Jacht op de democratie in Tripoli

Het parlement van Libië doet verwoede pogingen het democratisch functioneren in de vingers te krijgen. Maar het krijgt de ruimte en de tijd niet.

TRIPOLI - Weet u", zegt parlementslid Sumaya Akhaty wanneer het gesprek op de beroerde reputatie van het Nationale Transitieparlement komt. "Al die Libiërs die klagen ... Ze hebben gewoon gelijk. We zijn te veel met onszelf bezig, we doen ook veel te weinig om de problemen van het land het hoofd te bieden."

Tijdens recente verkiezingen voor de grondwetcommissie gaf de Libische kiezer uiting aan zijn onvrede. Van de 3 miljoen kiesgerechtigden had slechts 1 miljoen zich als kiezer geregistreerd. De helft hiervan kwam uiteindelijk opdagen. Het is symbolisch voor de teleurstelling die zich, drie jaar na het begin van de opstand tegen Moammar Kadafi, meester heeft gemaakt van de Libische bevolking.

Parlementariër Akhaty is afkomstig uit de zuidelijke stad Obari en vertegenwoordigt de Berbergemeenschap. Ze toont zich uiterst kritisch over de wijze van politiek bedrijven in haar land. Geen goed woord heeft ze over voor de verlammende machtsstrijd tussen de aan de Moslimbroederschap gelieerde Partij voor rechtvaardigheid en ontwikkeling (JDP) en de zich liberaal noemende Alliantie van nationale krachten (NFA) van Mahmoud Jibril, de voormalige interimpremier. "Totaal onverantwoord", noemt ze die.

Het huidige parlement werd in 2012 samengesteld in de eerste vrije verkiezingen sinds de 42-jarige heerschappij van Kadafi. Al spoedig zag het zich geconfronteerd met de gigantische problemen die postrevolutionair Libië teisterden. Een functionerende leger- en politiemacht was er niet. Honderden zwaargewapende brigades maakten de dienst uit. Ze wantrouwden de nieuwe machthebbers en bleven loyaal aan de eigen streek, stad of buurt. De bestuurlijke en institutionele kaalslag was enorm, de olieproductie was vrijwel stilgevallen, wapenarsenalen bleken geroofd.

Bestormd
Tot een week geleden kwam het parlement bijeen in een voor de gelegenheid verbouwde conferentiezaal van het Rixos, het vijfsterrenhotel in Tripoli waar Kadafi tijdens de revolutie journalisten onderbracht die zijn kant van het verhaal wilden verslaan. Maar nadat het gebouw door een woedende menigte werd bestormd en diverse parlementsleden met schotwonden in het ziekenhuis moesten worden opgenomen, is de volksvertegenwoordiging verplaatst naar een hotel elders in de stad. De betogers eisten onmiddelijke ontbinding van het parlement en nieuwe verkiezingen.

De afspraak met Akhaty zou aanvankelijk in de ochtend plaatsvinden, maar wordt gedurende dag aldoor verzet. Een spoeddebat over de aanhoudende problemen rond Ibrahim Jadhran bleek de reden. Deze ex-rebel ijvert met behulp van een privélegertje voor de onafhankelijkheid van Cyrenaica, het oostelijk deel van Libië. Vorig jaar heeft Jadhran de oliekraan dichtgedraaid, met als gevolg dat de regering in Tripoli zonder geld zit en ambtenarensalarissen niet meer kan betalen.

In een poging de patstelling te doorbreken begon Naji Mokthar, lid van het parlement en voorzitter van de energiecommissie, te onderhandelen met Jadhran. Buiten medeweten van de overige parlementsleden bood hij hem cheques ter waarde van 10 miljoen euro, op voorwaarde dat Jadhran zou afzien van zijn claims en de olie weer zou laten stromen.

Corrupt
Pijnlijk was dat Jadhran direct daarop de cheques op op televisies toonde. 'Zie je wel dat ze corrupt zijn daar in Tripoli', was de boodschap. Maar echt gênant werd het pas toen bleek dat de cheques waren uitgeschreven vanaf de privérekening van Mokthar. Hoe kwam een eenvoudig parlementslid aan zoveel geld?

"Het zijn dit soort affaires die de reputatie van de politiek geen goed doen", zegt Akhaty, wanneer ze zich tegen het vallen van de avond eindelijk meldt voor de interviewafspraak. In haar kielzog komt haar neef Omar mee. Hij doet dienst als chauffeur, maar ook als begeleider. Een vrouw die alleen reist is in het conservatieve Libië immers uit den boze.

Ahkaty is een van de tien vrouwen die het Libische parlement telt. Met 27 jaar is ze bovendien de jongste afgevaardigde. Tijdens de verkiezingen van 2012 greep ze net naast een zetel. Maar nadat de nummer één op de lijst waarvoor ze uitkwam zich onverhoopt moest terugtrekken, kwam ze alsnog de de volksvertegenwordiging binnen. "Mijn moeder vond dat ik het niet moest doen", zegt ze. "Ze was bang voor het wapengekletter in Tripoli."

Haar moeders vrees was niet helemaal ten onrechte. De hoofdstad is nog steeds regelmatig het toneel van aanvaringen tussen rivaliserende milities. Bij een burgerprotest tegen de aanwezigheid van milities in de hoofdstad, kwamen eind vorig jaar 45 mensen om het leven en raakten er 300 gewond. "Mijn vader steunde me", vervolgt Akhaty. "Hij stond erop dat ik mijn verantwoordelijkheid zou nemen."

Eenmaal in Tripoli ontfermden zich reeds in de hoofdstad wonende stam- en familieleden zich over de ongehuwde Akhaty. "Bang dat mij iets overkomt ben ik niet", zegt ze ogenschijnlijk onbewogen. "Potentiële daders weten dat ze daar nooit mee zullen wegkomen, dat ik gewroken zal worden door mijn gemeenschap".

Berbers
Die gemeenschap zijn de Berbers, de bevolkingsgroep waarvoor Akhaty zich wil inspannen. Schattingen over hun aantal variëren van 600.000 tot 1,2 miljoen (op een bevolking van 6 miljoen). Ze eisen de culturele rechten die hen onder Kadafi onthouden werden: erkenning van het Berbers als officiële taal, het recht op taalonderwijs, en herschrijving van de Libische geschiedenis. "We willen niet dat deze begint bij de komst van Arabieren, maar bij de Berberbeschaving", zegt Akhaty.

Maar hoe realiseer je dergelijke ambities als lid van een kleine politieke groepering? Vooropgesteld natuurlijk dat je binnen het kader van de wet wilt blijven. Militante Berbers blokkeerden afgelopen maanden diverse malen olie- en gasinstallaties om hun doelen te bereiken.

Akhaty opteert voor een politieke benadering. Ze onderhandelde met Mahmoud Jibril. In ruil voor steun voor de zaak van de Berbers zou Akhati diens partij steunen in het streven de macht van de aan de moslimbroeders gelieerde parlementsvoorzitter te beperken. Daarbij blijkt direct ook Akhati's grootste politieke uitdaging. Ze moet er steeds voor waken niet vermalen te worden in de nietsontziende machtsstrijd tussen de twee belangrijkste politieke facties.

Hoe hard het er tussen moslimbroeders en liberalen aan toe kan gaan, bleek tijdens de behandelingen van de zogeheten 'politieke isolatiewet', bedoeld om mensen die voor Kadafi hadden gewerkt politiek onschadelijk te maken. Op instigatie van de JPD en onder druk van overijverige revolutionairen werden de criteria dusdanig ver opgerekt, dat ook zittende afgevaardigden en bewindslieden (veelal van Jibrils NFA) moesten vrezen voor hun politieke leven. Een aantal van hen werden zelfs gedwongen opstappen, zoals parlementsvoorzitter Mohammed Magarief.

Angstaanjagend
"Inmiddels is er wat meer dialoog, maar destijds ging het hard tegen hard", zegt Carlo Binda, vestigingsdirecteur van het National Democratic Institute (NDI), een Amerikaanse NGO. Hij was juist op bezoek in het parlement toen zich daar milities uit Zintan meldden, die eisten dat de wet gestemd werd. Strijders uit dit bergstadje gelden in de rest van Libië als onverschrokken, maar ook als bruut. Ze laten zich door niemand iets vertellen, ook niet door het parlement. "Ze manifesteerden zich op uiterst agressieve wijze", zegt Binda. "We waren genoodzaakt het gebouw te verlaten, het was behoorlijk angstaanjagend."

De banden van de auto van Akhaty werden al diverse malen lek gestoken. "Maar ik laat me niet intimideren", zegt ze. Ze veroordeelt deze manier van politiek bedrijven, de "politiek van de kalashnikov". Tegelijk vreest ze dat die terrein zal winnen, zeker wanneer de regering niet veel fermer optreedt. "Premier Ali Zeidan doet niets!", zo vertolkt ze de heersende mening onder Libiërs.

Wat kán Zeidan doen?, moet je vragen, volgens de vooraanstaande Libiëkenner Dirk Vandewalle. In 'Libya : The Uncertain Revolution', een boek dat later dit jaar verschijnt en dat deze krant alvast mocht inzien, schetst de Amerikaanse onderzoeker de politieke Catch 22 die Libië verlamt. "Degenen die tijdens de revolutie hebben gevochten, weigeren de wapens neer te leggen tot zij het idee hebben dat ze de nieuwe machthebbers kunnen vertrouwen. De nieuwe machthebbers stellen op hun beurt dat de blijvende aanwezigheid van gewapende oud-strijders hen belet een functionerende staat op te bouwen."

Geen ervaring
Opinie-onderzoek dat Binda namens het National Democratic Institute liet uitvoeren, wijst op een negatieve perceptie van politici bij de Libische bevolking. Volgens Binda zitten regering en parlement beklemd tussen de initiële verwachtingen vanuit de Libische bevolking en de obstakels waar ze tegenaan lopen. "Neem de parlementsleden: ze begonnen met niets, er was geen gebouw, ze hadden geen enkele ervaring, er waren geen procedures, geen enkele parlementaire traditie ..."

Ondertussen moest een regering worden samengesteld, kwamen er een aantal zwaarwegende regionale kwesties voorbij of klopte er weer een woestijnvolk op de deur om - al dan niet met behulp van wapens - aandacht te vragen voor hun zaak.

Op een gegeven moment werd het zo gortig, dat het parlement een maand gesloten werd. En vorige week zagen de parlementariërs zich dus zelfs genoodzaakt te verhuizen omdat hun veiligheid in het Rixos niet langer kon worden gegarandeerd.

"Dat leidt allemaal af van het parlementaire werk", zegt Binda. Hij wijst erop dat de commissie die de grondwet moet gaan schrijven eigenlijk vorig jaar al samengesteld had moeten zijn. Toch valt ook de parlementariërs zelf volgens Binda het nodige te verwijten. "Ze zouden er meer op uit moeten trekken en knopen leren doorhakken, al is dat natuurlijk niet altijd gemakkelijk in een land dat decennia van dictatuur achter de rug heeft. Er heerst een cultuur van lijdzaamheid, niet van initiatief tonen en beslissingen nemen. De Libische politiek moet zichzelf helemaal uitvinden."

In de hotellobby begint Omar steeds onrustiger te schuifelen. Het is al laat en hij wil niets riskeren. Akhati maant hem tot geduld. Ze wil nog wat zeggen: "Men denkt dat Libië een rijk land is, maar dat is het niet. We zijn slecht opgeleid, wonen in armetierige huizen, rijden op slechte wegen en moeten het doen met aftandse ziekenhuizen. Libië uit haar coma doen ontwaken, daar maak ik mij sterk voor."

Wie tegenstemt, is snel een slechte moslim
Het Libische transitieparlement verordonneerde onlangs dat alle wetgeving, inclusief de grondwet, overeenkomstig de sharia moet zijn, het islamitische recht. Dat is opmerkelijk aangezien de commissie die de grondwet moet gaan schrijven nog niet eens is geïnstalleerd. Er rees direct onrust omtrent de status van deze beslissing. Betekent dit dat Libië de richting uitgaat van Saoedi-Arabië? "Het is een politieke beslissing", relativeert Dr. Suliman Ibrahim, als jurist verbonden aan de universiteit van Benghazi. "De grondwetgevende commissie kan besluiten die te naast zich neer te leggen." Maar dát de sharia een belangrijke plaats in het toekomstige Libië zal innemen, lijdt volgens Ibrahim geen twijfel. "Het is een conservatief land. Dat het islamitisch recht daar een rol gaat vervullen, trekt vrijwel niemand in twijfel. Welke precies moet blijken, het zullen pittige debatten worden."

Parlementslid Soumaya Akhaty stemde tegen het voorstel. Zij wil dat de grondwet een seculier karakter krijgt. "Tegenstemmen ligt heel gevoelig, want in Libië wordt je al snel zo geframed dat wanneer tegenstemt, je ook tegen het islamitisch recht als zodanig bent en dús een slechte moslim."

Als het parlement erop uit was Ansar al-Sharia gunstig te stemmen, is dat niet gelukt. In een reactie liet de radicaal islamitische beweging weten dat zij zich niet door deze 'politieke list' van de wijs laat brengen. Ansar al-Sharia eist onmiddellijke afschaffing van de democratie en invoering van een islamitische staat. Tijdens de verkiezingen voor de grondwetcommissie werden vorige week op verschillend plaatsen in het land verkiezingslokalen opgeblazen, volgens velen door moslimextremisten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden