'Ja, maar' is de dooddoener voor de beste ideeën

Ongeveer vijf jaar geleden is het dat ik kunstenaar Daan Roosegaarde ontmoette in Shanghai. Beiden ambitieuze einzelgängers in de kunstwereld. We raakten bevriend.

Wat me vooral bijbleef van die eerste ontmoeting is onze gedeelde irritatie over het gros van de mensen dat bij de allerbeste ideeën vooral met de woorden 'Ja, maar...' slingert.

'Ja, maar...' is de dooddoener voor de beste oplossingen voor de grootste problemen.

Daan vertelde over zijn idee voor de 'ja, maar'-stoel. Een stoel die een lichte stroomstoot afgeeft wanneer de gebruiker deze afschuwelijke woorden gebruikt. Daan heeft de stoel gemaakt en hij is er ook mee op televisie geweest enzo.

Maar als ik de kranten lees en ook observeer in mijn eigen (werk)omgeving, kan ik niet anders dan concluderen dat de stoel nog niet helemaal optimaal wordt ingezet. Zeer waarschijnlijk vanwege allerlei bezwaren (Ja, maar..)

Zo hoorde ik afgelopen vrijdag, vijf jaar na de kernramp in Fukushima het volgende: "Ja, maar de meeste mensen krijgen géén kanker van de radioactieve straling; dus die angst is onterecht."

En dit weekend las ik, naar aanleiding van een grafiek die ik via Twitter deelde, waarop te zien is dat in Libanon een op de vier mensen vluchteling is en in Nederland een op de 180: "Ja, maar dáár integreren mensen cultureel gezien wat makkelijker..."

Zo hoor je als je het over het vluchtelingenvraagstuk hebt heel regelmatig argumenten als: "Ja, maar onze ouderen kunnen maar twee keer per week douchen."

Klimaatverandering is ook zo'n uitermate geschikt 'ja, maar'-onderwerp: "Ja, maar er zijn ook wetenschappers die niet geloven dat de mens invloed heeft op de opwarming van de aarde" (ongeveer 3 procent is het inderdaad niet eens met alle conclusies hierover). Of over mensen in een willekeurig derdewereldland: "Ja, maar die mensen weten niet beter." En dan hebben we het nog niet gehad over de kleine 'ja, maars' die regelmatig een grotere impact hebben dan u tot nu toe mogelijk dacht: Ja, maar wat zullen de buren denken? Ja, maar mijn vrienden doen het ook. Ja, maar wat levert míj dat op?

Je kunt je afvragen wat deze 'ja, maars' hebben opgeleverd en of ze jou of de wereld beter of gelukkiger hebben gemaakt.

Waar ik zelf regelmatig mee te maken heb, zijn mensen die me vertellen dat ik de dingen die ik doe niet goed doe, omdat ik ze niet doe zoals het hoort: "Ja, maar dit is niet de gebruikelijke gang van zaken, dus dat gaat niet." Killing. Omdat oplossingen voor problemen regelmatig liggen in het onconventionele.

Sterker nog: problemen zijn vaak ontstaan doordat we dingen deden op een manier die lang gangbaar was. 'Ja, maar' heeft vaak stilstand tot gevolg. Waarmee ik niet wil zeggen dat je geen kritische vragen moet stellen. Natuurlijk wel. Mits de 'ja, maar' niet wordt ingezet als eindpunt, maar als methode om ideeën naar een hoger plan te tillen. Een kritische blik op de 'kritische' vraag is een voorwaarde voor vooruitgang. En die vooruitgang in denken, die is cruciaal.

Met andere woorden: we hebben die stoel meer dan ooit en harder dan ooit nodig. Sterker nog: ik denk ook aan 'ja maar'- kantoren, -vergaderzalen, -e-mailprogramma's en -telefoon-apps. (Daan, lees je mee? Werk aan de winkel!)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden