Jaap van Manen laat kerkgangers dansen Tijd steken in lichaam en sport vond Paulus maar verspilde moeite

AMSTERDAM - Het eerste wat Jaap van Manen doet, wanneer hij wordt uitgenodigd door een kerkelijke gemeente om een workshop te geven over dans en beweging in de kerkdienst, is contact opnemen met de koster. “Want de mensen moeten hun kont kunnen keren en dat kan in een doorsnee kerkgebouw bijna niet.”

RUUD VAN HAASTRECHT

Op de tweede Kerkendag in Amersfoort heeft hij zaterdag in elk geval de ruimte. Het organisatiecomite heeft een echte dansstudio voor hem afgehuurd. Daar zal hij met de deelnemers op zoek gaan naar bewegingen die passen bij vieringselementen in de kerkdienst: votum en groet, gebeden en zegen. Of, beter gezegd: de deelnemers gaan zelf op zoek. Want Jaap van Manen geeft niets op een briefje. Mensen moeten hun eigen beweging voor blijdschap vinden, zegt hij. Of ze nou een gat in de lucht springen, klappen of de armen wijd openen, is hem om het even. En na een tijdje ga je weer op zoek naar een ander gebaar. Want een beweging is nu eenmaal niet statisch.

Dat starre

Dat vindt hij ook het gevaarlijke aan een interview, zegt hij in zijn woning, een pijpela in AmsterdamWest, met weinig meubels zodat hij de ruimte heeft. 'Het geschreven woord', 'het staat zwart op wit', alsof daarmee eens en voor altijd zijn mening vastligt. Weer dat starre. “Morgen denk ik er misschien wel weer anders over. En dat mag ook, want je moet in beweging blijven.”

In het laatste jaar van zijn theologiestudie aan de Vrije Universiteit werd hij gegrepen door de dans. Hij had wel 'iets' met de dans, had het ook wel al eens gedaan, maar daar was het bij gebleven. Maar toen verschillende lijntjes bij elkaar kwamen, schreef hij zich in voor een orientatiecursus dansexpressie bij de Theaterschool. In het kader van zijn studie had hij vormingswerk gedaan. Daarbij viel het hem op hoe verbaal dat was opgezet; emoties en gevoelens kwamen er niet aan te pas. En in zijn mannenpraatgroep stuitte hij telkens op het rationele en verbale van 'de man'. De dans overstijgt die laag. “Dansen gebeurt met je lichaam, je lichaam heeft met je zintuigen te maken, en met je zintuigen kom je heel dicht bij je gevoel, je emotie.” Na de orientatiecursus volgde de selectiecursus. “En toen wilden ze me nog hebben ook !”

Een dominee in spe werd danser en kon bij zijn afstuderen in 1986 meteen aanhaken bij stichting De Santenkraam, die kerkmensen wil inspireren de christelijke traditie ook op een andere, creatievere manier te beleven dan alleen via gebed met geloken ogen, bijbellezing en de preek. Zet Jaap van Manen kerkmensen al dansend in beweging, de andere leden van De Santenkraam doen dat via bibliodrama, clowning, theater op straat en in de kerk, boetseren, tekenen, zingen, musiceren, verhalen vertellen en schilderen. Leven kunnen ze er niet van, al zouden veel leden dat graag willen. Dankzij subsidies vanuit de landelijke kerkelijke apparaten heeft De Santenkraam een betaalde coordinator. Meer zit er vooralsnog niet in, zo lang plaatselijke kerken en parochies niet meer geld over hebben voor professionele creativiteit.

Kerkhistorisch bezien is de nadruk in de plaatselijke parochies en gemeenten op het gesproken woord volstrekt verklaarbaar, vergoelijkt Van Manen. Maar of het verstandig is, is voor hem vraag twee. Niet dat hij de pretentie heeft dat de creatieve verbeelding van de christelijke traditie de uitstroom kan stelpen van mensen wie de kerk niets meer zegt. Verre van dat. “Maar ik denk wel dat wij wat te brengen hebben: hoe de bijbelse traditie op een nieuwe wijze klinken kan. Het hoeft niet per se met dans. Het kan even goed met schilderen, schrijven, noem maar op. Maar creativiteit is wel heel belangrijk. Je blijft letterlijk en figuurlijk in beweging. Verstarring en beweging bijten elkaar. Het zijn tegenpolen. Dat is niet een woordentruc. Ik denk dat het echt zo werkt. Waar ik voor pleit, is dat die creativiteit in de kerken zoveel ruimte krijgt, dat ze ons ook binnenhalen.”

Neem je dat laatste als graadmeter, dan is het met de creativiteit binnen de kerken niet goed gesteld. Kerkeraden trekken doorgaans een zuinig mondje als ze horen wat De Santenkraam vraagt per dagdeel (ten minste 200,-). Van Manen is niet boos maar wel verdrietig. “In de kerk gebeurt, behalve de dominee, alles gratis. Voor het pastoraat wil de kerk betalen. Dat is ingeburgerd. Creativiteit vindt men kennelijk niet belangrijk.”

Het klimaat is er ook niet naar, gezien de lichaamsvijandigheid van het christendom van ouds her. De apostel Paulus schilderde het lichaam af als de vijand van de geest, zeg maar het verhevene, het op God gerichte. Tijd en energie steken in sport vond hij maar verspilde moeite. De kerkvader Augustinus waarschuwde, door eigen ervaring wijs geworden, al evenzeer tegen de verlokkingen van het vlees. In die lijn voortbordurend werd in de gereformeerde kerken tot ver na de tweede wereldoorlog tegen de dans gewaarschuwd. En hoe vijandig staat het orthodoxe protestantisme tot op de dag van vandaag niet tegenover alle cultuuruitingen die de stichtelijke streekroman te boven gaan?

“Verheerlijk dan God met uw lichaam”, houdt Jaap van Manen 1 Korinthe 6:10 de mensen voor, die hun wenkbrauwen optrekken als ze horen van dans in de kerkdienst of toneel in een kerkelijke praatgroep. De christelijke traditie is, zegt hij, ten diepste niet lichaamsvijandig. Net zomin als de christelijke traditie van nature vrouwvijandig, homo-vijandig of milieu-vijandig is, maar in de loop der eeuwen zo is vergroeid. In het jodendom, waaruit het christendom is voortgekomen, doet het lichaam volop mee.

De uitspraken van Paulus en Augustinus zijn terug te voeren op de overdreven verheerlijking van het lichaam door de Grieken en Romeinen. Met als fataal gevolg dat sindsdien in het christendom het lichaam werd ontkend, zondig was en vies. “In die zin zijn mensen ook bang voor hun lichaam. En dat snap ik ook wel. 'Ja, ja, ja, met je lichaam aan de gang. Hallo !'.”

Voor hemzelf was dat de grote ontdekking van zijn overstap van de theologie naar de wereld van beweging en dans: “het lichaam als kenbron van spiritualiteit”, zoals hij het omschrijft. Op z'n vijfenvijftigste, als de spieren slapper en de botten strammer worden, zal hij zich daar nog eens theologisch op gaan bezinnen. De theologie van de lichamelijkheid, benoemt hij het avant la lettre.

“Als je met je lichaam bezig bent, ontstaat er een andere spiritualiteit dan door alleen maar te bedenken hoe je spiritueel kan zijn. Het is spiritualiteit aan den lijve ervaren. Dus niet horen over vreugde, maar vreugde ervaren hebben. Dus niet horen over smeken, maar daadwerkelijk gesmeekt hebben. Het heeft voor mij de christelijke traditie in beweging gebracht en het woord spiritualiteit veel ruimer gemaakt. Ik zit niet zo aan die christelijke traditie meer vast. Dogmatiek, daar kan ik niet zoveel meer mee. De zaak is in beweging.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden