Jac.P. Thijsse vond hier nog steenuiltjes

Thijsse's Hof in het Bloemendaalse Bos is de oudste heemtuin van Nederland en Europa. Omdat dit goedbewaarde stukje erfgoed van natuurbeschermer Jac.P. Thijsse ook het oudste voorbeeld is van natuurontwikkeling, kreeg de tuin dit jaar de status van Rijksmonument.

Vanaf de duinrooshelling kijkt Jac.P. Thijsse in bronzen onbeweeglijkheid uit over de door hem geschapen lusthof. Als hij goed tuurt, kan hij in de verte aan de overkant van de vijver de dennen zien, die hij negentig jaar geleden zelf nog heeft aangeplant. Ook zonder de uitbundige bloei van het voorjaar, wanneer de tuin getooid gaat in veelkleurigheid, is dit unieke stukje duinlandschap in het Bloemendaalse Bos bijzonder sfeervol. Herfst kleurt het bos, idyllische paadjes afgerasterd met hekjes van kromme boomstammen slingeren langs de vijver en de graslandjes en voorbij duinstruweel, moeras en duinvallei, terwijl de vegetatie zich stilaan verdorrend terugtrekt in winterrust.

Een droom kwam uit toen Thijsse, onderwijzer, natuurbeschermer van het eerste uur, auteur van de beroemde Verkade-albums en oprichter van Natuurmonumenten, in 1925 voor zijn zestigste verjaardag dit 2 hectaren metende stukje grond cadeau kreeg van de Bloemendalers. Eindelijk kon hij eigenhandig aan de slag met zijn langgekoesterde ideaal een 'instructief plantsoen' aan te leggen, waar niet alleen schoolkinderen maar ook volwassenen kennis konden maken met de inheemse planten en dieren in landschapstypen uit hun omgeving.

Natuur- en milieueducatie was Thijsse's hoofddoel, maar wie alleen zijn heemtuin opzocht om vanaf een bankje te genieten van de rust en het fraaie uitzicht, was evenzeer welkom. Bij een bankje in de Hof, waar hijzelf na een dag werk graag wat mag zitten mijmeren, citeert Henk Wijkhuisen de oude schoolmeester: 'Sommige mensen komen hier voor zon en rust alleen - en dat is volkomen in den haak'.

Dat de tuin op 26 september van dit jaar, exact negentig jaar na de opening in 1925 en 150 jaar na de geboorte van Thijsse, is aangewezen als Rijksmonument, vervult Wijkhuisen als voorzitter van Stichting Thijsse's Hof met trots. Want het bordje 'Rijksmonument' bij de ingang van de Hof honoreert niet alleen de bijzonderheden van de eerste Nederlandse heemtuin maar zeker ook de zorg die de hovenier en de legers vrijwilligers van de stichting de afgelopen negentig jaar aan het beheer ervan hebben besteed.

Waren die beherende handen er niet geweest, dan had Thijsse vanaf zijn duinrooshelling nu geen enkel uitzicht meer gehad; zijn bronzen beeltenis zou in de loop der jaren omringd zijn geraakt door louter bomen.

Thijsse's opzet was dat er op het lapje grond dat hij cadeau kreeg, natuurlijke begroeiingen zouden ontstaan die voorkomen in de regio Zuid-Kennemerland, met een natuurlijke interactie tussen planten en dieren. De natuur ontwikkelt weliswaar zichzelf, maar je kunt wel sturen in de gewenste richting, was zijn gedachte. Door gericht te kappen en te maaien, aan te planten en uit te zaaien, kun je het ontstaan van afwisselende vegetaties, met de bijbehorende diersoorten, een handje helpen.

Deze manier van werken - doelbewust een bepaald milieu creëren ten behoeve van natuurlijke ontwikkelingen - wordt sinds 1990 natuurontwikkeling genoemd. Thijsse was de eerste die hiermee begon. Kenmerk van natuurontwikkeling is de noodzaak van voortdurend beheer. Liet je de natuur er op zijn beloop, dan zou Thijsse's Hof op den duur veranderen in een groot, eentonig beukenbos.

De befaamde tuin- en landschapsarchitect Leonard Springer maakte, in de Engelse landschapsstijl, het ontwerp voor de Hof en Cees Sipkes, de eerste wilde-plantenkweker van Nederland, legde de tuin aan. Thijsse leverde bij Sipkes lijsten aan met geschikte planten, die in de omgeving voorkomen. En zo werd een 2 hectaren groot braakliggend aardappelakkertje met eikenhakhout in het Bloemendaalse Bos omgetoverd tot een idyllische heemtuin. Een centraal gelegen vijver met flauwe taluds zorgde voor geleidelijke overgangen tussen natte en droge milieus, en met het uitgegraven zand werden heuvels gemaakt.

De tuin is ingedeeld in duinbos, duin, droog duingrasland, een duinrooshelling, schraal grasland met heide, duinstruweel en hakhout, een grote vijver, moeras en duinvalleivegetatie, een onkruidakker en een demonstratiestrook met allerlei plantensoorten.

De indeling is de afgelopen negentig jaar ongewijzigd gebleven, maar zo kaal als de tuin was in 1925, is hij allang niet meer. Zo is het duinbos met voornamelijk beuk en eik behoorlijk uitgedijd. "We moeten nodig gaan kappen," zegt Wijkhuisen. "Op meer plaatsen in de tuin willen we de vegetatie weer openmaken, dat is beter voor de variatie in natuurlijke milieus. Het stuifduin dat we gemaakt hebben, groeit ook alweer dicht."

Dat is te zien als we er langslopen. Geen blank duinzand meer te bekennen, het stuifduin is een groene heuvel geworden. "Dat is sowieso het probleem op de van oorsprong arme duingronden," zegt Wijkhuisen. "Die worden steeds voedselrijker als gevolg van stikstofdepositie, waardoor de vegetatie oprukt en veel kritische soorten verdwijnen. In Thijsse's Hof is ook onvoldoende ruimte voor het duin, dat hier geen kans krijgt om te stuiven. In de begintijd waren de omstandigheden veel gunstiger. Thijsse vond hier nog steenuiltjes en nachtzwaluwen. Wulpen broedden en foerageerden toen in het achterland. Maar het achterland is weg en het schrale duin is verruigd geraakt. Recreanten verstoren de wulpen en vossen vreten alles op wat op de grond ligt. Aan variatie en soortenrijkdom kun je veel doen, maar ingewikkelde structuren zoals een duingebied kun je niet na-apen."

Ondanks de achteruitgang van de natuurwaarden is Thijsse's Hof nog altijd een bijzondere oase in het Bloemendaalse Bos, een bezoekje meer dan waard. Het is een schoolvoorbeeld in miniformaat van natuurbeheer in Nederland, dat gekenmerkt wordt door steeds opnieuw ingrijpen om de variatie in de natuur zo veel mogelijk te behouden. "Behalve een heel bijzonder stukje Nederland is Thijsse's Hof ook een instituut voor natuureducatie dat al negentig jaar standhoudt," zegt Wijkhuisen met gepaste trots. "Jaarlijks ontvangen onze vrijwilligers hier vierduizend kinderen, van basisscholen in Haarlem, Bloemendaal, Heemstede en Velsen. Ze komen vier keer, zodat ze alle seizoenen in de tuin kunnen meemaken."

Ze doen dan opdrachtjes in de tuin, met behulp van de naambordjes die overal in de grond geprikt staan bij wat er zoals groeit en bloeit. Geheel naar de wens van Jac.P. Thijsse, afgaande op zijn uitspraak: 'Eén uur buiten staat tenminste gelijk met zes uur in de school'. Maar ook binnen krijgen ze les en kunnen ze proefjes doen en door microscopen kijken. Het nieuwe, vrolijk rood geschilderde instructielokaal is helemaal op hun komst ingericht, zo'n zestig kinderen passen er tegelijkertijd in.

Aan de wanden van het lokaal hangen de bekende ouderwetse schoolplaten met al wat leeft, bloeit en groeit in de natuur. Her en der staan opgezette vogels en andere dieren, die ook allemaal mogen worden aangeraakt en geaaid. Vooral het molletje met zijn superzachte velletje is populair. Prominent meubeltje in het lokaal is het bureau van Jac.P. Thijsse. De hoed en de pen zijn niet van de meester maar het was dit bureautje waaraan hij zijn beroemde Verkade-albums heeft geschreven.

Er is nog meer dat aan de grondlegger van de Hof herinnert. Uit een kast diept Wijkhuisen een notitieboekje op dat Thijsse heeft volgeschreven en -getekend toen hij achttien was. Dan trekt hij een paar laden van een cassette open. Ze blijken vol te liggen met uitgeblazen eieren van alle mogelijke broedvogels, verzameld door de ornitholoog L. van 't Sant, die Thijsse hielp met het vogelbeheer in de Hof. Cassetteladen plus nog een grote vitrinekast vol met eieren, dat is toch ongelooflijk om te zien in een tijd waarin je voor het rapen van een kievitsei al op de bon gaat.

Rijksmonument bij uitzondering

Alleen streng geselecteerde gebouwen en tuinen uit de wederopbouwperiode (1940-1965) en een kleine groep archeologische vindplaatsen komen tegenwoordig nog in aanmerking voor aanwijzing als rijksmonument. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vond Thijsse's Hof bijzonder genoeg om voor deze - veel oudere - natuurtuin een uitzondering te maken: Thijsse's Hof is de oudste heemtuin van Nederland en het eerste voorbeeld van natuurontwikkeling. Het ontwerp is van de bekende landschapsarchitect Leonard Springer en de Hof speelt al negentig jaar lang onafgebroken een grote educatieve rol.

Thijsse's Hof, Mollaan 4, Bloemendaal, is gratis toegankelijk. Zie voor openingstijden, rondleidingen en andere informatie thijsseshof.nl

Verder lezen over Thijsse's Hof

Willem Holthuizen en Ekke Wolters: Thijsse's Hof. Natuurtuin van Kennemerland. Uitgave Bekking & Blitz, 2015, euro12,50.

Ger Londo: Thijsse's Hof. Tachtig jaar natuurontwikkeling. Uitgave Bekking & Blitz, 2007, euro 9.90.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden