Ja hoor, Cancellara kan óók sprinten

Zwitser wint voor derde keer de Ronde van Vlaanderen, maar pas na een echt man-tegen-man-gevecht in de spurt

OUDENAARDE - Erik Zabel, gewezen sprintgrootheid: "Fabian Cancellara blijkt ineens over verborgen talenten te beschikken." Nico Verhoeven, ploegleider bij Belkin: "Er wordt wel eens vergeten dat Cancellara een snelle man is hè." Stijn Vandenbergh, in de finale met een metertje geklopt door de tomeloze Zwitser: "Ik ben niet de rapste in de sprint." En de winnaar van de Ronde van Vlaanderen zelf: "Het is ook weer niet zo dat ik ik op dit onderdeel een kluns ben."

Niemand die dat durfde te beweren van de man die zelden naar de finish rijdt met ballast aan zijn fiets. Te risicovol, te veel onzekere factoren, te veel wispelturige renners. Zijn grote triomfen, legde hij na afloop nog eens uit, deed hij solo. De tegenstand was met de streep in zicht allang geneutraliseerd. Zo deed hij het in de Ronde van 2010, zijn eerste 'Vlaanderen', als ook in de editie van vorig jaar.

De kaarten waren ditmaal niet in het voordeel van de 33-jarige kopman van Trek. Zijn wegkapitein, tweevoudig winnaar van de Ronde van Vlaanderen Stijn Devolder, kende een ongelukkige editie. De Belg viel niet een keer, niet twee keer, maar drie keer ¿ en reed vervolgens een hopeloze inhaalrace.

Cancellara moest het vieze werk zelf opknappen. "Defensief rijden was het devies met nog veertig kilometer te gaan", had hij zichzelf ingeprent. De overmacht aan zwarte pakken, de ploeg van Niki Terpstra en Tom Boonen, in de kopgroep vol kanshebbers belette hem een lange vluchtpoging te wagen. Het zou zelfmoord zijn van de man die zijn opbouw deze winter zag doorkruist door een aanrijding met een auto.

De kilometers op de teller tikten weg voor de ongekroonde keizer van de kasseien. Zijn hoofd maakte hij bewust leeg, bang voor de eerste voedingsbodem van twijfels. "Ongetwijfeld de ervaring", was zijn uitleg. De Koppenberg volgde, de Taaienberg, de Kruisberg. Heuvels waar hij anders een spreekwoordelijke bom tot ontploffing had gebracht, maar waar hij zich nu beperkte tot het onschadelijk maken van speldenprikken van de concurrentie.

Cancellara wachtte tot de voet van de Oude Kwaremont. De derde en laatste keer dat de renners de met klinkers bestraatte scherprechter in het vizier kregen, kwam hij in actie. De achterstand op de twee vluchters, de Belgen Greg van Avermaet en Vandenbergh zou daarna alleen maar toenemen, was zijn inschatting.

En wie glipte in zijn wiel mee? Sep Vanmarcke. De coureur voor wie hij veel schrik heeft. De twee waren vorig jaar op de wielerbaan in Roubaix aan elkaar gewaagd. Het was de onervarenheid van Vanmarcke die de doorslag gaf in de Hel van het Noorden. Het was tot Vlaanderen gisteren ook de enige keer dat de 33-jarige de onzekerheid tot aan de streep meenam. "De kilometers dat ik alleen rijd naar de streep heb je voor jezelf. Het besef dat je gewonnen hebt, de toejuichingen, die film van de koers heb je dan al een paar keer ondergaan", zei hij over de ingeslepen routine van een winnaar.

"Ik had een flashback van die Parijs-Roubaix", was het enige dat door Cancellara's hoofd spookte in de laatste kilometers nadat hij en Vanmarcke de twee Belgen hadden ingelopen. "De schaduw van Vanmarcke voelde ik bij elke meter dichterbij de streep voorbijkomen. Dat mocht ik niet laten gebeuren."

"Man tegen man", was de heroïsche typering van de renner die in Vlaanderen als Spartacus door het leven gaat. Zijn fans op het plein in Oudenaarde, schreeuwden het uit van genot. De brul die Cancellara produceerde was nog intenser. "Deze zege doet mij veel meer dan de eerste en tweede. Vandaag heb ik het van diep moeten halen. Ik lieg niet als ik zeg dat ik twee keer ben gelost onderweg."

Met zijn derde zege schaarde hij zich in een illuster rijtje. Er zijn vijf andere renners die dat kunstje flikten: Boonen, diens landgenoten Johan Museeuw, Eric Leman en Achiel Buysse. Fiorenzo Magni was tot voor gisteren de enige buitenlander die zich een 'Leeuw van Vlaanderen' mag noemen. Cancellara, respectvol als altijd, vond die titel te veel eer. Aan één bijnaam heeft hij genoeg.

Coureurs gaan niet vrijuit bij valpartijen
Voor de Belg Johan Vansummeren duurde de Ronde van Vlaanderen anderhalf uur. De winnaar van Parijs-Roubaix in 2011 botste bovenop een toeschouwer. De vrouw zou er zeer slecht aan toe zijn. Renners vallen vaker dan voorheen. De discussie werd in de Ronde van Vlaanderen opnieuw aangezwengeld. Valpartijen ontsierden de 260 kilometer lange klassieker, een week nadat Gent-Wevelgem het label slachtveld kreeg opgedrukt. Cijfers van de internationale wielerunie UCI bevestigen de tendens. Over de oorzaken van de valpartijen zijn de meningen verdeeld. De UCI doet er het gissen naar. Net als de coureurs. Wie zijn oor te luisteren legt bij oud-renners, krijgt een wel een beeld van de problematiek. Zij wijten de valpartijen aan de snelheidsbeperkende maatregelen op de West-Europese wegen. Sinds de jaren negentig is het wegdek rigoureus veranderd, merken zij op. Tel daarbij de grotere pelotons en de toegenomen snelheden op en je hebt de ingrediënten bijeen die de meest standvastige coureurs angst inboezemen. De profs gaan niet vrijuit. Hun concentratievermogen is zienderogen geslonken, waarschuwen sommige ploegartsen. De oorzaak: het gebruik van pijnstillers. Geheel legaal, dat wel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden