwas belastingaftrek voor de aanschaf van hairspray was, een verwijzing naar het perfecte geföhnde blonde kapsel van zijn rivaal. Kemp, befaamd om zijn belezenheid, hakte terug met de mededeling dat bij een brand helaas de bibliotheek van Dole verloren was gegaan. “Allebei zijn boeken is ie kwijt. En hij had nog niet eens de gelegenheid gehad ze in te kleuren.”

Kemps achtergrond is ongewoon voor een politicus: vanaf 1957 tot 1970 was hij beroepsvoetballer, de Amerikaanse versie dan, met als positie quarterback, zeg maar centrale verdediger. Bij zijn afscheid aan het einde van de jaren zestig was hij een beroemde 'nummer 15' bij de Buffalo Bills. Buffalo, in de spat van de Niagara-watervallen in het noordwesten van de staat New York was in 1970 het district dat hij in het Huis van Afgevaardigden ging vertegenwoordigen. Dat deed hij tot 1989 toen de net gekozen president George Bush hem in zijn kabinet opnam als minister van volkshuisvesting en stadsontwikkeling. Voor hij de actieve politiek inging had Kemp tijdens zijn Californische football-periode al vrijwilligerswerk gedaan voor de toenmalige gouverneur van de staat, Ronald Reagan. Die heeft in 1980 ernstig overwogen Kemp, die enorm populair was bij de Republikeinse achterban, als kandidaat-vice-president te verkiezen boven Bush. Reagans adviseurs overtuigden hem ervan dat twee Californiërs op één ticket misschien iets te veel van het goede was.

Iemand die dat tot op de dag van vandaag betreurt is de Republikeinse mannetjesmaker Ed Rollins, die onder meer Kemps campagne in 1988 leidde. In zijn net verschenen memoires schrijft Rollins dat Kemp een perfecte vice-president zou zijn geweest en een idem dito president zou zijn geworden als Reagan hem had verkozen. Rollins: “Kemp zou de brug zijn geweest naar de volgende generatie conservatieven. Hij zou ook de belangrijkste architect zijn geworden voor een aansprekende nieuwe conservatieve agenda.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden