Ja, ik wil vooral veel vrienden.

De moderne liefde is als een luchtkasteel: we dromen en verlangen er heftig naar, maar bereiken doen we het zelden.

„Misschien moet ik je uitleggen hoe ik in elkaar zit. Ik ben op zoek naar liefde. Ware liefde. Onbezonnen, redeloze, alles verzwelgende liefde. Liefde waarbij je niet zonder elkaar kunt”, predikt Carrie in de laatste aflevering van de serie ’Sex and the City’. „En ik denk niet dat daarvan sprake is tussen ons. Er ontbreekt iets in deze dure suite in dit prachtige hotel in Parijs”, waarna ze weer eens een relatie verbreekt.

Het citaat is tekenend voor een samenleving waarin de relatie met een perfecte partner als het meest begerenswaardige wordt voorgesteld. Het resultaat? Een slagveld van gebroken harten en teleurstellende ervaringen.

Dat is ook een van de redenen waarom geliefden liever kiezen voor het samenwonen dan voor het huwelijk: het is eenvoudiger te ontbinden en voelt veel minder definitief.

„Relaties zijn minder bestendig geworden”’, zegt Kees de Hoog, gezinssocioloog aan de universiteit van Wageningen. „Samenwonen geldt als een proefhuwelijk en het huwelijk zelf wordt ook minder belangrijk. Als je een stel de vraag stelt waarom ze willen trouwen, hoor je ’omdat ze zin hadden in een feest.”

Een op de drie huwelijken eindigt in echtscheiding: genoeg werk voor relatietherapeuten, coaches en mediators om de boel te lijmen. Kortom: het huwelijk verkeert in een crisis. Wordt het geen tijd om de verwachtingen van een relatie naar beneden te schroeven?

Om gelukkiger te worden, moeten we – hoe paradoxaal dat ook mag klinken – ons juist níet richten op de partner. De tevredenheid neemt toe als we ons richten op andere mensen in onze sociale omgeving, constateert Stephanie Coontz in het artikel ’Hoe liefde het huwelijk veroverde’ in The Herald Tribune. Zij is hoogleraar geschiedenis aan het Evergreen State College in Olympia en schreef het boek ’Huwelijk, een geschiedenis’.

Eenvoudig is deze opdracht niet, juist ómdat we ons veel richten op eigen huis en haard, blijkt uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau. In 1975 besteedden Nederlanders gemiddeld 13,5 uur per week aan sociale contacten, binnen het huishouden en daarbuiten. Dat was in 2005 ruim drie uur minder. Vooral wordt er beknibbeld op bezoekjes aan familie en vrienden. Spraken we voorheen met een collega wel eens over iets anders dan werk, was urenlang theeleuten met een vriendin geen uitzondering en kon je ook je ziel blootleggen bij een broer: nu verlangen we van onze partners dat die zowel collega, vriendin als broer ineen zijn. Slim, gezellig en serieus.

Coontz pleit voor het herstel van het oude huwelijk. „Dat terugverlangen naar oude structuren: dat is gevaarlijk hoor”, werpt De Hoog tegen. „Je voelt een onderstroom die beweert dat het vroeger beter was. Daar moet je mee uitkijken. Waren die mensen die bij elkaar bleven zo gelukkig? En wilden ze zelf wel grote gezinnen?”

Maar Coontz ziet niet het plaatje van de jaren vijftig voor zich, waarin vooral geleerd werd dat het huwelijk zaligmakend was. Uit onderzoek blijkt dat in de periode daarna ’mannen en vrouwen die vertrouwelingen hadden buiten het eigen gezin, geestelijk en lichamelijk gezonder waren dan mensen die voor intieme gevoelens en steun op slechts één persoon waren aangewezen’.

Nee, Coontz verwijst liever naar de huwelijken uit het verleden, waarin mannen vriendschappen ontdekken en vrouwen het sociale leven buiten de relatie. Dat gebeurde in de Middeleeuwen, de Victoriaanse tijd en in de periode ná de jaren vijftig. „Het woord liefde werd door de victorianen zelfs vaker gebruikt met betrekking tot buren, broer, zus, en kerkgenoten dan tot de echtgenoot. Zo was het in het begin van de negentiende eeuw niet ongewoon dat het paar zich tijdens de huwelijksreis liet vergezellen door familie of vrienden.”

Tine de Moor en Jan Luiten van Zanden, historici van de Universiteit van Utrecht, onderstrepen dat de huwelijken in West-Europa al sinds de late Middeleeuwen uitzonderlijk zijn: ze vormen een eigen huishouden én zijn naar buiten gericht. In veel andere landen was het gebruikelijk dat de vaders van de families besloten wie met wie zou trouwen. Het meisje kwam vervolgens te wonen bij de schoonfamilie en zij zorgde voor hen als zij ouder werden.

In West-Europa kwam echter het eigen huishouden op. De kerk preekte consensus en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zorgden ervoor dat jongeren een eigen bestaan konden opbouwen. „Na het sluiten van het huwelijk was het huishouden met twee personen maar klein”, zegt Van Zanden. „Als één partner uitviel, was je sterk aangewezen op de hulp van de buren, de kerk of het dorp. En daarnaast waren de mannen en vrouwen actief buiten het huishouden. Veel vrouwen werkten in hun jeugd en hadden daardoor al sociale verbanden opgebouwd.”

Als we eeuwenlang die relaties onderhielden, waarom lijkt de blik van geliefden nu vooral naar binnen gekeerd? Simpel: anderen zijn voor praktische ondersteuning niet meer nodig. „Vroeger had je de buren ook nodig bij een begrafenis net als andere sociale netwerken. Maar die zijn nu geprofessionaliseerd”, zegt Van Zanden.

Coontz beschrijft dat in de periode van 1985 tot 2004 Amerikanen –-hoewel ze veel tijd doorbrengen op het werk – minder nauwe betrekkingen hebben met collega’s, buren, vrienden en familie. Wel zijn ze zich meer gaan richten op hun eega. „Het aantal mensen dat voor belangrijke gesprekken was aangewezen op een eega was zelfs bijna verdubbeld, van 5 procent naar 9,4.” Naarmate mensen minder tijd besteden aan de bredere persoonlijke betrekkingen, worden zij steeds afhankelijker van romantische relaties vol intimiteit, zegt Coontz. „Als een relatie stukloopt, raken zij makkelijker in een isolement. Het gebeurt zelfs wel dat wij de relatie laten mislukken door er te veel van te verwachten.”

Gaat dit ook op voor Nederlanders? Hoewel we wel vínden dat een relatie erg belangrijk is en we minder vaak op visite gaan, spenderen we echter niet méér tijd aan de keukentafel voor een goed gesprek, constateert het SCP. Het praten met huisgenoten is gedaald van 2,9 uren per week in 1975 tot 1,3 uren in 2000. Wat doen we dan wel thuis?

Internetten, sms’en, en e-mailen. Stichting Internet Reclame berekent dat gemiddeld 10,3 miljoen Nederlanders elke week een volledige werkdag op internet surfen. Kennelijk kunnen wij niet zonder vrienden. Ook al zoeken we ze niet op, we rollen wel een virtueel lijntje uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden