Jachtige Nederlander moet rustpunten inbouwen

Van een onzer verslaggeefsters UTRECHT - Auto, vaatwasser, magnetron, crèche, computer, hogesnelheidslijn: steeds meer gemak, maar we hebben steeds minder tijd, zelfs geen tijd meer om ingrijpende emoties te verwerken.

“Alles is erop gericht om tijd te sparen, maar uiteindelijk is alleen de omloopduur van banen en relaties verkort. Het paradijs op aarde is verder weg dan ooit. De schaarse vrije tijd moet het hoogste rendement opleveren, steeds vaker wordt het aangename met het nuttige verbonden. We verdrinken in de plannen, terwijl er onder Nederland een stuwmeer ligt van ongebruikte vrije dagen.”

De omgang met tijd wordt steeds paradoxaler, vindt prof. Theo Beckers. “We plaatsen het begrip 'tijd' buiten onszelf: het wordt een subject, terwijl 'tijd' niet meer is dan een sociale constructie, een hulpmiddel om ons maatschappelijk leven te synchroniseren.” Maar 'druk, druk, druk' werkt - meer dan geld - statusverhogend in de post-industriële 21ste eeuw. Hoe efficiënter alles lijkt geregeld, hoe meer er wordt gewerkt. De afgelopen vijf jaar zijn mensen dan ook meer uren gaan werken. Beckers: “In beroepen ontstaat steeds meer een taakoriëntatie: je hoort te werken totdat de taak af is. En de uren voor zorg en huishouden nemen toe, omdat de bestemmingen steeds meer uit elkaar liggen. Er zijn meer keuzes, claims en alternatieven, en het is steeds moeilijker alle claims op elkaar af te stemmen.”

Wat schaars is, is duur: richt daarom een 'tijdbank' op, oppert Beckers. “Geef burgers hun autonomie terug. Schaf de atv-dagen af en laat werknemers vrije dagen storten op de tijdbank. Die kun je dan opnemen, als je ze nodig hebt. En de overheid moet meer zorgen voor maatschappelijke rustpunten, de erosie van het collectieve leven tegengaan. ”

Beckers, hoogleraar vrijetijdswetenschappen aan de Katholieke Universiteit Brabant, sprak gisteren voor 800 bezoekers in Utrecht op het congres 'Alles behalve tijd - podium over de gehaaste samenleving'', dat georganiseerd was door de Nationale commissie voor duurzame ontwikkeling, de Stichting natuur en milieu en de Nederlandse vrouwenraad. Het publiek - vooral uit de milieu- en traditionele vrouwenbeweging en veel vutters - bleek opvallend eensgezind: nee, haast was zeker geen luxeprobleem van een klagerige elite, zoals de organisatoren provocerend hadden gesteld.

Daarom leek het congres een beetje op preken voor eigen parochie: nog voordat het debat begon, was de zaal het erover eens dat 'onthaasting' per definitie leidt tot meer duurzaamheid. En dat het tijd werd om te begrijpen dat de zonsondergang in Nederland veel mooier was dan die aan de Costa Brava.

Joep de Hart, onderzoeker van het Sociaal en cultureel planbureau, presenteerde cijfers die het opgejaagde levensgevoel van 'ik ren, dus ik ben' onderstreepten. Terwijl Nederlanders in 1995 ruim honderd uren per jaar méér zijn gaan besteden aan werk, huishouden en onderwijs dan in 1975, is de 'echt' vrije tijd (buiten de persoonlijke verzorging om) nog eens met 50 uur per jaar afgenomen. Bovendien is het aantal verplaatsingen in de vrije tijd hard gestegen. De Hart: “Mensen doen steeds meer verschillende dingen en leggen dus meer afstanden af in minder vrije tijd.” De versnippering leidt ertoe dat tweederde van de Nederlanders vindt dat zij in de vrije tijd niet toekomen aan wat ze echt willen doen.

Uit Hart's cijfers blijkt ook dat ondanks alle haast en het tekort aan vrije tijd voor werkenden de arbeidsmoraal nog hoog is in Nederland. Van de werkende bevolking vindt tweederde dat je bereid moet zijn eerst hard te werken om van het leven ook te mogen genieten. Zij zijn dan ook het meest gelukkig als zij hard gewerkt hebben.

Hart ontkrachtte overigens de stelling van de organisatoren dat Nederlanders die in een hiernamaals geloven, minder gehaast zouden zijn dan ongelovigen. De redenering van de organisatoren was dat gelovigen immers niet alles in het huidige leven hoeven te proppen, omdat er voor hen een hiernamaals in de vorm van wederopstanding of reïncarnatie bestaat. Maar zo ligt het niet. De Hart: “Uit de cijfers blijkt geen verschil in drukte tussen gelovigen en ongelovigen. Wel voelen traditonele christenen zich gelukkiger dan ongelovigen als zij hard gewerkt hebben. Ook komen christenen in hun vrije uren iets beter toe aan dingen die ze echt willen doen.” Of dat ligt aan het feit dat christenen sneller tevreden zijn dan ongelovigen of bijvoorbeeld iets gestructureerder leven, waardoor de vrije tijd en de besteding ervan duidelijker afgebakend is, heeft De Hart (nog) niet specifiek onderzocht.

Onthaasting moet, daar was het publiek het over eens. Sommigen vonden dat dit alleen kon door persoonlijke 'transformatie' , anderen zagen grote (educatieve) taken voor de overheid. Zo blijkt uit onderzoek van het ministerie van Vrom dat consumenten diepvriesmaaltijden pas dan laten staan als ze als 'ongezellig' worden geafficheerd. Het etiket 'energievreter' weerhoudt de consument niet van de snelle pizza.

Gerda Verburg, kandidaat CDA-Kamerlid, wees op andere oplossingen. Ze vertelde over een vriend die ondanks zijn carrière, goede relatie en mooie auto bij de therapereut terecht kwam, op zoek naar de zin van zijn bestaan. “De therapeut vroeg hem om een week zo te leven alsof het zijn laatste week zou zijn. Daarna ging mijn vriend niet langer onderhandelen over loonsverhoging, maar over deeltijdwerk en zorgverlof.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden