ColumnNaomi Smits

Ja, ook achtstegroepers dragen fast fashion. Maar waar komt die vandaan?

‘Ieuw, juf. Ik ga echt niet in zijn trui kijken, hoor!” Fay kijkt eerst mij vol afschuw aan en dan haar buurman. Ik moet even heel diep zuchten.

Het is een regenachtige dinsdagmiddag en het is tijd voor de aardrijkskundeles. Om de bende pubers enigszins gemotiveerd te krijgen heb ik ze de opdracht gegeven om de labels van elkaars truien te inspecteren. Dat gaat niet zonder slag of stoot en na een hoop gesputter en geklaag doen de kinderen wat ik ze vraag.

We hebben het namelijk over de im- en exportstromen van ons land. Best onaantrekkelijke lesstof, al zeg ik het zelf. En al helemaal na een ochtend vol toetsen. Dus in plaats van ons bezig te houden met bloembollen, verf, computers en auto’s hebben we de pijlen gericht op kleding. Want – newsflash – ook de outfits van de achtstegroepers worden geïmporteerd. De hippe hoodies, shirts en jeans worden niet in een atelier boven de winkel gefabriceerd, zoals een aantal dacht, maar komen van ver over de grens. Deze zogenoemde fast fashion is made in Bangladesh, India en een aantal andere Zuidoost-Aziatische landen.

Voor het maken van één spijkerbroek is achtduizend liter water nodig

Ik pak de digitale landkaart erbij en vertel over kinderarbeid, lage lonen en onveilige fabrieken. Het maakt indruk. Om mijn verhaal kracht bij te zetten laat ik een documentaire zien waarin een presentator undercover gaat in een zogenoemde sweatshop in Bangladesh.

Ook nu kun je een speld horen vallen. Als de voice-over uitlegt waarom je voor het maken van één spijkerbroek achtduizend liter water nodig hebt en dat katoen erg prettig is voor onze kleren, maar onprettig voor het milieu, zie ik ogen zo groot als schoteltjes worden. Een aantal kinderen kijkt verbaasd naar hun kleding.

Uiteraard bespreken we wat we zojuist hebben gezien. Het klopt dat we meer kleding kopen en er minder voor willen betalen. Maar de prijs die er uiteindelijk voor wordt betaald is wel heel hoog, zo beseft groep 8. Hoe kan het anders? Hoe kunnen we samen voor een betere wereld zorgen? Ava merkt op dat je ook duurzame kleding kunt kopen, Janne besluit bewuster te gaan shoppen en Dirk oppert dat je kleding ook kunt hergebruiken door die bijvoorbeeld te verkopen op rommelmarkten of weg te geven. De kinderen raken er niet over uitgepraat.

Als de bel gaat, hoor ik Zoë nog tegen Julia zeggen: “Ik heb nog wel wat shirts voor jouw zusje. Die mag ze gewoon hebben, hoor.” Ook Faas trekt zijn dure merktrui recht en verkondigt aan Jelle dat hij er nog best een jaartje langer mee kan doen, al is het maar voor de sporttraining.

Ik moet glimlachen. Het lesdoel mag ik dan net niet hebben behaald, maar mijn missie om groep 8 een lesje te leren in bewustwording is wel degelijk geslaagd.

Naomi Smits geeft les op de Driekoningenschool in De Meern. Voor de onderwijspagina’s van Trouw schrijft ze over het wel en wee van haar groep 7 en 8. Lees haar columns hier terug.

Lees ook:

Gaat de duurzaamheidslobby in het klaslokaal te ver?

Scholen ontdekken het thema duurzaamheid. Daar spelen zowel energiebedrijven als milieuclubs grif op in, met gastsprekers en lespakketten. Gaat hun lobby in de klas te ver?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden